Indrukken van Noord-Schotland
Op 6 augustus maakten ir. L. van der Waal en ondergetekende een reis naar Schotland, waarvoor de afspraak dateerde sedert de begrafenis van mijn oom, ds. W. L. Tukker. En daarmee was tevens het doel van onze reis gegeven. Na een lange rondreis vliegtuig in vliegtuig uit kwamen we tegen de avond in Wick aan, waar we van het vliegtuig werden afgehaald door de nestor van de vrije presbyteriale predikanten, de eenennegentigjarige ds. R. R. Sinclair, in gezelschap van zijn dochter Jessie. Het havenstadje Wick, gelegen binnen een prachtige baai, is vanouds een bekende haringhaven, waarvan de glorie voor een groot deel vergaan is met de haringvloot. Het toerisme geeft er in deze maanden wat leven aan, en ook zonder dat is Wick centrum van het noordelijk gedeelte van het district Caithness, waarin ook stadjes als Thurso liggen. Wick telt een 7 tot 8.000 inwoners, waarvan het kerkelijk gedeelte verdeeld is over de Church of Scotland, de nationale kerk, de Free Church, wat meer evangelische gemeenten en de Free Presbyterians. Die eerste avond al vernamen wij de bevestiging van het bericht dat de Vrije Presbyterialen sedert 27 mei van dit jaar een afscheiding hebben doorgemaakt, waardoor de Associated Presbyterian Churches zijn ontstaan. U hebt het in de pers kunnen lezen: het ging om de vrijheid van het christelijk geweten, en aanleiding was de schorsing van een der predikanten Alex Murray vanwege zijn verzoek aan een r.k. priester om in gebed voor te gaan, plus de aanwezigheid van Engelands kanselier, lord Mackay, bij de begrafenismis van een collega van hem. The rev. Murray was predikant en lord Mackay was ouderling bij de Free Presbyterians.
Ir. Van der Waal en ik schatten het zo in, dat de helft van de kerkgemeenschap uitgetreden is in dit nieuwe verband, en de gemeente Wick ging onder the rev. Sinclair geheel over.
Van dag tot dag
Dinsdag maakten we via een prachtige tocht kennis met de deels verlaten en eenzame noordkust van Schotland, en meer landinwaarts met de plaatsen waar de hertogen van Sutherland in de vorige eeuw 'opruiming' hebben gehouden. Men spreekt van de clearances, waardoor hele dorpen werden ontruimd en/of platgebrand. De heren van Sutherland hadden namelijk ontdekt, dat schapenteelt voor hun portemonnee heel wat voordeliger was dan de schaarse landbouw, die door de bevolking van bepaalde gebieden werd bedreven. De mensen moesten het veld ruimen voor schapen, en er deden zich de verschrikkelijkste taferelen voor, die onder andere tot gevolg hadden dat mensen naar de oostkust werden gedreven en zich vandaar lieten emigreren naar Nieuw-Zeeland en andere gebieden. De hun toegewezen stukken 'grond' bestonden uit rotsbodem, absoluut ongeschikt om er ook maar iets mee te doen. Armoe troef.
Trouwens, heel Noord-Schotland maakt de indruk van een verre van welvarend gebied te zijn, al is de landbouw en veeteelt in Caithness redelijk goed ontwikkeld.
Op woensdag namen we vrijaf om wat te winkelen en ons voor te bereiden op de avonddienst, een gebedsbijeenkomst, (prayermeeting), die het kenmerk schijnt te zijn voor orthodoxe kerken. Ik zal straks wat over die bijeenkomst vertellen.
Donderdag reden we naar Dunrobin Castle, het bezit van de familie Sutherland in Golspic, sedert enige tijd met zijn enorme tuinen opengesteld voor het publiek. Het kasteel is een mengeling van bouwstijlen, van 1300 tot 1850 af. Het speciale eraan is de in tact zijnde kamers, vol met familiebezittingen, en onder andere een volledige voor koningin Victoria ingerichte kamer! Verscheidene bibliotheken, voornamelijk gevuld met belletrie (boeken met mooie kaften etc.) trokken mijn aandacht. Na de verhalen en gedenkstenen van de vorige dag, die herinnerden aan de wreedheden van de heren van Sutherland, was de aanblik van hun bezittingen en weelde een merkwaardige en ook wrange ervaring. Opmerkelijk is dat de middeleeuwse geschiedenis van het kasteel teruggaat op een Vlaming, die dus uit het 'Zuiderland' kwam, en daarbij vermenigvuldigden zich mijn gedachten: ik was immers enkele dagen geleden in het zelfde Vlaanderen uit mijn akademische rechten gedeeltelijk althans ontslagen!
De vrijdag vormde een hoogtepunt, naar ons beider mening. Een boot bracht ons in tamelijk ruw weer van John O'Groats, een noordelijk haventje – de man heette in werkelijkheid Jan de Groot – naar de Orkaden, zoals wij het op de lagere school leerden uitspreken. Daar spreekt men van de Orkneys. Een groot aantal eilandjes met zeer weinig Engelse of Schotse namen, die aan Noorwegen hebben behoord en ooit als bruidsgeschenk werden meegegeven met een Noorse prinses die een Schotse koningszoon trouwde. Van die tijd af behoren de Orkneys bij Schotland, maar ze streven naar zelfstandigheid. Die eilandjes zijn door dammen met elkaar verbonden en bestaan grotendeels van veeteelt, landbouw en visserij (zalm e.d.). U ziet er de wrakstukken van Duitse oorlogsschepen, die daar tot zinken zijn gebracht in de Eerste en in de Tweede Wereldoorlog, u ziet er runenstenen en overblijfsels van culturen enkele duizenden jaren vóór Christus. U ziet er prachtige baaien, schilderachtige stranden, eeuwenoude kastelen, kleine dorpjes, een enkele grotere stad en… weinig kerken. Eens preekte een vrije presbyteriale predikant: 'Even if you were a sinner from Orkney…', zelfs als u een zondaar zoudt zijn van de Orkney-eilanden… En daar zàt een zondaar van die eilanden, die tijdens die dienst tot bekering kwam. Het verhaal gaat, dat hij daarna gedurende zijn hele leven nooit meer een bekeerd mens tegenkwam, die van de Orkneys kwam!
Woensdagavond
Op woensdagavond maakten we de prayermeeting mee. Enkele mannen gaan voor in gebed. Zeer levendige gebeden, niet bepaald als voorbeden bedoeld, met uitzondering van de zending waarvoor omstandig en met vermelding van alle zendingsgebieden gebeden werd. Een paar mannen dienden als voorzangers, en het viel me op, hoe goed er gezongen wordt, wanneer een begeleidend instrument ontbreekt. Iets om te onthouden! Ds. Sinclair had mij uitgenodigd een korte preek te houden. Dat was voor mij een hernieuwde oefening in het Engels 'by heart' ofwel uit het hoofd. De groep die samen was, ongeveer 20 mannen en vrouwen, vergaderde in een voorlokaal van de ker, waar alles blonk en waar het sterk naar boenwas rook. Het was alles geladen met een zeer devote sfeer, en de preek ging eigenlijk vanzelf. Later ontspon zich nog een gesprek met enkelen, en de predikant vertelde me, dat van dat gezelschap er niet een was, die niet kennis had aan een ander leven. Ik was ontroerd. Dat had ik namelijk gevoeld. Er was, wat wij afname noemen. Ir. Van der Waal en ik waren ervan overtuigd, dat we om al het andere, maar toch vooral vanwege deze ontmoetingen onze reis niet hadden willen missen. Ook bij andere gelegenheden viel ons op, dat er in die kleine gemeenten een sterk gemeenschapsleven bestaat. Men begint en eindigt de dag zoveel mogelijk gezamenlijk, liefst op de knieën voor de stoel, zoals ik het ook vroeger bij de Strict Baptists in Londen had meegemaakt. En ik, arme, werd natuurlijk weer sterk herinnerd aan 'mijn' Moderne Devoten, die dat eveneens voorstaan. Het getijdengebed… waar is het gebleven? De oudvaders zuchtten onder het verdwijnen ervan. Hun nazaten zeggen: Allemaal nieuwigheden en fratsen. Nergens goed voor! Ooit weerklonken Schotland en Nederland van zuchting en geween, beven voor God en gezang. Waar wordt het nog gevonden?
Naar huis
Zaterdag rond de middag hebben we de terugreis aanvaard naar Nederland. Maar niet dan nadat Ir. Van der Waal en ik met toestemming van de oudste van de stam Sinclair een tartan tie, d.w.z. een stropdas in de kleuren van de familie in een winkel gekocht hadden. Er leven zo weinig families in Schotland, dat men voor elke familie een aantal dassen in die winkel voor echte Schotse kleding in huis had. Ik heb maar niet gevraagd naar een skilt voor Ir. Van der Waal en ook niet naar een Schotse baret. Het leek me voorlopig genoeg, wanneer u ons af en toe met een soortgelijke stropdas, een tartan tie ziet. En overigens waren we er beiden van overtuigd, dat deze reis vele goede herinneringen aan ds. W. L. Tukker bevatte, zowel naar de kant van de vrije presbyterialen als naar ons toe.
C. A. Tukker, Epe
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's