De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gedenken en schenken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gedenken en schenken

6 minuten leestijd

En hij zal het brengen tot de zonen van Aaron, de priesters, van wie een zijn hand vol daarvan grijpen zal uit zijn meelbloem, en uit zijn olie, met al zijn wierook; en de priester zal zijn gedenkoffer aansteken op het altaar; het is een vuuroffer, tot een liefelijke reuk voor de Heere. Wat nu overblijft van het spijsoffer, zal voor Aaron en zijn zonen zijn; het is een heiligheid der heiligheden van de vuuroffers des Heeren.Leviticus 2 : 2-3

Gedenken en danken hebben alles met elkaar te maken. Dat zien we ook bij het spijsoffer. Het voornaamste daarvan is het gedenken van Gods werk van verlossing. De Heere heeft Zijn volk uitgeleid, uit de diepe kuil van de slavenellende. Door 's Hoogsten arm 't geweld onttogen, zal ik genoopt tot dankbaarheid verschijnen voor Zijn heilig ogen, met offers aan Hem toegezeid.
De offeraar gedenkt voor Gods aangezicht, dat de Heere gedacht heeft aan Zijn volk. God heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt.
Dat wijst naar een grootser gedenken van God. Naar Gods gedachten voor de wereld verloren in schuld. Gedachten des vredes en niet des toorns. Er wordt van gejubeld in de lofzangen. De Heere heeft Israël, Zijn knecht opgenomen, opdat Hij gedachtig ware aan de barmhartigheid. En: de Heere heeft ons een hoorn der zaligheid opgericht in het huis van David Zijn knecht (…) opdat Hij barmhartigheid deed aan onze vaderen en gedachtig ware aan Zijn heilig verbond. Aan de eed, die Hij Abraham onze vader gezworen heeft, om ons te geven. Gods Zoon is neergekomen in het menselijke vlees. Hij is onzer Een geworden, maar zonder zonde.
Hij heeft verlossing tot stand gebracht door Zijn plaatsvervangend lijden.
Denkt u eraan? We zeggen in bepaalde situaties: Dat vergeet je nooit meer. Zijn we nauwelijks aan de dood ontsnapt… Is ons leven wonderlijk gespaard. Dat vergeet je nooit meer. Daar denkt u aan, daar dankt u voor.
Hoeveel te meer zal dat gelden als uw ziel gered is van het eeuwige verderf! Losgemaakt uit de banden van de dood. Als u door Middelaarshanden aan de eeuwige dood ontrukt bent. En u door Hem het leven is bereid! Om nooit te vergeten!
Brengt u de Heere er spijsoffer voor? Een gedenkoffer? Niet met wierook, of met een handvol meelbloem en olijfolie. Maar met het zuivere reukwerk der gebeden? Denkt u eraan als u de Heere aanroept? Welt de dank op in uw hart, als u in de kerk meebidt, meegedenkt het grote werk van de drieënige God tot behoud van zondaren? En thuis, als u in de stilte knielt…
Zulke gebeden zijn Heere liefelijk. Niet vanwege hun grootte. Het was in de oude bedeling maar een handvol dank. In de nieuwe nog minder: twee lege handen in elkaar gevouwen. Is het dan om de waarde van die gebeden of van de bidders? Ook niet. In Israël moest een priester tussenbeide komen om het gedenkoffer aan de Heere te offeren. Dat is nu nog meer. Alleen dan kan onze dank in het gebed de Heere liefelijk zijn, wanneer die dank gegaan is door de handen van de hogepriester Jezus Christus. Zoals Paulus schrijft: Laat ons dan door Hem, door Christus, altijd Gode opofferen een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen, die Zijn Naam belijden.
Als daar uw hart nog niet naar hangt, dan hebt u veel te vrezen. Wie nog niet aanreist op het hemels Kanaän, die is nog in het zondig Babylon, in de stad Verderf. Die zal worden gedacht voor God in het laatst der dagen. Allen die buiten Jeruzalem blijven, zullen met Babylon drinken de drinkbeker van de wijn des toorns van Zijn gramschap.
Dat geldt onverschilligen, maar evengoed de dankers als de Farizeeër in de tempel: Heere, ik dank U dat ik niet ben als… Ik, ik, ik. Dat is geen liefelijk gedenkoffer, daar walgt de Heere van.
Dat geldt de mensen die zeggen te geloven, maar het moment dat hun verstand er ja tegen zei, is al weer lang geleden. Ze vergeten te danken… want, hebben ze eerlijk gezegd wel zoveel reden om te danken?
Er is ontkoming aan Gods gramschap! In de weg van Cornelius. De hoofdman uit Caesarea, de proseliet, de trouwe synagogebezoeker. Hij bad. En we lezen, dat zijn gebeden en aalmoezen tot gedachtenis opgekomen waren voor God. En dan wordt op zijn gebed een apostel door God gezonden: Petrus. Dan wordt hem de vrede verkondigd, die er is door Jezus Christus alleen. Die verkondiging wordt vastgemaakt aan zijn hart. De Geest van de Heere boeit hem ermee, en allen die het horen. Voor altijd.
Sluit u aan bij Cornelius in aanhoudend gebed. Smekend om bedacht te worden met de vergeving van uw zonden door Christus Jezus. Zouden uw gebeden dan niet tot gedachtenis opkomen voor God? Is dat voor u niet? Zijn zulke aanbiedingen voor uw oren niet bestemd? Uw leven is immers zo voorbeeldig niet… Gaat u mee naar de kruisheuvel Golgotha. Hoor de moordenaar naast de Koning der joden: Heere, gedenk mijner, als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn. Die moordenaar kieeg antwoord: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn! Wanhoop dan niet aan God en Zijn Christus, als u reden hebt te wanhopen aan uzelf.
Nu was het spijsoffer niet alleen gedenkoffer. Want wat overbleef van het geöliede meel, nadat er een handvol van was geofferd, dat had ook een bestemming: de instandhouding van de tabernakeldienst. Het was voor het overige het eten voor de priesters in de tabernakel. Die leefden van de gaven, die het volk aandroeg naar de tabernakel. Verplichte en vrijwillige bijdragen. Zo is het met de priesterdienst altijd gebleven. De stam van Levi werd daarom een eigen deel van het land ontzegd. De Heere was hun Erfdeel. In het Nieuwe Verbond is het met de apostelen niet anders. Christus zond Zijn apostelen uit Israël zonder geld, voedsel, en extra kleding. Paulus schrijft: Weet gij niet, dat zij die de heilige dingen bedienen, van het heilige eten? Die steeds bij het altaar zijn, delen met het altaar.
Dit offer laat ons zien, dat dankbaarheid ook te maken heeft met onze gaven tot instandhouding van de eredienst. Wie de Heere erkentelijk is, wil ook hierin zijn/haar spijsoffer brengen. Dan volstaat u niet met een karig fooitje in de kerkvoogdijzak, of met een tientje voor de vrijwillige bijdrage.
En aan de andere kant: het gegevene wordt in dit hoofdstuk een heiligheid der heiligheden genoemd. Dat geeft een signaal aan hen, die de bijdragen van de gemeente mogen beheren. Hoe gaan we ermee om? Kerkvoogdelijk werk is omgaan met geheiligde gaven. En leven van geheiligde gaven, zoals predikanten en andere kerkelijke werkers het doen mogen, krijgt dat hier ook geen teken mee?
Met gebeden, met gaven voor de eredienst, met leven van de eredienst; met dat al mag gezocht worden een liefelijke reuk te laten opstijgen tot voor de Heere.
En dat om de genade van onze Heere Jezus Christus, Die om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.

C. J. P. van der Bas, Hoevelaken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Gedenken en schenken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's