De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

3 minuten leestijd

Bij uitgeverij Ambo verscheen een bundel gedichten (ƒ 19, 50) van Gijsbert Japicx (in hedendaags Nederlands vertaald en becommentarieerd door D. A. Tamminga). Japicx (1600-1666) 'was niet alleen de grootste renaissancedichter in het Fries, hij is nog steeds de aanzienlijkste figuur in de Friese literatuurgeschiedenis. Zijn dichtwerk wordt gekenmerkt door een uitzonderlijke gevoeligheid voor de klankkleur!' Hier volgen twee gedichten.

• Vertrouwen op Gods gunst
Van God alleen ons goed en zoet,
Geneugt en zielsbegeren.
Wat Gods gunst zendt
Toch niemand schendt.
Wie zou zijn heil ons weren?

Dit anker houd ik vast in last.
God zal voor mij wel waken.
Wat Gods gunst zendt
Toch niemand schendt.
Daar wil ik staat op maken.

God is mijn toeverlaat, wat haar
Van mensen 'k moog ontmoeten.
Wat Gods gunst zendt
Toch niemand schendt,
Zij zullen 't namaals boeten.

Gods gunst houdt stand in nood en dood.
Laat mij dus niet versagen.
Wat Gods gunst zendt
Toch niemand schendt.
Daar mag ik 't wis op wagen.

't Ga stil, 't ga woest, laag, hoog, zijn oog
Zij mij tot stuur beschoren.
Wat Gods gunst zendt
Toch niemand schendt.
Eens zal de Godsstad gloren.


• Friese landsvreugde
over de inneming van de stad Hulst,
met de omringende schansen (in de Tachtigjarige Oorlog)

Laat nu oud en jong blij zingen
Van de dingen
Die tot heil zijn voor ons Land.
Hulst, met schansen, vestingwerken
Huizen, kerken,
Valt Zijn' Hoogheid in de hand.

't Land van Waas gans ingenomen.
Zoek 't ontkomen,
Jezuïet, paap, monnik, klerk,
't Altijd groene Hulst door kwijnen
En verdwijnen
Spanjes Bloedraad, Romes merk.

Dat het thans Antwerpen gelde
Waar 't zo knelde.
Brugge, Gent piept als een muis.
Geel-oog met zijn vuile treken
Moet, bezweken,
Met de staart in d' aars naar huis.

Vlaamse maagdom, hoe ze heten,
Fel gebeten
Op bedschenners overlast,
Zal zich slaafs voor 's vijands nukken
Nooit meer bukken,
Als dit bastaardrot verkast.

Vlaand'ren, één met onze gouwen,
Dàt zou bouwen
Aan hun heil zijn: dan treedt bij
Brabant en wie daarna komen,
Die omzomen
Maas en Schelde, Lieve en Lei.

Dan zal 't Land niet gans verwoesten,
Dan moet roesten
't Godloos zwaard, met bloed bevlekt.
Dan hangt spies met maliënkolder
Aan de zolder,
Ruig met spinrag overdekt.

't Land in vreê zal nieuw ontluiken
Uit de fuiken
Van die bloedhond, Spanjes heer.
't Zal floreren, 't zal verrijken
Ja 't zou lijken
Zijn geluksster straalde weer.

Schenk Oranje, lieve Here,
Deze ere,
Dat hij ons de vreê bevecht.
Dat wij voor die zegeningen
U lof zingen,
Vroom, eenvoudig, slecht en recht.


Prof. dr. W. van 't Spijker schrijft elke week in De Wekker (Chr. Geref.) korte, puntige stukjes. Hier volgt een stukje onder de titel Geen eschatologie meer.

'Van Karl Barth gaat het verhaal, dat hij in een zeer weelderige omgeving zich de woorden liet ontvallen: hier is geen eschatologie meer, geen leer der laatste dingen. Een blijvende verzoeking voor mensen, ook uit onze tijd, vooral uit ons land met zijn overdosis aan welvaart, is het om de laatste dingen volstrekt te vergeten. De ernst raakt dan zoek, ook al schijnt ze door enkele stereotype uitdrukkingen die we weten te ventileren, nog te leven. De diepe ernst van het Ieven, waardoor alles, werkelijk alles in dit leven tot het voorlaatste gaat behoren. Neen, dit is hiet leven niet, het moet nog komen met die dag. Geen leer der laatste dingen meer: wanneer er geen verwachting, geen hoop is, geen uitstrekken van het hart naar de toekomst van de Here. De grote verzoeking van de welvaartstijd is wel deze geweest, dat we alles al hadden. En hoe leeg aan eeuwigheid is ons hart geworden? Er zijn geen 36, maar 37 artikelen. En het laatste is wezenlijk voor alle voorafgaande.'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's