De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

H. Jagersma, Numeri, dl. Il, 198 blz., geb. ƒ 69,50, uitg. G. F. Callenbach, Nijkerk, 1988.
In een keurige band verscheen in de bekende serie De prediking van het Oude Testament een verklaring van Num. h. 16 : 1 – h. 24 : 25.
De schrijver meent, dat men ten aanzien van de datering van dit Schriftgedeelte nauwelijks grond onder de voeten heeft. Hij denkt aan de tijd van Ezra en Nehemia – op zijn vroegst.
De rebellie van Korach, Datan en Abiram geeft vele moeilijkheden voor de verklaring. Naast dit drietal is er sprake van 250 vooraanstaande rebellen. Mozes richtte zich tegen Korach en zijn gehele club (èda). Korach trad op als de vertegenwoordiger van de Levieten, die het oude recht om priesterlijke diensten te verrichten opeisten. Datan en Abiram 'trokken niet op', d.w.z. zij weigerden pertinent de weg te gaan, die o.a. Abraham op Gods beloften ging. De keuze van Korach en de zijnen sluit in de mentaliteit van Egypte. Men ziet om naar de vleespotten van Egypte Ex. 15 : 3, een keuze, die een wisse ondergang betekent. Men wordt herinnerd aan de vrouw van Lot, Gen. 19 : 26. Mozes zag de rampzalige gevolgen van de wederspanning van het volk. Hier was geen rebellie tegen mensen (Mozes en Aaron), maar tegen de Allerhoogste. Talloos zijn de plaatsen waar het woord murmurering voorkomt: Ex. 16 : 2, 7, Num. 14 : 27, 29, 36 e.a. De ontkenning van Mozes' roeping betekent de verwerping van Gods werk. Hier komt ook uit, wie als een ware profeet gekarakteriseerd kan worden: zij, die uit hun eigen hart spreken. De rebellen zijn door een vreselijk Godsoordeel omgekomen, h. 16 : 33. De schrijver geeft een prototype van een ware priester: hij neemt, hij geeft; zo is hij een prototype van de Zaligmaker, tussen de doden en de levenden.
Velen zullen het beloofde land niet ingaan. Mozes, Aaron, Mirjam, alle Israëlieten, die twintig jaar en ouder waren zouden sterven in de woestijn. Ondanks alle menselijke falen gaat de Heere steeds opnieuw op weg met Zijn volk. Daarvan getuigt het water van Meriba. Aangrijpend is het sterven van Aaron op de berg Hor in Gods nabijheid, 'door een kus van den Heere' (zo in de joodse traditie).
In deze samenvatting tracht ik een beeld te geven van bewogen dagen van Israels historie.
Het tweede deel verklaart h. 21 : 21 – 24 : 25, de geschiedenis van Bileam. Hier heb ik meer dan eens bezwaren. Ten aanzien van de geschiedenis van de ezelin van Bileam meent de schrijver, dat dit op latere toevoeging berust. Zeven keer volgt een confrontatie tussen God en Balak. Balak – zo de schrijver – was niet zozeer een historische figuur, meer prototype van allen, die het werk Gods vernietigen.
Bileam staat tussen God en Balak. Hij – zo de schrijver – wordt beschreven als een echt profeet, zeer ten onrechte. Hij was overtuigd, dat hij geen andere opdracht had dan het doorgeven van Gods woorden. Bileam wordt ontboden niet voor waarzeggerij, maar om de vloek uit te spreken. Bileam is machtig, want het volk van Israël is gezegend. De schrijver vergelijkt Bileam met Abraham Gen. 12. Balak wordt vergeleken met de rijke dwaas uit de gelijkenis.
Vele schrijvers geven een negatieve beoordeling van Bileam – terecht naar de Schrift – men spreekt van een hebzuchtige bedrieger. Hij moge gezegd hebben 'Mijn ziel sterve de dood des rechtvaardigen' h. 23 : 10. Maar hij heeft geen deel aan wat hij zegt. Hij is zonder eer en loon weggejaagd. Hij stierf door het zwaard van Israël. De Schrift zegt, dat Bileam de bestraffing van zijn ongerechtigheid heeft ontvangen, het loon der ongerechtigheid, Jud. 11. En hij had dat lief 2 Pt. 2 : 15. Jud. 11 spreekt van 'Ik verloste Israël uit Bileams hand' Jos. 24 : 10.
Het boek eindigt met: De koning-messias heeft altijd het laatste woord. Het geheel moet kritisch worden bestudeerd; het verrijkt de hoop. Een vervolg zal wel reeds gepland zijn.
H. Bout, Huizen

Drs. R. R. Ganzevoort, Levensverhalen – Een verkenning in hermeneutisch crisispastoraat, J. N. Voorhoeve, Den Haag, 1989, 117 blz., (Serie Pastorale Handreiking).
Het is verhelderend om crisis en crisisverwerking te benaderen vanuit de invalshoek van levensverhalen. In dit boek vertellen vijf dwarslaesiepatiënten hun verhaal. Het gaat er in het pastoraat om deze verhalen samen met de pastorant te leren interpreteren en 'herschrijven'. Dit is een voorbeeld van het zogenaamde hermeneutische crisispastoraat. De jonge (Ned. Geref.) predikant van Alkmaar-Wormerveer geeft in dit boekje een waardevolle bijdrage.
J. H., Veenendaal

Eerstelingen onder Zijn schepselen, dr. A. N. Hendriks, Kampen 1989, 87 blz., ƒ 16,–.
In dit boekje bespreekt de auteur, vrijgemaakt gereformeerd predikant te Amersfoort, tien gedeelten uit de brief van Jakobus. Hij wil de lezers inzicht bieden in wat Jakobus verkondigt (7).
Het is een mooi boekje. De gedeelten zijn goedgekozen, exegetisch verantwoord. Duidelijk wordt wel dat Jakobus niet de wettische leraar is, die men met Luther maar beter uit de Theologie kan gooien, maar de man van de orthopraxie. Òf geloof en werken gaan samen, heel praktisch en konkreet, òf is er helemaal geen geloof. Ook een gedeelte als over het ziek zijn en bidden en zalven (5 : 14 v.) behandelt hij evenwichtig. Schrift met Schrift vergelijkend.
Ik denk dat het boekje goed gebruikt kan worden op een bijbelstudiekring om samen gedurende een winterseizoen met Jakobus bezig te zijn.
W. Verboom, Hierden/Harderwijk

Ds. C. Vonk, De voorzeide leer, Deel 1 Qa en 1 Qb, De Heilige Schrift, Mattheüs-Marcus/Lucas-Johannes, Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1988, 704 blz., resp. ƒ 56,90 en ƒ 59,50.
Opnieuw verschenen twee delen van de serie 'De voorzeide leer' en opnieuw zijn zij van de hand van ds. C. Vonk, die in deze reeks het grootste deel van de verklaringen voor zijn rekening nam. Men moet bewondering hebben voor de werkkracht en het doorzettingsvermogen van de auteur.
Opvallend is dat de schrijver zijn uitgangspunt neemt in het eerste evangelie en voor wat betreft de parallelle pericopen bij Marcus/Lucas in vele gevallen verwijst naar de verklaring van het desbetreffende gedeelte bij Mattheüs. Nog afgezien van het feit dat het zeer de vraag is of we Mattheüs als het oudste evangelie moeten beschouwen – veel pleit er voor te denken aan Marcus – is bovendien bij deze wijze van verklaren een groot bezwaar dat het eigene van elk van de drie synoptische evangeliën onvoldoende uit de verf komt en men wel zeer snel gaat harmoniseren. De verklaring zelf is wisselend. Hier en daar komt het niet uit boven een parafrase, terwijl dan ineens weer bij de behandeling van de Bergrede een zekere uitvoerigheid in de exegese je treft.
De literatuuraanwijzigingen zijn summier en bovendien in veel gevallen gedateerd. Behalve enkele publikaties uit vrijgemaakte kring wordt nauwelijks verwezen naar vakliteratuur van na de tweede wereldoorlog.
Uiteraard zijn er ten aanzien van de verklaring kritische vragen te stellen. Zo acht ik de verklaring van Mattheüs 23 : 37/Luc.13 : 35 zeer gekunsteld. De schrijver hoort er een oordeelswoord in aan het adres van Jeruzalem. Van een toekomstperspectief voor Israël wil hij niet weten. Ook bij de exegese van Mattheüs 27 : 25 zijn vragen te stellen.
Bij de uitleg van Johannes 6 komen we ineens een vrij uitvoerige passage tegen over de relatie tot het Heilig Avondmaal. Menigmaal verrast de auteur ons met een fraaie verwijzing. Zo tekent hij bij Johannes 4 : 53 aan: Naar de gouden regel van Joz. 24 : 15: 'Maar ik en mijn huis, wij zullen de Heere dienen'. Bij Mattheüs 2 : 23 wordt terecht de naam Nazoreeër in verband gebracht met de smaad van de Messias. Bij de verklaring van Johannes 16 : 8 v.v. heb ik me afgevraagd of men zo volstrekt kan zeggen dat het overtuigend werk van de Geest alleen betekent dat iemands mond gesnoerd wordt. Stellig is die notie aanwezig, maar de uitspraak zegt m.i. nog wat meer. Over de voetwassing worden ten aanzien van de liefdedienst goede dingen gezegd. Ten aanzien van het eerste gedeelte van de pericoop: de voetwassing als teken van Jezus' heilswerk is de schrijver erg summier. Zeer onbevredigend acht ik de verldaring van Luc. 23 : 43.
Zo zou er meer te noemen zijn, maar ik laat het bij deze enkele voorbeelden. Het voornaam uitgegeven werk is geschreven vanuit een diepe eerbied voor het unieke gezag van de Schrift.
A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's