Wat de Bijbel zegt over bezit en rijkdom (2)
Geld en Goed
Enkele conclusies
Onze conclusies uit het overzicht van de bijbelse gegevens willen we als volgt fonnuleren:
– Een duidelijke lijn is dat gelovigen in ootmoedige dankbaarheid een blijmoedig gebruik mogen maken van hun bezit. Het is – indien langs rechtmatige weg verkregen – een gave van God.
– Zij mogen niet schrokkerig noch hebzuchtig zijn. De bede van Agur in Spreuken 30 : 8 en 9: 'armoede of rijkdom geef mij niet; voed mij met het brood mijns bescheiden deels; opdat ik, zat zijnde, U dan niet verloochene, en zegge: Wie is de Heere? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele en de Naam mijns Gods aantaste', zal hun bede moeten zijn.
– Uit 1 Timotheus 6 : 17 en 18 volgt dat we niet op geld en goed ons vertrouwen mogen stellen. Wat we ontvangen hebben, dienen we in dienst van God en de medemens te gebruiken. Niet wie heeft is rijk, maar wie geeft is rijk. De verzoeking van rijkdom en bezit is steeds weer dat we ons vertrouwen erop gaan stellen en ons hart eraan zullen hechten. Dan verwordt het tot de afgod mammon, van wie we alles voor dit leven verwachten.
– Calvijn heeft in verband met de christelijke levenswandel in zijn Institutie en in zijn commentaren steeds gewezen op het maat houden. Men vindt enkele citaten in mijn opstel 'Ethiek bij Calvijn' in de bundel 'Reformatorische stemmen – verleden en heden', uitgegeven door de Willem de Zwijgerstichting. Hij gaat door tussen de anarchie van ongebonden, tomeloos genieten en het ascetisme van angstvallig niet durven gebruiken.
– Het gebruiken staat in het kader van het leven voor God. Het is nooit doel in zichzelf. Het is een geschenk waarvoor God dank dient te worden gebracht.
– De hierboven voltrokken principiële relativering betekent niet: een volstrekte nietswaardigheid van of onverschilligheid ten opzichte van geld en goed. Zij betekent wel de afwijzing van elke verabsolutering, behalve deze ene: God is de absolute Eigenaar van al ons bezit.
– Zo worden we met geld en goed geplaatst binnen de verbanden die God stelt. Het gaat erom dat we het incidentele en het situationele, het principiële en het structurele van onze omgang met geld en goed steeds weer in rekening brengen.
Dit laatste wil zeggen – teruggrijpend op wat we in het eerste artikel reeds aanstipten – dat we zowel voor het structurele als voor het individuele aspect van het vraagstuk oog hebben. We moeten versobering niet afwijzen, omdat de structuren toch niet veranderd worden. We moeten tegelijk zeggen dat de structuren niet anoniem zijn. Mensen dragen er verantwoordelijkheid voor. Er moet dus ook op de veranderingen van onrechtvaardige verbanden worden aangedrongen.
Enkele praktische vragen
Ik wil nu trachten enkele praktische aanwijzingen te geven met het oog op ons persoonlijk gebruik van geld en goed. De aanwijzingen zijn voor een deel als vragen ter bezinning (persoonlijk en gemeenschappelijk) geformuleerd.
1. Laten we onderscheiden tussen wat tot het noodzakelijke van onze uitgaven behoort. Daarnaast komt datgene wat wel gewenst is, maar zonder hetwelk we wel zouden kunnen. Tenslotte is daar wat echt luxe is of tot onze hobbies behoort.
2. Laten we deze driedeling eens toepassen op omvang en kwaliteit van wat we aan kleding aanschaffen; op vervoer en de aanschaf van een auto en het gebruik ervan; op de maaltijden en de vakantie(s) en op wat we aan tijdschriften en lectuur in huis halen.
Laten we een overzicht maken van al onze uitgaven. Wat behoort tot het noodzakelijke? Wat tot het wenselijke? Wat is echt extra? Tot welke percentages komen we dan?
3. Als we soberder willen gaan leven, waarop kunnen we dan het eerst bezuinigen? Stel eens een alternatieve begroting op, en leg die naast hetgeen bij punt twee als uitkomst op tafel kwam.
4. Wat zouden we kunnen, respectievelijk willen doen met het geld dat we 'over' hebben? We zullen het niet 'zomaar' weggeven. Kunnen we daarvoor een zinvolle bestemming vinden, in verscheidenheid van doeleinden binnen de kerk en daarbuiten, in dienst aan de naaste en de wereld?
5. Zijn we bereid om van datgene wat we extra voor onszelf besteden een ruim percentage als extra af te staan aan de onder 4 gevonden doeleinden? In deze zin, dat als we voor onszelf iets extra's kopen, we dan tegelijk een ander doen genieten van een percentage van wat we voor onszelf besteden.
6. Wat vinden we ervan (een groot deel van) de rente die we ontvangen, als een extra gift te besteden voor onvoorziene en onverwachte noden die zich voordoen? Hulp bij calamiteiten en dergelijke!
7. Kunnen wij onszelf oefenen in 'het is genoeg'. Nu op een bepaald terrein of in een bepaald jaar niet meer kopen. Kunnen we grenzen stellen aan het genot van onze kooplust en vakantiezucht?
8. Wat vinden we ervan een teken te stellen door bijvoorbeeld een dag per week matig of zelfs heel sober te eten? Op het terrein van de aankoop in een seizoen het 'genoeg' te laten horen en er niets bij te kopen? Op één verjaardag per jaar in het gezin niets extra's te eten of te drinken?
9. Zijn wij bereid de nieuwste produkten van de Sterreclame te negeren en zelfs te boycotten, als de bestaande produkten goed zijn? Zijn we bereid daarover ook in onze naaste omgeving te praten en zulk een boycot aan te bevelen?
10. Zijn we bereid ons te laten voorlichten, respectievelijk om voorlichting te vragen over de samenhang van produkten, produktie en milieuvervuiling? Zijn we bereid met minder genoegen te nemen ter wille van het behoud van het mlieu? Hebben we oog voor de milieu-uitbuiting doordat we het 'steeds meer en nooit genoeg' hanteren?
11. Zijn we bereid derdewereld-goederen te kopen, eventueel tegen betaling van iets meer, om ook daar de produktie te laten doorgaan?
12. Zijn we bereid de invulling van onze agenda kritisch te bekijken? en een vast percentage van onze vrije tijd in dienst van de kerk en het Koninkrijk van God te besteden (vrijwilligerswerk)? Voor sommigen kan dit betekenen dat ze wat minder moeten doen, omdat ze hun gezin en hun gezondheid uitbuiten!
Geen wettisch schema
Ik heb deze vragen niet gesteld om daarmee een wettisch schema aan de lezer voor te leggen. Ze werden gesteld om een bezinning op gang te brengen over ons bestedingspatroon. Ook om een vanzelfsprekendheid in de besteding van ons budget te doorbreken. Het kan zijn dat de een met de ene vraag niets kan doen, en de ander met de andere vraag niet. Als men in elk geval met een enkele vraag maar iets kan doen.
In deze vragen heb ik getracht iets te laten doorklinken van Calvijns oproep tot het maathouden en het matig gebruik van de dingen. In Institutie III hoofdstuk X en XIX staan prachtige dingen die we vandaag nog ter harte kunnen (en moeten) nemen. Calvijn wijst erop dankbaar de Gever te erkennen. Hij wilde ten koste van de dienstbaarheid het genot niet wegschrappen. Hij kroop niet weg in een wettische bezuiniging alsof een mens van niets mocht genieten. Hij hield zijn lezers wel steeds voor dat geld en goed niet het hoogste in het leven zijn. God te kennen en Hem te dienen door dankbaar gebruik te maken van wat Hij geeft, dat behoort tot het leven in de vreze des Heeren. Dat gebruikmaken bestaat in het zelf ervan genieten en niet minder in het anderen van het onze te doen genieten. Deze tweeheid dient kenmerkend te zijn voor de omgang van een christen met zijn aardse goed. Bezitten zonder ervan bezeten te zijn. Bezitten als niet bezittend; gebruikend als niet misbruikend (1 Cor. 7 : 31). Rijk zijn in goede werken, gaarne mededelende zijn en gemeenzaam, zoals Paulus het in 1 Tim. 6 : 18 schrijft.
Onze omgang met geld en goed moet een geestelijke zaak zijn. Zo bemoeit Gods Geest zich met de materie. Wie de Geest er buiten laat, gaat materialistisch te werk.
W. H. Velema
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's