De Kerk als moeder (1)
'De Kerk als moeder', dat was het thema van de regionale ambtsdragersvergaderingen, die belegd werden door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. In twaalf regio's werd dit thema door in totaal zes predikanten van het hoofdbestuur behandeld. Vele honderden ambtsdragers hebben de bijeenkomsten bijgewoond. Elk jaar wordt één der gehouden referaten in ons blad geplaatst. Dit jaar plaatsen we in vier afleveringen de lezing van ds. J. Maasland, gehouden in Oud-Beijerland en Zaandam.Red.
1. 'Habere non potest Deum patrem qui ecclesiam non habet matrem', Cyprianus, De unitate ecclesiae (vert. Men kan God niet als Vader hebben, wanneer men de kerk niet als moeder heeft).
2. 'Want wat God heeft samengevoegd, mag niet gescheiden worden (Marc. 10 : 9): voor wie Hij de Vader is dient de kerk een moeder te zijn', Calvijn, Inst. Boek IV, hfdst. 1.1.
3. 'Maar we willen bij de kerk meer denken aan de Heiland naar Thorwaldsen, met de geopende armen, of aan een moeder en de schoot der kerk.' O. Noordmans, VW dl. 1 pg. 386.
Inleiding
Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die bij het horen van het thema 'De kerk als moeder' cynisch reageren met een opmerking als: een stiefmoeder dan zeker. De aanduiding 'stiefmoeder' bedoel ik dan in de gangbare hantering van dit woord. Want er zijn uiteraard talloze voorbeeldige 'tweede moeders' geweest en ze zijn er nog. Maar we weten hoe dit woord nu eenmaal in ons taalgebruik genoteerd staat: liefdeloze, hardvochtige moeder (Van Dale).
De kerk als moeder, dus een gezinsverband. Wat een gekissebis menigmaal over flauwiteiten en onnozelheden. Wat een verdeeldheid en egoïsme onder hen die de naam van Christus belijden. Wat een liefdeloosheid en hardheid, soms om koud van te worden. 'Niemand hoeft er moeite voor te doen om het te zien, van de grote schisma's tot de kleine veten, van de godsdienstoorlogen tot het opzij geschoven psalmboek in de kerk, zodat de 'vreemde' die naast je komt zitten, niet kan meelezen. Je kunt het zo gek niet bedenken of het gebeurt wel in de kerk. Over wat mensen elkaar in de kerk hebben aangedaan kun je boeken volschrijven' (prof. dr. A. v. d. Beek in: De adem van God, blz. 73).
Daarom: de kerk als moeder. Klinkt aardig, maar hoe is de praktijk, in de kerk, in uw gemeente of kerkeraad?
Ik denk, als zulke gevoelens en frustraties ons ambtelijk functioneren soms verlammen, dat het dan juist goed is te beseffen dat er over de kerk ook nog genoeg andere verhalen te vertellen zijn. Verhalen over de 'stillen in den lande'. Over de 'moeders in Israël'. Voorbeelden van ontroerende trouw, daden van wonderbaarlijke liefde. Er zijn dan 'grote namen' te noemen, maar evenzeer namen van vergeten personen die niet voorkomen in de index van kerkgeschiedenissen maar wier namen wel genoteerd staan in de annalen van plaatselijke gemeenten en wat nog verhevener is: wier namen geschreven staan in het boek des levens des Lams. Steunpilaren die zomaar in het verborgen, hun knieën hebben gebogen voor predikant en kerkeraad. Voor jong en oud in de gemeente. De kerk als moeder.
Zo hoort ze te zijn. Zo is ze ook naar haar wezen. In God treft ons het vaderlijke. In de kerk ontmoeten we het moederlijke.
Daartoe beperken we ons tevens. We geven geen aandacht aan de gemeente als lichaam van Christus of als kudde van de Goede Herder. Het gaat ons om de kerkelijke gemeenschap als een gezin. Om de kerk als een moeder uit wier schoot wij geboren worden. Om de heilsbemiddelende positie van de kerk. God tot je Vader hebben gekregen wil bijna altijd zeggen dat je de kerk daarbij als je moeder leerde kennen en daarom ook als zodanig hebt lief gekregen. Het kan, dunkt ons, geen kwaad daar in onze tijd de vinger bij te leggen. Het institutionele aspect van de kerk spreekt velen kennelijk niet meer zo aan. Het laag-kerkelijke is erg in zwang. Onze samenleving wordt beheerst door een uiterst individualistisch en daarom geperverteerd verlangen naar vrijheid. Ontkerkelijking en minachting van het instituut kerk heeft alles te maken met een individualistisch verlangen naar vrijheid: je bindt je toch zeker nergens aan en je bindt je toch zeker niet aan zo iets onnozels als de kerk? En als je wel wat zoekt voor 'je ziel' of hoe u het ook noemen wilt, welnu dan kies je toch een gemeente uit of een groep waar een voorganger is die het zo echt weet te zeggen. Of waar je een sfeer aantreft die zo fijn is of waar de regels zichtbaar strak en stram worden vastgehouden. Waar je je veilig voelt omdat alles vast staat en stijf staat van de stelligheden die als een wekelijkse monotonie over je heen komen. Daarvoor geef je je oude en een beetje aftands geworden 'moeder' van wie je de eerste beginselen wel hebt geleerd prijs. Want ja, ze is niet meer wat ze vroeger was. Of, ze houdt nog zo vast aan het oude. Ze is zo weinig met haar tijd meegegaan. De groep of de club is ons gekozen alternatief.
Geschenk
De kerk als moeder. Voelt u hoe actueel tevens ons thema is? Want een moeder kies je niet uit. Ze wordt je door God geschonken. En broers en zusters heb je ook niet geselecteerd uit een bepaald aanbod. Moeder, een gezin. De kerk is nooit een optelsom van losse individuen die elkaar hebben uitgekozen. Ze is een gemeenschap, een gezinsverband. Volstrekt op elkaar aangewezen. Ze kunnen elkaar niet missen. Kreeg je God tot je Vader, dan heb je daarmee niet een vrijbrief gekregen om je moeder, om de kerk, maar af te danken.
Schrift en belijdenis
Roept het bij u soms ook verbazing op dat er in uw dorp of stad nog altijd een plek is waar u de dienst der verzoening aantreft? Een gebouw van hout en steen. Misschien wel enigszins vervallen of splinternieuw. Al eeuwen in gebruik of waar de aflossing en schulddelging nog voor loopt. En dat er ook elke zondag nog een gemeente is van jongeren en ouderen. Ook al weet ik best dat het niet allemaal 'goud is wat er blinkt', dat er 'kaf onder het koren zit', maar er is toch een kerk, een gemeente. Ontroerende trouw des Heeren. Ook over en onder ons die beweren trouw te willen zijn aan Schrift en belijdenis. Kerk, u weet wellicht, dat komt van 'kuriakè': wat van de Heere is. Zijn eigendom. Zijn privébezit. Daar is geen centimeter van ons bij. Van de Heere. Daar ligt ook de oorsprong, de wortel, de oorzaak dat er ook heden nog een kerk is. Ook dat 'moederlijke' aspect is van God, ligt verankerd in Gods welbehagen. Hij zoekt ons hart via via. Een Latijns woord dat 'weg' betekent. Van Boven af naar hier 'beneden' toe loopt de weg. Als Paulus aan de Galaten het verschil wil aangeven tussen een leven onder de wet en een leven onder de genade, trekt hij lijnen vanuit de zoon der dienstmaagd en die der vrije, Ismaël en Izak. Via een allegorie trekt hij dan deze conclusie: er is een Jeruzalem dat nu is, dienstbaar met haar kinderen. Maar er is ook 'een Jeruzalem dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder' (Gal. 4 : 26).
Van boven
De gemeente van Christus is van boven, ze stamt uit de hemel. In Gods genade heeft ze haar oorsprong. Calvijn commentarieert dan o.a. als volgt: 'Zo dan, het hemelse Jeruzalem, dat zijn begin uit de hemel heeft en door het geloof boven woont, is de moeder der gelovigen. Want zij heeft het zaad des onverderfelijken levens, haar in bewaring gegeven, waarmee zij ons maakt, in haar schoot koestert en baart, ze heeft melk en spijs waarmee zij hen die zij gebaard heeft voortdurend voedt. Ziedaar, waarom de gemeente genoemd wordt de moeder der gelovigen. En voorwaar, die weigert een kind der gemeente te zijn, begeert tevergeefs God tot een Vader te hebben. Want God verwekt Zich kinderen en brengt hen op totdat zij groot worden en tot een mannelijke leeftijd komen. Maar niet anders dan door de dienst der gemeente'.
Onze belijdenis geeft aan dat 'deze kerk er geweest is van het begin der wereld af en er zal zijn tot het einde toe; gelijk daaruit blijkt dat Christus een eeuwig Koning is. Die zonder onderdanen niet zijn kan'. (Art. 27 NGB).
Dat onderstreept het voorgaande: de kerk is van God. Ze is geen bedenksel of maaksel van mensen. Mensen die bij God zijn weggelopen zoals in het begin der wereld is gebeurd, kunnen geen kerk hebben gesticht. Het wonder is veeleer dat God met van Hem weggelopen mensen Zijn kerk is begonnen te stichten en te bouwen. Het is Christus die een eeuwig Koning is om onderdanen begonnen. De kerk een moeder met kinderen omdat Christus onze Koning niet zonder onderdanen kan en wil zijn. Het moederlijke aspect van de kerk vloeit voort uit Christus' gedrevenheid om onderdanen te bezitten over wie Hij wenst te regeren met de staf van Zijn Woord en de voortdurende aandrijving van Zijn Geest.
Tegen deze achtergrond dienen we een uitdrukking als 'buiten de kerk geen zaligheid' dan ook te interpreteren. We hebben hier te maken met een uitspraak van Cyprianus, later ook overgenomen door Augustinus en Calvijn en zo ook terecht gekomen in onze belijdenis (art. 28 NGB).
Er is heel veel te doen geweest over deze uitspraak. We dienen toe te geven dat er ook misbruik van is gemaakt met name in de Roomse traditie. Zodat men wel heeft gepleit voor een kleine wijziging van de regel in: buiten Christus geen zaligheid. Inderdaad hebben we er nimmer iets in te leggen wat zou kunnen duiden op kerkelijke hooghartigheid. Ook wil er persé niet mee gezegd zijn dat de kerk over het heil beschikt zodat ieder die in de zaligheid wil delen afhankelijk zou zijn van het oordeel van de kerk. We mogen er geen kringbesef of groepsvorming uit afleiden als zouden mensen van een bepaalde kleur of cultuur, los van Christus, het beslissingsrecht hebben om te bepalen wie wel en wie niet in de zaligheid deelt. En laten we het niet ontkennen: er is en er wordt soms zo nog wel geoordeeld. Buiten ònze kerk en los van ònze groep wordt het toch wel heel moeilijk om behouden te worden. God kan een mens dan nog wel bekeren in een bepaalde kerk, maar zal hem of haar dan wel spoedig duidelijk maken dat je voor vervolgonderwijs en steviger kost elders moet zijn. In die geest van kerkelijke hooghartigheid is de regel 'buiten de kerk geen zaligheid' oorspronkelijk absoluut niet bedoeld geweest.
J. Maasland, Capelle aan den IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's