De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Menselijk lijden en Gods voorzienigheid (5, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Menselijk lijden en Gods voorzienigheid (5, slot)

10 minuten leestijd

In één van de vorige artikelen wees ik reeds op Gods hand. Wanneer de Heere alles en allen als met Zijn hand onderhoudt, zo houdt dit in dat met name de schepselen diep afhankelijk zijn van de Heere. De gelovigen zijn als kinderen die aan de hand van moeder lopen en op eigen benen niet kunnen gaan. En als wij geloven dat 'alle dingen van Zijn vaderlijke hand ons toekomen', dan valt er in dit verband weer aan kinderen te denken, die geen onafhankelijke positie hebben, maar uit Vaders hand moeten leven.

Innige relatie
De hand Gods zegt iets van de innige relatie tussen God en Zijn schepselen. Het is geen vage, onbestemde of duistere macht die ons leven bepaalt, maar een hand, een levende hand, een Vaderhand. God heeft overal de hand in. Van belang daarin is, dat wij die hand zien en als het ware Gods handdruk voelen. Hiervoor is geloofsoefening nodig, zodat wij Zijn hand niet alleen opmerken in de schokkende gebeurtenissen in ons persoonlijk leven of in die van de volken, doch niet minder in de gewone alledaagse dingen zoals loof en gras, regen en droogte, voedsel en drank. Die alledaagse dingen vinden wij doorgaans heel gewoon en herleiden die niet tot God. Laten wij evenwel niet vergeten, dat alles ons uit Gods vaderlijke hand toekomt. Met dat 'alles' weten velen geen weg. Van Gods vaderlijke hand willen zij nog wel weten, wanneer het ze goed gaat in dit leven, maar o wee als zij door ziekte of andere tegenspoeden worden geteisterd of wanneer het lijden dat men ondergaat niet verstaan wordt, dan willen zij van die Vaderlijke hand niet weten. Het is daarom een groot stuk van het geloof, dat ziekte en tegenspoed, tranen en rouw uit Gods Vaderhand komen. En het is niet minder een groot geloofsstuk om in dat alles de warme handdruk van God de Vader te gevoelen en Hem te horen zeggen: 'Mijn kind. Ik vergeet u niet'. Dat is een gave, wanneer het zodanig ondervonden mag worden. Dat is werkelijk niet iets van onszelf, want van onszelf gaan wij er tegen in òf komen daartegen in opstand. Niet voor niets horen wij de apostel zeggen: 'Ik vermag alle dingen door Christus, die mij kracht geeft'. Inderdaad, in het geloof is het Christus die kracht geeft om ook het lijden gewillig te ondergaan. Dat is een les die wij moeten leren. Een moeilijke les. Want wij zingen soms heel gemakkelijk in de kerk of op een andere plaats: 'De Heere is recht in al Zijn weg en werk'. Ik zou van deze Psalmregel niet graag iets afdoen. Toch blijf ik erbij, dat wij deze Psalmregel gemakkelijk kunnen zingen als het ons alles voor de wind gaat. Het wordt echter wel anders, wanneer de Heere aan de voering van ons leven komt. Pure genade is het, wanneer wij het juist dan mogen zingen, wanneer ons bijv. een kind of een lieve man of zorgzame vrouw wordt ontnomen. Dan wordt met het hart beleefd wat wij eertijds misschien zo gemakkelijk zongen. Dan laten wij God God en schrijven Hem geen onrecht toe.

Heilzame vrucht
Soms kan het lijden een heilzame vrucht afwerpen. De Heere kan een mens alles afnemen om Zichzelf terug te schenken. Ik denk aan die zakenman. Dag en nacht was hij bezig met zijn bedrijf. Hij had amper tijd om te eten en de kerkgang op zondag schoot er wel eens bij in. Deze bedrijvige man werd ziek, ongeneeslijk ziek. Dat kon hij aanvankelijk moeilijk verwerken. Hij meende dat hij niet gemist kon worden. Morrend en opstandig lag hij in het ziekenhuis. Dit duurde net zolang totdat God overkwam en hem liet zien, dat er nog wel iets anders is dan alleen maar dag en nacht bedrijvig bezig zijn. Toen verdween zijn morren en opstand, en kwam er een grote worsteling om het heil in Christus deelachtig te worden, want hij miste de Borg voor zijn ziel. Groot was zijn vreugde, toen de Zaligmaker Zich in Zijn hart openbaarde en hij door het geloof mocht weten, dat het bloed van de Heere Jezus ook hem gereinigd had van alle zonden. De Heere had – zo zei hij – hem stilgezet, want anders was hij doorgegaan zonder zich te bekommeren om zijn ziel. Door een ingreep van de Allerhoogste kreeg zijn leven een andere wending. Een wending tot eeuwig heil. En in zijn lijden heeft hij de handdruk van Zijn Vader in Christus mogen ondervinden. In Vaders handen heeft hij, toen het tijdstip was gekomen om heen te gaan, zijn geest bevolen. De Heere had hem weliswaar alles ontnomen om hem alles te schenken.

Geduld
Job zei reeds, dat mensen moeilijke vertroosters zijn. Sommigen die lijden zullen deze ervaring zeker hebben. Hoe vaak wordt tot hen niet gezegd: 'Je moet maar geduld hebben'. Maar geduld is iets anders dan berusten in je lot. Opvallend is, dat ambtsdragers uit de mond van lijdenden nog wel eens horen: 'Er is toch niets aan te doen en het zijn geen mensen die het je aandoen?' Op een of andere wijze schikt men zich dan in zijn lot, doch met een onwillig hart. Over het lijden klaagt men niet, omdat het toch niet helpt. Doch let wel: deze aanvaarding van het lijden is geen vrucht van de Geest (wat geduld wel is), maar het is een bukken voor de overmacht. Iets dat met heidendom en fatalisme alles en met het christelijk geloof niets te maken heeft. Het heeft zeker geen betrekking op het christelijke geduld.
Christelijk geduld heeft trouwens evenmin betrekking op een zeker cynisme, dat in gelijkmatigheid alles over zich laat komen. Ook moet men daaronder niet een passieve lijdelijkheid verstaan. Hoe vaak heb ik wat dat betreft al niet een zieke horen zeggen, op mijn vraag hoe men dit alles ondergaat: 'Het is nu eenmaal niet anders'. Men bukt wel onder zijn lot, maar niet op die manier die de Schrift ons voorhoudt en het geloof ons leert. Want wat leert het geloof ons uit de Schrift? Wel, dat wij in alles, ook en met name in ons lijden, Gods Vaderhand opmerken die alles ten beste voor ons geleidt. Wanneer wij dit in het geloof opmerken, worden wij geduldig, echt christelijk geduldig. En dit christelijk geduld is meer actief dan passief. Het is een dulden, verdragen en volharden. Wij slepen het kruis niet mee, maar wij dragen het. Hoe paradoxaal dat mag klinken, maar soms kan het zelfs dan vrolijk gedragen worden. En dat dan niet, omdat het niet anders is, maar omdat God het niet anders wil en Hij ook in de tegenspoed zo onuitsprekelijk goed is. Zo wordt geleerd te bidden: 'leer mij willen en niet willen, wat Gij wilt en niet en wilt'. Wanneer daarom het geloof in het lijden op spankracht is, kan er zelfs in de verdruklangen geroemd worden. Zoals Job mocht zeggen: 'De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd'. Maar voor dit alles is wel geloof nodig en geduld in christelijke zin. Ook dat wij eenswillen gemaakt worden met de weg die de Heere met ons gaat. Wat is met name dit laatste broodnodig. Want als wij dit niet zijn, komt alles in ons in opstand tegen de weg die God met ons gaat. En dan denk ik weer aan ds. Jac. van Dijk. In het laatste oorlogsjaar zat hij in een kamp waar hij veel leed. Op een bepaalde dag zegt een van de kampbewaarders tegen hem, dat ds. Pop is overleden en een goede ruil heeft gedaan. Het leed in zijn leven had de Heere willen gebruiken om hem (ds. Pop) te louteren. Zijn sterven was voor hem eeuwige winst geworden. Ds. Jac. van Dijk, die dit alles zo aanhoorde, zei toen tegen die kampbewaarder: 'Man, zanik niet zo, ik wil uit dit kamp; in wil naar mijn vrouw en kind toe'. Hoe mooi het ook was wat die kampbewaarder zei, maar bij Van Dijk sloeg het op dat moment niet aan. Achteraf heeft hij wel ingezien, dat dit kamp en het lijden daarin door God gebruikt werd om hem te louteren, doch op dat moment niet. Dit brengt mij dan op de gedachte, dat wij in het pastoraat – en dat geldt met name voor de ambtsdragers – voorzichtig dienen te zijn met wat wij zeggen. Vooral de situatie, ook de geloofssituatie, waarin iemand zich bevindt, is van groot belang. Wij kunnen hele mooie en ware woorden spreken, maar die toch niet aan- en overkomen, omdat de persoon tegen wie wij deze woorden richten zich daarin niet herkent. Juist het menselijk lijden in verband gebracht met Gods voorzienigheid vraagt veel invoelingsvermogen en vooral een pastoraal hart. Wij dienen niet boven de mensen te gaan staan, maar met hen mee te worstelen en in die worsteling een goed woord uit de Schrift in die situatie te spreken. Wie van strijd en worsteling in eigen leven weet dienaangaande, zal het best een ander pastoraal kunnen helpen. Hoewel blijft staan, dat onze bekwaamheid is uit God.

Er blijven waaroms
In het bovenstaande maakte ik reeds duidelijk, dat vooral ambtsdragers voorzichtig dienen om te gaan met allen die aan hun handen zijn toevertrouwd. Zij moeten ervoor waken om op alles altijd een antwoord te willen geven. Dat is onmogelijk. Soms is het beter te zwijgen dan te spreken. Vooral dan, wanneer er geen antwoord gegeven kan worden. Een ding mag vaststaan in het pastoraat en dat mag ook altijd in liefde en ernst worden gezegd: 'God maakt geen enkele fout'. Niet dat wij dit nu reeds zien. Gezien gaat het worden als God de boeken opent. Op de dag van het grote wereldgericht zal alle onrecht ge­ vergawroken worden en zullen wij zien, wat wij nu geloven: het is alles goed, wat God bepaalt en werkt. Zo moeten wij ook in het lijden letten op het einde. Het zal blijken met name voor de kinderen Gods niet voor niets te zijn geweest.

Deur en venster
Onlangs vertelde een collega mij, dat zijn moeder jong was gestorven. Het moment kunt waarop zij heenging, zal hij nooit vergeten, maar ook niet wat zijn vader toen zei. Onder tranen zei hij tot zijn kinderen: 'Jongens, wanneer de Heere een deur dicht doet, opent hij een venster'. Dat is een mooi beeld, waarschijnlijk ontleend aan de ark van Noach. De Heere sloot weliswaar de deur van de ark toe, maar er was toch nog een venster. Het kan zijn dat wij veel moeten lijden en dat wij werkelijk niet altijd zien, waarom dat ondergaan moet worden. Zelfs kan het zijn dat de deur van de hoop achter ons is dichtgegaan. Maar… als de Heere daarin kracht naar kruis schenkt, is dit dan niet het venster dat Hij geeft? In één van de boekjes van ds. J. J. Poort las ik: de zon wil ook door kleine raampjes, vensters schijnen.

Slot
Het geloof in Gods voorzienigheid maakt juist in verband met het menselijk lijden rustig en evenwichtig. Met alles mogen wij ons in Gods hand weten. Dat wil niet zeggen, dat het altijd zo gaat als wij wensen òf uitgestippeld hebben. De Heere vervult wel al Zijn beloften, maar beslist niet altijd onze wensen. Wel is dit naar de Schrift, dat het kind Gods mag weten, dat niets of niemand hem zal kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus. Veel kan ons ontnomen worden, veel pijn en onrecht kunnen wij moeten lijden, doch van de liefde Gods in Christus Jezus, onze Heere, kan niemand ons scheiden. Het geloof mag weten: Zijn liefde blijft in nood en dood voor ons Zijn volk oneindig groot. Dat is de troost in druk ons toegezegd. Vanuit die troost dan geloofd, ook al verstaan wij Gods wegen met ons niet altijd. Naar ik meen was het Jacqueline van de Waal die dichtte en daarmee besluit ik:

'Schijnen mij Uw wegen duister,
Heer, ik vraag U niet waarom,
eenmaal zie ik al Uw luister,
als ik in Uw hemel kom.'

G. S. A. de Knegt, P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Menselijk lijden en Gods voorzienigheid (5, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's