Kerknieuws
AANGENOMEN NAAR:
Harskamp: C. Stelwagen te Montfoort.
BEDANKT VOOR:
Overschie: W. Eagter te Rijnsburg
Haamstede: J. van Popering te Windesheim
Ter Aar: J. L. van Ravesloot te Westerhaar
Goedereede: C. van Duin te Hei & Boeicop
Nieuwe Pekela: J. B. Kamp, kand. te Elspeet
Genemuiden: A. van Vuuren te Alblasserdam
Veen: C. J. v. d. Plas te Zwijndrecht.
HARMELEN
In een overvolle kerk nam op zondagmiddag 1 oktober ds. T. van den Heuvel afscheid van de Ned. Herv. Gemeente van Harmelen. Dit vanwege zijn vertrek naar Vlaardingen Noord. De dienst werd bijgewoond door vele predikanten en vertegenwoordigers uit de ring Woerden en de classis Breukelen. Verder waren er vele oud-gemeenteleden aanwezig.
In deze dienst werd afgekondigd dat er een toezegging van beroep is uitgebracht op ds. A. A. M. Prosman, legerpredikant te Veenendaal. Ds. Van den Heuvel merkte op dat hij en de gemeente een 13-jarige periode afsluiten. Hij memoreerde met dankbaarheid de vele goede en hartelijke contacten. Toch moet deze afscheidsdienst vooral een eredienst zijn. Hij bepaalde zijn gehoor bij 2 Kron. 7 : 3 en stelde daarin de aanbidding centraal.
Algemeen wordt de aanbidding bewaard voor de kerst of wij denken dat dit alleen kan in de hemel, voor de troon van God.
De tekst geeft aan dat er van aanbidding sprake is als de Heere God tastbaar aanwezig is, bij de inwijding van de tempel van Salomo. De aanbidding ging niet om Salomo, noch om de prachtige tempel, maar om de Heere God, die temidden van Zijn volk wil wonen. Daarom gaat Salomo voor in gebed.
Machtig is het als de overheid, bij monde van Salomo mag voorgaan in gebed.
Aanbidden is bukken, door de knieën gaan, dan worden wij klein voor de Majesteit van God. Het is wezenlijk voor de aanbidding als wij onze plaats weten, ons verootmoedigen en ons overgeven aan de Heere.
Ook in deze afscheidsdienst is er reden om te aanbidden, om in nederigheid Hem te ontmoeten, betreffende al ons falen en feilen.
Tegelijk ligt in de aanbidding ook de lofprijzing. Wij verwonderen ons, omdat de Heere nog met ons te doen wil hebben. Want de Heere is een God van ontferming en genade.
De aanbidding en lofprijzing moeten wij oefenen in de zondagse eredienst, daar vindt de training plaats, want daar woont de Heere met Zijn Woord en Geest. Hoe gaat het dan verder? Doordeweeks? Waar de aanbidding beoefend wordt in 't midden der gemeente, daar blijft iets van ootmoed en lofzang gaande. Zo zal er een voorsmaak zijn van de eeuwige glans en vreugde.
Na de dienst sprak ds. D. Siebelink namens ring en classis en als consulent en wenste hij de scheidende predikant die aanbidding toe, waarvan hij mocht prediken.
Daarna sprak ouderling C. van Vliet woorden van dank, waarbij hij memoreerde hoe samenbindend het werk van ds. en mevr. Van den Heuvel is geweest.
Tot slot zong de gemeente staande de scheidende predikant Psalm 134 : 3 toe.
INTREDE EN BEVESTIGING KAND. J. MULDERIJ
Zondag 1 oktober was voor de gemeenten van Eethen en Drongelen een blijde dag. Na een vakaturetijd van vier maanden werd op die dag kandidaat J. Mulderij uit Bergschenhoek aan deze gemeenten als predikant verbonden. In de morgendienst vond de bevestiging plaats in de kerk van Drongelen. De bevestiger, ds. C. Kortleve uit Ede, had als tekst gekozen Richteren 7 : 16 uit de geschiedenis van Gideon. Gideon zag tegen zijn taak op, maar hij krijgt de belofte: 'Ik zal u verlossen' en als teken de droom over het gerstebrood. Als beginnend predikant zie je er ook tegenop, maar ook wij krijgen tekenen: brood en wijn en bij de doop bewijst God zich de eerste te zijn. Ook wij zijn zeker van de overwinning, want Christus heeft overwonnen. De bazuinen van Gideon gaven geen onzeker geluid en de fakkels moesten worden hoog gehouden. Zo mag ook de nieuwe predikant de bazuin van de overwinning blazen en de fakkel hooghouden.
Aan de handoplegging werd deelgenomen door de volgende predikanten: ds. Kortleve uit Ede, ds. Van Mourik uit Meeuwen, ds. Klaassen uit Den Ham, ds. Van Steeg uit Vriezenveen, ds. Van Andel uit Bergschenhoek en ds. Borsje uit Vriezenveen.
De intrededienst vond 's middags plaats in de kerk van Eethen. De tekst voor deze dienst was 2 Kor. 1 : 9b en 10: 'Opdat we niet op onszelf vertrouwen zouden, maar op God, die doden verwekt; die ons uit zo'n grote nood verlost heeft en nog verlost; op Welke wij hopen, dat Hij ons ook nog verlossen zal.' Niet op jezelf vertrouwen, maar op God. Dat is vaak een gemakkelijk gezegde, maar je moet er maar voor staan. Paulus was op weg naar Korinthe, maar in Azië komt hij in doodsgevaar te verkeren. Hij wanhoopt aan zijn leven. Geen uitzicht, maar wel een uitweg, want hij gelooft in God, die de doden verwekt. Dat is de kern van de vertroosting. Niet bouwen op het zichtbare en tastbare, maar op die God, die door de grenzen heenbreekt. De God, die doden verwekt, niet alleen op Pasen, niet alleen in de toekomst, maar ook in ons leven, opdat wij zouden belijden: God heeft verlost. En Hij zal nog verlossen, want Hij laat niet varen het werk van Zijn handen. Er mag dus gegronde hoop zijn: Die ons ook nog verlossen zal. Dat is geloof.
Vervolgens dankte de predikant zijn bevestiger, zijn familie en vrienden, vertegenwoordigers van classis en ring, de consulent, de burgerlijke gemeente, koster en organisten.
Dominee wilde besluiten met de bede van Mozes: Indien Uw aangezicht niet mee gaan zal, doe ons van hier niet optrekken.
Tenslotte volgden toespraken van burgemeester Boender van Aalburg, dr. Vos namens de R.U. te Utrecht, de consulent, ds. Van Mourik namens de classis en ring en tenslotte van ouderling Van der Schans, die de nieuwe predikant Ps. 136 : 1, 25 en 26 liet toezingen.
Van de kennismaking werd zeer druk gebruik gemaakt.
BEVESTIGING EN INTREDE VAN DS. J. HET LAM (GEKOMEN UIT BESOIJEN-WAALWIJK) IN DE HERVORMDE GEMEENTE TE DIRKSLAND OP ZONDAG 24 SEPTEMBER 1989
In de morgendienst van zondag 24 september is ds. Het Lam bevestigd als herder en leraar door de plaatselijke predikant ds. A. Kastelein. De bevestigingstekst was gekozen uit Exodus 18 : 18b: 'Gij alleen kunt het niet doen'.
In de prediking werd er de nadruk op gelegd dat Gods dienaren niet mogen fungeren als solisten, die alles alleen op hun schouders nemen. Veel meer moet er in de eerste plaats de omgang zijn met de Heere en Zijn Woord. Daarvoor is tijd en studie nodig, dit als toerusting voor het ambtelijk werk. Bij het uitvoeren van dit werk binnen de gemeente mogen de predikanten zich gesteund weten door ambtsdragers en gemeenteleden. Zo hoeft het werk niet alleen gedaan te worden, maar mogen we elkaar in liefde aanvullen en ondersteunen. Op die manier mogen wij planten en nat maken, terwijl het alleen God is, Die de wasdom geeft!
In de middagdienst mocht ds. Het Lam zelf zijn werk beginnen in de Herv. Gemeente te Dirksland. De intrede-tekst was gekozen uit Openbaringen 1 : 17b: 'Ik ben de Eerste en de Laatste'. In de prediking werd allereerst de vraag gesteld: 'Hoe stelt u zich God voor?' Grote verschillen tussen de kerken zijn vaak terug te voeren op de manier waarop we over God denken. Denk je aan God als een vriend, een vader, een menslievende God of een God die dichtbij is?
Johannes, de schrijver van het boek Openbaringen, kende Christus al jaren. In Zijn leven als vriend, na Zijn opstanding in Zijn Heerlijkheid. Maar nu, op Patmos, vertoont Christus zich aan Johannes als een verblindend licht. Dit geeft zo'n verpletterende indruk, dat Johannes als dood aan de voeten van Christus valt. Zo is Christus als Majesteit, als Koning. In deze gedaante nu spreekt Christus: 'Ik ben de Eerste en de Laatste'. We kunnen ons nu de vraag stellen wat Christus daarmee bedoeld heeft om zich zo te vertonen. Allereerst kunnen we zeggen: ter bemoediging. Er staat immers: 'Vreest niet'. Alleen moeten we er ook goed op letten dat Johannes eerst wordt verpletterd. Bij een bepaald Godsbeeld behoort ook een bepaald mensbeeld. Zie je God als een vriend, dan zie je jezelf ook als een vriend. Zie je echter God als de Almachtige, de Heilige, dan zie je jezelf als een klein en nietig schepsel. Christus stelt zich als Majesteit voor, opdat wij ontdekt zouden worden aan onze kleinheid en verlorenheid.
Met het beeld van de zeven kandelaren wordt de gehele wereldkerk bedoeld. Zo zijn wij maar als een speldeprik aan de hemel. Wie zijn wij nu als gemeente als we niet op de knieën gaan voor God en ons bekeren? Zo moet, onder de vlammende ogen van de Koning der Kerk, alle misplaatste zelfoverschatting van ons als gemeente volkomen wegsmelten als sneeuw voor de zon. Datzelfde geldt voorts ook de voorgangers van de gemeente, opdat Christus meerder wordt. Niet wij, maar Christus is 'de Eerste en de Laatste'. Met de zeven sterren in Christus' rechterhand wordt wel aangenomen, dat daarmee de voorgangers van de gemeenten worden bedoeld. Vaak zijn we er opuit om op eigen wijze een ster te zijn. Wij willen zo graag uitblinken in welsprekendheid, organisatietalent en nog zoveel meer. Dat alles opdat de mensen ons zouden prijzen, terwijl we zelf zeggen dat het ons niet te doen is om eigen eer. Zo is er veel nederige hoogmoed onder ons. Daarom moeten in het bijzonder de voorgangers in de gemeenten wegsmelten onder Gods vlammende ogen, opdat al onze eigen verdiensten verteren. Hij moet wassen en ik moet minder worden!
Maar, zoals gezegd, de tekst is bedoeld als een bemoediging. Liggend aan Zijn voeten klinkt het bemoedigend tot Johannes uit de mond van Christus: 'Vreest niet. Ik ben de Eerste en de Laatste'. Dit was een vertroostend woord voor Johannes zoveel zorgen als hij had om de gemeenten die hij zelf niet meer kon dienen. Maar, dit woord wil ons ook nu nog persoonlijk bemoedigen temidden van al onze eigen levensvragen. Er zijn vele vragen met betrekking tot b.v. de toekomst van de christelijke kerk, het persoonlijk volhouden op het smalle pad achter Jezus aan, of de angst voor de dood in tijden van ziekte. Kijkend naar al die vragen zegt Jezus: 'Ik ben de Eerste en de Laatste'. Zie op Mij. Ik ben dood geweest en Ik ben levend in alle eeuwigheid. Ik ben de Eerste, de Eerstgeborene uit de dood die de dood heeft overwonnen. Zo zullen allen die in Mij zijn gestorven, in Mij levend gemaakt worden. Zo is Christus ook de Laatste, die leeft in eeuwigheid. Vreest dan niet, Christus leeft. Hij is getrouw.
Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in alle eeuwigheid.
Nadat de dienst van het Woord was afgesloten met het opleggen van Gods zegen op de gemeente, werd ds. Het Lam achtereenvolgens toegesproken door: burgemeester C. Oversier namens de burgerlijke gemeente, ds. T. E. van Spanje namens ring en classis en ouderling H. Bestman namens de kerkelijke gemeente. Door de sprekers werd ds. Het Lam met zijn gezin van harte welkom geheten in zijn nieuwe gemeente. Daarnaast werd ook de grote dankbaarheid benadrukt die er mag zijn nu de vakature zo snel is opgevuld. Op verzoek van ouderling Bestman zong de gemeente de nieuwe predikant en zijn gezin uit Psalm 17 : 4 (gewijzigd) toe: 'Wil hen Uw bijstand niet onttrekken'.
Nadat ds. Het Lam het welkom en de goede wensen had beantwoord ging de gemeente uiteen, terugziend op een vreugdevolle zondag met twee rijk gezegende diensten van het Woord.
BEVESTIGING EN INTREDE IN BAARDWIJK EN DOEVEREN VAN KAND. G. DE JONG
Zondag 1 oktober was voor de Hervormde Gemeenten van Baardwijk en Doeveren een vreugdevolle dag, omdat deze nieuwe combinatie in de persoon van kandidaat G. de Jong een eigen herder en leraar mocht ontvangen uit Gods hand. De bevestiger was drs. W. Dekker uit Rotterdam, de wijkpredikant van kandidaat De Jong, die geboren en getogen is in deze stad.
Als tekst had drs. W. Dekker gekozen 1 Cor. 3 : 9a: 'Want wij zijn Gods medearbeiders'. Paulus, Cephas en Apollos zijn medearbeiders van God en niet van mensen. Dat geldt ook voor de predikant, die vandaag zijn werk doet, zo hield drs. Dekker zijn gehoor voor in de stampvolle kerk van Baardwijk.
Twee typische kenmerken van deze tijd bemoeilijken echter dat een predikant een medearbeider van God is en blijft. Het eerste kenmerk is dat deze tijd hecht aan de persoon en aan de persoonlijke uitstraling. Er moet een vonk overslaan en wanneer dit niet gebeurt, verloopt soms de gemeente. De persoon is belangrijker dan de boodschap. Maar de kerk is geen theater, maar de werkplaats van God. Daarom mag de gemeente de predikant maar op één punt beoordelen: Werkt hij met liefde voor God en prijst hij Christus aan als de enige weg tot behoud. Dan heeft de gemeente een goede predikant, die medearbeider is van God.
Het tweede kenmerk is, dat het groepsdenken zegeviert in deze tijd. In veel gemeenten ontstaan groepjes en clubjes, die deelwaarheden en voorkeuren verzelfstandigen. Deze groepen trachten dan de predikant voor hun eigen inzichten te winnen. Drs. Dekker riep kandidaat De Jong op, zich niet op het paard te laten zetten door deze mensen. Alleen de Heere zelf zit te paard, de predikant loopt ernaast.
Voorts is het opvallend, dat Paulus spreekt van medearbeider. Dat is een eervollere vermelding dan bijvoorbeeld het woord knecht. We mogen met God samenwerken aan het gebouw, de gemeente. Niet in de zin dat God het niet zonder Paulus of broeder De Jong zou kunnen. Maar door God gekozen is de predikant toch echt medewerker. Nu moeten predikanten wel blijven bedenken, dat men ook in het eenvoudigste beroep medewerker van God kan zijn. Maar predikant zijn, is toch één van de mooiste beroepen. Want een predikant mag mensen helpen voor de tijd en voor de eeuwigheid. De predikant kan zich verwonderen, dat God hem daarvoor wil gebruiken.
Tenslotte zijn we slechts medearbeiders, want God doet het eigenlijke werk. Hij begint ermee, zet het voort en voleindigt het. Alleen God kan de verloren schepping verlossen. We zijn slechts medearbeiders. Dat is een bescherming voor overspannen verwachtingen bij de gemeente ten opzichte van de predikant en van overspannen zenuwen bij de predikant zelf. God slaapt en sluimert niet en daarom kunnen wij, nadat we gedankt hebben dat we deze dag Gods medearbeiders mochten zijn, gerust gaan slapen.
Na de beantwoording van de vragen van het bevestigingsformulier door kandidaat De Jong met: 'Ja, ik van ganser harte' en de handoplegging, werd hem door de gemeente toegezongen Psalm 119 : 44.
Ds. De Jong mocht daarna intrede doen in zijn nieuwe gemeenten met een tekst uit hetzelfde hoofdstuk 1 Cor. 3 : 16 'Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt, en de Geest Gods in ulieden woont?'
Het thema was: Gods tempel en de Geest. Ds. De Jong wees de gemeente op drie zaken waartoe deze tekst oproept: verwonderd te zijn, verwachting te hebben en een taak te aanvaarden. Verwondering, omdat Paulus dit durft te zeggen van een gemeente, die nog lang niet volmaakt is. Ruzies en misbruiken bij het Avondmaal zijn misstanden, die Paulus moest bestrijden. En dan toch de belofte, dat Gods Geest in die gemeente aanwezig is. De enige reden daarvoor is, dat God dit zo besloten had, enkel en alleen uit genade. Deze belofte geldt echter niet alleen voor Korinthe, maar geldt ook voor Baardwijk en Doeveren. Hierover kunnen we ons alleen maar verwonderen. Deze verwondering mag dan ook overgaan in verwachting. De verwachting, dat God inderdaad alles bewerkt en dat het niet afhangt van de gemeenteleden of de predikant. Maar dan tenslotte ook de opdracht voor de gemeente. De tekst is een vraag, maar deze vraag is bedoeld om de gemeente wakker te schudden. Gods Geest is in de gemeente aanwezig en dat moet gevolgen hebben. Zoals de priester in de tempel van het Oude Testament de verbinding met de hemel openhield door zijn gebed tot God en door aan de mensen door te geven wat hij van God ontvangen had, zo mag de hedendaagse christen bidden tot God voor de gemeente en de predikant en hij mag getuige zijn van God in deze wereld. Aan het slot van de dienst werd ds. De Jong toegesproken door ouderling Geleynse uit de gemeente van Rotterdam, door de consulent ds. De Graaf en door twee ouderlingen van de gemeenten Doeveren en Baardwijk, waarna ds. De Jong nog een dankwoord sprak.
In een middagdienst, die begon om drie uur, deed ds. De Jong intrede in Doeveren. Hij sprak hier vauit dezelfde tekst, met als thema: de tempel en Christus.
Gelet op de verwondering, verwachting en opdracht die in deze tekst aanwezig zijn, is er grote overeenkomst tussen de gemeente en het volk Israël.
Maar er is ook een groot verschil, want Paulus roept de christenen in Korinthe niet op, om als pelgrim naar Jeruzalem te reizen en daar in de tempel, bij het heilige der heiligen God te ontmoeten. Waarom niet?
Omdat de heidenen niet verder kunnen komen dan de voorhof der heidenen en de joden niet verder kunnen komen dan de voorhof der Israëlieten. Als de joden-christenen en de heiden-christenen uit Korinthe naar Jeruzalem gereisd waren, dan waren ze teleurgesteld teruggekeerd. Alleen de hogepriester mag eenmaal per jaar binnengaan in het heilige der heiligen, nadat hij zich uitgebreid gewassen heeft en verscheidene offers gebracht heeft. Als Paulus nu zegt van de gemeente, dat ze een tempel is, dan houdt dat ook in, dat we in deze gemeentelijke samenkomst als het ware in de tempel aanwezig zijn. Maar dat houdt dan ook in, dat we net als de hogepriester genaderd zijn tot het heilige der heiligen. Moeten wij ons dan ook niet schoonwassen en offers brengen in de vorm van een koe, zo vroeg ds. De Jong de gemeente. Nee, want dat is ééns en voor altijd gebeurd door de kruisdood van de Heere Jezus.
Bij onze doop worden we schoongewassen door het bloed van Christus en bij het Avondmaal gedenken we het offer van Christus. Toen Christus aan het kruis stierf, scheurde het voorhangsel van boven naar beneden. Daardoor ligt het heilige der heiligen open voor zondaars, die hun vertrouwen stellen op Christus.
Aan het eind van deze dienst werd ds. De Jong nog toegesproken door een ouderling en dr. Huisman, de consulent van Doeveren. Voor beide gemeenten was het een gezegende dag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's