De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Terwille van het volk Gods

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Terwille van het volk Gods

12 minuten leestijd

Wijlen professor C. Veenhof, met wie ik onvergetelijke contacten heb gehad in de laatste jaren van zijn leven, heeft me in die tijd toevertrouwd dat hij door al zijn kerkelijke zekerheden was heengezakt. Na de Doleantie (1886), een Vrijmaking (1944) en na de Vrijmaking nog weer eens een Vrijraking (1966), was het hem allemaal teveel geworden. Hij had aan den lijve ondervonden wat scheuringen betekenden. Van harte leefde hij overigens mee met het wel een wee van de gereformeerden in de Hervormde Kerk. Dat had óók te maken met dat heengezakt zijn door kerkelijke zekerheden. Hij durfde geen al te grote woorden meer te gebruiken ten opzichte van 'hen die bleven' nadat hij meegemaakt had hoe diep de kerven waren, die in gemeenten, in families en in gezinnen waren getrokken in de scheuringen, die zich hebben voorgedaan.


Ik heb de laatste tijd veel aan hem moeten denken in het kerkelijke rumoer, dat we enkele weken achter ons lieten maar dat toch op bepaalde momenten weer helemaal bovenkwam in onze overpeinzingen. Thuisgekomen van vakantie was er in de kerkelijke pers toch weer zo het één en ander te vinden van de 'kwesties', die de gemoederen vandaag zozeer bezig houden.

Een artikel in Opbouw (het geesteskind van prof. Veenhof) was van dien aard, dat ik het las en herlas. Het was van de hand van drs. H. de Jong, Nederlands gereformeerd predikant te Amsterdam, wiens pennevruchten altijd het eerst mijn aandacht vragen wanneer Opbouw in de bus glijdt. De Jong heeft een versneden pen en schrijft altijd over zinnige zaken. Wèl vroeg ik me wel eens af of hij een blinde vlek had ten aan zien van wat zich in hervormd gereformeerde kring afspeelde. Maar nu schreef hij dan een uitvoerig artikel onder de titel 'Waren afscheiding en doleantie kerkpolitiek van aard?'
Het gaat hem in zijn artikel over de positie die de Gereformeerde Bond vandaag in de Hervormde Kerk inneemt. Hoewel uit het geheel van zijn artikel blijkt, dat hij zijn gedachtengang baseert op datgene wat hij in de dagbladpers las – geselecteerd uit de kerkelijke pers en dan met name ook uit ons blad – wil ik aan deze gedachtengang toch aandacht geven. Al vraag ik me af of De Jong's artikel er niet anders zou hebben uitgezien als hij integraal gelezen had wat de afgelopen maanden in de Waarheidsvriend geschreven is. Ik laat overigens terzijde wat De Jong aan en over mij persoonlijk schrijft. Daarop zou ik alleen subjectief kunnen reageren en dat dient de zaak niet. Dat ik bijvoorbeeld de laatste maanden 'boos' zou zijn geweest komt regelrecht voort uit de interpretatie, die A. J. Klei in Trouw verbond aan één bepaald artikel, waarin ik inging op wat links en rechts te berde werd gebracht. Ik was eerder bedroefd dan boos.

Doleantie
De Jong plaatst zich klaarblijkelijk op het standpunt van de Doleantie. Het bloed kruipt bij hem kennelijk waar het niet gaan kan. Hij heeft gelijk als hij mij in het geding van de laatste maanden toedicht, dat ik het woord doleantie niet meer kan uitstaan. Maar dat dan overigens waarachtig niet alleen omdat de Doleantie een berekende afscheiding was maar niet in het minst ook, omdat de geschiedenis van de Doleantie er een is van aflopende wateren, hetzij door de deconfessionalisering van de 'Dolerende Kerk' als zodanig, hetzij door de repeterende breuk, die het gevolg was van die deconfessionalisering.


Ik ben er diep van overtuigd dat de Afscheiding, om nu De Jong zelf te citeren, inderdaad 'een oplossing was voor de kerkelijke nood'. Maar ik ben er even diep van overtuigd, dat de Doleantie dit niet was. De Doleantie heeft – en nu ga ik in de gedachtengang van dr. Ph. J. Hoedemaker – de nood alleen nog maar groter gemaakt. De Doleantie, zei hij, heeft de oplossing alleen nog maar onmogelijker gemaakt. We zien in Samen op Weg dat die nood inderdaad nog groter geworden is.

Intrigerend
In dit verband gaat De Jong dan in op wat ik schreef ten aanzien van de oproep van (hedendaagse) afgescheidenen en (hedendaagse) dolerenden om af te scheiden van de Hervormde Kerk, zònder dat eraan toegevoegd werd: kom over tot ons. Ik laat nu voor alle duidelijkheid drs. De Jong zelf uitvoerig aan het woord.

'(…) Eigenaardig, toen Kuyper buiten de Hervormde Kerk was komen te staan, toen bleek toch niet dat hij zijn plaatsje al besproken had in de afgescheiden kerken. Zover strekten zijn berekeningen zich blijkbaar niet uit. De onderhandelingen over een mogelijk samengaan van afscheiding en doleantie kwamen pas naderhand op gang. Terecht natuurlijk. Wie zich afscheidt kijkt niet naar andere kerken, die heeft de blik enkel gericht op de kerk die hij verlaat en die stelt de vraag: hoe zal mijn kerk hierop reageren? Trekt zij er zich iets van aan? Komt ze tot zichzelf? En zit dan ook in een afscheiding altijd een belofte opgesloten: we keren terug als de oorzaak, de aanstoot weggenomen is. De oprechtheid vergt dat dat tenminste enige tijd wordt afgewacht.

Duidelijkheid vereist
Wie zou het derhalve de Gereformeerde Bond kunnen kwalijk nemen wanneer zij na uittreding eerst enige tijd op zichzelf zou blijven? Niemand. Zij zou veeleer verdenking van kerkpolitiek op zich laden wanneer ze zo één-twee-drie al wist met wie ze verder wil optrekken. Maar Van der Graaf vindt zo'n afscheiding à la het blinde paard een gruwelijk vooruitzicht… Het betekent gewoon een nieuwe scheur in kerkelijk Nederland, met alle gezinsontwrichtende gevolgen van dien. Wederom valt uit deze woorden de weerzin tegen de afscheidingen van vroeger tijd op te maken. Alles lijkt beter dan dat. "Dan toch maar lijden aan de kerk!" Laat ik duidelijk zeggen dat ik mij goed kan voorstellen dat ir. Van der Graaf zich weinig aangetrokken voelt door het voorbeeld van de kerken der scheiding. Als daar nog een oproep vanuit gaat dan toch deze: maak u vrij en doe het beter dan wij. Maar van de andere kant zeg ik dat het tot onze maatschappelijke verplichtingen behoort dat wij onszelf naar anderen toe duidelijk maken en dat hervormde christenen daar kerkelijk in tekort schieten. Ik verwacht van hen geen oplossing, zoals ik al aangaf, maar wel duidelijkheid.'

Met andere woorden
Drs. De Jong zegt dus dat afscheiding gewoon een zaak is van kerkelijke gehoorzaamheid, van beginsel. Om dan bij voorbaat te weten bij wie je terecht komt is – zegt hij – hetzelfde als wat ik Kuyper verwijt, namelijk het ontwerpen van een program. Kuyper organiseerde immers ook vooraf hoe het gaan moest? Maar dit bestrijdt De Jong mij juist.
Toen nu brak mij de klomp. Want Kuyper had toch inderdaad ook al gepland, dat hij de kerkelijke goederen, met name ook de kerkelijke gebouwen zou meenemen? Hij had in zijn program zijn kerken toch al veilig gesteld? Dat hebben de afgescheidenen nooit gedaan of gewild. Zij hebben inderdaad de acte van afscheiding èn wederkeer opgesteld; wederkeer naar de kerkenorde van Dordt en wederkeer naar de vaderlandse kerk als deze op de weg van haar dwalingen zou terugkeren. De Ledeboerianen gingen nog een stap verder (terug): 'God zal ons haar weergeven'.
Maar Kuyper treurde al direct over het verlies van de kerkelijke goederen. De benaming doleantie is er rechtstreeks aan ontleend: treurnis over de kerkelijke goederen. Omdat die toch in handen bleven van de hervormden.
Toegegeven, het heeft verder enkele jaren geduurd voordat dolerenden met afgescheidenen gingen praten (1892) om zo vervolgens te komen tot de definitieve Gereformeerde Kerken in Nederland. Maar ook toen nog bleven de Christelijke Gereformeerde Kerken terzijde om van de Kruisgezinden en Ledeboerianen nog maar te zwijgen. De kerkelijke nood wèrd niet opgelost.
De Jong zegt echter: laat de Gereformeerde Bond maar uittreden, niet wetend waar hij komen zal. Hij zegt dat ongetwijfeld tegen de achtergrond van de scheiding, die zich in 1966 in vrijgemaakte gelederen voltrok. Ook toen voltrok zich een afscheiding zonder dat er een kerkelijk uitzicht was. Alle samensprekingen, die daarna verder met anderen plaats vonden (met name met de Christelijke Gereformeerde Kerken), hadden geen of slechts een marginaal resultaat.


Believe me, drs. De Jong, hoewel u beaamt dat het beeld van de verdeelde kerken van Afscheiding en Doleantie voor ons geen aanlokkelijk beeld kan zijn: kùnt u niet begrijpen, dat we niet zouden weten met wie we als hervormd gereformeerden in zee zouden moeten gaan? En als u vraagt: 'Maak u vrij en doe het beter dan wij', dan heb ik gerede twijfel òf we het beter zouden kunnen doen. U doet nu een beroep op onze prestatie. Maar zo liggen de dingen nu eenmaal niet. Gods kracht wordt in zwakheid volbracht. Dat is een bevindelijke gewaarwording. Misschien hebben wij wel minder kracht en moed dan u vermoedt. En desalniettemin zijn ons gemeenten toevertrouwd.

Het volk
Ooit heeft dr. J. G. Woelderink gezegd, dat hij de Hervormde Kerk niet los kon laten vanwege het volk in die kerk. Met volk bedoelde hij het volk Gods, hoe breed of hoe nauw men dat begrip ook definiëren wil.

Het is onmiskenbaar dat, ondanks Afscheiding en Doleantie, het wederbarende werk van de Heilige Geest in de kerk der vaderen is doorgegaan. Er was en is een volk, dat het geklank kent. Dat heeft te maken met het wondere geheimenis van de bewarende Verbondstrouw van onze goede Verbondsgod. Wij willen het verbond niet ongehoorzaam zijn.

Dat betekent intussen niet, dat we niet toe hebben te zien op de rechte leer. Want alleen wanneer het Woord van God recht gesneden wordt zal er dageraad zijn. Maar kennelijk heeft het de Heilige Geest behaagd om de prediking van zonde en genade, dwars door kerkelijke ontrouw heen, te gebruiken om mensen terecht te brengen, hen te brengen op de weg van eeuwig heil. Dat mogen we toch niet bagatelliseren! Dat werk mogen we toch ook niet tegenstaan door opnieuw de verwarring van een nieuwe scheuring op te roepen, die geestelijk verwoestend werkt?


Ik beaam intussen één ding in de gedachtengang van drs. De Jong. Hij vraagt zich af of een nieuwe scheiding zich zou moeten voltrekken op de kwestie van tucht over homosexuelen. Anderzijds gaat hij zelf erg ver in zijn gedachtengang, wanneer hij namelijk zegt, dat hij iemand niet met de kerkelijke tucht zou durven achtervolgen als die 'uit bestaansnood naar het hulpmiddel van een homofiel samenleven grijpt.' Dat is in de huidige hervormde problematiek een verregaande uitspraak. De Jong zou in de concrete situatie van de hervormde synode niet de kant hebben gekozen van de hervormd gereformeerde afgevaardigden?, zo vraag ik me dan af. De Jong moet zich dan echter ook wel realiseren, dat zich afgelopen zondag, een paar straten voorbij zijn kerk in Amsterdam, een demonstratie rondom het avondmaal heeft voltrokken, (toen homofielen, zonder voorbereiding, soms zonder lidmaatschap en anderen met lidmaatschap van een andere kerk, maar allen duidelijk te kennen gevend, dat zij praktiseerden) een demonstratie aan en rondom het avondmaal opriepen. De Jong zal dat in zijn gemeente niet meemaken. Is dat vanwege zijn tolerantie of vanwege zijn afgescheiden zijn? Want hij woont en werkt toch ook in Amsterdam? In de Jeruzalemkerkgemeente heeft men direct de pijn van het recente synodebesluit ervaren.


Toegegeven, het ware ook mij liever, dat er meer reactie op Van Genneps opvattingen omtrent de lichamelijke Opstanding vanuit de gemeenten zou zijn gekomen dan nu het geval is rondom de homo-kwestie. Maar feit is nu eenmaal dat direct-concreet-grijpbare zaken méér aandacht-trekkend zijn dan die zaken die te maken hebben met de reine leer. Maar ethiek heeft toch ook alles te maken met de Opstanding. Het gaat toch ook om de opstanding tot een nieuw leven?

Volk Gods
Dan nu toch ter afsluiting nog één keer terug naar 'het volk Gods'. Ik besef zeer wel, dat we voorzichtig moeten zijn met het classificeren, het indelen van mensen. Drs. De Jong sluit echter zijn artikel af met te zeggen, dat hij, wat hem betreft, de hervormd gereformeerden niet oproept om zich in zijn gelederen te voegen. 'Daarvoor ben ik tezeer onder de indruk van het verschil in houding en traditie tussen hen en ons', zegt hij. Welnu, dat is al eerder van andere zijde gezegd. Ik denk dat dit bij drs. De Jong samenhangt met een verschil in visie op het gemeente zijn. Niet alles is Israël wat Israël heet. Maar wordt in de visie van drs. De Jong de verwarring onder 'het volk Gods' niet al maar groter, doordat hij geen kerkbegrip meer heeft? Bovendien, zo voeg ik daaraan toe, de stad Sodom zou wel gespaard zijn gebleven omwille van vijf rechtvaardigen; omwille van het volk Gods dus in die stad. Laat ik het oudtestamentischer zeggen: omwille van de rechtvaardigen, de tsadikiem, spaart God de stad.


Recent zijn twee ouderlingen gestorven die, door kwaad en goed gerucht heen, de kerk der vaderen op het hart droegen. In mijn jonge jaren keek ik met respect naar hen. Ze waren er ook in afgescheiden kerken. En ik zeg met Hoedemaker, dat ik bij voorbaat behoor bij hen, die de waarheid, waarom het ons beiden te doen is, anders uitdruk dan hij van zijn jeugd af aan gewend is geweest. Met dat volk, al is het overigens zelfs Jan Rap en zijn maat, ga ik ook maar verder, de toekomst in. Ik schakel mij óók bij dat volk, waar het zich in eigentijdse taal uitdrukt. Wat dit laatste betreft signaleer ik een opwekking, een nieuwe opleving onder jonge mensen vandaag, zelfs onder indrukwekkende tekenen.
Hoop doet leven. Die hoop wordt ook gevoed door een nieuwe lente en een nieuw geluid van jongeren, dat het oude geluid van ouderen in zich heeft.


Drs. De Jong heeft ons al met al geen visie op de kerk geboden. Slechts een uitgaan, niet wetend waar we komen zullen. Zouden we zulk een uitgaan echter óók niet kunnen praktiseren in een kerk, die vandaag opnieuw onder spervuur staat? Ooit heeft wijlen ds. B. Moorrees ten tijde van de Afscheiding indrukwekkend getuigenis gegeven van zegenrijke avondmaalsviering, direct na de Afscheiding. Zou dat ook vandaag niet kunnen?

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Terwille van het volk Gods

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's