De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerk als moeder (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerk als moeder (4)

10 minuten leestijd

Gezin
Moeder en gezin. De meesten van u zullen daar met het diepste respect aan terugdenken. Aan de tijd dat u nog opgroeide als kind bij vader en moeder thuis. Wat vond u er een warmte en een geborgenheid. Wat een liefdevolle aandacht en betrokkenheid bij de woelige jaren van opgroeien naar de volwassenheid. We vinden daarin een treffend beeld voor de kerk, voor de gemeente. Middels haar wil God ons veel geven. Wie daar oog voor kreeg en heeft gehouden, zal niet licht verachtelijk over haar durven en kunnen spreken. Ook al zijn uw ervaringen misschien niet altijd alleen maar positief, moeder schuif je zomaar niet terzijde. Intussen zet het ons wel aan het denken. Is de gemeente voor ons altijd wel als een moeder? Ervaren we het ook zo dat we in haar schoot mogen schuilen bij God in het barre en vaak zo kille tijdsgewricht van het heden? Biedt de gemeente, vooral ook voor onze kinderen en jongeren, hoop en warmte en geborgenheid? Wij stellen op de kansel en huisbezoek elkaar graag ontdekkende vragen. Het thema 'De kerk als moeder' zoals we dat tot hier toe hebben uitgewerkt, roept voor mij deze ontdekkende vraag wakker: Is er wat te merken van dat moeder-zijn van de kerk voor haar gezin, de gemeente? Je hoort mensen om je heen nogal eens klagen over het loszand karakter van de gemeente. Iemand heeft in dit verband gesproken over de erosie waaraan de kerk en het kerkelijk leven lijdt (B. Rootmensen, 40 woorden in de woestijn. Delft 1988). Er is een proces van verwoestijning aan de gang. Dat is een woord uit de wereld van het milieu. Wereldwijd nemen de woestijnen toe in oppervlakte. Per jaar met een gebied zo groot als ons land. Verwoestijning is een van de grootste milieuproblemen van deze tijd. Ze wordt onder andere door de mens zelf veroorzaakt: ontbossing, overbeweiding. Rootmensen past dit gegeven dan ook toe op het geestelijk milieu. Geestelijke kaalslag en verarming, wat een woestijn tot gevolg heeft: het los-zand karakter, waarover ook onder ons m.i. terecht door ouderen en jongeren geklaagd wordt. Het is goed dat we daar tijdig erg in krijgen en onze maatregelen treffen. Meer dan ooit tevoren heeft de kerk juist vandaag moeder te zijn. Wat zijn er een bedreigingen die de genoemde verwoestijning als een geestelijk afbraakproces in gang zetten: de ontkerkelijking en de daarmee gepaard gaande ontkerstening. Het liberale levensgevoel waarin God en zijn dienst slechts als een hinderpaal kan worden ervaren. De doorzettende afbraak van iedere ethiek en levensstijl geënt op God en Zijn Woord. Het individualisme waarbij de ander slechts interessant is als hij/zij iets te bieden heeft en mij in mijn vrijheid niet al te veel belemmert. Daarbij valt te noemen dat het klaarblijkelijk voor de kerk in het Westen een periode van geestelijke eb is geworden.

Terugkeer
Wat is nodig voor ons? Terugkeer naar het Woord. Naar een gemeenteleven volgens het Woord. Daar is van God uit doen aan. In dit kader is soms gesproken over een vernieuwing van de gemeente. Daarin dient u niet een program van actie te beluisteren voorzien van een methodiek om het mat geworden gemeenteleven een beetje op te richten. 'Waar het inzicht doorbreekt dat ons gemeenteleven over 't algemeen sterk verschraald is, maar ook ontdekt wordt wat God ons in en door Zijn Gemeente geven wil, daar komt een sterk verlangen naar een nieuwe doorbraak van de Geest. Daar wordt het gebed geboren om een geestelijke vernieuwing van de Gemeente, waarvan het begin overigens ligt in God zelf!' (Chr. van Andel, De gemeente van Christus en haar functioneren in deze tijd in : Kontekstueel, jrg. 2 no. 1).
Waar we zojuist uit de mond van Calvijn vernomen hebben dat het moederschap van de gemeente met name tot uiting komt in de ambtelijke verkondiging van het Woord, ligt hier een primaire verantwoordelijkheid bij de ambtsdragers der gemeente en niet in het minst bij de dienaar van het Woord. Een voorganger heeft nog altijd veel invloed binnen de gemeente. Hij kan veel stuk maken en tegenwerken. Maar als hij op zijn door God gewezen plaats zich bevindt, mag hij een instrument zijn bij genoemde vernieuwing van de gemeente. Hoe is de prediking elke zondag? Immers, we hoorden: daar gaat een bevruchtende, barende kracht van uit. Eenzijdige Woordbediening geeft een vervorming in het geestelijk leven. Is de dienaar op zijn plaats, op de plaats van Johannes (Joh. 3 : 30)? Of is hij niet (meer) op z'n plaats? Bevordert hij de partijzucht en de groepsvorming in het huisgezin Gods of dempt hij de ruzies aan de gemeentetafel? Doet hij aan klantenbinding of aan schoolvorming voor Jezus Christus? Kortom: at is de prediking van het allergrootste belang voor de vernieuwing van de gemeente.
Het gemeenschappelijke mag ook accent ontvangen dan en wanneer de gemeente samenkomt in Gods huis. Zoals in een gezin de maaltijden en de verjaardagen bevorderlijk zijn voor de onderlinge band, zo mogen we ook de samenkomsten in de gemeente beleven als dienstbaar aan de onderhouding van de onderlinge band. Samen zingen, samen Gods Naam aanroepen, samen met mond en hart de Naam des Heeren belijden. Oog hebben voor elkaar in de kerk. Wie ontbreekt er sinds korte of langere tijd in de diensten op de zondag? Wie kwam er voorheen getrouw aan de bediening van het Heilig Avondmaal maar laat al enkele keren zijn of haar plaats leeg?

Geloofsverbondenheid
De kerk als moeder, de gemeente een gezin. Je hebt er broers en zussen. Er wordt weleens getwist of een robbertje gevochten. Dat komt in de beste gezinnen voor. Maar toch is er verbondenheid die diep weg zit in de geestelijke geloofsverbondenheid aan de oudste Broeder Christus. Er is binnen Christus' gemeente eenheid in verscheidenheid. Is daar oog voor in onze gemeenten? Hebben we als ouderen gevoel voor de jongeren? Is er de liefde in ons hart om ook hen te bewaren bij het gezin van de gemeente? Of schoppen we ze liever de deur uit als ze al te kritisch worden en hun vragen ons al te lastig voorkomen? Nemen we elkaar serieus ook al zeggen anderen de dingen weleens anders dan we in onze traditie gewend zijn? Juist omdat we aanvoelen dat die ander toch in ernst de Heere wil dienen? Schrijven we niet zomaar iemand af ook al is de betreffende persoon niet de makkelijkste van het gezin van de gemeente?
Gemeenschap beleven vraagt oefening en kost zelfverloochening. Maar hoort dat laatste niet helemaal bij de navolging van Christus? Hij moet wassen, wij met z'n allen minder worden. Niemand is meer, niemand is minder. Eén is uw meester en gij zijt allen broeders. We kunnen dat wel makkelijk met de lippen belijden, maar komt er ook wat van in de praktijk?
We hebben in de gemeente te maken met heel verschillende mensen. Soms met verschillende manieren van verwoorden, van het weergeven van gevoelens en ervaringen. Zijn we bereid elkaar vast te houden en volop ernstig te nemen juist omdat de Geest ons het inzicht wil geven dat Christus bezig is Zich een toegang te verschaffen in het leven van die ander? Is er onder ons nog die openheid om elkaar te vertellen wat 'God ons deed ondervinden'? Is het voorts ook niet broodnodig in onze tijd dat we elkaar erin oefenen om staande te blijven in een godloze wereld met zoveel verzoekingen en valstrikken van de boze? Dat we weten wat er te koop is in de wereld? Dat we de tijd kennen waarin we leven? Opdat we samen vanuit de Schriften ons wapenen tegen wait de apostel noemt 'de listige omleidingen van de duivel'?

Gebed
Dat we met elkaar samenkomen om Gods Woord te onderzoeken, met elkaar in gebed gaan om de Heere aan te roepen om de doorwerking van Zijn Geest in het midden van de gemeente. Om zo de onderlinge gemeenschap en verbondenheid te versterken en de broederband aan te halen. Er is vaak zoveel 'consumentisme' in de kerkgang. We kiezen een bepaalde voorganger uit en een bij ons passende gemeente. En als het ons niet meer aanstaat, vertrekken we weer naar elders. Zijn we met zulk een handelwijze niet in strijd met de wijze waarop God Zijn gemeente vergadert? Niet wij kiezen elkaar uit, maar God kiest in Zijn voorzienige leiding over ons leven voor ons. De kerk is nimmer een optelsom van losse individuen maar een gemeenschap, een lichaam bestaande uit leden die volstrekt op elkaar zijn aangewezen en die zonder elkaar niet kunnen bestaan. Om het beeld vast te houden: We hebben moeder en onze broers en zusters ook niet zelf uitgekozen maar ze zijn ons door God geschonken. Zulk zicht op de kerk, op de gemeente laat ons geen ruimte om op een individualistische manier met haar om te gaan. Dat geeft ons zorgvolle liefde voor de kerk ondanks haar gebreken. En dan denk ik ook aan ons staan in het geheel van de Hervormde kerk. Van Calvijn valt te leren dat ons oordeel over de zichtbare rond het Woord vergaderde gemeente vol liefde dient te zijn. De kerk is daar waar het Woord is. Als zodanig is ze de moeder. Landelijk gezien valt de vraag te stellen: waar is het 'moederlijke' van de Hervormde kerk, als soms zo ingrijpend het Woord losgelaten wordt? Waar God zelf niet meer aan het Woord komt, daar is God zelf niet meer aanwezig. Maar waar het Woord nog wel is, daar is ook nog de kerk. Daar mogen ook wij nog zijn. Prof. Graafland heeft in zijn onderzoek naar Calvijns visie op de kerk volgens de Institutie laten zien hoe voor Calvijn het wezen van de kerk te vinden is in de plaatselijke gemeente. Voor een landelijke kerkorganisatie heeft hij daarbij geen plaats willen inruimen. Het eigenlijke kerk-zijn is daar waar Woord en sacramenten recht worden bediend. En dat is altijd een plaatselijk gebeuren. Hoe het in een landelijke organisatie toegaat is van secundair belang. Leerzaam in de actualiteit van het moment lijkt me dan Graaflands conclusie: '… dat we een grote kerkelijke fout begaan, als wij menen, dat met deze landelijke organisatie van de kerk het wezen van de kerk wordt geraakt of dat het wezen van de kerk daarvan op een of andere wijze afhankelijk zou zijn' (a.w. blz. 83). Wel, geeft hij aan, kan het zo zijn dat een organisatiestructuur een factor wordt die concurrerend wordt voor het Woord. Dat besluiten en kerkelijke wetten alle ruimte voor het Woord afsnoeren.

Dan kan de gemeente des Heeren niet meer ademen en leven. En dan wordt 'moeder' een 'heks' die haar kinderen vermoordt.

Verhoogde Christus
Nog is de kerk ons een moeder die ons voedt met het Woord. En bij alle spanningen en zorgen die we kunnen hebben als het gaat om besluiten en stemmingen die ingrijpend blijken te zijn voor velen in de kerk, steeds dienen we te blijven bedenken dat het eigenlijke niet in Leidschendam of op Hydepark gebeurt, maar in de zondagse samenkomsten der gemeente waar het Woord van Christus klinkt en waar de verhoogde Christus Zijn gemeente vergadert door Zijn Geest en Woord.
Daarom tenslotte voor ons de vraag: zijn we een levend lid van de gemeente des Heeren? Want de kinderen hebben veel aan moeder te danken. Ze leren echter ook 'Abba, Vader' zeggen. En dan verlaten we het beeld van de kerk als moeder en komen bij de werkelijkheid van het kindschap Gods. Roemen in genade alleen blijft dan over. Eertijds geen kind, eertijds geen volk. zonder God en zonder Vader in de wereld. Maar nu: Gods volk, ontfermd geworden. Hoe zouden we 'moeder' ooit meer kunnen verachten daar we mede uit haar door Geest en Woord geboren zijn? Ligt daar niet de diepste oorzaak van liefde voor de kerk?
Nog even en dan zijn Vader, moeder en kinderen, samen. Het hele gezin compleet uit alle geslachten en talen en natiën. Voor eeuwig bij Vader thuis.

J. Maasland, Capelle aan den IJssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De kerk als moeder (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's