De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Geen annexatie
In Evangelisch Commentaar van 29 september gaat dr. A. A. Spijkerboer in op de kwestie van de stichting van een klooster in Auschwitz en het verzet van kardinaal Glemp tegen verplaatsing van het klooster. Zoals u in de dagbladen hebt kunnen lezen nemen allerlei joodse instanties de zaak hoog op. Ook van kerkelijke zijde kwam protest tegen de houding van de rooms-katholieken in Polen. Het protest van de joodse gemeenschap lijkt me volkomen terecht. Het gaat niet aan, schrijft Spijkerboer, op deze manier joden hun geschiedenis af te nemen. Intrigerender nog is de vraag die hij aan het slot van dit commentaar stelt, nl. of de zaak ook ons protestanten aangaat of dat we moeten spreken van een intern r.k. kwestie met de joden. Spijkerboer schrijft dan:

'Gaat de hele affaire ons protestanten ook aan? We zouden natuurlijk kunnen zeggen dat, als de paus in de zestiende eeuw zijn zin had gekregen, er helemaal geen protestanten meer zouden bestaan. (In Bohemen heeft de Contra-Reformatie in de zeventiende eeuw ook de begraafplaatsen van de protestanten om laten ploegen: alle sporen van de Reformatie moesten uitgewist worden.)
Wie het bij deze constatering wil laten kan dat doen, maar ik denk dat er nog meer te zeggen is. We staan voor een poging de geschiedenis van Israël te annexeren en in eigen beheer te nemen, en zulke pogingen worden ook binnen het protestantisme ondernomen. Wanneer je leest dat de onderdrukten in Nicaragua de joden van nu zijn, dat Ortega hun Mozes is, dat de president van de Verenigde Staten (het kan weer niet missen!) de farao is, en dat de joden van nu helemaal geen joden meer zijn omdat Israël Somoza heeft gesteund, dan wordt de geschiedenis van Israël weer op een andere manier geannexeerd en in eigen beheer genomen. Wij hebben geen reden ons boven de rooms-katholieke kerk verheven te voelen. Wie denkt dat hij staat, moet maar goed uitkijken dat hij niet valt, zei de apostel al.
Hoe is deze zaak tot een goed einde te brengen? Ik denk dat de Verenigde Staten en de EEG er goed aan zouden doen aan leningen aan Polen de voorwaarde te verbinden dat de over het klooster gemaakte afspraken gehouden worden.
Misschien gebeurt er ook niets, en zitten de ongeschoeide karmelitessen over een jaar of tien nog in het gebouw waarin het Zykon-B gas lag opgeslagen te bidden, vlak bij een metershoog houten kruis. We zullen dan wel goed moeten beseffen dat de joden nog steeds alle reden hebben ons christenen niet te vertrouwen. Maar zij hebben en houden hun eigen plaats in Gods geschiedenis met de volkeren! De laatste en diepste grond van hun bijzondere plaats is dat Jezus Christus in de eerste plaats voor hen gekomen is. Hij is ook voor ons heidenen gekomen, ja zeker, en wij horen er ook voor de volle honderd procent bij, maar wij komen op de tweede plaats. ledere poging van christenen uit de heidenen om de geschiedenis van Israël te annexeren en in eigen beheer te nemen is een schending van het hun verleende gastrecht.'

We zouden er ook nog aan toe kunnen voegen of de handelwijze van de R.K. kerk op dit punt niet volstrekt in tegenspraak is met de houding die de apostel in Romeinen 11 de heidenchristenen op het hart bindt, nl. Israël tot jaloersheid te verwekken. Door op deze wijze een kruis in Austhwitz op te richten brengt de kerk de prediking van het Kruis alleen maar in discrediet op een manier die niets te maken heeft met de bijbelse ergernis waar 1 Kor. 1 over spreekt. De apostolische waarschuwing: Wees niet hoogmoedig, maar vrees – en Paulus schrijft dat in een aangrijpend gedeelte over geloof en ongeloof – blijft voor de kerk een aangelegen boodschap.

Reformatorisch en evangelisch
De verhouding in dit 'kopje' aangegeven is de laatste jaren nogal eens onderwerp van gesprek geweest. De Kamper hoogleraar prof. dr. K. Runia wijdde er een brochure aan voor de Willem de Zwijgerstichting. De Evangelische Alliantie probeert door haar opstelling personen en groeperingen uit beide vleugels met elkaar in gesprek te brengen. Internationaal gezien – in het verband van de wereldkerk – blijken de zgn. Evangelicals een grote rol te spelen binnen missionaire organen in de Wereldkerk. Naar aanleiding van 10 jaar Evangelische Alliantie laat Idea een aantal scribenten aan het woord hoe zij de relaties tussen de reformatorische kerken en de evangelische beweging zien. Een van hen is prof. dr. C. Graafland, die in zijn bijdrage twee dingen naar voren brengt:
a. De inbreng van de evangelicalen in de oecumenische verbanden. In dat verband schrijft Graafland:

'Vooralsnog zien vrij het als een positief teken, dat evangelicale stemmen zich mengen in het koor van de oecumenischen, en daarin getuigenis afleggen van hun spirituele kracht. Opnieuw een bewijs hiervan troffen wij aan in de bundel Als de hemel de aarde raakt (Kampen 1989), waarin een bonte mengeling van visies en ervaringen wordt vertolkt, maar ook opnieuw de waardevolle inbreng van Evert van der Poll niet ontbreekt, die een gaaf stukje van evangelische opwekkingsspiritualiteit weggeeft, waarnaar het de moeite waard is om te luisteren.
Nu zien wij deze zelfde ontwikkeling ook optreden binnen de Evangelische Alliantie. Als ik terugkijk op de afgelopen tien jaar, herinner ik me bijeenkomsten, waarin de verticale spiritualiteit centraal stond, vaak toegespitst op het charismatische leven van de Geest in de gemeente. Zelf denk ik met dankbaarheid terug aan de keren, dat ik dit mocht meemaken. Maar vooral in de laatste jaren wordt de blik verruimd. De Evangelische Alliantie kijkt niet alleen meer naar boven, maar ook steeds meer om zich heen, de wereld in, de maatschappij in, de cultuur en de natuur in. En daarom wil zij zich nu ook mengen in het Conciliair Proces. Daarom wil zij ook nadenken over de kerkverlating en over de sociale en politieke nood in de wereld.
Is dit een goede ontwikkeling? Ik dacht van wel. Alleen op deze wijze zal de Evangelische Alliantie haar betekenis voor de kerk van de toekomst kunnen handhaven en vergroten. Mits zij dit doet en blijft doen op de haar kenmerkende evangelische manier, d.w.z. gedragen door de evangelische spiritualiteit, die haar bron ontleent aan de persoonlijke kennis van en omgang met God door het geloof in Jezus Christus en geleid door de Heilige Geest. Dit laatste (Mits…) is niet bedoeld als een opgestoken vinger, die vermaant en waarschuwt vanuit een negatief vermoeden, dat het wel eens verkeerd zou kunnen gaan in deze ontmoeting met de oecumenische kerk. Het is veeleer een aanscherping van het besef, dat het er nu wel eens op aan zou kunnen komen om duidelijk te maken, wat de evangelische beweging waard is. Want de opgave, waarvoor zij staat, we kunnen ook zeggen: de roeping, die zij in de komende jaren heeft te vervullen, is om datgene, wat in de bestaande kerken totnogtoe altijd mislukt is, namelijk het met elkaar integreren en vruchtbaar op elkaar laten inwerken van de horizontale en verticale dimensie van het heil, tot een positief resultaat te brengen. Als haar dit inderdaad zou mogen gelukken, dan zie ik voor de evangelische beweging annex de Evangelische Alliantie een waardevolle en vruchtbare, toekomst weggelegd, juist terwille van de christelijke kerken. En ik kan niet anders zeggen dan dat ik van harte hoop, dat zij deze rol zal mogen gaan vervullen, geleid en bekwaamd daartoe door de Geest van Pinksteren, de Geest van de volle waarheid.'

b. De relatie tot de reformatorische christenen. Op dit punt stelt Graafland een aantal kritische vragen naar de kant van de reformatorischen die hij hoe langer hoe meer in het isolement ziet terechtkomen en bij wie hij de neiging constateert de evangelischen op één hoop te vegen en hen als remonstranten te veroordelen. Historisch bezien is er een zekere verklaring vanuit het gegeven dat dit uiteengaan begonnen is sinds het conflict in de 17e eeuw tussen remonstranten en contra-remonstranten. Maar Graafland meent dat dit dilemma onvruchtbaar en onjuist is.

'Toch kunnen we anderzijds ook van een caricatuur spreken. Of liever: van een onwaarheid van een halve waarheid. Het punt, waarop de inschatting van de evangelischen van de kant van de reformatorischen misgaat, is dat men vanaf het remonstrantse conflict in de 17e eeuw alleen maar rekening houdt met een opdeling van de gereformeerde traditie in een tweestromenland in plaats van een driestromenland. De reformatorischen willen alleen weten van het dilemma gereformeerd-remonstrant. En dan ziet men deze remonstrant als een christelijk aangeklede humanist, die naar hun stellige overtuiging voorleeft tot in onze tijd, vooral binnen de oecumenische kerk en ook binnen de evangelische beweging. Men doet als reformatorisch christen alleen maar goed eraan, wanneer men herhaalt, wat Bogerman sprak op de Dordtse Synode: Ite, ite, gaat heen, maak dat je wegkomt. Nu bedoeld: uit onze kring, uit onze kerkgemeenschap.
Maar dit klopt niet helemaal. Want er is inderdaad een christelijk-humanistische traditie uit het Remonstrantisme voortgekomen. Eerst binnen de Remonstrantse broederschap zelf, al spoedig ook binnen de Hervormde (Gereformeerde) kerk en kerken. En we zitten er nu inderdaad volop in. Dat is een uitermate ernstige bedreiging voor een kerk, die werkelijk reformatorisch wil zijn. Maar er is sinds de 17e eeuw ook nog een andere traditie ontstaan. Deze is in de kern van haar belijden en haar geloofsbeleving voluit gereformeerd. Zij heeft zich echter niet laten vangen binnen de muren van het Dordtse predestinatiegeloof, althans voorzover het om haar belijden van de dubbele predestinatieleer gaat. Wel stemt zij in met haar belijden van de volle, eenzijdige, verkiezende genade van God in Christus, gericht op verloren zondaren, tot hun verzoening en vernieuwing. Maar tegelijk verbonden met een appèl vanuit het evangelie gericht in belofte en eis op ieder, tot wie dit evangelie komt. En dat laatste met een universele strekking en bewogenheid.
Die traditie staat tussen beide genoemde tradities in. In wezen staat zij aan de kant van de Dordtse genadeleer. Zij is er een evangelische variant van en als zodanig is zij er voor bestemd om tot op vandaag ondersteunend en corrigerend de Dordtse traditie (de reformatorischen) te begeleiden. Zij vormt de traditie van de opwekkingen, de revivals, van de charismatische verrijking van de gemeente, van het evangelisatorisch en wervend uitgaan in de wereld, van het brengen van het evangelie in de sloppen en stegen van het wereldleven. Tegelijk is ze de traditie van het vrijmoedig de naam des Heren belijden voor de mensen, van de zekerheid en blijdschap van het geloof, van de intense toerusting van de gemeente in al haar geledingen.
Evangelischen en reformatorischen: wanneer gaan zij "samen op weg"?
En dat zijn nu juist allemaal zaken, die onder de reformatorischen opvallend afwezig zijn en waarom ze toch zozeer verlegen zijn. Dus ligt onze conclusie voor de hand. Maar het is geen conclusie, het is een verwachting, een uiting van een intens verlangen: wanneer zal de dag aanbreken dat de reformatorischen zullen erkennen, dat zij zonder deze evangelische traditie niet voluit reformatorisch kunnen zijn? Ik hoop dat die dag spoedig aanbreekt. En ook hoop ik, dat de evangelischen zullen blijven beseffen, dat hun roeping ook daar ligt, waar het om deze reformatorischen gaat. Eén van de onmisbare en waardevolle blijken daarvan zal zijn, dat zij als evangelische beweging bij de voortduur erop bedacht zijn om een voluit bijbelse spiritualiteit te kennen en uit te stralen. Naar alle kanten. Naar de oecumenischen toe en naar de reformatorischen toe. Zo op weg gaan naar het jaar 2000, als God het geeft. Dat lijkt me een inspirerend perspectief.'

Oog voor elkaar
Ik wil me graag van harte aansluiten bij de laatste woorden uit dit bewogen en appellerende verhaal. Met name op het terrein van evangelisatie en zending ontmoeten kerken en evangelische bewegingen elkaar regelmatig. Ook ten aanzien van het pastoraat aan jongeren, hun deelname aan het leven van de gemeente zou het van uitermate groot belang kunnen zijn als we een soort 'kruisbestuiving' kregen en reformatorische christenen en evangelische christenen elkaar zouden verrijken en corrigeren.
Dat zal niet gemakkelijk zijn. Vooreerst; Wie bedoelt Graafland exact met de reformatorischen? Want dit reformatorische deel is allerminst uniform zoals de praktijk gedurig weer laat zien. In de tweede plaats is er ook binnen de evangelische beweging een grote variëteit. Op dat punt is de nodige helderheid vereist, willen we niet over en weer in stereotyperingen vervallen.
Heeft bovendien de veroordeling en de vrees bij de reformatorischen waar Graafland over spreekt niet alles te maken met een geweldig stuk innerlijke onzekerheid op eigen erf? Het is mijn ervaring dat we precies kunnen aangeven met welke stromingen we het niet eens zijn, maar falen als het erom gaat positief onze bijdrage in te vullen. Toch zal dat moeten, willen we niet in een steriel isolement vervallen. Aan de andere kant: Bij alle zorg ben ik niet pessimistisch. Wij mogen van Gods Geest grote dingen verwachten. Wij mogen ook dankbaar zijn voor de bescheiden, maar toch belangrijke bijdrage die de E.A. in ons land geeft aan het door Graafland bepleite contact. Dat kan allemaal veel beter, ongetwijfeld. Maar de dingen hebben soms tijd nodig. Voor ons de opdracht deze tijd niet te vermorsen maar bezig te blijven met de ons opgedragen taak.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's