De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Omgaan met ziekte en dood
Het pastorale gesprek, zowel dat tussen een pastor en een gemeentelid, als het onderlinge gesprek tussen de gemeenteleden (het 'oog hebben voor elkaar') kent vele facetten, zo geschakeerd als het leven is in al zijn relaties. Een van die facetten is het gesprek aan het ziekbed, de verwerking van ziekte en rouw, de begeleiding van stervenden. In elke tijd zijn er de specifieke vragen die zo'n gesprek kleuren. Men zou een geschiedenis van het pastoraat aan zieken en stervenden kunnen schrijven aan de hand van de vraag hoe in een bepaalde culturele omgeving met ziekte en dood is omgegaan. Vandaag staan de vragen van de medische macht centraal. Mag alles wat kan? Wat heeft dat te betekenen voor het leven aan de grens? Hoe beleven mensen in onze samenleving de dood? In het Hervormd Weekblad van 14 september schrijft dr. G. W. Marchal over het pastorale gesprek in deze dat tot een ontmoeting met de ander wil leiden. In het grensgebied van ziekte en ddod zijn mensen 'kwetsbaar in het kwadraat'. Hoe kijken pastores zelf tegen de vragen van het ziekzijn aan? Hoe zit het met het inlevingsvermogen? We weten ook uit de Bijbel hoe uiterst riskant pastoraat in deze crisissituaties kan zijn? Men denke aan de vrienden van Job, 'moeilijke vertroosters' worden zij genoemd. Uit het artikel van Marchal citeren we het volgende gedeelte:

'We zijn benieuwd hoe we iemand, in dit geval een zieke, aantreffen, maar het is goed bij onszelf te beginnen: hoe is onze eigen instelling, hoe zijn we er zelf aan toe? Zieken zijn bijzonder kwetsbaar en betrekkelijk weerloos. Mede daardoor zijn andere "antennes" extra gevoelig. Zij merken sneller dan de gezonde mensen hoe iemand bij hen is. Wanneer de ander gehaast is bijvoorbeeld, nauwelijks tijd heeft om de jas uit te trekken, of wanneer hij/zij plichtmatig op bezoek komt, is een zinvolle ontmoeting vrij zeker tot mislukken gedoemd. Voorwaarde voor ieder gesprek, maar hier wel in het bijzonder, is de luisterhouding. Niet op een gemaakte manier, maar heel oprecht: het gaat immers om hem/haar die ziek is. Heel vaak wordt het gesprek omgebogen naar de bezoekende persoon die eigen verhalen gaat vertellen. Ziektegeschiedenissen van familieleden, buren, bekenden vormen helaas heel veel gespreksstof bij een ziekbed, waardoor de tijd gedood wordt en men elkaar leeg achterlaat. Het gevaar is zo mogelijk nog sterker wanneer men niet getweeën is. Helaas komt het ook veelvuldig voor dat de zieke naar de omtrek wordt gedrongen of zelfs buiten spel wordt geplaatst. Bij het luisteren behoort ook dat men niet bang behoeft te zijn voor stiltes, tranen, bitterheid, opstandigheid. Het is goed om ook dit met elkaar te delen, en het zo mogelijk in een gebed voor God neer te leggen, die ons door en door kent. Ik noem nu trouwens een element (gebed) dat evenals een lezing uit de Bijbel niet gemakkelijk is. Men schame zich niet hiermee moeite te hebben. Dat is beter en als regel belofte-voller dan het zogenaamde vloeiende, glad-gepolijste lezen en bidden. Ook dit kunnen we samen voorbereiden en aldus vorm geven, bijvoorbeeld door te vragen: stelt u het op prijs dat ik een stukje uit de Bijbel lees? heeft u voorkeur voor een bepaald gedeelte? wat vindt u belangrijk om samen in het gebed te noemen? Misschien is iemand noch van het een noch van het ander gediend. Dat respectere men. Hoe dan ook: een bezoek aan een zieke dient kort te zijn. Het gebeurt te vaak dat mensen blijven praten, zó dat zieken er nog zieker van en door worden. Tenslotte zullen we zuinig zijn met beloften, in de trant van: ik kom gauw weer eens kijken (merkwaardig werkwoord). Wat u zegt moet u doen! Vergeet trouwens de huisgenoten niet, die veelal een even grote last dragen als de zieke zelf. Aan hen wordt zelden gevraagd: hoe is het met u? Wie ooit met ziekte te kampen heeft gehad in de naaste kring weet hoezeer men als huisgenoten, als naaste kring familieleden, vaak alle energie kwijt is en toch verder moet gaan.
In een sterfhuis wordt als regel weinig gesproken. Wie vanuit de kring van de gemeente geroepen is daar aanwezig te zijn hoede zich ook voor een woorden-vloed. Ik denk aan de woorden van Prediker: God is in de hemel en u bent op de aarde, laten uw woorden daarom weinige zijn (5 : 1). Er komen nog gelegenheden genoeg om met de achtergeblevenen in gesprek te zijn. Dan is contact des te nodiger, maar het bezoek blijft allengs uit. Een rouwproces kan zeer lange tijd duren. Het pastoraat (over en weer, want een ontmoeting heeft altijd twee kanten) heeft juist dan ongehoorde kansen.'

Ieder mens verwerkt de crisis rondom het ziekbed en het sterven op zijn eigen wijze. Dat hangt samen met het unieke van elk mens. Toch zijn er – zo zegt Marchal terecht – in een proces van rouwverwerking wel fasen die herkenbaar zijn. In de boeken van bijv. mevr. Kübler-Ross worden zij uitvoerig beschreven: verdoving, bewustwording, afweer, ontkenning, agressie, neerslachtigheid, verwerking. Natuurlijk mag men een dergelijke fasering niet schematisch hanteren. Dan zou men de grootst mogelijke brokken maken. Maar het is goed zich door inzichten van hulpverleners en psychologen te laten verrijken. Hun wijsheid serieus nemen kan de pastorale ontmoeting ten goede komen. In een bijbels pastoraat gebeurt een dergelijke ontmoeting altijd in relatie tot de grote Derde, de God en Vader van Jezus Christus. Je kunt zo'n pastorale ontmoeting vergelijken met 'meelopen met de ander op diens weg', waarbij vooral luisteren geboden is. Om niet voortijdig te spreken, maar op die momenten die als een geschenk gegeven worden.
We stemmen het Marchal gaarne toe: Men hoede zich voor het glad gepolijste stichtelijke woord. Er is juist in het postoraat het gevaar van een bijbelgebruik dat het geheim van de Geest niet respecteert en daarom ook met onvruchtbaarheid geslagen is.

Apartheid
Prof. dr. J. Douma schrijft in De Reformatie van9 september over de apartheid in Zuid-Afrika. Na een schets van het probleem en een uiteenzetting over de kerkelijke verdediging van de apartheid door Zuidafrikaanse theologen wijst Douma erop dat de apartheid als systeem een mislukt systeem is maar bovendien een christelijk-ethisch bezien onaanvaardbaar systeem. We citeren uit zijn artikel.

'Allereerst moet het ons opvallen dat deze apartheid door de blanken aan de niet-blanken werd opgelegd. Niemand twijfelt er meer aan dat de apartheidspolitiek door de overgrote meerderheid van de niet-blanke bevolking wordt afgewezen. In feite werd de "eigensoortige ontwikkeling" voor allen geregeld. Of men nu een ontwikkelde zwarte was of niet – men werd weer aan het stamverband verbonden. Hier was geen keus zich aan een andere cultuur te verbinden. Wie zwart was, kon niet blank zijn en volop aan de westerse cultuur deelnemen. Dat is een onhoudbaar standpunt in de twintigste eeuw, waarin de transistor-radio tot in de kraalhut te beluisteren valt. Cultuur heeft nationale trekken, maar de onderlinge gelijkheid wordt steeds duidelijker. De mensheid is één en zal dat ook in haar cultuur steeds duidelijker laten zien.
De groei naar deze eenheid werd in Zuid-Afrika echter kunstmatig verboden. Het met elkaar omgaan aan eenzelfde universiteit op eenzelfde sportclub en in een intieme liefdesrelatie werden onmogelijk gemaakt. Maar een dergelijke bevoogding gaat ver over de grenzen van de bevoegdheid die aan een overheid kan worden toegekend. Hier besliste één bevolkingsgroep over de andere groepen, die geen stem in het kapittel kregen.
In de tweede plaats is het ethisch ongeoorloofd mensen in te delen op grond van hun kleur, zoals in Zuid-Afrika gebeurt. Weliswaar wordt in de betogen ter verdediging van apartheid het rasverschil geregeld verbonden aan het cultureel verschil; maar het is evident dat de kleur beslist. En ook nog dat er één kleur beslist. Want als de apartheidswetten werkelijk de eigensoortige ontwikkeling van alle volken op het oog hadden, is niet te begrijpen waarom in Zuid-Afrika huwelijk en seksueel verkeer alleen tussen blanken en niet-blanken verboden werd. waarom niet tussen Xhosas en Venda's, of tussen Zulus en Tswana's, die toch ook hun aparte culturen hebben? Een soortgelijke discriminatie viel ieder op die de bordjes "slegs vir blankes" zag. Waarom wel deze bordjes en geen bordjes: "Alleen voor zwarten"? Omdat de feitelijke apartheid die tussen twee kleuren is: blank en ongedifferentieerd niet-blank. We kunnen ons voorstellen hoe vernederend de niet-blanke deze discriminatie moet hebben gevonden.
Het is geen wonder dat de apartheidspolitiek daarom als racisme werd bestempeld. Weliswaar luidde de filosofie van de apartheid niet dat het ene ras superieur was boven het andere; maar wel dat het ene ras cultureel anders was dan het andere, en dat ook moest blijven. Het "andere" en het "eigene" lagen kennelijk in de kleur als inherente en onveranderlijke factor opgesloten. Dat is duidelijk een vorm van racisme, waarin altijd erfelijk-biologische factoren bepalend zijn om mensen (groepen) op sociaal en politiek gebied te scheiden.
Hoe onhoudbaar het is om de kleur beslissend te achten, laat Zuid-Afrika zelf duidelijk zien. Want letten we op de cultuur, dan zien we dat de blanken in Zuid-Afrika onderling verschillende wegen gaan. De Brit en de Afrikaner, de jood en de Portugees hebben daar hun eigen cultuur met tal van eigen organisaties. En anderzijds is het een feit dat in Zuid-Afrika mensen van verschillende kleur één cultureel patroon kunnen hebben. We hoeven maar aan de kleurlingen te denken, onder wie zeer velen met de Afrikaners taal, geloof en tal van andere levensuitingen gemeen hebben. Maar… de jood is blank en de kleurling bruin, en daarom moesten zij uiteengehouden worden.
In de derde plaats moet het ons opvallen dat de apartheid, hoezeer ook gepresenteerd als noodzakelijk voor de ontwikkeling van de vele volken, door de Afrikaners ontworpen werd om hun eigen positie als minderheid veilig te stellen. Angst is zeker een van de factoren die tot het apartheidssysteem geleid hebben. Men zou het nooit hebben ingevoerd als de niet-blanke bevolking, evenals in de Verenigde Staten, in de minderheid geweest was. Ook dan zou er in de praktijk, evenals in de Verenigde Staten racisme en separatisme geweest zijn. Maar het zou geen apartheid als gelegaliseerd systeem geworden zijn. In Zuid-Afrika zijn echter de blanken in de minderheid. Uit angst werd een systeem ontworpen, dat zo heel duidelijk een gerichtheid op het eigenbelang van de blanke minderheid vertoonde.
Ik vergeet daarbij niet dat de blanke minderheid zich offers heeft getroost en miljarden heeft uitgegeven voor huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg van de niet-blanke bevolking. De zwarten in Zuid-Afrika hebben het in materiële zin beter dan de zwarten elders in Afrika. Toch is het niet eerlijk zwarten met zwarten van elders te vergelijken, net zo min als wij tegen armen in Nederland zouden kunnen zeggen dat zij het zoveel beter hebben dan die in de Derde Wereld. Wie vergelijkingen trekt, moet dat doen met mensen in het eigen land. En dan zijn de tegenstellingen in Zuid-Afrika groot. Nog geen 15% van de totale grond werd toegewezen aan de thuislanden. Het onderwijs, de lonen, de openbare voorzieningen, de vrijheid van beweging en van organisatie, ja alles wat de blanken hadden en kregen was beter dan wat de niet-blanke bevolking ontving.
Wij kunnen gerust toegeven dat de angst van de blanken niet zonder grond is, en dat er zeer veel politieke wijsheid nodig zal zijn om vrede in het veelkleurig Zuid-Afrika te vestigen. Maar ook in Zuid-Afrika heiligt het doel de middelen niet. Opkomen voor eigenbelang is niet verkeerd; maar het moet dan wel getoetst kunnen worden aan de gulden regel: "Wat gij wilt dat u de mensen doen, doe gij hun ook aldus" (Matth. 7 : 12). Daaraan gemeten is het apartheidssysteem echter ver onder de menselijke maat gebleven.'

Over de wegen tot afschaffing van dit onmenselijke systeem en de weg tot verandering is dan nog niets gezegd. Douma zal daar hopelijk nog nader op ingaan, maar op het moment waarop ik dit schrijf is dit tweede artikel nog niet verschenen. Maar dat een dergelijk ethisch oordeel om een politieke en maatschappelijke vertaling roept is duidelijk. Het is goed dat Douma de zaken nog weer eens op een rijtje zet. Van dit alles geldt, wat iemand onlangs de titel meegaf aan een boek over de gemeenteopbouw: 'Eigenlijk wisten we het wel, maar we waren het vergeten'. Dat is geen onschuldige zaak. Hebben we voldoende oog voor het zwarte protest, ook als dat misschien zich in vormen kleedt waar we afstand van wallen nemen, voor de hartekreet tegen een systeem van onrecht die daarin hoorbaar wordt? We behoeven niet alleen naar Zuid-Afrika te kijken. Apartheidsgevoelens, superioriteitsgevoelens ten opzichte van mensen van een andere huidskleur of ras zijn ook vele Nederlanders niet vreemd. Juist christenen dienen dit scherp te onderkennen. Dat ook in opvoeding, onderwijs en vorming de jeugd een antenne gaat krijgen voor het onaanvaardbare van welke vorm van racisme of apartheid ook is voor de toekomst van onze samenleving broodnodig. En wat Zuid-Afrika betreft: Douma spreekt over 'politieke wijsheid om vrede te vestigen.' Maar hoe moet dat als de politieke wil ontbreekt of ten onder gehouden wordt? Hoeveel tijd heeft Zuid-Afrika nog?

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's