'Hebben wij een opwekking nodig?'
Getuigenis ds. John J. Murray in Schotland
'Een opwekking is een krachtige werking van de Geest van God in grote aantallen mensen op dezelfde tijd.Een opwekking is een tijd wanneer geestelijke bekommering de dringende en in-beslag-nemende zorg van velen wordt.Een opwekking is een soeverein werk van de Heilige Geest.De gevolgen van een opwekking zijn de her-verlevendiging van christenen, de bekering van zondaren, en de overtuiging van wereldse mensen met betrekking tot de waarheid van het Evangelie.'
Aldus de aanhef van een getuigenis, geschreven door ds. John J. Murray, predikant van de Free Presbyterian Church te Oban in Schotland, om christenen in de plaatselijke omgeving aan te moedigen bij elkaar te komen om te bidden voor een opwekking. Het wordt nu als pamflet ('Do we need revival') onder een wijder publiek verspreid door The Banner of Truth Trust in Edinburgh in de hoop dat ook anderen aangemoedigd zullen worden om zo te doen.
Dit getuigenis voor de Gezinsgids vertaald door A. Jobse te Dordrecht werd ons door een lezer toegezonden. Hier volgt verder de inhoud.
Waarom?
Op de vraag 'Waarom hebben wij een opwekking nodig?', worden de volgende antwoorden gegeven.
1 Wij zijn al zo lang voortgegaan zonder een opwekking te zien. Er is gedurende deze eeuw geen belangrijke opwekking op het Schotse vasteland geweest (Hab. 3 : 2).
2 Er is een groot geestelijk en moreel verval in het land, en sommige gebieden zijn duister en bijna heidens.
3 De christenheid is grotendeels krachteloos en de kerk heeft haar geloofwaardigheid verloren.
4 Dodigheid, formaliteit en wereldgelijkvormigheid hebben bezit genomen van vele gemeenten (Openb. 3 : 1).
5 Ware overtuiging van zonde ontbreekt. Het eerste werk van de Geest is te overtuigen van zonde (Joh. 16 : 8). Wij zien zelden zondaren in een staat van alarm betreffende hun zielen.
6 De gebroken geest en het verbrijzelde hart zijn zeldzaam. Wij treuren niet over onze zonden (Zach. 12 : 10).
7 Velen van ons hebben hun 'eerste liefde' tot de Heere Jezus Christus verlaten, en het ontbreekt hen aan warmte en vuur (Openb. 2 : 4).
8 IJver voor de eer van God onbreekt, en wij zijn niet bedroefd over de smaadheid die Zijn Naam aangedaan wordt in kerk en natie.
9 Wij zijn niet diep bewogen door het gezicht van menigten die de eeuwigheid ingaan zonder Christus.
10 In vele preekstoelen is het ware Evangelie uit het gezicht verdwenen, en zondaren worden gevleid en aangemoedigd in een naam-christendom.
11 Het geloof in de onfeilbaarheid en betrouwbaarheid van de Bijbel wordt ondermijnd, en het onderscheid tussen waarheid en leugen gaat verloren.
12 De prediking is in verval, en er is een hongersnood wat betreft het horen van het Woord van God. Er is geen grote honger naar het Woord (Amos (8 : 11).
13 Er is een wijdverbreide onwetendheid van de fundamentele waarheden van het Evangelie en van de natuur van de christelijke bekering. De leer van de wedergeboorte wordt verwaterd.
14 De evangelie-prediking is geconcentreerd op de mens en zijn behoefte inplaats van op God en Zijn eer.
15 Het verval van de huisgodsdienst en de beoefening daarvan. De omverwerping van het gezin bedreigt de gehele struktuur van de maatschappij.
16 De achteruitgang in het kerkbezoek en het falen om de jeugd te behouden.
17 De veronachtzaming en de ontheiliging van de Dag des Heeren.
18 Het ontbreken van elke vreze Gods in onze gemeenschappen. Er is een openlijke bespotting van God en van Zijn wegen.
19 Onwetendheid van hetgeen God voor ons in het verleden gedaan heeft (Richt. 2 : 10).
20 Wij zondigen tegen veel licht, omdat God deze natie zo gezegend heeft in het verleden.
Diepgang
Wie kennis neemt van het bovenstaande zal moeten erkennen dat alle genoemde punten grosso modo van toepassing zijn op het kerkelijke leven in Nederland, al mogen we de vele 'goede dingen', die er nog zijn 'in Juda', niet vergeten en niet verzwijgen. Wie zou niet mèt ds. John J. Murray en mèt de Banner of Truth Trust verlangen naar een geestelijke opwekking in Nederland en daarbuiten?
Bij het lezen van het getuigenis van Murray werd ik getroffen door de diepgang ervan, in die zin dat – méér dan bij opwekkingsbewegingen, die zich vandaag aandienen – het element van zonde en schuld en de belijdenis daarvan centraal staan. Maar ook is treffend het in herinnering roepen van het verleden, toen God grote dingen deed onder het volk, in dit geval van Schotland, maar we mogen de lijn ook doortrekken naar Nederland. Verwezen wordt naar Richteren 2, waar na de dood van Jozua gezegd wordt, dat er een ander geslacht opstond 'dat de Heere niet kende, noch ook het werk dat Hij aan Israël gedaan had'.
De twintig punten van Murray hebben diepgang als het gaat om het aanwijzen van de kwaal: dodigheid, formaliteit, wereldgelijkvormigheid, het verlaten van 'de eerste liefde', maar ook onwetendheid, met name ook van datgene wat God in het verleden deed. Het is dunkt me een goede methode om eerst de kwaal aan de orde te stellen, wil de behoefte aan de Medicijnmeester worden gevoeld en doorleefd. Vele opwekkingskringen beginnen bij Jezus en met soms oppervlakkig getinte oproepen om tot Hem te komen. Maar waar is 'de verbroken geest en het verbrijzelde hart' (punt 6)?
Historisch besef
Eén van de grote manco' s van onze tijd is het gebrek aan historisch besef. Dat geldt ook voor en binnen de kerk. We werpen ons al (te) snel op de actualiteit en missen de grondige kennis van het verleden. Het onderwijs in de (kerk)geschiedenis staat niet al te hoog genoteerd. Maar ook de belijdenisgeschriften, ontstaan in de worsteling om de doorwerking van de Reformatie, om de ware religie hebben geen al te hoge papieren meer, ook in bepaalde opwekkingskringen niet. Terwijl we juist van de Reformatietijd mogen zeggen, dat God grote wonderen in dit land heeft gedaan, zowel staatkundig als kerkelijk. We moeten inderdáád met Richteren 2 ook hier belijden, dat er andere geslachten zijn opgestaan, die de Heere en Zijn werk niet meer kennen in de zin zoals onze gereformeerde vaderen het van God hebben geleerd.
Een geestelijke opwekking zal, dunkt me, nooit los (kunnen) staan van het 'zal gedenken hoe voor dezen, ons de Heere heeft gunst bewezen; 'k zal de wonderen gadeslaan, doe Gij hebt vanouds gedaan'.
Het is niet niets als een volk, als een kerk het verleden vergeet. We zijn ook in het gedenken van het verleden te oppervlakkig geworden om nog een opwekking te mogen ontvangen.
Het Oude Testament
Het valt mij verder op, dat Murray in zijn opwekkingsboodschap nogal eens verwijst naar het Oude Testament. Voor velen heeft òf het Oude Testament min of meer afgedaan òf het is omgedoopt tot een judaïstisch boek. Maar juist de Nieuwtestamentische christen weet waar hij zijn wortel en zijn bakermat heeft. Het Oude Testament en het Nieuwe Testament vormen een tweeëenheid. Samen vormen ze de Schriften, die ons van God gegeven zijn. Met Israël hebben we het Oude Testament gemeen, hoewel we het geheel verschillend lezen. Ooit voegde rabbijn L. van der Kamp mij toe dat we niets gemeen hebben, omdat wij, christenen, het Oude Testament lezen door de bril van het Nieuwe Testament. Ik ga daarin met hem mee, hoewel niet zò ver dat ik zeg: we hebben níéts gemeen. Feit is immers inderdaad dat het totale Woord Gods uit de twee testamenten bestaat. En Paulus zegt onomwonden dat de joden bij het lezen van het Oude Testament een deksel op hun Aangezicht hebben, omdat ze Christus niet kennen (2 Cor. 4 : 14). Zou de Nieuw Testamentische gemeente dan het Oude Testament ten-achter mogen stellen?
Dit brengt me op de psalmen. De psalmen zijn allereerst psalmen van Israël, maar ze zijn ook liederen van de Nieuwtestamentische gemeente. Dr. H. Bout, die veel over de psalmen heeft geschreven (ook zijn proefschrift handelde daarover), noemt de psalmen boven-testamentair. In ieder geval vinden we in Israels psalmen de diepte van de christelijke religie terag. Ooit hoorde ik in het joodse oorlogsmuseum in Jeruzalem een joodse voorzanger een klaagpsalm zingen. Het ging je door merg en been. In de psalmen ligt de oerbron van de christelijke religie. Maar in tegenstelling tot Israël horen we in de psalmen ook de stem van Christus. Een opwekking bepleiten en voorbijgaan aan de psalmen of deze zelfs verachten is een naar mijn diepste overtuiging dan obk tot oppervlakkigheid en kortstondigheid gedoemd. De psalmen zijn messiaans geladen. In een uitgave van een Nederlandse editie van 'De boodschap van de Bijbel' (uitgave Voorhoeve, Den Haag) worden de verschillende typen psalmen weergegeven. Terecht worden telkens – als het om de bóódschap gaat – de lijnen doorgetrokken naar Christus. Christus is ook in de psalmen aanwezig. In psalm 2 ziet de Gezalfde (de Messias) op Christus. In psalm 8 lezen we ten diepste over Jezus, die met eer en heerlijkheid is gekroond vanwege zijn kruislijden. In psalm 22 horen we Goede Vrijdag en Pasen.
Als we de psalmen zingen in de eredienst zijn we er zeker van dat we direct (uit) de Schriften zingen, de Schriften van het Oude Testament en van het Nieuwe Testament. Bij een geestelijke opwekking kunnen we de diepte van de psalmen niet missen. In de psalmen kijk je Gods kinderen in het hart, in hun zuchten en in hun heimwee, maar ook in het uitjubelen van de Verlossing. Ze vormen een kleine Bijbel in de Bijbel, zei Luther. Ze spreken aan in de diepste levensnood van de mens, binnen de kerk en erbuiten. Niet zelden zijn met het vrije lied de subjectieve gevoelens van de mens kerk en gemeente ingedragen. We zijn op deze wijze vaak ver van huis geraakt, ver van de bron, waaruit aartsvaders en profeten hebben gedronken. Dit overigens ten spijt van de goede inhoud van ook bepaalde vrije liederen.
In de psalmen wordt de vreze Gods, uitkomend in de verborgen omgang met God, in de wandel met God uitgezegd. Wanneer we vervreemden van de psalmen gaat ons geloof diepgang van aarde missen. Een geestelijke opwekking kan niet om buiten de levende klacht vanwege onze zonden, buiten het roepen om genade, buiten de verwondering om Gods goedheid. Voor een geestelijke opwekking kunnen we de aartsvaders, de profeten en de psalmisten niet missen, zo min als overigens de evangelisten en de apostelen, die ook telkens hebben teruggegrepen op het werk van God in oude tijden, in de geslachten vóór hen. Maar de apostelen hebben vervolgens niemand anders willen weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd. In Hem komen de beide testamenten bijeen. Het geslacht der apostelen is dan ook geen ander dan het geslacht van de aartsvaders, om even in het beeld van Richteren 2 te blijven. De aartsvaders zagen Hem van verre, de apostelen van nabij.
Lofzegging
Me dunkt tenslotte, dat ds. Murray één ding aan zijn getuigenis had kunnen toevoegen. Dat betreft gemis aan dank en lofzegging. Dank om het Woord Gods, dat ons, ondanks alle ontrouw, desalniettemin gelaten is. Dank om de grootste Gave, die ons aangeboden en geschonken wordt in het Woord door de Heilige Geest, namelijk Christus in al Zijn heerlijkheid.
Wanneer we de lof Gods gaan missen gaan we wezenlijke elementen missen van onze 'redelijke godsdienst', die ook eredienst wil zijn en in de eredienst van de gemeente tot uitdrukking zal komen.
God vraagt om de lof, het raakt Zijn eer. Het loven van God is vaak in de psalmen ook collectief, een gezamenlijk gebeuren voor Gods Aangezicht. De bergen en de heuvelen, de rivieren, kortom de hele Schepping doen in de psalmen mee als het gaat om de lofzegging op Gods Majesteit en Grootheid, Zijn Goedheid en Zijn menigvuldige Verlossing. Zo breed en voluit wil God de lofzegging, dat hele schepping mee zal doen.
In het gemeenschappelijke lied, waarin de lof van God wordt uitgezongen, kan óók de opwekking worden geboren. Dat kan in het persoonlijk leven ook gebeuren wanneer de lofzegging hoogstpersoonlijk wordt toegespitst: 'Hoop op God, want Ik zal Hem nog loven. Hij die is menigvuldige verlossing van Mijn Aangezicht en Mijn God'.
Een opwekking zal ook nooit los staan van de lofzegging, het loven en prijzen van Gods Naam en werk. Soms moet een mens zelfs wel eens beginnen met danken om de dankzegging in een gebed en een schuldbelijdenis te doen overgaan. Hebben we niet juist tegenover Gods goedheid zwaar en menigmaal misdreven?
Niet te maken
Een opwekking is intussen niet te maken. Ze is werk van de Heilige Geest. Ook het getuigenis van Murray zal op zich geen opwekking bewerken. Maar het draagt wel elementen aan, die nodig zijn om ons te bezinnen.
Waar liggen de wortels van de kwaal? Geen opwekking zonder schuldbelijdenis!
Een opwekking brengt tot het gedenken van Gods daden in het verleden.
Een opwekking zal betekenen: terugkeer tot de gehele Schrift, de woorden van het Oude en het Nieuwe Verbond.
Een opwekking zal de lofzegging op Gods grote daden in verleden, heden en toekomst niet kunnen ontberen.
Een opwekking zal binnen kerk en gemeente, in het persoonlijke leven altijd betekenen vernieuwing van de eerste liefde, liefde vàn en tòt de Zaligmaker. Daarom smeken we om het bekerende werk van de Geest, die Heere is en levend maakt. 'Och, of Gij de hemelen scheurdet en nederkwaamt'.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's