De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gebrek aan liefde (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gebrek aan liefde (2)

6 minuten leestijd

Wij kunnen de klachten over de flauwheid der liefde tot Christus nog wel nader verfijnen. Een zekere geestelijke luiheid, die ons traag maakte om het Woord te horen en ons zonder enige inspanning deed bidden valt soms zomaar over ons. Gods genade was er wel en wij wisten dat ook wel. Maar wij hadden die zo niet nodig. Wij hebben geen honger gehad. En het zou ons wel geschonken worden, wanneer het nodig was. Wij hebben toen verder maar rustig afgewacht. Wij kenden niets meer van het verlangen naar Gods huis, dat bijna doet bezwijken.
In dat geval doen onze ongevoeligheden en onoplettendheden de voelbare tegenwoordigheid des Heeren van ons wijken. Dan gebeurt precies hetzelfde als tussen man en vrouw kan plaatsvinden. Hij is niet meer voorkomend tegen haar. Hij dingt niet meer naar haar liefde als in de eerste tijd. Hij is niet eens meer beleefd. Zij móet hem immers liefhebben en zij is natuurlijk trouw genoeg om hem nooit te verlaten. Hij veronachtzaamt haar. En de verkoeling komt, zij leven al meer langs elkaar heen. Want de liefde kan niet tegen veronachtzaming. Daar schrompelt zij bij in. Dan trekt zij zich terug. Zo wijkt de liefde Gods terug, beledigd door onze koelheid en onoplettendheid.
Wil de liefde weer kunnen doorstralen, dan moeten wij beginnen, die laksheid van ons af te schudden. Dan moeten wij ons weer zetten tot bijbelonderzoek. Dit krachtige geneesmiddel moeten wij van zijn eenvoud en vanzelfsprekendheid niet verwaarlozen. En dus niet denken, dat het vooral door allerlei andere hulpmiddelen en aanwijzingen verbeteren zal. Wij moeten vóór alles de trouw van levend water zoeken. Met Gods Woord uit de eenzaamheid gaan.
Dan zal het verlangen naar God terugkeren. In het Woord zoekt de Herder het afgedwaalde schaap, totdat het in gebed gaat smeken: zoek uw knecht. Het gemis wordt dan weer gevoeld; het hart gevoelt zich wee en ellendig, het verlangt terug naar de tere genieting, die het eens smaakte door de nabijheid van God in Woord en lied en gebed. En het is de Geest zelf, die zo bidden doet.


Er is nog een andere oorzaak van geestelijke flauwheid. Vlak naast de traagheid ligt de gewenning aan Gods zegen. Dat eerste gebrek is heel dikwijls een gevolg van het tweede. Het kind van God raakt aan de liefde van zijn God gewoon, vergeet de afstand, die het scheidt van de heilige en heerlijke God. Het gaat de zegen van God als een vanzelfsprekendheid beschouwen en zijn gemeenschap als een natuurlijk privilege. Alle verwondering wijkt. Vaak is het zo: wij worden gemeenzaam met het heilige, met het heilige Woord, de Heilige Doop, het heilige Avondmaal, ja, met de Heilige Zelf. Hij gaf Zijn Zoon voor ons over in de vreselijke dood. Maar – wij hebben al zo eindeloos vaak van dat kruis gehoord, dat weten wij nu eindelijk al wel. Het pakt niet langer. Het grijpt niet meer aan. Wij vinden zijn dienst alledaags.
Wij menen ons niet te vergissen, als wij deze gewenning vaker in de diepte constateren van het gemeentelijk leven dan wij vermoeden. Het kwaad van het traditionalisme bedreigt ons dan levend. Wat is de achtergrond van het traditionalisme? U ziet daar al vanzelf het woord traditie in zitten. Daar willen wij niets van zeggen. De kerk kan niet zonder de overlevering van het bepaalde geloofsgoed, niet zonder zekere geloofsgebruiken en vormen. Geheel de kerk leeft van de traditie uit de gang der eeuwen. Maar een andere zaak is het wanneer het doel van het kerkelijk handelen wezenlijk komt te liggen in de bewaring van de voorhanden vormen en gebruiken van het kerkelijk leven. Het ontbreekt daar aan de blik op de geloofsgemeente, liever gezegd, het mankeert daar aan de funktie van het levend geloof en daarom aan het beleven van die spanning, waaruit voorwaarts drijvende impulsen groeien. Het waarachtig geloof leeft met Christus, maar ziet ook door de genade van de Heilige Geest telkens nieuwe opdrachten en taken. Het levende Schriftonderzoek ontdekt zonden, verzuimen en nalatigheden in het midden der gemeente. De Geest der Schrift bepaalt ons daar zeer duidelijk bij. Je zou het zo kunnen zeggen: het traditionalisme lijdt aan verveling, levensleegte, aan langzaamheid en traagheid in het verwerken van nieuwe drijfveren tot de opbouw van het gemeentelijk leven.


Onder de vlag van het traditionalisme kan dan een soort verstening van de gemeente optreden. Er ontstaat een gemeente, aan de buitenzijde zeer behoudend, gesteld op de vormen en gebruiken van oudsher. Maar van binnen leeft de gemeente daar niet meer uit. Je draagt wel het oude kleed, maar is in feite nieuw-modisch. Je ziet op die manier wel eens oude boerenvrouwendracht dragen, maar de dames lopen op hoge hakken. Dat gaat niet samen.
Het tegendeel van het traditionalisme is het activisme. In sommige gemeenten moet om de haverklap alles veranderd worden. Het is daar een en al beweeglijkheid, die zich uit in het voorstellen van allerlei akties voor en na; de ene vereniging ontstaat na de andere, de ene club en kring na de andere komt tevoorschijn, een menigte instellingen van sociale en charitatieve aard. Maar het ontbreekt aan de innerlijke betrokkenheid van al deze dingen op het doel, de gemeente om der wille van het geloof te dienen. Het activisme vertoont een onrust en een haast, die van het nieuwe naar het allernieuwste holt, zonder zich te bekommeren om de werkelijke innerlijke behoefte. De bedrijvigheid vergeet dat het om het geloof alleen gaat. Bij het traditionalisme roept men steeds aan één stuk: dit mag niet en dat mag niet, ho, pas op voor dit en voor dat. Bij het activisme zegt men voortdurend: dit moet en dat moet. Je hebt daar maar lid van te worden en dat te doen. Beide stromingen leven van eenzijdigheid.
Het komt ons voor, dat wij ons voor beide uitersten moeten hoeden. Zowel de traditionele christen, liever de traditionalistische christen, als de activistische christen vindt zichzelf doorgaans nog niet zulk een slecht christen. Laten wij intussen oppassen, dat wanneer wij wegschuilen in begrippentaal de levende gemeenschap met Christus gaat ontbreken. God laat niet gemeen maken wat heilige genade is en blijven moet. Wij moeten dan wel eens uit de vanzelfsprekendheid wegvluchten en de bedrijvigheid schuwen. Dan wil de Heere door het tijdelijke gemis de waardering weer wekken. De Heere laat ons zien de holheid van al die stelsels. Hij brengt ons tot de eenzaamheid. Wij slaan dan niet dóór en wij lopen niet weg, maar blijven in de diepte aan de bronnen verwijlen. Daar ontstaat dan een diepe loutering. Op de bestemde tijd komen wij weer uit de stilte naar voren. Een nieuw geluid komt dan uit de keel. Een oorspronkelijk levend geluid. Laat het dan zijn in oude vormen en gewoonten en gebruiken – het moge zo zijn. Men merkt het op.
Keer zo weer tot de Heere. Laat de drukte maar eens lopen en zoek de binnenkamer. En kom er niet uit, tenzij dat God er regeert. Mij dunkt, dat is de enige remedie tegen scheefgroei in welke richting dan ook.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gebrek aan liefde (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's