De Heere Jezus aan boord en toch… en dus…?
En als Hij in het schip gegaan was, zijn Hem Zijn discipelen gevolgd…Matth. 8 : 22
Jaren geleden woonde ik een lezing bij over het onderwerp 'geloofsmoeilijkheden'. Ja, die zijn er. Vragen kwamen op zoals Waarom moet je geloven, als toch alles van tevoren al vaststaat en beslist is?' 'Is de Heere God echt wel zo machtig als u zegt?'
Neen, geloven is niet zo gemakkelijk, al gaat het ook anderzijds… vanzelf. 'Het gaat helemaal niet of het gaat vanzelf, zei eens een oude christen. Het geloof betoont zich als een werk en een kracht Gods. Dat leert de Heiland Zijn discipelen ook op zee.
1. De Heere Jezus
aan boord en toch bang
De Heere Jezus stuurt Zijn jongeren de zee op. Hijzelf gaat mee. Dat is fijn. De zee is voor de jongeren bekend terrein. Ze zijn hier thuis. Ze hebben zo vaak deze zee van Galilea bevaren. Zeker, ze weten, dat ruk-en valwinden zomaar plotseling tussen de bergen door op het water kunnen vallen en alles bedreigen wat zich op het watervlak bevindt. Maar het is vertrouwd. En bovendien, de Heiland is toch bij hen? Wat kan er dan verkeerd gaan? Neen hoor, laat Hij maar rustig gaan slapen op het achterschip, vermoeid als Hij is. Ze passen wel op Hem. Zo'n boottochtje over het spiegelend wateroppervlak is nu juist fijn om uit te rusten en op krachten te komen.
Ja, ja, zo gaat het menigmaal in het leven van Gods kinderen. Of… weet u daarvan niet te spreken, omdat ge geen volgeling(e) zijt van de Meester? Vaart ge op uw levensschip nog op eigen inzicht? Wat is dat dwaas en gevaarlijk, vrienden. Dat gaat niet goed. Dat loopt verkeerd af.
Hij is in het schip gegaan en de jongeren volgen Hem. Hij bepaalt de koers. Hij gaat voorop. Dat is het geheim van volgen. Zelf niet meer het voor het zeggen hebben, achteraan komen.
Alles gaat goed, geen vuiltje is er aan de lucht, geen wolkje aan de hemel. Maar dan… plotseling… toch, die bergwinden… In een oogwenk staat de zee bol en hol, golven rollen aan, het water spoelt over het scheepje. Wat een toestand. O, o, ze waren wat gewend, maar dit…? De Heere Jezus aan boord, dichtbij hen, en toch, o zo bang. Dit houden ze niet. Daar gaan ze met hun kunde en kennis, overboord, de grond in. Gaan ze de diepte in, is de verdrinkingsdood nabij met Hem? De angst heeft hen in een wurgende greep. Ze weten het niet meer. Dit hebben ze nog nooit meegemaakt. Kan dit terwijl Hij erbij is? Wat maken we een berekeningen over de weg, die Hij wijst en waarop Hij leidt. David zong dat zijn berg vast stond voor eeuwig, in Psalm 30. Maar als God Zijn aangezicht verbergt…?
Wat een les, wat een oefening voor Zijn knechten en kinderen.
2. De Heere Jezus
aan boord en daarom biddend
Vreemd is dat intussen. Hij ligt te slapen. Hij slaapt maar door. Hij lijkt Zich aan Zijn kinderen te onttrekken. Dan vallen ze op zichzelf terug en wat hebben ze dan, wat zijn ze dan? Ze schreeuwen het uit, terwijl ze Hem wakker maken: 'Heere… behoed ons… wij vergaan…' 't Verwijt klinkt door in de bede om hulp, alsof Hij hen maar laat aantobben; de situatie is hoogst ernstig. Ze gaan met man en muis om zo te zeggen de diepte in en zal dan straks de schaterlach van de boze klinken over de woeste zee?
Waar blijven we met onze ervaringen, bevindingen, met ons geloven? Ja, als het een kalm zeetje is, als 't mooi weer is, ja…
Heere, toch het ontzag, de eerbied voor deze Meester. Als er Een is Die helpen kan, is Hij het. De dood voor ogen in het natte en kille watergraf, maar de bede 'behoed ons'. Ware het daarbij gebleven, maar ze zeggen erbij 'wij vergaan'. Kan dat, met Hem voortijdig de diepte en de dood in? O, het geloof is zo angstig klein maar meer. Weg is al hun grootdoenerij. Ja, de Heere weet de wegen en de middelen wel om Zijn kinderen klein te maken en klein te houden. Het ongeloof redeneert, overlegt, verwijt. Het geloof betrouwt, laat waar zijn wat Hij zegt.
En dat was er, zij het klein.
Wat is de kortste weg om zalig te worden, vroeg een oude godvrezende man aan zijn jonge leerlingen. 'In de nood niet tegenwerken, je laten zaligen'. En dat is het tere en tevens moeilijke geheim, dat de Heere met Zijn kinderen deelt.
3. De Heere Jezus
aan boord en dus… behouden
Daar is de Heiland. Hij rijst overeind op het hulpgeroep van de jongeren. Hij verwijt hen hun vreesachtigheid. Bang zijn, terwijl Hij er is, nabij is. Is de boze dan sterker dan Hij? Kan het met Hem verkeerd gaan?
O dat ongeloof. Zeker, wel sprak Calvijn 'waar het vuur van het geloof is, daar is de rook van de twijfel'. Het ware geloof, dat de Heilige Geest wekt en onderhoudt kruipt naar Hem toe, verliest aan steun en houvast alles bij zichzelf maar weet ook alles buiten zich in Hem.
Op Zijn machtswoord stilt zich de storm, legt zich de zee als aan Zijn voeten neer. En dan de verwondering, de aanbidding 'hoedanig Een is Deze…'!
En dus, … niet in strenge logica maar als het wonder van Zijn genade. Behoud is er in de Heere Jezus voor het eerst en opnieuw, naar lichaam en ziel voor reddelozen en hulpelozen en hopelozen.
Zo leert de Heilige Geest het nog op de hoge school waar de wetenschap van het geloof wordt onderwezen.
Dan gaat het gebed tot de aanbidding over. Dan is er hier de oefening van het geloof, ginds… straks het aanschouwen van Deze.
Hoe kunt ge zonder en buiten deze Heiland verwachten zalig te worden? Hoe kunt ge met deze Heiland vrezen verloren te gaan?
W. Chr. Hovius, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's