De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verborgen zonden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verborgen zonden

5 minuten leestijd

En hij zal deze var doen, zoals hij de var van het zondoffer gedaan heeft, alzo zal hij hem doen; en de priester zal voor hen verzoening doen, en het zal hun vergeven worden.Daarna zal hij die var tot buiten het leger uitvoeren, en zal hem verbranden, zoals hij de eerste var verbrand heeft; het is een zondoffer der gemeente.Leviticus 4 : 20-21

We weten van verschillende soorten zonden. Je hebt zonden in het doen. Je hebt zonden in het nalaten. Er zijn zonden van hand en mond en hoofd. Er zijn er ook waar u zelf niet van weet. Dwalingen heten ze in Leviticus 4. Het brengt ons de psalmregels te binnen: Maar Heere, wie is de man, die op het nauwkeurigst kan zijn dwalingen doorgronden? Wie kan dat? U zou kunnen denken, dat verborgen zonden niet de grootste zonden zijn. Over grote kijk je immers niet heen?
Maar toch. Petrus spreekt in Handelingen 3: Gij hebt de Vorst des levens gedood (…) en nu broeders, ik weet dat gij het door onwetendheid gedaan hebt, zoals ook uw oversten. En Paulus schrijft in de eerste Timotheusbrief: Ik was tevoren een godslasteraar en een vervolger en een verdrukker, maar mij is barmhartigheid geschied, daar ik het onwetend gedaan heb in mijn ongelovigheid.
Zonden in onwetendheid: de kruisiging van Christus, en de vervolging van de christelijke gemeenten… Verborgen zonden kunnen dus ook grote en grove zonden zijn.
Ze worden soms bedreven door een heel volk. Daarvan spreken bovenstaande verzen ook. Wat als de hele vergadering van Israël is afgedwaald? Wat als volksgewijs Gods recht is tekort gedaan? Daar moet wat aan gedaan worden.
Zou de algemene zonde, als ze eenmaal aan het licht gekomen is, niet worden beleden? Zou men er overheen leven, de tabernakeldienst gewoon voortzetten alsof er niets gepasseerd was, daar heeft de Heere een afkeer van. Dan geldt wat Jesaja profeteerde: Waartoe zal Mij zijn de veelheid van uw slachtoffers, zegt de Heere, Ik ben zat van de brandoffers der rammen, en het smeer der vette beesten, en heb geen lust aan het bloed der varren, noch der lammeren, noch der bokken. (…) Wast u, reinigt u, doet de boosheid van uw handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. Leert goed te doen.
De dwaling moet uit de weg. De gehele gemeente moet er voor naar de tabernakel komen. Uit naam van allen brengen de oudsten de var de voorhof binnen. Zij leggen de hand op de kop van het jonge rund, om daar voor Gods aangezicht openlijk de schuld te belijden. Met dat gebaar van handoplegging wordt de schuldenlast als het ware overgedragen. Ze komt te liggen op het dier. Het dier wordt hierdoor eigenlijk een en al zonde. Daarna schrijdt de hogepriester met het opgevangen bloed van de var de tabernakel binnen, tot voor de voorhang. En hij sprenkelt daartegen bloed, vlak voor Gods aangezicht, zo dicht mogelijk bij de ark der verzoening.
De weg tot de Heere, door dwaling toegesloten, kan alleen worden geopend als er verzoenend bloed wordt gesprenkeld. En nadat ook de tabernakeldienst met dat bloed is verzoend, worden vet, nieren en leveraanhangsel geofferd op het brandaltaar. En verder wordt het hele dier buiten de legerplaats gedragen en daar met vuur verbrand. Het was immers een en al zonde geworden? Na de verzoening wordt de zonde symbolisch voor Gods aangezicht weggedaan, en vernietigd.
Zonde van de hele gemeente. We moesten het eens overwegen of in het gemeentelijke leven zo'n verborgen zonde schuilt. Het leven van de gemeente leggend naast Gods Woord. Naast de Wet des Heeren, en naast de brieven van het Nieuwe Testament. Niet alle gemeenten zijn als die van Smyrna en Philadelphia. Krijgen we zo een algemene dwaling in het oog, dan mogen we elkaar opwekken om te doen zoals Israël moest doen in die omstandigheid. Schuld belijden, de oudsten het eerst, mogen we zeggen mutatis mutandis: de broeders van de kerkeraad het eerst?
Schuld belijden met de handen steunend op het volkomen Offerlam Christus. Want dat jonge rund was maar een symbool. Het was maar een heenwijzing naar Hem, Die gezegd heeft: brandofferen noch offer voor schuld voldeden aan Uw eis noch eer, toen zeide Ik: zie Ik kom o Heere, de rol des boeks is met Mijn Naam vervuld. Zoals God de weg wees in het boek Leviticus tot verzoening van een volkszonde, zo wijst de Heere ook nu de Weg.
Geen rund door ons aangebracht. Maar Gods Zoon door de Heere aangebracht! Op Hem mogen we onze dwaling leggen in berouw. Op Hem mogen we het laden. Want het heeft God in Zijn grote en grondeloze barmhartigheid beliefd om zo verzoening aan te brengen: Hij Die geen zonde kende, is een en al zonde geworden.
Zoals het grootste deel van het offerdier buiten de legerplaats gedragen werd, en werd verbrand als een teken dat de zonde voor Gods Aangezicht teniet was gedaan. Zo ging Jezus uit, dragende Zijn kruis buiten de stad Jeruzalem om daar buiten de poort te lijden. Hij, tot zonde gemaakt, verbrijzeld.
En toen het bloed van deze Priester, van dit Offerlam neerdrupte van het kruis, toen raakte dat bloed niet maar aan het voorhangsel in de tempel. Nee, als een bewijs, dat Hij volkomen verzoening had bewerkt, scheurde God het voorhangsel van de tempel middendoor, van boven naar beneden!
Toen werd het ten volle werkelijkheid: de schuld Uws volks hebt Ge uit Uw boek gedaan. Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan. Of anders gezongen: Wie is een God gelijk Gij, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel van Zijn erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid, want Hij heeft lust aan goedertierenheid. Hij zal Zich over ons weer ontfermen. Hij zal onze ongerechtigheden ten onder brengen, ja Gij zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.

C. J. P. van der Bas, Hoevelaken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verborgen zonden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 augustus 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's