Zuinig zijn op het kleinood van de gemeente
Open Gemeentegrenzen
Elke kerk kent wel het verschijnsel, dat leden van een gemeente ter plaatse niet willen meeleven maar in een naburige gemeente ter kerk gaan en dus daar betrokken zijn bij de gemeentelijke activiteiten. Elke kerk heeft dan ook wel bepalingen om dit verschijnsel te regelen of te beteugelen.
Naarmate echter de verdeeldheid binnen eenkerk, zeg het modaliteitenvraagstuk, sterker speelt, doet zich ook meer het verschijnsel van gemeentelijk grensverkeer voor. Binnen de Hervormde Kerk heeft men voor het verschijnsel van de modaliteiten en de daardoor opgeroepen kwestie van het niet willen meeleven met de plaatselijke gemeente dan ook kerkordelijke voorzieningen getroffen.
Binnen een centrale gemeente is er de mogelijkheid van de vorming van een buitengewone wijkgemeente (onder verantwoordelijkheid van de centrale kerkeraad), waarbij leden uit de hele gemeente kunnen worden ingeschreven, zodat de geografische wijkgrenzen vervallen. Ook is er de mogelijkheid van een kerkeraadscommissie of van ambtsdragers met bepaalde opdracht, waardoor eveneens een gemeentelijk leven voor een minderheid, zònder geografische wijkgrenzen mogelijk is.
In het geval de centrale kerkeraad niet bewilligt in het treffen van bizondere voorzieningen voor een minderheid van andere modaliteit, kent de kerkorde ook de mogelijkheid van de vorming van een deelgemeente, in het leven geroepen door het moderamen van de synode, met terzijdestelling dus van het beleid van de (centrale) kerkeraad ter plaatse. In hervormd gereformeerde kring is de laatste mogelijkheid altijd afwijzend benaderd, omdat hier de synode in feite tucht oefent over de plaatselijke kerkeraad. Als kerkeraden menen dat de grenzen van Schrift en belijdenis niet mogen worden overschreden, schept de kerk zelf immers de mogelijkheid voor een toleranter beleid in deze. Deelgemeenten zijn zo dan ook meestentijds ontstaan in hervormd gereformeerde gemeenten, terwijl door hervormd gereformeerde minderheden vrijwel altijd de weg is gezocht naar een buitengewone wijkgemeente of een kerkeraadscommissie.
Intussen bleef het probleem bestaan voor individuele gemeenteleden, die ter plaatse niet konden of wilden meeleven en verder in eigen gemeenten onvoldoende geestverwanten vonden om gezamenlijk te trachten ter plaatse een voorziening gerealiseerd te krijgen om gemeentelijk voluit te kunnen meeleven. In die gevallen is er al de mogelijkheid om per dispensatie van de plaatselijke kerkeraad mee te gaan leven met een naburige gemeente. Het gaat dan met name om het recht om aan de sacramenten deel te nemen, want iedere Nederlandse burger is uiteraard vrij om kerkgebouwen binnen te gaan, die zijn voorkeur hebben als het gaat om de zondagse eredienst. Maar, ondanks deze dispensatie, blijft men wel behoren tot de gemeente waar men woont. Ik moet wel zeggen dat op deze regel een merkwaardige uitzondering is gemaakt voor deelgemeenten, die een stréékkarakter hebben. Daar worden plaatselijke grenzen reeds overschreden, zodat men voluit tot die regionale gemeente behoren kan.
Overigens heeft de toegenomen mobiliteit van de gemeenteleden in kerkelijk Nederland voor sterker gemeentelijk grensverkeer gezorgd. Misschien mogen we het woord massaal hier wel gebruiken als we alle kerken en gemeenten samen nemen. De 'zondagsrust en zondagsheiliging' is wat dit betreft ook wel eens een kwestie van tweede orde geworden. En recent bracht een kerkelijk hoogleraar ook nog eens het milieu ter sprake. Als we voor autoloze zondagen gaan pleiten – wat zou dat een weldaad zijn! – dan kunnen we als kerken, gemeenten en leden van de gemeenten niet doen alsof onze neus bloedt.
Voorstellen
Nu heeft de Generale Synode van de Hervormde Kerk in de junivergadering in eerste lezing een aantal voorstellen met betrekking tot 'Open Gemeentegrenzen' aanvaard. Dat wil zeggen, dat nu eerst de classicale vergaderingen worden geraadpleegd, waarna de zaak voor definitieve behandeling opnieuw in de synode komt. Globaal genomen komt het nieuwe in de voorstellen er op neer, dat de mogelijkheid wordt bepleit om als lid te worden overgeschreven naar een andere gemeente dan waar men woont, mits die gelegen is in dezelfde classis; of naar een gemeente in een àndere classis, als die tenminste nàburig is aan de gemeente waar men woont. Het moderamen van de Provinciale Kerkvergadering – zo stond in het voorstel – moet beoordelen of één en ander in het belang is van beide gemeenten, oftewel het belang van die gemeenten niet schaadt. In het besluit van de synode staat, dat de leidinggevende taak van de brede moderamina van de PKV en de classis in deze wordt vastgelegd.
Ook binnen centrale gemeenten kan men, als de voorstellen doorgaan, als lid worden overgeschreven naar een andere wijkgemeente dan waar men woont, in dit geval met dispensatie van de centrale kerkeraad (met meer dan drie predikantsplaatsen) en het breed moderamen van de PKV.
Zuinig op de gemeente
Het zal duidelijk zijn dat alle maatregelen, die hier genomen gaan worden, te maken hebben met de hardigheid des harten. Zoals Mozes een scheldbrief toestond in het huwelijk vanwege de hardigheid des harten, zó is het dunkt me ook als mensen worden uitgeschreven uit de gemeente waar ze wonen naar een gemeente waar ze kerken. In een kerk, die niet alleen pluriform (veelvormig) maar ook pluraal (veelvoudig) is, zijn maatregelen ten aanzien van het perforeren of openstellen van gemeentegrenzen soms onvermijdelijk. De hardigheid des harten kan dan liggen in een onbijbels patroon van de gemeente of in een individualistische houding van leden der gemeente. In de synodale stukken mag dan als motief staan voor het openstellen van de grenzen dat 'de eenheid van de gemeente, reeds blijkens de Bijbel, nooit anders dan in een veelkleurig patroon werd beleefd', we zullen toch moeten zeggen, dat de verdeeldheid van de gemeente zich nooit verdraagt met het beeld, dat de Schrift ons geeft van de gemeente als lichaam van Christus. We moeten van de nood geen deugd maken en zo intussen de ambtelijke structuur van de gemeente miskennen.
Met name in onze plurale kerk stuiten we op het verschijnsel, dat er niet alleen sprake is van een verschillend verstáán van de Schriften maar ook van een verschillend honoreren van het gezag van de Schriften, met alle gevolgen van dien voor de prediking. Dat kan tot diepgaande vervreemding leiden van leden van de gemeente ten opzichte van hun eigen gemeente. Ze horen dan dingen verkondigen, die haaks staan op wat de Schriften leren. Als zij dan om des gewetenswil naar een andere gemeente uitwijken om daar mee te leven dan móéten er wel maatregelen van kerkordelijke aard getroffen worden, op straffe dat anders gewetens gebonden worden en mensen geestelijk ondervoed raken.
Een ander gevaar
Maar er is ook een ander gevaar. Dat is het gevaar, dat we het zicht op de gemeente gaan verliezen. Een gemeente is immers meer dan de som der leden. Een gemeente is er krachtens roeping en verkiezing. Een gemeente is er krachtens het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. In Handelingen 16 lezen we dat de gemeenten bevestigd werden in het geloof en dagelijks overvloediger werden in getal. Het boek Handelingen wordt ook wel genoemd de Handelingen der gemeenten. De leden der gemeente zijn ondergeschikt aan het lichaam waartoe ze behoren. In het boek Openbaring wordt zelfs over de engelen der zeven gemeenten gesproken en dan gaat het verder over concrete gemeenten en over de gouden kandelaren waartussen Christus wandelt. Ik ga nu verder geen bijbelse verhandeling over de gemeente geven. We zouden niet eens alle Schriftplaatsen kunnen noemen. Maar feit is dat naar de Schriften een gemeente niet zò maar iets, van eigen keuze is. Ze staat hoog genoteerd in het handelen Gods met mensen. In de gemeente gaat het ook niet alleen om de dienaar van het Woord maar ook de ouderlingen, de diakenen en om het ambt aller gelovigen. De gemeente is als het goed is een gemeenschap voor Gods Aangezicht.
Nu afgezien van het feit, dat een gemeente weg kan groeien van haar hoge stand als (deel van het) Lichaam van Christus, moet ook gesteld worden dat voor sommigen (velen?) de gemeente helaas niet veel méér is dan een plek waar men een (goeie) dominee hoort. Zolang die en die dominee er staat, die men graag hoort, kerkt men er en zodra die dominee vervangen is door één, die hen minder aanstaat, wordt weer de gang naar een andere gemeente gemaakt. Het kan niet ontkend worden dat er vandaag predikanten zijn, die dit verschijnsel zelf in niet geringe mate bevorderen. Hun gemeente denken ze in en vanuit het hele land te moeten bijeenbrengen. Men bevordert zelf dat de mensen kittelachtig van gehoor worden en zich leraars naar eigen smaak zoeken. De vraag of een gemeente bijbels, gereformeerd, rechtzinnig is, is in het geheel niet meer aan de orde. Het gaat om een bepaalde smaak, die men bevredigt voor een kring van gelijkgezinden, tot men uiteindelijk zelf ook weer vervangen wordt door 'een nog betere'. Het zicht op de gemeente, ook met de bij de kudde horende afgedwaalden, is vaak verre.
We moeten er niet vreemd van opkijken als ook in gemeenten, waar de prediking naar Schrift en belijdenis is, er aanvragen gaan komen van bepaalde leden om naar een andere (rechtzinniger) gemeente te worden uitgeschreven omdat hen daar de dominee beter ligt. Als dit alléén de reden is dient er met grote behoedzaamheid gehandeld te worden, wil er niet sprake zijn van toenemende wildgroei en willekeur. Gelukkig zullen verzoeken tot inschrijving in een andere gemeente alleen bij wijze van dispensatie worden ingewilligd. Het zal overigens beslist geen sinecure zijn voor het breed moderamen van een classis en een PKV om hier evenwichtig en voorzichtig tot een beleid te komen. Men zou bijvoorbeeld in ieder geval moeten voorkomen dat in eenzelfde ressort iemand twee maal zo'n dispensatie krijgt.
Gemakkelijker ligt het in centrale gemeenten, waar reeds de modaliteiten hun eigen wijkgemeenten hebben en waar meelevendheid met een bepaalde wijkgemeente al een wijkgrens-overschrijdende aangelegenheid is, omdat dit zo geregeld is door de centrale kerkeraad.
Voorzichtigheid
Nu de classicale vergaderingen zich over deze zaak gaan buigen is het dunkt me raadzaam de grootste voorzichtigheid te betrachten als het gaat om overschrijvingen van individuele gemeenteleden. Er zal een zodanige regeling moeten komen dat het de uitzonderingen zijn, die de regel bevestigen. De regelingen moeten geen 'normaal' karakter gaan krijgen maar echt dispensatie-maatregelen blijven.
Het voordeel van echte overschrijving, in plaats van toestemming tot meeleven elders, is dat de ambtelijke verantwoordelijkheid dan geheel wordt gelegd bij de gemeente, waartoe men gaat behoren. Nu bleef iemand, die toestemming had mee te leven met een andere gemeente maar toch tot de eigen plaatselijke gemeente bleef behoren, pastoraal gezien wel eens in een soort niemandsland, of had een prachtig alibi om zich aan elk ambtelijk opzicht te onttrekken.
Verder hebben hebben we ervoor te waken dat de gemeente geen duiventil wordt. Men komt er alleen om het voedsel. Is ieder – krachtens belijdenis – immers niet geroepen gaven aan te wenden tot opbouw van het lichaam van Christus? We mogen wel met respect denken aan al diegenen, die soms ook in moeilijke tijden de gemeente waar ze woonden en waartoe ze behoorden, op het hart en in de gebeden hebben gedragen. Ze gingen wel eens ergens anders eten maar kwamen toch telkens weer thuis. En ze zijn er vaak geestelijk niet slecht mee geweest. Hoeveel voorbeelden zijn er niet dat zo, soms door de inzet van enkelingen, gemeenten weer gingen herleven of opleven.
Hoezeer er ook bepaalde regelingen getroffen moeten worden, we moeten het elkaar niet te gemakkelijk maken met open gemeentegrenzen. Het gevaar van individualisme en derhalve een uiterst laag-kerkelijke ontwikkeling ligt op de loer. Het is bovendien dunkt me onduldbaar om bij het treffen van dispensatiemaatregelen de kerkeraad zèlf erbuiten te laten. Zou dit wel geschieden dan wordt, evenals bij de deelgemeente, toch weer op verkapte wijze tucht geoefend over de plaatselijke kerkeraad. Maar hoe dan ook, voorzichtigheid blijft geboden, juist in een tijd als de onze die vol is van individualisme en kittelachtigheid van gehoor.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's