De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het heilig onderricht der kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het heilig onderricht der kerk

(openingswoord collegejaar Theol. Hogeschool GB 1989-'90)

9 minuten leestijd

Bij de lezing van Calvijns commentaar op Ef. 4 viel het mij onlangs bijzonder op, dat Calvijn enig onderscheid maakt tussen een herder en een leraar. Paulus schrijft in Ef 4 : 11, dat de Heere sommigen heeft gegeven tot… herders en leraars. En meestal wordt dat in één adem gelezen. Als aanduiding van wat later in de kerk ook wel dienaar des Woords heet. De man die de kudde Gods weidt en jong en oud onderwijst in de leer der godzaligheid. Hoewel Calvijn niet ontkent, dat een herder ook een leraar dient te zijn, ziet hij hier het leraarschap toch als een bijzondere gave, nl. opdat de stukken der leer ongeschonden behouden worden. 'Iemand zou een leraar kunnen zijn, die nochtans niet bekwaam is om te prediken'. En bij leraren denkt Calvijn (in Ef 4 : 11) dan in het bijzonder aan dat soort van leraren dat de herders vormt en onderwijst en die de gemeente leren. En 'zonder herders en leraars kan geen regering der gemeente zijn'.

'Pura doctrina' voor het volgend geslacht
Als Calvijn hier een gepaste uitleg geeft van wat de apostel schrijft – en ik ben geneigd om hem bij te vallen – hebben we meteen de bijbelse en gereformeerde basis in het vizier van onze opleiding tot godsdienstleraar en kerkelijk werker. Wat wij beogen is in het leerplan van onze opleiding onder woorden gebracht. Kort gezegd betekent het: een opleiding te zijn die godsdienstleraren wil vormen en toerusten voor taken in de school en in de kerk, die met leren te maken hebben. Leren, zowel in de zin van onderwijzen als in de betekenis van het Duitse 'lernen' is voor de opbouw van de gemeente van het grootste belang. Er moet niet alleen gepredikt worden. Ook de 'pura doctrina' van de Schrift moet worden overgedragen aan het navolgende geslacht. In het bijzonder in onze geesteloze en normloze tijd, waarin het opgroeiende geslacht is uitgeleverd aan het nihilisme van de na-oorlogse opvoeders en waarin haast iedereen roept 'no past no future'. Er is een schreeuwende behoefte aan leraren die geloven en leren: dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben. Al zou niemand naar zulk soort leraren vragen – wat gelukkig niet het geval is – dan zou de Schrift ons alsnog gebieden ervoor te zorgen, dat ze er komen.
Onlangs in Hongarije ontmoette ik een predikant die het onderricht aan de jongeren der gemeente krachtig aanvatte. Het mag weer. De 'Jugendweihe' van het marxisme kan plaatsmaken voor het christelijk onderwijs. Er is een grote mate van vrijheid in dit land gekomen. 'Wel', zo zei deze Hongaarse dominee, 'dan is het nu onze dure roeping om van die vrijheid goed gebruik te maken. Nu kunnen de ouderen van andere toestanden weten, het de jongeren nog zeggen.'

Beroepsvoorbereiding/theologische kwaliteit
Een tweede ding dat ik wil onderstrepen in Efeze 4 : 11 is het woordje 'gegeven'. Wie zorgt er eigenlijk voor bekwame herders en leraars? Doet de hemelse Meester Zelf dat niet? Is er één gave in de gemeente die niet gewekt wordt door Zijn Geest en komt die ergens anders vandaan dan uit Christus' doorboorde hand? Zeker, maar zoals het altijd met gaven des Geestes gesteld is, zo ook met de gave van het leren. Wanneer iemand die eenmaal heeft ontvangen, moet hij ook in de uitoefening ervan getraind en toegerust worden. Vandaar een instituut als het onze dat leraren der kerk wil vormen. Theologisch/didaktisch. Het leraarschap vraagt om deskundigheid. En dat is ondermeer didaktische deskundigheid. Elke onbeholpenheid in de overdracht van de leer aan het jonge geslacht is uit den boze. Wij moeten weten, hoe wij met het Woord van God het mensenleven kunnen binnenkomen.
Echter dit allemaal wel in nauwe verbondenheid aan en ook gedragen door theologische kwaliteit en spiritualiteit. Wat wij te vertellen hebben op school en in de kerk is niet even gauw uit de duim te zuigen. Het is ook geen uit het hoofd te leren lesje. Uit de ministeriële aanwijzing van onze opleiding als een theologie-opleiding die aan wettelijk voorgeschreven kwaliteitseisen voldoet, moge blijken, dat wij geen 'hobbyistisch' theologie-bedrijf wilden nastreven.

Bijbelse Gereformeerde spiritualiteit
Maar met dit alles is het laatste woord nog niet gezegd. Het hoge woord moet eruit. Wij willen aan theologie-beoefening doen, waarin gesproken wordt van God, over God, uit God, als in de tegenwoordigheid van God. Die theologische motivatie mag elke student van elke docent vragen. Wij hebben geloofd, daarom spreken wij ook. Zo doen we niet slechts als we de Bijbelvakken doceren. Maar ook als we filosofie geven. Of als we aan sociologisch onderzoek doen.
Bedenken we echter wel, dat deze theologische kwaliteit en spiritualiteit er één van een bepaald soort is. Wat is theologische kwaliteit en wat is spiritualiteit, als deze niet genormeerd zijn door het Woord en de Geest van de levende God? Wat wij voorstaan is: bijbelse theologie, ontsproten aan de door Gods Geest geïnspireerde Schrift. Geen bijbel-critische theologie, ontsproten aan het vrijwel altijd onzekere en wispelturige inzicht van historici die de Schrift op de snijtafel van hun vrijgevochten verstand hebben liggen. Bijbelse theologie. En daaraan horig: theologie in Gereformeerd perspectief. De traditie van de Gereformeerde leer, geworteld in de Reformatie en de belijdenis van onze vaderlandse kerk, met al zijn rijkdom en in alle verscheidenheid is voor ons richtlijn en oriëntatiepunt. Wij wensen te staan onder de tucht van de in deze belijdenis neergelegde geloofsuitspraken. Wie dat enghartigheid wil noemen, ga zijn gang. Wij kunnen niet anders en willen niet anders.

Driedimensionaal
Echter, daar moet nog één heel belangrijk ding bij worden gezegd. Wat betekent immers dit alles, als de derde dimensie wordt gemist? En met derde dimensie bedoel ik: de bevinding van het geloof. Wij bieden geen wedergeboorte-theologie in de Kuyperiaanse zin van het woord. Want dan worden we bezitters van de waarheid. We hebben het niet meer in 'vreze en beven'. Daarentegen zoeken we een driedimensionale theologie, waarin het werk van de Heilige Geest, de wedergeboorte, de wet van God en de heiliging mee-ademen. Zoals in de theologie van H. F. Kohlbrugge. U bent misschien wel eens in het 'Omniversum' (Den Haag) geweest. Daar wordt u een film getoond over 'De vier jaargetijden', waarin u er zo met de haren bijgehaald wordt, dat u b.v. als een ware bij in een bloem kruipt en er de honing uitzuigt. Zo willen wij graag ook theologisch bezig zijn. Met het Woord van God omgaan als met iets wat zoeter is dan honing, met iets hartveroverends.

Leraarschap als kerkewerk
Ik keer nog een ogenblik terug naar Calvijns uitleg van Ef. 4 : 11. Hij schrijft over het leraarschap als een bijzondere gave van Gods Geest aan de kerk. En dan maakt hij onderscheid tussen leraren die de herders vormen en onderwijzen en leraren die de gemeente onderwijzen. Onze opleiding is er één die het laatste beoogt. De vorming van de herders en dienaren des Woords is aan theologische faculteiten toevertrouwd. Wat dat betreft zijn wij op zijn best een dienstverlenend instituut dat in het kader van het huidig onderwijsstelsel doorstromers kan opleveren. Onze studenten stappen soms over na het propaedeutisch examen, ook wel na het behalen van het Getuigschrift 2e en 1e graads godsdienstleraar. En dat moet kunnen. Maar wat wij in eerste instantie beogen is de vorming en toerusting van leraren die de gemeente onderwijzen. In kerk en school. Laat het ambt van dienaar des Woords a.u.b. het levend hart van het gemeente-zijn blijven. Maar het lichaam van Christus' gemeente heeft zoals ieder lichaam niet alleen een hart. Er zijn ook andere organen en functies. En wie kan ontkennen, dat het leraarschap als goed functionerend orgaan niet van even vitaal belang is? Zowel op een middelbare school als in het katechisatielokaal staan godsdienstleraren ten diepste in dienst van de gemeente en verrichten zij kerkewerk. In dat besef hebben wij als Zeister opleiding dan ook goede contacten met de Raad voor de zaken van Kerk en School van onze NH Kerk en met de cie. Theologisch Hoger Onderwijs vanwege onze Hervormde Synode met wie onze Stichting een overeenkomst van samenwerking heeft afgesloten met het oog op de opleiding tot kerkelijk werker in de zg. Pastorale Variant van onze opleiding.
Een zwaarwegend punt blijft inmiddels de vraag, of en in welke mate de kerk van geschoolde arbeidskrachten – hetzij in de sfeer van de vrijwilligheid hetzij beroepsmatig – gebruik wil maken. Het lijkt van groot belang, dat er op dit punt vooral in onze kerkeraden een bewustwording op gang komt, waardoor er mogelijk een antwoord komt op deze vraag. De velden zijn wit om te oogsten. En moeten er dan arbeiders 'ledig op de markt staan'?

'Dat al het volk des Heeren profeten waren'
Iemand zou tenslotte kunnen vragen, of we met dit alles niet heel gevaarlijk bezig zijn. Theologie is op deze wijze niet langer meer alleen een zaak van de vierkante meter heilig land van een katheder aan een universiteit en van een kansel in de kerk, van de geestelijkheid en van het ambt. Gooit men de theologie in feite door een opleiding als deze niet op straat? Wat moet de gewone man (met Havo-diploma weliswaar) met theologie? Of moeten we het omkeren? Is de heilige godgeleerdheid voorbehouden aan een geestelijke elite? Moet het gewone voetvolk het soms maar doen met 'fides implicita' (simpel aanvaarden van hun van bovenaf wordt gedecreteerd)? De Reformatie heeft de Bijbel weer in handen gegeven van het volk. En daarmee is theologie een zaak geworden van het kerkvolk.
'Och, dat al het volk des Heren profeten waren' (Num. 11 : 29). Ja, zo is het goed. En het is alleen de Geest des Heeren die het ons leert verstaan en die over de schatten van het Woord in de harten van de gelovigen waakt.
Het is allemaal boeiend genoeg. 'God van de hemel, die zal het ons doen gelukken en wij. Zijn knechten zullen ons opmaken en bouwen' (Neh. 2 : 20).

C. den Boer, Bilthoven

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het heilig onderricht der kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's