Is uw kind bang?
Als ouders merken dat hun kind bang is, gaan ze zich afvragen wat hiervan de oorzaak is.
'Hebben we iets verkeerds tegen ons kind gezegd? Is er op school iets naars gebeurd? Voelt ons kind zich niet meer veilig?'
Meestal blijkt, dat ouders de angst van hun kind niet begrijpen. Kinderen kunnen vaak zelf ook geen verklaring geven voor die angst, het is er opeens.
Iedereen is wel eens bang, het kind èn de volwassene. Alle levende wezens kennen het angstgevoel. Het kan zelfs een nuttig waarschuwingsteken zijn: er dreigt gevaar! Ons gehele lichaam is bij de angst betrokken.
Soorten angst
We kunnen de angsten in drie soorten verdelen:
* de angsten die aangeboren zijn;
Iedereen – zowel kind als volwassene – heeft in meer of mindere mate aangeboren angsten. Pasgeboren kinderen schrikken van plotselinge nieuwe en onbekende dingen (een heel hard geluid, een lichtflits).
* de angsten die aan ontwikkelingsfasen gebonden zijn (groeiangsten);
Groeiangsten ontwikkelen zich met de rijping van het zenuwstelsel. Het kind ontwikkelt zich, waardoor de leefwereld er steeds anders en groter uit gaat zien. Het is een wereld waarin zich voor het kind fascinerende, maar ook nieuwe dingen voordoen. Zo ontstaan er angsten die eigen zijn aan een bepaalde leeftijd.
* de angsten die zijn aangeleerd;
Deze angsten zijn aangeleerd door vaak nare ervaringen, die het kind tijdens het leven opdoet. Extreme angsten van deze soort worden fobieën genoemd. Kinderen hebben vaak dezelfde angsten als hun ouders (bijvoorbeeld voor onweer). Het voorbeeld van ouders is vaak bepalend voor de angsten van het kind.
Bij elke leeftijd hoort een soort angst
Als we ons verdiepen in de angsten van een kind, kunnen we daaruit heel wat opmaken met betrekking tot de ontwikkeling van het kind. In het eerste levensjaar schrikken baby's van alles wat nieuw is en plotseling op hen afkomt. Dat is begrijpelijk, want het kind kan er niets tegen doen, alleen maar huilen.
Als het kind ongeveer zeven maanden oud is, wordt het bang voor vreemden. Deze angst is een teken dat het kind zijn waarnemingsvermogen en geheugen al zo ver heeft ontwikkeld, dat het bekende gezichten kan onthouden.
De peuter van twee, drie jaar heeft leren lopen en gaat op ontdekkingsreis. Je kunt op die leeftijd dingen voortduwen, omschuiven, wegtrekken en omgooien. Zo'n wereld vol nieuwe mogelijkheden levert ook nieuwe angsten op.
De angst om van vader en moeder te worden gescheiden is wel de ergste van allemaal. De peuter voelt zich sterk tot zijn vader en moeder aangetrokken en voelt zich alleen veilig bij het bekende. De angst om te gaan slapen wordt vaak veroorzaakt, doordat de peuter bang is dat zijn ouders tijdens het slapen weg zullen gaan.
Kinderen van drie tot en met vijf jaar kunnen bang zijn voor hun eigen bedenksels, omdat ze soms geen onderscheid kunnen maken tussen fantasie en werkelijkheid. Dit kind wordt nieuwsgierig en begint te beseffen dat de wereld niet zo absoluut is als het altijd dacht. Zo gaat dit kind vragen stellen over leven en sterven. De angsten, die zich bij het schoolkind voordoen, hebben vooral betrekking op school, gezin en leeftijdgenoten.
In vergelijking met de kleuter is het denkvermogen van het schoolkind zover gerijpt, dat het begint na te denken over zichzelf en over andere mensen. Er daagt bij dit kind een identiteitsbesef. Het schoolkind gaat over allerlei dingen piekeren, zoals: Stel je voor… 'dat ik ga sterven', 'dat vader niet meer thuiskomt', 'dat papa en mama mij als baby hebben geadopteerd, ben ik wel echt hun kind?'
Veel tienjarige kinderen stellen zichzelf deze vragen. Schoolkinderen hebben vooral angst om te worden uitgescholden, afgewezen of uitgelachen door ouders, leerkrachten en leeftijdgenoten. Deze kinderen hebben vaak de neiging om deze angsten te verbergen, omdat ze bang zijn om te worden uitgelachen. Voor ouders en leerkrachten is het belangrijk te weten, dat het verbergen van angsten niet betekent, dat angsten op deze leeftijd niet voorkomen.
De taak van de ouders
De houding van ouders kan de angsten van het kind in gunstige èn in ongunstige zin beïnvloeden. Veel ouders proberen hun kind ervan af te brengen aan hun angstgevoelens uiting te geven. Ouders die niet consequent handelen, zorgen ervoor dat hun kind in een voortdurende sfeer van vrees voor afkeuring en straf leeft. Het stellen van te hoge eisen aan het kind leidt tot angst en frustratie.
Ouders hebben het recht en de plicht aan hun kinderen regels op te leggen, maar ze mogen hun kinderen niet met hun zorgen, vrees en angsten opzadelen. Kinderen mogen alleen met problemen worden geconfronteerd, die eigen zijn aan hun leeftijd.
Het is zeker nodig om op sommige momenten een bepaald gedrag van onze kinderen af te keuren, maar we mogen nooit het kind zelf afkeuren.
Het is belangrijk, dat we de angsten van onze kinderen serieus nemen. Serieus nemen wil zeggen: het kind niet uitlachen of straffen voor z'n angst, z'n angst niet negeren.
Ouders kunnen kinderen helpen hun angsten te overwinnen als ze ervan op de hoogte zijn. Daarom is het een voorwaarde, dat ouders hun kinderen de ruimte geven om hun angsten te uiten. Het is beter voor het kind dat het zijn vrees en angsten openlijk uit, dan dat het deze verbergt.
Bang voor de dood
Op verschillende momenten worden we – volwassenen èn kinderen – met de dood geconfronteerd. Bij mens en dier bestaat angst voor de dood. De dood is er gekomen door de zondeval in het Paradijs. De dood is onze vijand. We zijn bang voor de dood. De dood bepaalt ons bij God, het oordeel, het rekenschap afleggen van ons doen en laten.
Tussen God en mens ligt een breuk, die wij gezocht hebben. Het gevolg van deze breuk is de dood. De dood veroorzaakt bij ons op verschillende manieren angst. Deze angst kan reeds op jonge leeftijd bij kinderen aanwezig zijn. Misschien hebben ze heel dichtbij een sterfgeval meegemaakt. Hoe reageren ouders op deze angst? Wordt deze angst door ons alleen maar versterkt? Of praten we liever niet met onze kinderen over de dood?
We mogen als christenouders met onze kinderen over de dood heenzien. Door het lijden, het sterven en de opstanding van onze Heere Jezus Christus is er voor ons eeuwige verlossing mogelijk. Christus heeft de dood overwonnen!
Alleen door het geloof kunnen we de dood zien als een doorgang tot het leven bij God. Elke dag van ons leven geeft God ons de gelegenheid om ons op de dood voor te bereiden.
'Bereidt uw huis, want ook gij zult sterven!'
Hoe dat kan?
De beste voorbereiding op de dood is de bekering. Alle eeuwen door werd gepredikt: 'Bekeert u en gelooft het Evangelie!' Dat is ook nu de actuele prediking voor jong en oud. Reeds bij de opvoeding van hun kinderen moeten ouders hen leren rekening te houden met de dood.
Dit mag niet betekenen, dat we onze kinderen alleen maar bang maken voor de dood. We mogen onze kinderen wijzen op de eeuwige bestemming van Gods kinderen.
De ziel van Gods kinderen gaat naar de hemelse heerlijkheid, voor eeuwig!
De Heidelberger Catechismus stelt de vragen over leven en dood duidelijk aan de orde.
'Wat is uw enige troost beide in leven en sterven?' Het antwoord luidt: 'Dat ik met lichaam en ziel, beide in leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmaker Jezus Christus eigen ben, die met Zijn dierbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle heerschappij van de duivel verlost heeft en alzo bewaart, dat zonder de wil van mijn hemelse Vader geen haar van mijn hoofd vallen kan, ja ook, dat mij alle ding tot mijn zaligheid dienen moet, waarom Hij mij ook door Zijn Heilige Geest van het eeuwige leven verzekert en Hem voortaan te leven van harte willig en bereid maakt!'
Dit mogen èn moeten we op eenvoudige wijze aan onze kinderen doorgeven. Het is immers onze opdracht om kinderen op te voeden voor de eeuwigheid! Dan hoeve we onze kinderen niet bang te maken voor de dood, maar we moeten hen wel leren rekening te houden met de dood. We mogen – reeds op jonge leeftijd – door een waar geloof leren zien op het volbrachte werk van onze Heere Jezus Christus.
'Dan jaagt de dood geen angst meer aan,
want alles, alles is voldaan!
Die in 't geloof op Jezus ziet,
die vreest voor dood en helle niet!'
A. A. Korevaar, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's