De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De lichamelijke opstanding – boerenbedrog?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De lichamelijke opstanding – boerenbedrog?

7 minuten leestijd

Jenkins
Op Pasen van dit jaar preekte de bisschop van Durham, David Jenkins, over de opstanding. Hij zei in die preek, dat hij niet gelooft in een lichamelijk opstanding van Jezus. Later voegde hij eraan toe, dat hij geen christen zou zijn, als hij er niet van overtuigd was dat Jezus Die dood was, door God is opgewekt en voor altijd leeft. In het magazine Hervormd Nederland van 15 juli is Cees Veltman met hem in gesprek. Uit het verslag van dat gesprek blijkt dat Jenkins voor de maatschappij en de gewone mensen van zijn diocees het marxisme de wind uit de zeilen wil nemen. Jenkins, die ooit directeur was van een instituut voor onderzoek naar de verhouding tussen kerk en samenleving, vindt dat het marxisme niet noodzakelijkerwijs de beste argumenten moet hebben over structuren, economie en menselijke waarden. Vanuit de Bijbel en de bronnen van andere godsdiensten laat zich volgens hem de vraag naar een nieuwe vorm van samenleving stellen, en dit is een grote kans voor het geloof.

Van Gennep
De Leidse kerkelijke hoogleraar Van Gennep is het met Jenkins eens. Ook hij gelooft niet in de lichamelijke opstanding van Jezus, en ook hij voelt zich daarbij geruggesteund door het bijbelse getuigenis. Daarbij maakt hij zich niet veel zorgen over de traditie van de kerk, vastgelegd in de belijdenis(sen). Het voordeel van deze eerlijke bekentenis is volgens hem, dat er ruimte ontstaat om mensen te begrijpen, die er ook 'geen bal van begrijpen', en zo samen tot een nieuw en zinvol verstaan van de opstanding te komen. De prediking dat Jezus Christus lichamelijk zou zijn opgestaan, is voor Van Gennep onder andere hermeneutisch onoverdraagbaar. Nu heb ik altijd gedacht dat hermeneutiek zich bezighoudt met regels en mogelijkheden van Schriftuitleg. Maar wat Van Gennep in de Waagschaal van 24 juni over hermeneutiek te berde brengt, lijkt mij eerder te gaan over voorstellingen die mensen zich maken van de opstanding. De maatschappelijke toepasbaarheid van de zaak (Jenkins) en het voorstellingsvermogen van het hedendaagse gemeentelid (Van Gennep) bepalen in hoge mate wat de heren schrijven en zeggen over de lichamelijke opstanding van Jezus Christus. Van Gennep gaat daarbij op zere tenen staan van medetheologen, die eigenlijk ook al tijden om de hete brij heenlopen, maar er niet voor uit durven komen. Inmiddels hebben velen van hun betrokkenheid bij deze opvatting van de opstanding afstand genomen. Je krijgt trouwens de indruk dat Van Gennep leedvermaak heeft over allen die hij er met de haren bijsleept (de Gereformeerde Bond, de EO, Barthianen) en die hem verwijten dat hij de zaak èn hen slecht verstaat. Zulk omgaan met mensen lijkt me geen reden voor een lintje in het geval van een hoogleraar in de praktische theologie, waaronder ook het pastoraat gerekend wordt. Jenkins brengt het er niet veel beter af, wanneer hij stelt dat zich druk maken over wat er gebeurde met het lichaam van Jezus, met zich meebrengt dat mensen de betekenis van de opstanding beperken tot hun eigen overleven na de dood. Van Gennep en Jenkins menen overigens beiden, dat ze de Schrift aan hun zijde hebben. De Schrift, die door tegenstrijdige verhalen reeds aangeeft, dat het Paulus en in zijn spoor de evangelisten niet ging om een lichamelijke opstanding. Wie dan aan het begin van Handelingen denkt, ontkomt niet aan de vraag, hoe Lukas van al die tegenstrijdige berichten kon komen tot een voorstelling, waarbij de lichamelijke opstanding van Jezus Christus – dat kan voor Handelingen niet ontkend worden, dunkt me – de kern van de christelijke verkondiging werd. In weerwil van alles wat Jenkins en Van Gennep als bijbels materiaal naar voren geschoven hebben, blijft het ook door anderen genoemde argument op tafel liggen: Israël kent geen geestelijke opstanding à la Van Gennep, en de opstanding van Jezus Christus is 'naar de Schriften'.

Als het nu eens wèl waar is…
Wie de lichamelijke opstanding van Jezus Christus loochent, moet rekenen op gevolgen daarvan aan het einde der tijden – wat meer is dan overleven – en beperkt zich tot de gevolgen van de opstanding voor dit leven en voor deze maatschappij, gestoken in het jasje van een koninkrijk van God. Nu beweert Van Gennep, dat hij als een kat om de hete brij (de lichamelijke opstanding) heeft gelopen en hij denkt dat dit niet alleen voor hem geldt, maar voor bijna iedere christen en voor bijna iedere theoloog (In de Waagschaal van 15 april). In de verdere discussie schijnt het woord schijnheiligheid gevallen te zijn. Muis deelde hem in de Waagschaal van 29 april mee, dat hij althans tot die meervoudsvorm, waar Van Gennep zich van bedient, niet behoort en niet wenst gerekend te worden. En de vriendelijke en zachtmoedige Den Boer distantieert zich in al even niet mis te verstane termen. Wat maakt mensen zo 'hels' bij hun weigering om door een ander geloofsmatig en theologisch ingedeeld te worden? Is dat een puur individuele reaktie? Dat kan, maar ik denk dat dienaren der kerk en belijdende leden van de kerk nog een andere reden zullen noemen. Zo'n handelwijze zou weleens aangemerkt kunnen worden als een verkrachting van het geweten van de ander. Wanneer de traditie van de kerk iemand ervan weerhoudt, zich over te geven aan eigen speculaties over de opstanding, dan verdient hij niet de openlijke of verholen betiteling van een schijnheilige, maar dan is hij voorzichtig. Eén van de opponenten van Van Gennep heeft ook uitgesproken dat hij evenmin de lichamelijke opstanding begrijpt als ieder ander, maar dat dit geen reden voor hem is, niet te geloven dat Jezus Christus lichamelijk is verrezen uit het graf. Wanneer wij 'belijders van dit soortelijk gewicht' van schijnheiligheid verdenken, dan zijn we lichtzinnig bezig. Lichtzinnig is het te menen, dat anno Domini 1989 het ei van Columbus uitgevonden wordt. Lichtzinnig is het te menen, dat men in zijn alleentje het op kan nemen tegen de overlevering (1 Cor.11) van Jezus Christus' eigen woorden. De Leidse faculteit heeft dat een keer meer meegemaakt, toen – ik citeer uit mijn hoofd Miskottes woorden tijdens een college dogmatiek – een koor in een kathedraal zong: Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt, en een mannetje in die kathedraal opstond en riep: Nee, stop, ik geloof dat niet. Onzin! was de korte commentaar van Miskotte.

Allard Pierson
Toen Allard Pierson in 1865 zijn ambt als Hervormd predikant neerlegde, schreef hij een brochure aan zijn laatste gemeente Rotterdam, die veel stof heeft doen opwaaien. In de aard van de kerk lag de reden van zijn heengaan, want de beginselen van de Hervormde Kerk waren niet te verenigen met Piersons beginselen. Hij legde het ambt neer om drie redenen: eerlijkheid tegenover de gemeente, een uitdaging aan het adres van de vrijzinnigen, en persoonlijk zoeken naar een bepaald soort wereldbeschouwing. Onder het tweede punt – de uitdaging aan het adres der 'modernen' – ging het hem erom dat de moderne theologie zich haar compromiskarakter bewust moest worden. Het verwijt trof met name mensen als J. H. Scholten, die trachtten de leer der kerk te verenigen met hun modernistische inzichten. Zoals Van Gennep nog een leuk onderwerp heeft voor een barthiaans geleerde (In de Waagschaal van 27 mei), zo heb ik voor hem nog een leuk stukje te lezen. Nameiijk wat Scholten in I, blz. 153 e.v. van zijn 'De leer der Hervormde Kerk' schrijft over de opstanding. Ik ben er vrijwel zeker van dat Van Gennep er 'zijn' Paulus en de hooggeroemde mystieke gemeenschap in zal terugvinden. Deze verzoening tussen christendom en 'wetenschap' noemde Pierson halfslachtig. Pierson heeft overigens zijn beslissing genomen en zijn standpunt verantwoord na heel veel strijd. Bij Van Gennep horen we slechts de uiting van bevrijding: 'Ik ben het met Jenkins eens'. Gevolgd door het seculiere grapje, dat hij niet hoopt dat de bliksem zijn huis treft. En daarna de uitdaging aan allen die het met hem oneens zijn: 'Het lijkt me prima. Er kan niet genoeg gevochten worden.'

De Kerk
Bij het geding inzake de verzoening contra de hoogleraar Smits heeft de Hervormde Kerk zich op een schandelijke manier van de zaak afgemaakt, via de ontsnappingsmogelijkheid van insubordinatie: Smits had zich niet aan het meerdere kerkelijke gezag, dat hem uitnodigde, onderworpen. Men liet de zaak voor wat die was. Ik hoop dat de kerk zich niet dezelfde weg veroorlooft inzake Van Gennep en Jezus' lichamelijke opstanding. Toen ging het om de verzoening, nu gaat het om de verlossing. En in beide gevallen ging en gaat het om de betekenis van vlees en bloed.

C. A. Tukker, Epe

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De lichamelijke opstanding – boerenbedrog?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juli 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's