De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

'Kon Ik maar weg'. Onder die titel staat een stukje van dr. A. A. Spijkerboer in zijn boekje 'Onderweg gezien' (Kok, Kampen).

' "We gaan hier weg!" zei in liet jaar 1936 de Russische boer Krap Lykow tegen zijn vrouw. Ze pakten hun spulletjes, namen hun vier kinderen op, verlieten hun dorpje en gingen in een bos in het zuiden van SIbierië wonen. Want In de gewone maatschappij konden ze niet volgens hun geloof leven. In dat bos in het zuiden van Siberië voedden ze zich met wortels, noten en bessen, ze kleedden zich met wollen stoffen en dierenvellen en ze woonden in een houten hutje. Pas onlangs zijn ze ontdekt: ze wisten niet dat er een Tweede Wereldoorlog was geweest, en ze wisten niet dat er mensen op de maan waren geweest!
Wat moet het heerlijk zijn om zoiets te kunnen! Ja, ik zou het niet kunnen, een dieet van wortels, noten en bessen. Is niks voor mij, en ik weet zeker dat ik na anderhalve dag al gillend van ellende uit dat bos te voorschijn gekomen zou zijn. Maar je kunt zo volkomen tabak van alles hebben, dat je denkt: kon ik hier maar weg, kon ik maar naar – nou ja, Siberië Is wel erg koud – maar was er ergens maar een plekje onder de zon. Kon ik maar emigreren, want dit is nauwelijks om uit te houden!
Toch is er ook een manier om overeind te blijven zonder te emigreren, en die heb ik van Luther geleerd. Luther maakt een onderscheid tussen de innerlijke mens en de uiterlijke mens. De innerlijke mens, dat ben je zelf, met wat je voelt en denkt, en de uiterlijke mens, dat ben je zelf met je lichaam. Nu werken wij van buiten naar binnen toe: als Ik maar bid en naar de kerk ga, dan word ik wel vroom, als ik maar veel goede dingen doe, dan word ik wel goed, en als ik maar veel presteer, dan zullen de mensen wel waardering voor me hebben.
Maar, zegt Luther, het is onzin om van buiten naar binnen te werken, want God begint van binnen, in je Innerlijk. God laat alles wat Jezus Christus gedaan heeft je innerlijk in stromen, en maakt je van binnen goed. Het doet er dan niet veel toe waar je met je lichaam bent, op de markt, op de kermis, of waar dan ook.
Zo word je vrij: je hoeft je tegenover God niet waar te maken, je hoeft je tegenover anderen niet waar te maken, en je hoeft je zelfs tegenover jezelf niet waar te maken. Je hangt met je innerlijk alleen aan het Woord van God, want daar moet je het helemaal van hebben.
Zo kun je in onze maatschappij overeind blijven. Maar, Luther is nog niet uitgesproken! Je bent van binnen zo vrij als een vogel in de lucht, maar wat er van binnen in zit, wil naar buiten, en die vrijheid moet nu ook blijken in wat je met je lichaam doet. Je gaat je lichaam in de hand houden: je propt het niet vol vlees, en je giet het niet vol wijn. Luther was aan tafel een oergezellige kerel, maar heel matig in het eten en drinken.
Toch is dat nog niet het eigenlijke werk. Wie van binnen vrij is, kan, wanneer hij onder de mensen is, een hoop over zijn kant laten gaan. Hij staat niet op zijn ponteneur, en hij is niet zo vreselijk bang om te kort te komen. Hij heeft dan ook een beetje ruimte voor andere mensen: hij kijkt ook eens hoe het met hen gaat
Wat onze maatschappij betreft, denk ik, dat er al veel gewonnen is, als we niet met de wolven in het bos meehuilen: als iedereen de belasting ontduikt, hoef ik dat nog niet te doen, en ais iedereen er de kantjes afloopt, kan ik mijn werk nog wel behoorlijk doen. Wie van binnen vrij is, is in de maatschappij een betrouwbaar mens, en ik denk wel eens dat er meer behoefte is aan betrouwbare mensen, dan aan nog weer eens nieuwe maatregelen. Al blijf ik voorstander van een energieke, vooruitstrevende politiek.
Karp Lykow ging met zijn vrouw en zijn kinderen naar een bos in het zuiden van Siberië. Ik begrijp hem, maar ik doe het hem niet na. Ik houd het uit op een van de diepste woorden die Luther ooit gesproken heeft: het geloof, je voor God openstellen, en je door God vrij laten maken, is de dader, en de liefde is de daad.'


In een artikel in Woord en Dienst over de resultaten van de onderzoekscommissie-Oberman inzake het theologisch wetenschappelijk onderwijs citeert dr. M. den Dulk Joost van den Vondel uit diens 'boeren-catechismus'. Hier volgt het gedicht met de commentaar van Den Dulk:

' "Ik bid u, onderwijst mijn botheid:
wat is de faculteit der Godheid?

Vier ezels zotter dan de zotheid."

Met oude achterdocht mijmert hij nog wat na over het burgerlijk ongehoorzame, o zeker, revolutionaire karakter van het onderwijs aldaar:

"Zijn dan dees ezels zonder reden?

't Blijkt, als zij 't volk ontslaan van eden,
Gezworen aan de overheden."

Wat moet de kerk met zo'n opstandige predikantsopleiding?
Vondel wist het wel:

"Dat dient als onkruid uitgewied:
Ons Zaligmaker leert dit niet,
die 't volk gehoorzaamheid gebiedt."

Het kerkmens knikt instemmend en wacht af.
Dit is zijn catechismus.
Schrale troost voor Amsterdam, dat Vondel met deze woorden destijds de Leidse faculteit wilde treffen en dat Leiden dit oordeel zomaar drie en een halve eeuw heeft overleefd!
Voor Obermans underdog ziet de situatie er nu echter ernstiger uit.'
Voor goed verstaan: 'Amsterdams underdog' is de Amsterdamse theologische faculteit die volgens de Commissie Oberman moet verdwijnen.


Een lezeres zond mij de volgende passage uit de Catechismusverklaring van Johannes van der Kemp, een stukje dat vandaag opnieuw actueel Is. Van der Kemp was van 1692 tot 1718 predikant te Dirksland. Hij schreef 'Zijn Christenen geheel en al het eigendom van Christus in leven en sterven, vertoont in drieënvijftig predikatiën over de Heidelbergse Catechismus, een boek dat herhaaldelijk is herdrukt. Overigens schreef hij in zijn tijd reeds over 'de verdorvenheid van Neerlands Kerk'.

'Hoe verdorven Neerlands kerk ook zij, ja dat zelfs godlozen in Gods huis, en aan 't Avondmaal worden toegelaten. Scheid er echter niet van af, want gij hebt ze helpen bederven. Ergert gij u omdat ze opzieners toelaten die gij voor goddelozen houdt, men mag zich aan u ergeren dat gij die mensen niet eerst aanspreekt, gelijk uw plicht is, Math. 18 : 15, 16, 17. Wint gij niet met uwen plicht te doen, treur dan, doch loopt niet weg, dat nog minder voordeel doet. 't Scheuren van een kerk daar nog waarheid en Godzaligheid is, is ook kwaad. Hoe verdorven Neerlands kerk ook zij, Christus wandeft nog onder de zeven gouden kandelaren. Daar zijn er nog die de Heere als de Zijnen kent en verzegelt.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's