Naar het land van Luther (3)
In Berlijn: gebed achter de muur
Maandagmorgen mocht ik met de 'prediker' van Wittenberg weer met de trein terug naar Berlijn, waar een vergadering was van de 'Prediger-Bruderschaft'. Onderweg bleek, dat men niet alleen thuis, maar ook in een treincoupé ineens een heel openhartig gesprek met medepassagiers kan voeren. Over de malaise in het land en over al of niet christelijk verwerken daarvan. Velen gaan in Berlijn kopen wat elders niet te koop is. We namen in Berlijn een taxi naar de kerkelijke instelling waar de 'predikers' vergaderden met hun vrouwen. De zakelijke vergadering begon met een meditatie over Hizkia, die de brieven van Sanherib in gebed voor de Heere neerlegde. Donkere wolken boven Gods volk. Machteloosheid der vromen. Gods verlossende Woord. Treffend. En toen een open gebed. Ontroerend. Eén vrouw deed schuldbelijdenis over de jodenmoord, waardoor het land verdeeld was, en bad schoorvoetend om hereniging. Dat moest Honecker eens weten, dat hier in Berlijn zó gebeden wordt. Maar de zieke Honecker hoorde die dag al niet eens van de grote exodus die 's nachts begonnen was uit Hongarije. De vrouw van oud-secretaris Dressier gidste mij vervolgens door Berlijn. Wat was ik verbaasd, dat het hele oude stadscentrum niet in West- maar in Oost-Berlijn lag. Dit is de 'etalage' van de DDR. Vanaf de 200 meter hoge televisietoren hadden we een magnifiek uitzicht over de vele nieuwe gebouwen die na de verwoesting van de stad zijn verrezen met daartussen enkele oude (Evangelische) kerken, die òf gespaard bleven (Mariënkirche) of herbouwd zijn (Nicolauskirche) of zwaar beschadigd waren en hersteld werden (Dom). Ik moest even denken aan de val van Rome in 410, die catastrofe in de Oudheid. 'Maar de kerken bleven gespaard', zei Augustinus. In de Mariënkirche verzamelde bisschop Dibelius sinds 1945 de Christenen uit de hele verwoeste stad onder zijn gehoor. En nog altijd komen hier enkele honderden uit de hele herbouwde stad bijeen, zo horen we. De dodendans, een middeleeuwse muurschildering, kreeg hier in de oorlog schokkende actualiteit. Over de rivier de Spree begint de beroemde boulevard Unter den Linden. Hier resideert Honecker, hier staan de schouwburg, de Humbolduniversiteit, de Russische ambassade enz. Terzijde staat een R.K. kerk, die ons vertelt, dat het protestantse Berlijn pas in deze eeuw R.K. import kreeg te verwerken. Eerst in 1930 werd hier de eerste bisschop gewijd. Ik realiseer me opnieuw, dat de stad van Bismarck, keizer Wilhelm en Hitler, een protestantse stad was. Een monumentale Franse Dom herinnert aan de komst der Hugenoten. Aan het eind van Unter den Linden is daar dan de Brandenburger Tor. De zon gaat achter het gesloten poortgebouw onder. We zien de muur. Witgeschilderd. Daarachter begint het voor velen onbereikbare West-Berlijn. Deze muur maakte sinds 1961 de éne Duitse kerk onmogelijk. Ook de kerk ging in tweeën. En zo ook het Gnadauer Verband. Wel kan de top weer samen vergaderen. Zo voegden zich bij de Oostduitse predikers de volgende dag Westduitse.
Op de Bijbelschool bij de Oder
Door de Duitse deling in 1945 was de Oostduitse sector ineens zonder predikeropleiding komen te zitten. St. Chrischona en nog vijf andere Bijbelscholen lagen allemaal in West-Duitsland. Daarom moest de Oostduitse Gemeinschaft een nieuwe bijbelschool opzetten. Dat werd dan de Bijbelschool van Falkenberg, niet ver van de Poolse grens. Daarheen nu ging het op dinsdagmorgen. De direkteur, broeder Beyer, kwam mij zelf ophalen. Een echte piëtist, die een duidelijke ingreep Gods in zijn leven had ervaren. Hij evangeliseerde aan de hand van Rembrandts schilderijen (verloren zoon!). Hij stond juist op de nominatie om de nieuwe voorzitter van de Oostduitse Evangelische Alliantie te worden, toen de Bijbelschool hem riep, waar in korte tijd drie docenten door de dood waren weggenomen. Op de Bijbelschool studeren zo'n 50 jongeren en doceren drie leraren. Er is nog een vacature voor… dogmatiek. Dogmatici zijn er al heel weinig in de Gemeinschaft. Hulp uit West-Duitsland is niet te verwachten, zei men. Daar gaan ze wel de zending in, maar niet naar Oost-Duitsland… Op de Bijbelschool mocht ik dan mijn 'Vorlesung' houden voor de gezamenlijke studenten. Ik besprak nu uitvoeriger de parallellen (en verschillen) tussen de Gemeinschaft en de Bond. Ik had gedacht hier theologisch en kerkelijk wat dieper te kunnen spitten en gehoopt op een flitsend dispuut. Maar neen. Men luisterde aandachtig, stelde schoorvoetend enkele vragen. Niet over rechtvaardiging en heiliging, zoals ik had gehoopt. Wel over mijn idee om meer uit te zijn op integratie van de 'evangelisaties' naast de kerk in de kerk. Ook over de liturgie bij Calvinisten: of bij ons ook bazuin en snarenspel mogelijk was… Dan verder over Hollands-gereformeerde verwantschap met Zuidafrikaanse kerken. Hoe rechtvaardigde de N.G. kerk dáár dan de apartheid? Ik heb toen maar uitgelegd, dat Beyers-Naudé (onbekend bij de studenten!) zijn strijd parallel ziet lopen met de Duitse Kerkstrijd tegen Deutsche Christen, die het nationalisme enz. rechtvaardigden… Een docent vroeg tenslotte, of ik als Hollander na de oorlog nog barrières voelde in Duitsland. Ik antwoordde dat voor christenen de Duitse schuldbelijdenis van Stuttgart en die van Dortmund (Iwand!) geloofsgemeenschap weer mogelijk maakte. En je merkt dan en telkens weer hoe juist Duitse christenen in hun contact met ons door schuldgevoelens gedrukt worden. Overigens vermeldt een prospectus van de Gnadauer Gemeinschaft, dat deze zich in 1933 achter de Bekennende Kirche gesteld heeft! Maar in de wandelgangen hoorde ik dat één van de zes Verbanden 'braun' is geweest… Na afloop van de lezing, onder de maaltijd, vroeg ik waarom deze studenten zo weinig disputeren. Een meisje antwoordde dat dat typisch Oostduits was, anderen ontkenden dat. Maar later zei de secretaris, dat Oostduitse jongeren het afleggen bij Westduitse, als het over discussiëren gaat. Ze hebben het niet geleerd op de staatsschool en nooit gedaan in de kerk. Ze komen dan wel weer correct en gedisciplineerd over.
Met de drie docenten van de Bijbelschool hadden we een zeer geanimeerd nagesprek. De opgelegde eenvormigheid van de staat is ook merkbaar in de kerk. De stromingen hebben geen behoefte aan profilering, zoals in het pluriforme en vrije westen. Men wil ook in de Gnadauer Gemeinschaft geen polemiek, geen Beyerhaus, hoe verwant ook. Deze docenten zien de noodzaak in van theologische bezinning, van reformatorische theologie, maar hebben de handen vol aan de opleiding (en als Piëtist heeft de Direktor thuis kastenvol biografieën). Theologische steun uit het buitenland, uit Holland ook, lijkt mij dringend gewenst, en zou welkom zijn. Ook hier kwamen de vluchtelingen ter sprake. Men signaleerde een 'ont-eschatologisering' van het communisme: het beloofde en verwachte heil is niet gekomen; mensen hebben geen hoop meer. Leeft hier de vraag naar 'geloven na Auschwitz? Antwoord: in de kerk wel, in de Gemeinschaft niet. Een nieuwe parallel met de G.B. in de N.H.K.! Later vroeg ik de secretaris verder uit. Leeft er hoop voor Israël? Antwoord: in de kerk is Israël geen thema, in de Gemeinschaft vanouds weer wel! Is het chiliasme een strijdpunt? Niet of nauwelijks. Zijn Israël-reizen mogelijk? Tot voor kort niet. Zelfs oudtestamentici hebben Israël nooit gezien. De DDR staat immers achter de P.L.O.!
Jonge Lutheranen
Terug in Woltersdorf ben ik nog te gast bij een jeugdgroepje van de plaatselijke Gemeinschaft. Ze vinden ons belijdenisdoen op latere leeftijd beter dan Konfirmatie op de leeftijd van 15 jaar. De meesten hebben hier niet meegedaan aan de Jugendweihe, – een uitzonderlijke toestand, ook in de Gemeinschaft. Ze vinden dat de kerk in de DDR geen asiel moet zijn voor niet-christelijke vrijheidsdemonstranten: dat compromitteert de kerk als oppositionele beweging en dat mag niet, want zij moet de overheid eren als Gods dienares. 'Jullie zijn echte Lutheranen', zei ik, maar dat herkenden ze niet. 't Stond zo in de Bijbel! Keurige jongelui ook: ze gaven elkaar bij 't komen en gaan een hand. Sober ook: we zaten de hele avond op een droogje. Ze vroegen of de jeugdgroep in mijn eigen gemeente ook zo klein was. Dat scheelt in de grote stad Amsterdam niet veel, maar elders is het wel anders.
Ze zongen liederen bij een gitaar, één bad en dankte. Christenjongeren, die nooit op een christelijke school hadden gezeten! Maar ook zonder dat gedenkt God Zijn Verbond. Eén was zelfs van huis uit ongelovig, maar nu christen geworden.
Omweg
De volgende morgen vlieg ik terug. Zoals gezegd: met een grote boog om de Bondsrepubliek heen. Vreemd toch. Maar wat vreemd is ook dit: nu ken ik de Gnadauer Gemeinschaft in Oost-Duitsland wèl, en die in West-Duitsland niet. De Oostduitse heeft het contact ook meer nodig. Maar van de Oostduitse Gemeinschaft kunnen wij denkelijk ook meer leren: Nachfolge Jesu. Daarom moeten we hen maar gauw uitnodigen om òns te bezoeken.
C. Blenk, Amsterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's