De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Danken en beloven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Danken en beloven

6 minuten leestijd

En de priester zal dat aansteken op het altaar; het is een spijs van het vuuroffer voor de Heere.Maar het vlees van het lofoffer van zijn dankoffer zal op de dag van zijn offerande gegeten worden; daarvan zal men niet tot de morgen overlaten.En zo het slachtoffer van zijn offerande een gelofte, of vrijwillig offer is, dat zal ten dage als hij zijn offer offeren zal, gegeten worden, en het overgeblevene daarvan zal ook de volgende dag gegeten worden.Leviticus 3 : 11 en 7 : 15-16

Aan het dankoffer was een maaltijd verbonden. Te nuttigen bij de tabernakel, voor Gods Aangezicht. We lezen ervan in hoofdstuk zeven. Het vlees van het dankoffer werd dezelfde dag dat het dankoffer werd gebracht, gegeten door de offeraar met zijn gezin. We kennen de geschiedenis van Elkana: Hij gaf op de dag dat hij offerde Peninna een deel, maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel van het vlees. Zo werd de gemeenschap van de offeraar met de Heere zichtbaar aan de plaats waar de maaltijd werd gehouden: voor Gods aangezicht.
Maar er is meer van die verbondenheid te zien. Er ging aan het eten van de offeraar wat vooraf. Eerst werd het offer immers gebracht; een offer omschreven als spijze. Het vette van het offerdier is voor de Heere. Het vet, dat waarin men de kracht van een dier vermoedde. Het beste voor de Heere.
Dat deel van het dankoffer ging in vlammen op, als een spijze voor de Heere. De Heere is zo Deelgenoot aan die maaltijd bij de tabernakel. Hij is de Eerste. Hij is de Voornaamste. Zijn deel mag de offeraar zelf niet op het brandoffer leggen. Zijn deel mag niet worden geofferd, of eerst moed bloed vooruit gedragen worden, bloed dat gesprenkeld wordt tegen de zijden van het altaar. Zo is er een heilige gemeenschapsoefening van arme zondaren met de hoge God.
Nu is dat element van gemeenschap zeker ook te vinden in het Heilig Avondmaal. Daar klinken immers de woorden: het brood dat wij breken, is de gemeenschap aan het lichaam van Christus; de drinkbeker der dankzegging, die wij dankzeggende zegenen is de gemeenschap aan het bloed van Christus? Aan de Tafel des Heeren wordt, door de Heilige Geest, gemeenschap geoefend tussen Christus en de gelovige. Daar is hemelse spijze en drank voor een hongerige en dorstige ziel.
Loopt er vanuit het paasmaal een duidelijke lijn naar het Heilig Avondmaal met alle nadruk op wat de Heere gedaan heeft en doet: Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt! Vanuit het dankmaal is er verbinding met de Maaltijd van het Nieuwe Verbond in de dankzegging en de geloften, in stille verwondering beleefd en beloofd.
Wellicht bent u Avondmaalganger geworden. Ik wil u vragen hoe u aanzit. Die minuten hebben gewicht. We mogen ons er bewust op voorbereiden, dat onze gedachten daar zullen zijn, waar ze behoren te zijn. Als dan het brood gebroken wordt, denken aan de breuk die wij geslagen hebben tussen ons en God. Van ons uit onherstelbaar… Maar wat wonder: Christus heeft Zijn lichaam gebroken, om de breuk tussen de Heere en mij te helen. Dat door Woord en Geest te mogen erkennen en geloven: gebroken te zijn van hart en de genade van Christus, die het hart herstelde. Het gebroken brood wijst naar Christus in de hemel, naar de Heiland.
En de drinkbeker der dankzegging, wijzend naar Zijn bloed. Wat denkt u? Had het uw bloed moeten zijn, voor uw schuld?
Maar met uw bloed kunt u het nooit en nimmer wegwassen. Zo vuil is uw hart en uw leven. En dan in geloof hart en handen mogen houden onder dat bloed van Christus… Vergoten tot een volkomen verzoening van al uw zonden. Wat wordt u daar klein van: die diepe kuil van uw wanbedrijven, vlakgemaakt met de kruisheuvel van Gods genade. Dan klimt de lof op in het hart. Geloofd zij God met diepst ontzag. Ik zal liefde en lof voor U ten offer mengen in het heiligdom waar het volk vergaderd is. Daar waar God bevestigen wil, dat de breuk geheeld is, daar waar Gods Zoon, onze Heiland gemeenschap oefent met de Zijnen. Daar mag uw hart vervuld zijn met heilbespiegelingen. Daar mag uw hart vol zijn van Gods goedheid voor een slecht mens. Lof en dank aan de Dis des Verbonds.
Zeker zijn er dingen, die dat kunnen verhinderen. Gespannenheid bijvoorbeeld, die u meeneemt als u toegaat. U komt met vreze en beven. U weet van de heiligheid van de Tafel. U bent ermee bezet, dat de hoge God in Christus u laat nodigen. U kunt niet blijven zitten, en u gaat met de huiver in uw hart, daar te zitten voor Gods aangezicht. En eerbied is hier op zijn plaats. Wie dat nu enigszins in de weg zou staan bij deze bevestiging en bezegeling van Gods genade aan het hart. Laat die bidden, dat er bij de vreze ook lof en dank zal worden gevoegd.
Daarbij is het aanzitten aan het Heilig Avondmaal ook bijzonder gelegen om de Heere te be-loven. Want Christus heeft lang aan uw hartedeur geklopt, u deed Hem open, van die dag af hebt u zichzelf ertoe verbonden om voor Hem te leven, op de weg van Zijn geboden te wandelen. En wat bent u daarin tekortgeschoten. U hebt u met zulk een ijver om God te dienen niet begeven, als u schuldig bent. U hebt dagelijks met de zwakheid van uw geloof en de boze lusten van uw vlees te strijden… Toch nodigde Christus u aan Zijn tafel. Toch trok Hij u met de koorden van Zijn liefde. Hij houdt trouw. En Hij verkwikt uw ziel. Is dat niet het uitgesproken moment om ook van uw kant uw trouw te vernieuwen, uw belofte opnieuw te doen: dat u begeert in Zijn kracht tegen de zonde te strijden en een nieuw godzalig leven te leven. Ook beloven is deel van een waardige Avondmaalsgang.
Of komt u niet in de kerk als het tweede sacrament bediend wordt? Daar kunt u niet gerust bij blijven! Immers in deze tekenen en zegelen gaat het om het hart van het Evangelie! Ziet u niet uit naar Gods heelmakende genade?
Verkijk u niet! Kijk niet langer heen over de breuk die u geslagen hebt tussen uw ziel en God. Zie op het eerste sacrament. In dat zegel is de ernst van de zonde te zien. Kinderen des toorns, we kunnen in het rijk Gods niet komen, tenzij wij van nieuws geboren worden. In dat teken wordt het kloppen van Christus de Heiland zichtbaar: het onderstreept wat in de prediking van het Evangelie te beluisteren is: Hij wil bij u binnen. Hij, Die alleen Gods heil kan doen zien. Hoelang houdt u uw hart nog gesloten? Wie weet is het niet lang meer, en dan kan u niet meer openen… En vindt u de hemelpoort straks voor u gesloten… eeuwig.
Maar waar u open doet, daar wordt gemeenschap met Hem geoefend, daar ontvangt u uitzicht op de eeuwige maaltijd, die Christus toebereidt in de hemelen voor al de Zijnen.

C. J. P. van der Bas, Hoevelaken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Danken en beloven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's