De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het aanvaarden van de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het aanvaarden van de kerk

10 minuten leestijd

Achter subtiele opmerkingen kan soms een wereld van gedachten en verschillen schuil gaan. De afgelopen tijd is enkele malen in bepaalde bladen, met name van vrijgemaakt gereformeerde zijde, een opmerking gemaakt over hervormd gereformeerden, die de Hervormde Kerk aanvaarden, wat hen dan een minder principieel etiket oplevert dan diegenen, die dit niet zouden doen. Het aanvaarden van de Hervormde Kerk werd soms ook in verband gebracht met de kerkvisie van dr. Ph. J. Hoedemaker (prof. J. Kamphuis).
Ik heb mij in gemoede afgevraagd welke hervormd gereformeerden het dan wel zouden zijn, die de Hervormde Kerk niet aanvaarden. Het behoren tot een kerk, het ontvangen van de sacramenten doop en avondmaal in haar, het bekleden van een ambt, het dragen van verantwoordelijkheden in kerk en gemeente, houdt toch in een aanvaarden van die kerk? Men kan niet tegelijkertijd tot haar behoren en niét tot haar behoren, haar afwijzen en haar aanvaarden.
Nu besef ik ook best dat er verschil is tussen aanvaarden en aanvaarden. Het aanvaarden van de kerk mag nimmer betekenen een innerlijk aanvaarden van datgene wat zich niet verdraagt met het Woord Gods. Als zodanig kan er ook een twist zijn met de kerk waartoe men behoort, zoals de profeten onder het Oude Verbond getwist hebben met het volk.
Toen in 1909 de Gereformeerde Bond, na drie jaar wikken en wegen, besloot voort te blijven bestaan, werd in het statuut als doelstelling opgenomen de verbreiding en verdediging van de waarheid in de Nederlandse Hervormde ('gereformeerde') kerk om haar 'op te richten uit haar diep verval'. Maar intussen werd wèl die kerk als geheel aanvaard, als planting Gods, als kerk waarin de Verbondstrouw des Heeren, ondanks menselijke ontrouw zichtbaar was gebleven. Deze gedachte houdt inderdaad ook een principieel aanvaarden van de kerk in. Maar dat betekent geen aanvaarding van het kwaad, de dwaalleer. In de strijd om kerkherstel ging en gaat het altijd weer om uitzuivering daarvan.


Er zijn grenzen aan de tolerantie. Maar – de eerlijkheid gebiedt dit te zeggen – er zijn in dit opzicht ook altijd rekkelijken en preciezen geweest. En het is duidelijk dat, als de kerk in haar geheel hervormd gereformeerden tot verantwoordelijke posten riep, er in het verleden wel eens meer in de richting van de rekkelijken dan van de preciezen werd gekeken. Maar dat heeft met het aanvaarden van de kerk op zich niets te maken.
Wie tot een kerk behoort, daar een jawoord voor Gods Aangezicht uitsprak, daar geestelijke zegen ontving, kan en mag niet anders dan die kerk aanvaarden als het middel in Gods Hand om geestelijk leven te wekken en te voeden, in de hoop en verwachting dat de kerk in al haar delen trouw zal zijn aan het Woord Gods. Kan men haar zó niet aanvaarden, dan moet men met haar breken en haar ook niet willen misbruiken. Haar aanvaarden betekent een grote en vaak zware verantwoordelijkheid. Het betekent – ik zeg dat, ondanks tegenwerpingen nóg eens – in niet geringe mate lijden aan de kerk.

De Labadie
Me dunkt, dat er vandaag slechts weinigen zijn, die een positief oordeel hebben over de kerkvisie van De Labadie, die immers een kerk van louter wedergeborenen voorstond. In het recent verschenen boekje van prof. dr. C. Graafland ('Kinderen van één moeder') trof mij echter dat dr. G. Oorthuys eens gezegd heeft, dat het Labadisme dieper in de Gereformeerde Gezindte zit dan soms wordt beseft. Nu kan men denken aan het feit, dat soms afscheidingen plaats vonden op grond van de geestelijke kwaliteit van bepaalde voorgangers. Als zulke 'bekeerde' mensen uit een bepaald verband traden zou het wel de goedkeuring des Heeren hebben, zo luidde dan de redenering. Een labadistisch motief van mystieke aard. Maar Oorthuys betrekt dit Labadisme vooral op Abraham Kuyper en diens geestelijke nazaten, die niet direct de mystiek-bevindelijke lijn van De Labadie volgden. Daarover nadenkende moet men zich afvragen of dit inderdaad niet juist is. Is het niet zo, dat in de geestelijke en kerkelijke nalatenschap van de Doleantie verbond en verkiezing samenvallen en dat dan ook nog weer eens deze twee begrippen samenvallen met de concrete gemeente, dat er voor de bijbelse gedachte van tweeërlei kinderen des Verbonds geen ruimte meer is? Sinds de vrijmaking van 1944 durven de vrijgemaakt gereformeerden daarover niet meer te spreken, zo werd mij recent toegevoegd. Maar moet niet de vraag worden gesteld of er dan nog wel aandacht is voor de wedergeboorte als levendmakende daad van de Heilige Geest binnen de verbondsgemeente!
Het is niet alles Israël wat Israël heet. Van Israël – de kerk van het Oude Verbond – schrijft Paulus, dat ze allen onder de wolk waren, allen door de zee zijn doorgegaan, 'allen in Mozes gedoopt zijn in de wolk en in de zee', allen dezelfde geestelijke spijs hebben gegeten en dezelfde geestelijke drank hebben gedronken uit de geestelijke steenrots – 'en de steenrots was Christus! – 'maar in het merendeel van hen heeft God geen welgevallen gehad' (1 Kor. 10 : 5). Is het in de Nieuw Testamentische gemeente ooit anders geweest? Uit het loutere feit, dat Paulus in dit hoofdstuk de kerk van het Oude Verbond ten waarschuwend voorbeeld neemt mag worden afgeleid dat Paulus in de eerste christengemeente die tweeërlei kinderen al om zich heen zag.
Hoe men het ook wendt of keert, er blijft een spanning tussen wat aangeduid wordt met de begrippen zichtbare kerk en onzichtbare kerk, al treedt de onzichtbare kerk voortdurend in de zichtbaarheid. Calvijn stelt dat in de kerk de tarwekorrels schuil gaan onder 'een groten hoop kafs'. Verder schrijft hij dat de kerk met goeden en kwaden vermengd is. Hij verwijst dan naar de vergelijking van de kerk met het visnet, waarin vissen van allerlei slag gevangen worden maar waarvan de uitlezing pas plaats vindt nadat ze op de oever zijn gelegd; of met de akker waar koren en onkruid pas gescheiden worden op de dag van de oogst. Hij wijst op de gemeente van Corinthe, waarin 'het getal dergenen die gedwaald hadden niet klein was', 'ja het scheelde niet veel of het ganse lichaam was met dwaling besmet'. En toch, aldus Calvijn, verklaart Paulus dat ze is 'een kerk van Christus en een gezelschap der Heiligen'. En als hij dit dan toepast op de avondmaalsgemeenschap zegt hij dat, al is de kerk nalatig in haar ambt, de lidmaten zich niet terstond zelf maar van de kerk mogen afzonderen. Als Calvijn dan de vergelijking trekt met de kerk onder het Oude Verbond wijst hij erop, dat 'de beschrijvingen gruwelijk zijn' waarmee de profeten 'de gebreken van de Jeruzalemse kerk bewenen'. En, zegt hij dan verder: 'somtijds zijn hele kerken met zeer zware zonden beladen geweest, en evenwel heeft Paulus dezelve daaruit liever goedertierenlijk willen redden, dan dat hij de vloek tegen haar zou uitspreken'. Zij die gezondigd hadden worden tot bekering genodigd! (ik verwijs voor uitgebreider citaten naar mijn 'De kerk in het midden').


Wat ik hiermee zeggen wil is, dat het bij Calvijn bepaald niet zo is dat verbond, verkiezing en gemeente samenvallen, al ligt wel de hele kerk onder de beloften van het verbond. Moeten we dan niet zeggen, dat de neo-calvinistische lijn van Kuyper toch een andere is geweest dan die van Calvijn? Me dunkt dat er een diepe kern van waarheid ligt opgesloten in het woord van dr Oorthuys, namelijk dat het labadistisch motief dieper doorgedrongen is in de Gereformeerde Gezindte dan we denken.

Aanvaarden
Dit brengt me tenslotte nóg eens op het aanvaarden van de kerk. Als God in Zijn geduld de kerk draagt en verdraagt, zouden wij mensen dit dan ook niet moeten doen? Ligt daarin het principiële van het aanvaarden niet opgesloten, maar dan onder dat beding dat daarbij inbegrepen is de dringende, profetische oproep tot bekering, maar dan óók vanuit gegronde verwachting vanwege de Verbondstrouw des Heeren?
Ds. W. L. Tukker placht te zeggen, dat hij de kerk liefhad om Godswil, ook in haar gebreken, zelfs in haar zonden. Natuurlijk zei hij niet dat hij de zonden der kerk lief had. Maar ook in haar zondige en gebrekkige gestalte had hij haar lief vanwege de trouw des Heeren.


Aan het eind van zijn leven schreef ds. I. Kievit in het Gereformeerd Weekblad een aantal waarderende artikelen (hoewel niet zonder kritiek) over dr. Hoedemaker en diens volkskerkgedachte. De Hervormde Kerk was voor hem, trots haar organisatie en haar diepe val, een kerke Christi gebleven. Kievit zegt dan:
'Zij blijft voor Hoedemaker "de openbaring van het lichaam van Christus in en voor dezen lande". Er is in deze opstelling veel, dat ons aantrekt, ook al hebben wij onze bedenkingen (en ik met hem, v. d. G.). Maar het gaat ons nu om de voorstellingen van Hoedemaker. Wel zou ik bij het ouder worden willen opmerken, dat afscheiding ons steeds minder aantrekkelijk voorkomt en wat meer zegt: onschriftuurlijk voorkomt, want door voortgaande scheiding en scheuring wordt de toestand steeds hopelozer…
Hoedemaker was geen politicus, maar was en bleef enkel dienaar des Woords. Hiermee moge ik volstaan en vertrouwen, dat de lezers nu enig idee hebben van het getuigenis van Hoedemaker dat ook voor deze tijd nog betekenis heeft'.

Verdeeldheid
Dit gezegd hebbende voeg ik eraan toe , dat we de kerk ook hebben te aanvaarden in haar verdéélde gestalte. Als we dat niet doen verengen we de kerk des Heeren tot eigen kerk en eigen groep, terwijl we weten dat het zaligmakende werk Gods wereldwijd is. Dat betekent niet dat we de verdeeldheid der kerk op zich mogen aanvaarden. Die is zonde voor God, omdat we de eenheid van het Lichaam van Christus en de eenheid van het verbond gebroken hebben. Maar ondanks de schuld van de verdeeldheid gaat het werk van God wereldwijd door tot in kerken toe, die soms zeer ge-déformeerd zijn. Het aanvaarden van de kerk, ook in haar gedeformeerde gestalte van verdeeldheid houdt intussen ook de noodzaak in van de wekroep tot bekering, ook tot eenheid in de waarheid.

Geest des geloofs
Gods wereldwijde werk is altijd omvattender dan welke kerk of groepering dan ook. In Psalm 116 wordt gezegd 'Ik heb geloofd daarom sprak ik'. In 2 Cor. 4 : 13 neemt Paulus dat woord over als hij zegt: 'Omdat we dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: ik heb geloofd daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook daarom spreken wij ook'. Zó slaat Paulus een accolade om de oudtestamentische gemeente en de nieuwtestamentische. En zo nemen wij vandaag na eeuwen dat woord van Paulus ook op. De Heere heeft de eeuwen door in alle geslachten, talen en natiën zich een gemeente, verkoren tot het eeuwige leven, vergaderd door Woord en Geest. In de tijd van Elia waren er, ondanks de negatieve woorden van Elia, zevenduizend die de knie voor Baäl niet hadden gebogen (koren 'onder een groten hoop kafs'). Maar zó is de Geest des Heeren toch voortgegaan door de tijden en over de wereld om een gemeente bijeen te vergaderen, dwars door de gebrokenheid heen.
Die kerk aanvaarden we in hoop op God. Die kerk aanvaarden we, ook in haar verscheurde gestalte.
Die kerk aanvaarden we ook in haar innerlijk verdeelde gestalte en in haar gebreken. In diepe verwondering dat God desondanks doorgaat met Zijn kerkvergaderende werk door de Heilige Geest. Intussen ook in diepe onverdraaglijkheid van de verdeeldheid en de gedeformeerde gestalte op zichzelf. Want de kerk zal in al haar delen kerk van het Woord dienen te zijn. Maar ze is nooit zonder kaf geweest.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het aanvaarden van de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's