Noodzakelijke bezinning op de wereldarmoede
Op het moment, dat dit nummer verschijnt, zijn we òf aan de verkiezingen bezig òf de uitslag is reeds bekend. In de afgelopen weken hebben de politici in alle toonaarden geprobeerd de gunst der kiezers te winnen. Intussen hebben we ellenlange debatten en vertogen over ons gekregen over de smalle marges, die er zijn in ons economisch gestroomlijnde en geprogrammeerde bestel, om lastenverlichting voor de burgers te krijgen of vermeerdering van koopkracht. Maar intussen speelden zich al deze discussies af in een land, dat nog altijd bij de top tien in de wereld behoort als het gaat om welvaart.
En jawel, we hebben nu ook het milieu toegevoegd aan de onderwerpen, die politiek hoog genoteerd staan. In een jaar tijds hebben we een schrikeffect ondergaan met verregaande politieke consequenties. Het kabinet viel op de milieuproblematiek. En sindsdien hebben de partijen geprobeerd elkaar te overtreffen in beleid om de milieuproblematiek te lijf te gaan. Ieder probeerde te scoren, verkiezingswinst binnen te halen inzake de milieucrisis. Intussen mogen we ons afvragen of juist ook aan de hele milieudiscussie, zoals die vandaag gevoerd wordt, niet een duidelijk welvaarts (weelde) aspect zit. Zijn we niet geschrokken, omdat ons luxe en wereldse leventje bedreigd wordt? En rammelen wij in ons politieke en maatschappelijke bestel niet met miljarden (om de dreigende ramp te bestrijden), omdat we nog over miljarden kùnnen beschikken? We hebben dáárom brede en rijke mogelijkheden van media, instituten, organisaties om ons met de problematiek bezig te houden omdat we er ook het geld voor hebben, in tegenstelling tot andere landen, waar het probleem minstens zo groot is maar waar de mogelijkheden voor bezinning en het treffen van maatregelen ontbreken.
Dit brengt mij op het vraagstuk, dat ik in dit artikel kort wil aanstippen.
Acht foto's
In de afgelopen weken stonden in de dagbladen nogal eens de foto's van de de acht fractieleiders naast of onder elkaar afgedrukt, met daaronder (of daarnaast) hun visie op onderscheiden punten van politiek beleid. Hoe de heren dachten over (ik neem nu maar de laatste aflevering, die ik in deze zag, namelijk in het Nederlands Dagblad), euthanasie, huwelijk en gezin, landbouw en visserij, inkomen/belasting, milieu, defensie. De rangorde van de themata, die aan de orde werden gesteld, had uiteraard te maken met de politieke ligging van de betreffende krant. Wat echter (nogal eens) ontbrak was de kwestie van de wereldarmoede en wat dááraan te doen. We hebben een ministerie van ontwikkelingssamenwerking maar ik ben minister Bukman en met name dan de problemen, waarvoor hij staat, slechts spaarzaam tegengekomen. Niemand behoeft mij nu stukken toe te sturen, waarin 'hij' wel voorkomt. Ik bedoel slechts te zeggen, dat die problematiek, de ons aangrijnzende problematiek van de armoede in de wereld, zwaar onderbelicht bleef in vergelijking met de grote aandacht, die de binnenlandse situatie vroeg. We waren bezig met welvaartsproblemen en niet met de vraag hoe het toch komt, dat er rijke tot zeer rijke landen zijn met daarnaast arme tot zeer arme, om niet te zeggen onleefbare landen. We zijn kennelijk al zo gewend geraakt aan en vertrouwd met de verschrikkelijke beelden van honger en armoede in de wereld, dat we er grotendeels voor afgestompt zijn. Bij geen der politieke partijen vandaag valt gepassioneerde aandacht voor dit probleem te onderkennen. Desgevraagd zijn politici wel bereid te zeggen, dat dit probleem 'natuurlijk' onze aandacht moet hebben maar we gaan snel over tot de orde van onze welvaartsdag. We leven in het westen als het erop aankomt bij de leuze 'pluk de dag', laten we eten drinken en vrolijk zijn, want morgen sterven we. En als we zien dat dit luxeleven wordt bedreigd moet alle hens aan dek om dat te voorkomen.
Levensstijl
We spreken in verband met het milieu over nieuwe levensstijl. We zullen als christenen de laatsten moeten zijn om tegen zo'n uitdrukking iets in te brengen. Als we dan maar bedenken, dat nieuwe levensstijl alles te maken heeft met hartelijke bekering tot God en derhalve met de heiliging van het leven. Wie tot God bekeerd is ziet de wereld als Gods schepping, en daarom met andere ogen dan djegenen, die (àls ze er al over nadenken) het houden op evolutionaire ontwikkeling. Die weet echter, behalve van het belijden van het féít van de schepping, ook van scheppingsopdracht, gegeven reeds in het eerste hoofdstuk van het eerste bijbelboek: het bebouwen en bewaren van de aarde. Juist christenen mogen voorop gaan als het gaat om nieuwe levensstijl. Dan komt er ruimte voor de vraag of die nieuwe stijl ook te maken heeft met innerlijke vernieuwing en het zicht op het gehéél van Gods geboden. In het besef overigens, dat we allen, niemand uitgezonderd, deel uitmaken van het welvaartsprobleem en we allen schuldig staan als het gaat om de vraag wat we met Gods schepping hebben gedaan. Alle aandacht, die er momenteel is voor nieuwe levensstijl en alle politieke activiteiten rondom het milieu komen nog niet voort uit een vernieuwde innerlijkheid!
Ondanks het feit, dat het loon op de zonde bestaat uit doornen en distelen, heeft God ons veel goeds gelaten in Zijn schepping, zodat we eten kunnen, energiebronnen hebben en materialen tot onze beschikking krijgen. Moedertje aarde heeft dit alles al zoveel jaren voor zoveel miljarden mensen geleverd, terwijl onze goede God de mens in staat stelde eruit te halen wat er door Hem zelfwas ingelegd. En het is allemaal (nog) niet uitgeput. Maar hebben we niet juist vandaag het Schriftwoord ter harte te nemen dat God de aarde aan de mensenkinderen heeft gegeven om daarop te wonen? God heeft de aarde niet aan mij, niet aan een bepaalde categorie, niet aan westerlingen, maar aan de mensenkinderen gegeven om erop te wonen. Dat schept verantwoordelijkheid voor elkaar. Het gaat erom dat mensen hier en daar, toen en nu, vandaag en morgen léven mogen, zolang Christus vertoeft te komen. In die tijd staan we voor het rentmeesterschap. Het gaat om het bewonen van de aarde, niet om het plegen van roofbouw. Als we dan zien wat we ervan gemaakt hebben mag er wel diepe verootmoediging zijn.
Ik heb van al deze noties zo weinig gemerkt de afgelopen weken. Ze ontbraken ook bij christenpolitici. We mogen ons afvragen of we de milieuproblematiek wel echt ernstig nemen als we er niet tegelijk bij betrekken het vraagstuk van de wereldarmoede. Om één voorbeeld te noemen: jaarlijks wordt er een oppervlakte van tropisch hardhout gekapt ter grootte van het oppervlak van Oostenrijk. Dit dan met alle gevolgen vandien voor het evenwicht in de natuur, voor het voortbestaan van soorten en voor het warmteschild om de aarde. En dit dan alles omdat tropisch hardhout een voortreffelijk materiaal is, dat we ons in rijke landen kunnen en willen permitteren voor de bouwvan onze elpenbenen paleizen, als ik het wat gechargeerd zeggen mag. Intussen maakt men zich in de arme landen, waar die bossen gekapt worden, weinig zorgen over de consequenties voor het milieu. Men ontvangt er in ieder geval de baten voor, waarmee men dan een klein beetje van de enorme staatsschulden aflossen kan.
Er zullen ongetwijfeld meerdere en betere voorbeelden te noemen zijn. Maar het komt me eenkennig voor om nu opeens allemaal te hoop te lopen over het milieu zonder dat we doordrongen zijn van het gehéél van de noden, waarvoor wij in deze wegstervende wereld staan, met name de armoede in de wereld.
Dieper
Vraag me niet wat de oplossing is. Al zo veel jaren worden er wereldconferenties over dit vraagstuk gehouden en worden er studies aan gewijd. En het lijkt wel of de kloof tussen rijk en arm alleen nog maar groter wordt. Maar we hebben het probleem vaak niet tot het onze gemaakt. Wanneer we als kerken in de Derde Wereldlanden gaan arbeiden stuiten we echter onontkoombaar op het probleem. In de context van armoede, vaak van verschrikkelijke armoede, moet het Evangelie worden gebracht. Dan aandacht te geven aan brood voor het hart zonder mee te lijden met de lijdenden in hun concrete armoede is onmogelijk. Bij het afscheid van drs. J. Bos als voorzitter van het hervormd werelddiakonaat (wegens benoeming tot Zaakgelastigde van Hare Majesteit in het zeer arme Soedan) zei één der sprekers dat we in het westen niet meer kennen de tranen om het lijden. Dat is juist: we kennen niet de tranen om vervolging of om diepe armoede. Maar hij gewaagde ook van vrouwen, die in zulke diepe armoede en aangetast door ziekte hun kinderen baren, zonder dat er hoop is op een leefbare toekomst, terwijl er toch een belijdenis van hoop op de levende God over de lippen komt. Klinkt zulk een belijdenis niet het diepst vanuit het lijden?
Ethiek
Als ik mij nu beperk tot de Gereformeerde Gezindte dan is er dunkt me óók sprake van een manco een blinde vlek. We houden ons best intensief met bepaalde ethische vraagstukken bezig. Ze betreffen dan het menselijke leven in de aanvang of in de eindfase en het persóónlijke leven naar Gods geboden. Maar opkomen voor het leven betekent toch opkomen voor alle leven in deze wereld, juist ook daar, waar het zich afspeelt ver onder het bestaansminimum! Wie eerlijk de Schriften leest moet zeggen, dat er zóveel Schriftplaatsen zijn, waar het gaat over conrete armoede, dat het niet aangaat armoede direct tot een geestelijke categorie te verklaren. Er heeft zich ten onrechte een theologie van de armen ontwikkeld, die ingelijfd is bij de bevrijdingstheologie en waartegen we van uit de Schriften zelf nee moeten zeggen. Maar van de weeromstuit mag dit toch niet betekenen dat de bijbelse aandacht vóór de armen op een zijspoor wordt gezet?
Nu kan worden tegengeworpen, dat er toch ook vanuit de kerken heel wat wordt gedaan tegen de armoede in de wereld. Langs onderscheiden kanalen brengen we miljoenen bijeen (werelddiakonaat, Woord en Daad, ZOA…..). Ik ga er nu aan voorbij dat we al heel snel de maatstok bij de hand hebben om de projecten af te meten aan onze dogmatische vooronderstellingen. Maar bovendien, hoeveel miljoenen ook bijeen worden gebracht, het is allemaal slechts een druppel op een gloeiende plaat. Wat kan een minister van financiën in Nederland doen met bijvoorbeeld tien miljoen gulden – het gemiddeld jaarbudget voor organen van kerkelijke hulpverlening? De (interkerkelijke) hulpverlening heeft niet meer dan teken-karakter. Het mag ook dienen om de bewustwording aan het structurele probleem, dat er in de wereld is als het om de armoede gaat, te bevorderen. En dan moeten we zeggen, dat het probleem ons ook als christenen, ook als gereformeerde christenen vaak niet op het lijf geschreven is. Het maakt vaak niet echt deel uit van de ethische doordenking. Ik zou echter willen zeggen dat het armoedevraagstuk ook helemaal een pro-life probleem is. Het zal een plaats dienen te hebben in onze (sociale) ethiek. We zijn er niet met te zeggen, dat op de bodem aller vragen der wereld zondeschuld ligt. Want, hoezeer dit ook een diepe waarheid is, dit geldt voor alle noden, dat geldt ook voor de problematic van euthanasie en abortus. En wat deze laatste thematiek betreft trekken we toch ook ethische grondlijnen, die voor de hele samenleving moeten gelden.
Als we vandaag de milieuproblematiek tot de onze maken en ons vanuit de scheppingsopdracht ook gedrongen weten om tot ethische doordenking ervan te komen, dan ontkomen we er niet aan het armoedevraagstuk integraal in de bezinning op te nemen. Omdat het gaat om geschapen menselijk leven, wereldwijd.
Als de kerk hier ethische grondlijnen trekt zou de politiek er ook wel bij kunnen varen, in die zin dat er ook creativiteit wordt ontwikkeld op het politieke vlak om eigen welvaart (met vaak ón-welzijn) te temperen en andere volkeren in de wereld te brengen tot een leefbaar niveau. Als aandacht voor deze vragen 'links' moet heten. weet ik het met meer. Ik houd me ook in deze maar aan Hoedemakers vermaan 'noch rechts, noch links maar de koninklijke weg', dat is de weg van de Koning. Dat is een weg waarop Hij ook de armen tegenkomt in Zijn grote barmhartigheid.
In de uitleg van Calvijn over Lucas. 16 spreekt hij ten aanzien van 'de onrechtvaardige mammon' duidelijke taal. 'Door de uitdrukking de onrechtvaardige mammon, wil Christus ons de rijkdom als verdacht doen voorkomen, omdat deze zijn bezitters meestal in de ongerechtigheid inwikkelt. Want al is rijkdom op zichzelf niet kwaad, toch brengt Christus die terecht in verdenking, omdat die zelden verkregen wordt zonder bedrog of geweld of andere onwettige kunstgrepen. Zelden ook zonder hoogmoed of weelderige Levenswijze (zeg levensstijl, v. d. G.) of enige andere bedorven begeerlijkheid'.
Calvijn rangschikt de rijkdom onder 'de doornen die het geloof verstikken', 'bijna een aanloksel om te zondigen'. God eist dan ook van ons 'geen offer van een onrechtvaardig verkregen buit'. Inzake de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus gaat Calvijn verder heel concreet in op het feit dat de rijke man 'door het gebrek en de jammer van Lazarus niet werd ontroerd'.
Ik heb hier weinig aan toe te voegen. Hoogstens dat we zelf deel uit maken van het probleem. Maar ''t Is de Heer die 't recht der armen, der verdrukten geleden doet'. Dat vraagt om ethische bezinning op het armoedevraagstuk uit en naar de Schriften. De uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is (Groen van Prinsterer).
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's