Twee wereldzendingsconferenties (1)
In de afgelopen zomer zijn er twee wereldzendingsconferenties gehouden, die beide sterk in de belangstelling hebben gestaan. In mei werd in San Antonio in de Verenigde Staten (Texas) de zendingsconferentie gehouden, die georganiseerd was door de Wereldraad van Kerken. Nog geen maand later kwam in Manila op de Filippijnen de Internationale Zendingsconferentie Lausanne II bijeen. Omdat deze twee conferenties zo vlak na elkaar zijn gekomen, ligt het voor de hand om ze onderling met elkaar te vergelijken. Het zou kunnen zijn, dat wij door zo'n vergelijking een inzicht ontvangen, wat er op dit moment in de wereldkerk gaande is op het gebied van de zending.
San Antonio
De wereldzendingsconferentie in San Antonio werd bijgewoond door 750 deelnemers, afkomstig uit 113 landen. Het thema van de conferentie luidde: 'Uw wil geschiede: zending in het voetspoor van Christus'. Dat klinkt ons als een positief en stimulerend thema in de oren. Het veronderstelt immers, dat men weet ervan heeft, wat de wil van God inhoudt en ook, dat men zich als opdracht stelt om het zendingswerk overeenkomstig het bevel van Christus te verrichten. De feitelijke situatie, die de achtergrond van deze conferentie bepaald heeft, is echter een andere. Zij wordt veeleer erdoor gekenmerkt, dat men niet meer weet, wat Gods wil inhoudt, met name als het gaat om de opdracht van de verkondiging van het evangelie onder de volken. Er is in de laatste jaren een grote onzekerheid hieromtrent ontstaan, die o.a. daarin tot uiting komt, dat er binnen de wereldkerk totaal tegenovergestelde visies over de zending worden verkondigd. Waardoor is deze onzekerheid ontstaan?
Het is duidelijk dat de zending in dit opzicht niet op zichzelf staat. Zij vormt geen aparte, afzonderlijke provincie binnen het kerkelijk leven en handelen. Ze heeft alles te maken met het geloof en het belijden van de kerk zelf zoals dit tot uiting komt in de theologie en prediking maar ook in de geloofspraktijk van haar leden. Dat er dus zo'n grote onzekerheid en verwarring in de kerken ontstaan is rondom de zendingsopdracht, vindt zijn diepste oorzaak daarin, dat het geloof en het belijden van de kerk zelf en zo ook haar theologie en verkondiging door deze onzekerheid en verwarring worden geteisterd. Wellicht zijn het vooral de nieuwere ontwikkelingen in de theologie, die aan deze crisis ten grondslag liggen. Zij staan in het teken van een toenemende universalisering en relativering van de christelijke geloofswaarheid. De waarheid van het christelijk geloof is slechts één gestalte van de universele waarheid. Dat houdt enerzijds de (schijnbaar) bevrijdende overtuiging in, dat niet alleen christelijke gelovigen maar ook anders-gelovigen, i.c. de belijders van de andere godsdiensten in deze wereld, ieder op hun wijze, delen in het heil. De horizon van het heil is in de laatste tijd hierdoor enorm verbreed. Maar deze verruiming brengt meteen een beknelling met zich mee. Want dit universalistisch denken gaat gepaard met een relativistisch denken, dat zich concentreert op de slechts betrekkelijke waarde van het christelijk geloof. Het christelijk geloof verliest daardoor zijn uniciteit als geloof en daardoor meteen zijn karakter als zijnde de enige weg tot behoud. Het kan ook geen aanspraak meer maken op het kennen van de waarheid Gods. Dus moet dit tot gevolg hebben dat de vraag zich laat gelden of het nog wel noodzakelijk en dus de moeite waard is om met de christelijke boodschap naar de (heiden)volken te gaan met het doel om hen tot dit geloof te brengen. Dat is de fundamentele crisis, die momenteel in de kerk wordt gevonden en die zich het meest laat voelen in de vragen rondom de zendingsopdracht van de kerk.
Vanuit deze achtergrond komt het thema van de zendingsconferentie in San Antonio dus wel in een bepaald licht te staan. Met recht is er, als er zoveel onzekerheid en verwarring is, reden om opnieuw te vragen naar wat Gods wil is inzake de evangelieverkondiging in de wereld van nu en naar wat het betekent en ook of het nog nodig en zinvol is om zending te bedrijven in het voetspoor van Christus. Met deze spannende en existentiële vraag in hoofd en hart zijn velen in San Antonio aangekomen, benieuwd, welke antwoorden er zouden worden gegeven.
Het was te verwachten dat dezelfde onzekerheid en verwarring ook in San Antonio zelf de deelnemers parten hebben gespeeld. Er waren er die het oude zendingsideaal van de kerk finaal afkraakten. Men meende dat de kerk zich ervoor moest schamen, dat zij altijd ervan uitgegaan was, dat het hun taak was om 'niet-christenen te bekeren'. Dit 'oude missie-idee' moest nu eens worden afgedankt. Daarvoor in de plaats bevalen zij de dialoog aan als de nieuwe weg, waarlangs de christelijke kerk met de volken en de wereldgodsdiensten in ontmoeting moest treden. Maar deze dialoog kan en mag er niet op uit zijn om anderen tot het christelijk geloof op te roepen. Zij is ervoor om elkaar te verrijken en te verdiepen, maar dit wel binnen eigen religieuze context. Een gedachte, die hiermee onlosmakelijk verbonden werd, was dat niet zozeer de verkondiging van de christelijke boodschap de primaire taak van de zending is, maar veeleer het uiting geven aan een daadwerkelijke solidariteit met de volken in nood en in verdrukking, met de armen die wachten op bevrijding door recht en gerechtigheid. Daaraan gestalte geven is de eigenlijke zending van de kerk in deze wereld. Zo heeft San Antonio ons geleerd, dat de genoemde universalisering en relativering van het heil in alle felheid en radicaliteit zich verder doorzet in de wereldkerk. Maar ook werd duidelijk dat men dan toch eigenlijk met de zendingsopdracht, zoals Christus ons die heeft gegeven geen raad meer weet.
Veelzeggend is in dit verband het feit, dat er ook 12 vertegenwoordigers waren van niet-christelijke godsdiensten. Zij vormden a.h.w. het forum, waartegenover het zendingsgebeuren van de kerk zich afspeelt. Hun komst was wel bestreden, omdat, zoals een van de organiserende deelnemers zei, het toch wel een beetje raar is om mensen van een ander geloof te vragen om advies over hoe wij onder hen het best christelijke zending kunnen uitvoeren. Het bleek dat ook dit meewerkte aan de verwarring. 'Je vrilt anderen hun vrijheid niet afnemen, maar tegelijk wil je je eigen identiteit als christen ook weer niet helemaal opgeven en dus wil je blijven getuigen van de eigen overtuiging'. De hier aan het woord zijnde deelnemer vervolgde: 'Hoe die twee dingen samen moeten gaan, ik weet het werkelijk niet en ik betwijfel of we er op deze conferentie uit zullen komen.'
De vraag van een Duitse journalist als reactie op de openingsrede van de voorzitter Eugèn Stockwell, waarin bovengenoemde geluiden doorklonken, was dan ook niet uit de lucht gegrepen: kunnen we de woorden 'zending' en 'missie' dan maar niet beter schrappen en daarvoor in de plaats woorden als 'getuigenis' en 'dialoog' stellen? Maar er was ook veel ernstiger kritiek te horen. Er waren er die hun zorg erover uitspraken dat de zendingsopdracht zo veralgemeniseerd en verhumaniseerd werd, dat 'werkelijk alles wat de kerk doet eronder valt, behalve anderen uitnodigen in God te gaan geloven door Christus.' Er waren er die in hun kritiek nog verder gingen. 'Als alles zending is, is zending niets. Sociale verantwoordelijkheid, honger, vrede zijn onderwerpen die de kerken aangaan. Maar ze hebben niets met evangelisatie te maken. Zending gaat om het verspreiden van het evangelie.'
Degenen, die op deze wijze hun kritische stem lieten horen, kwamen voornamelijk uit de hoek van de evangelicalen. Het was namelijk zo, dat er van de kant van 'Lausanne I' de evangelicale wereldzendingsconferentie die voor het eerst in 1974 in Lausanne is gehouden, een afvaardiging naar San Antonio was gestuurd om als 'waarnemer' eraan deel te nemen, speciaal met de bedoeling om er achter te komen, waar de verschillen maar vooral ook de overeenkomsten en raakpunten tussen beide wereldorganisaties liggen. Ook waren er evangelicalen onder de vertegenwoordigers uit de Wereldraad zelf.
Zij stonden een veel positievere visie op de zending voor, waarin het verkondigen van het evangelie en de oproep tot geloof in Jezus Christus een centrale plaats inneemt en dient te blijven innemen. Toch was het ook voor hen een uiterst belangrijke vraag, op welke wijze deze zendingsopdracht moest worden vervuld. Vanuit dit gezichtspunt namen ook zij actief deel aan de discussies rondom de zgn. dialoog. Hun afwijzen van het universalistisch dialoog-concept was duidelijk. Maar wat zij er tegenover stelden, was niet altijd even duidelijk, althans het was niet gelijkluidend. Wij gaven boven al een standpunt weer: In de zending gaat het om het verspreiden van het evangelie. Maar er kwamen ook meer gematigde visies naar voren. Eén van de meest bekwame woordvoerders daarvan was de bekende Lesslie Newbigin. Wat hij uitvoerig reeds heeft neergeschreven in zijn boek Verder dan 1984 (Kampen 1985, oorspr. titel The other side of 1984) heeft hij ook in San Antonio uitgesproken.
Ook Newbigin pleit voor de dialoog, maar dan niet ten koste van de unieke reddende betekenis van het geloof in Jezus Christus. 'We moeten leren luisteren naar hindoes en moslims, en zeker niet ons geloof aan hun opdringen. Maar ook in een gesprek tussen mensen van verschillende religies komt er een moment waarop we duidelijk moeten maken waar wij van overtuigd zijn. In Indië op straat gaan staan en het evangelie verkondigen is zinloos. Dat zal niemand overtuigen. Alleen in een echte dialoog, waarbij beide partijen in volledig respect naar elkaar luisteren, kan een zaadje geplant worden in de geest van de ander, dat tot bekering naar het christendom kan leiden.' Toen in reactie daarop aan Newbigin de vraag gesteld werd, of hij uiteindelijk wilde dat alle mensen inzien dat de enige weg tot God via Jezus leidt, antwoordde hij bevestigend. 'Want zo kan iedereen zijn redding meevieren.'
Het opmerkelijke is, dat in de loop van deze conferentie de inbreng van de kant van de positieve evangelicalen steeds meer aan invloed heeft gewonnen. Duidelijk is dit te merken in de zgn. Acts of faithfulness, die aan het eind zijn opgesteld en door de conferentie zijn bekrachtigd. Met deze aanduiding als Acts of faithfulness wilde men duidelijk maken, dat het maar niet ging om een aantal theoretische conclusies, die men al te gemakkelijk weer in het archief kan opbergen, maar dat het ging om ernstige voornemens om tot een gehoorzaam handelen te komen in overeenstemming met de opdracht en in navolging van Jezus.
Het kon niet anders of de tweespalt tussen universalisme en de overtuiging dat alleen het geloof in Jezus tot behoud leidt kwam ook in deze 'Acts' naar voren. Maar opvallend is toch dat het unieke en het beslissende van het heil in Christus en het geloven in Hem duidelijk erin onder woorden is gebracht. Hetzelfde geldt ten opzichte van de zendingsopdracht. De kerken worden erin opgeroepen om het evangelie van Jezus Christus door te geven aan de miljoenen mensen, die er nog nooit van gehoord hebben.
We mogen dit, bij al onze bedenkingen, als een verrassende uitkomst beschouwen. Een conferentie van de Wereldraad van kerken, die door vorige conferenties (Bangkok 1972) al zo sterk in de richting van een horizontalistisch en universalistisch kader is gestuwd, is toch op een wijze verlopen, die een ongedacht positieve uitkomst heeft gekregen. Stellig zal dit aan de invloed van de evangelicalen te danken zijn, hetgeen er een bewijs van is, hoe belangrijk het is, dat positieve christenen zo lang en zo veel mogelijk hun stem ook binnen de Wereldraad van Kerken laten horen. Maar ook zien wij deze toch verblijdende tendens voor een deel daardoor veroorzaakt, dat steeds meerderen gaan inzien, dat er in de weg van een horizontalisering en universalisering van het christelijk geloof geen echt 'heil' te verwachten is. Voor de volken niet en voor de kerken zelf ook niet. De verlegenheid die aan deze conferentie ten grondslag lag, heeft zodoende ook een heilzame uitwerking gekregen. En wie zou zich daarover niet verheugen? Onze verlegenheid is al zo vaak Gods gelegenheid geweest.
We moeten het vooral in dit licht zien, dat de evangelicalen open over de zendingsconferentie in San Antonio ook een positief getuigenis hebben gegeven. Zij hebben hun kritiek niet onder stoelen of banken gestoken, maar zij hebben ook verklaard, dat zij als evangelicale christenen van de Wereldraad geleerd hebben, met name op het punt, dat 'het evangelie ook sociale en politieke implicaties heeft'. In verband daarmee hebben zij een oproep gedaan aan de komende Lausanne II-conferentie om het contact met de Wereldraad niet te verbreken maar juist te intensiveren, en stelden zij aan haar voor om de eerstvolgende conferenties gelijktijdig en in eikaars omgeving te houden, zodat 'uitwisseling van ervaring en samengaan in werkgroepen gerealiseerd kan worden'. Aan het slot van dit schriftelijk aan Lausanne II toegezonden voorstel schrijven zij: 'Het is opvallend zo veel problemen als de "oecumenischen" en "evangelicalen" met elkaar delen… Wij roepen daarom zowel het Lausanne-comité als de wereldraad op de drang om elkaar buiten te sluiten naast zich neer te leggen. De scheiding doet geweld aan de realiteit van het volk van God; het christelijk geloof draagt op beide bewegingen te omarmen.'
Uit het bovenstaande wordt duidelijk, dat de rol van de evangelicalen in San Antonio van niet geringe betekenis is geweest. Zij heben in tweeërlei zin aan de voortgang van de wereldoecumene een stimulans gegeven. Enerzijds hebben zij de bezinning binnen de wereldraad-oecumene in positieve richting gestuwd, anderzijds hebben zij de evangelicale wereldbeweging opgeroepen om in het gemeenschappelijk vervullen van de opdracht van Christus om in deze wereld de blijde boodschap te verkondigen, het 'oecumenische' deel van de christenheid niet te vergeten, maar zoveel mogelijk met haar samen op te trekken.
C. Graafland
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's