Naar het land van Luther (4)
De Gnadauer Gemeenschap in de Evangelische Kerk der D.D.R.
Na een persoonlijk getint reisverslag ('Naar het land van Luther') wil ik ook nog enkele algemene informatie geven over de Gnadauer Gemeenschap in de Evangelische Kerk in de D.D.R. Het is daarbij interessant om parallellen te trekken met de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk. Gegeven de grote verschillen in de historische ontwikkelingen van Duitsland en Nederland zijn de overeenkomsten frappant. Daarom kunnen wederzijdse kontakten ook vruchtbaar zijn. We kunnen van elkaar leren!
In 1988 bestond de Gnadauer Gemeenschap honderd jaar. Bij die gelegenheid verscheen het jubileum-boek 'Du, Herr, hast uns gerufen'. Daarnaast verscheen een brochure 'Zukunft durch Umkehr', weer kort samengevat in een overzichtelijke folder. Daaruit put ik nu mijn wijsheid.
Ontstaan
De Gemeenschap ontstond dus in 1888, op een konferentie in Gnadau (bij Maagdenburg) van 68 theologen en 74 leken. Motor was prof. Christlieb uit Bonn. Hij had juist een evangelisatievereniging en een evangelistenschool opgericht (het Johanneum in Bonn, 1886). De konferentie ging over de noodzaak van georganiseerde evangelisatie, over het evangelistenambt, maar ook over het algemeen priesterschap der gelovigen, dus de plaats van de 'leken' in de kerk. Maar de konferentie ging ook over 'heiliging' en 'gemeenschap der heiligen'. Het is duidelijk dat men al deze thema's in de officiële kerk miste. Maar even duidelijk is dat men in die kerk wilde blijven en zich niet wilde afscheiden. Van Christlieb moet het gevleugelde woord stammen: 'in der Kirche', zo mogelijk 'mit der Kirche', maar niet 'unter der Kirche' (in de kerk, met de kerk, maar niet onder de kerk). In Gnadau beriepen Christlieb e.a. zich hiervoor op niemand minder dan Luther. Luther heeft in de 'Duitse Mis' (1526) een wonderlijk woord gesproken. Hij zag naast de officiële kerkdiensten nog een andere godsdienstoefening mogelijk: niet zo officieel, ergens in een huis, om samen te bidden, te lezen, maar zelfs ook te dopen en Avondmaal te vieren. Maar, had hij gezegd, 'ik kan en durf zo'n gemeente of vergadering nog niet aanwijzen of oprichten, want daarvoor heb ik nog geen mensen en personen, zoals ik ook niet vele zie, die dat begeren. Gebeurt het echter, dat ik het doen moet en daartoe gedrongen word, zodat ik het met een goed geweten niet kan nalaten, dan vidl ik het mijne er gaarne voor doen, zo goed als ik kan helpen.' Einde citaat! Een uniek citaat! Pas het 18e eeuwse Piëtisme van Spener zou met een beroep op dit citaat komen tot zulke 'gezelschappen'! En uit dit Piëtistische konventikelwezen is onze Gnadauer Gemeenschap voortgekomen. Maar ook de 19e eeuwse 'golf', de opwekkingsbeweging en heiligingsbeweging wordt als bron genoemd, benevens dus de al genoemde evangelisatiebeweging van Christlieb e.a. Men vergaderde in een huis van Hernhutters. De officiële Lutherse kerk wilde na verloop van tijd 'Gnadau' integreren maar die poging kwam te laat: er was al een zelfstandige organisatie ontstaan. En een theologische discussie tussen kerk en gemeenschap mislukte (1902). De gemeenschap kwam vervolgens in een zware krisis door de Pinksterbeweging, die eerst aansloeg, maar tenslotte duidelijk afgewezen werd (1910, Berlijn). Wij verwachten geen nieuw Pinksteren, wij achten op de wederkomende Heer', luidde de officiële verklaring. De tongentaal-beweging werd als niet-uit-God gekwalificeerd.
Toen bij de nederlaag van Duitsland in 1918 het keizerschap verdween en de officiële kerk zelfstandiger werd tegenover de staat (de Weimarrepubliek) deden zich in de Gnadauer Gemeenschap 'Freikirchlicher Tendenze' voor, maar die werden door de leiding bedwongen. Men bleef in de kerk. In een overeenkomst met de kerkleiding werd het 'Avondmaal' vrijgegeven', d.w.z. voor Doop, konfirmatie, trouwen en begraven wenden de Gemeenschapsmensen zich tot de kerk, maar in de eigen samenkomsten mag wèl Avondmaal gevierd worden.
Doorstaan
Toen in 1933 Hitler aan de macht kwam en de kerk ging gelijkschakelen, kwam ook de Gnadauer Gemeenschap in de krisis: Führerprincipe? Ariërparagraaf? 75% Deutsche Christen in de leiding? Eén van de leiders zette zich ervoor in, maar de voorzitter van Gnadau, Miqhaelis, verklaarde zich ertegen. Eerst aarzelde het bestuur, uit angst, maar toen de Deutsche Christen hun masker lieten vallen, kwam Gnadau – nog vóór de beroemde Barmer Thesen! – eind 1933 tot een openlijke stellingname, de verklaring van Bad Salzuflen, die de vermenging van Bijbelse waarheden met volksreligieuze elementen afwees. Gnadau stelde zich vervolgens achter het Belijdenisfront in de kerk, maar deze beslissing was niet eenvoudig: 'daar zitten velen, die met ons helemaal niets gemeen hebben': 'liberale' theologen, strenge Lutheranen (tegen het Piëtisme), Karl Barth zelf niet te vergeten (die zich zo kritisch tegen het Piëtisme had uitgesproken). Maar een meerderheid besloot: wij behoren aan de zijde van het Belijdenisfront, maar wij stellen ons niet onder de leiding daarvan. Men herkent de oude formule: in de kerk, met de kerk, maar niet onder de kerk! Overigens zijn van de bekwame en principiële leider Michaelis uit deze tijd ook behoorlijk antisemitistische uitspraken overgeleverd: hij was niet tegen uitsluiting van christenjoden uit de leiding (n.b. met een beroep op 1 Tim. 3 : 7). De kerkstrijd bracht Gnadau dicht bij de Bekennende Kirche: in 1940 werd Gnadau officieel zelfs erkend door de kerkleiding. De oorlogsjaren waren moeilijk: 500 predikers stonden in het veld, velen zijn gevallen. Eén derde van de gebouwen der gemeenschap werd verwoest. De les uit de Nazi-tijd is (volgens de schrijver van het hoofdstuk hierover, W. Beyer, nu direkteur van de Bijbelschool in Falkenberg): 1. de gemeente van Christus mag niet neutraal blijven, waar aan het Evangelie vreemde principes zoals ras- macht- en leidersprincipes de leer en de praktijk der gemeente meebepalen; daar moet de gemeente juist een duidelijk 'neen' laten horen; 2. waar men verklaart dat de gemeente zich van politiek moet onthouden, moet beproefd worden of angst, zelfbedrog of vlucht voor verantwoordelijkheid deze on-politieke houding bepalen; 3. Romeinen 13 is niet het laatste woord. Handelingen 4 is er ook nog – en het profetische wachter-ambt! 4. zolang christenen om de geloofsgehoorzaamheid worstelen behoren zij ondanks verschillende politieke overtuigingen tot het éne lichaam van Christus; 5. de verzoeking tot afscheiding in crisissituaties moet worden afgewezen. Met spanning leest men nu verder: want Oost-Duitsland zal van de éne ideologie in de andere vallen. De splitsing van Duitsland in vier bezettingszones maakt dat al in 1946 in de Russische zone een Oostduitse tak van de Gnadauer Gemeenschap ontstaat. Het kwam hier helaas niet tot een schuldbelijdenis als in Stuttgart. "Voor de anti-christ kan men geen boete doen', zei men, en dat eschatologische aspect miste Gnadau bij Barth en Niemöller… Hoe stond Gnadau nu tegenover het 'socialisme' dat ingevoerd werd in de D.D.R.? De kerk zelf ging hierover een nieuwe kerkstrijd in, vertelt ons de kenner Hebly, totdat in de zestiger jaren een tussenoplossing werd gevonden: kerk-in-het-socialisme (bisschop Krusche!). Maar de jubileum-bundel van Gnadau uit 1988 spreekt hierover met geen woord. Was het onderwerp te gevoelig? Is men het wel of niet met bisschop Krusche eens? Is men toch nog 'unpolitisch' als Piëtist? Overheerst toch Romeinen 13? en Luther? Zwijgt men buitenshuis en kritiseert men binnenskamers? Overigens: omdat alle niet-kerkelijke werk verboden werd door het rêgime (CJMV enz.; ook b.v. het Leger des Heils!) werd 'Gnadau' nog duidelijker bij de kerk ondergebracht: anders dan in West-Duitsland, waar de Gemeenschap nog een zelfstandige vereniging is gebleven. De Gemeenschap is ook ter synode officieel vertegenwoordigd! Ik heb ook de indruk dat de Gemeenschap in politicis wel achter de synoden en bisschoppen staat, en mogelijk ook dáárom geen eigen geluid in dezen laat horen.
Staan
Theologisch gaat Gnadau uiteraard andere wegen dan de kerk. In 1950 sprak het bestuur van Gnadau zich krachtig uit tegen de ontmythologisering van het Nieuwe Testament door de moderne theoloog Rudolph Bultmann – juist omdat de officiële kerk daartegen geen stelling nam. Gnadau sprak zich in 1958 ook uit over de evolutieleer (in de zgn. 'apen-strijd'…) en in 1961 over het Schriftgezag: voorzichtig, maar overtuigd. In de laatste jaren is vooral de verhouding tot de 'Charismatische beweging' een heet hangijzer. In de genoemde jubileum-bundel worden bijbelse thema's uitgewerkt: over Jezus' verlossingswerk, over Gods regering, over de heilsgeschiedenis, over de Heilige Geest en Zijn gaven, over evangelisatie, over wedergeboorte en bekering, over rechtvaardiging en heiliging, over gemeenschap en diakonaat. Interessant is dat men signaleert dat Gnadauer konferenties telkens weer gingen over heiliging, en nooit over rechtvaardiging! Maar de schrijver stelt vast dat hier een groot gevaar schuilgaat. Zelfrechtvaardiging is immers een gruwel voor God!
Wat verder opvalt is de 'inwendige zending', met name het diakonale: de vier diakonessenhuizen!
Bestaan
Uit een folder neem ik ook enkele gegevens over. Daarin staat: 'Tot het Gnadauer gemeenschapswerk behoren (ongeveer): 21.000 leden, 15.000 vrienden, 5000 jongeren, 4000 ambtsdragers, 1500 gemeenschappen en buitenstations, 350 predikers en zusters in de verkondigings- en zielszorgdienst, 750 andere medewerkers in ziekenhuizen, moederhuizen, tehuizen en andere sociale instellingen. Er zijn zeven regio's: Elbingeröde, Sachsen-Anhalt, Berlijn-Brandenburg, Ostmecklenburg, Sachsen, Mecklenburg, Thüringen. De grootste is het Verband van Sachsen met 650 gemeenschappen en 90 predikers. Met name in het Ertsgebergte, op de grens met Tsjecho-slowakije, is het Piëtisme nog heel sterk. Maar ook het Verband van Sachsen-Anhalt mag er zijn met 336 gemeenschappen en 38 predikers.
Er is een centrale Bijbelschool in Falkenberg met 35 studenten en 3 docenten (één vakature, voor dogmatiek). De opleiding duurt 3 jaar. Hier worden de 'predikers' gevormd. Zij worden door 'Gnadau' ook – per regio – betaald en verplaatst (uiteraard in overleg met alle betrokkenen). Zij werken zoveel mogelijk samen met de plaatselijke predikanten. Zij preken ook wel in de kerk, waar mogelijk.
Verstaan
In mijn toespraakje in de kerk van Wittenberg en in mijn lezing op de Bijbelschool in Falkenberg heb ik drie parallellen getrokken tussen de Gnadauer Gemeinschaft en de Gereformeerde Bond:
1. Beide stammen van de Reformatie. Wij van Calvijn, zij meer van Luther, maar Calvijn zelf zag Luther als zijn geestelijke vader. Wij en zij beroepen ons op de reformatorische belijdenisgeschriften.
2. Beide zijn door het Piëtisme, c.q. de Nadere Reformatie heengegaan. Ook hier zijn verschillen in spiritualiteit, maar de noodzaak van bekering en wedergeboorte wordt bij beide benadrukt. Onze Nadere Reformatie staat dichter bij Luther dan bij Calvijn en het Luthers Piëtisme grijpt op Luther zelf terug.
3. Beide bewegingen zijn binnenkerkelijk. Zowel Gnadau als de G.B. wezen afscheiding categorisch af. Bij het ontstaan van Gnadau waren evangelisatie en heiliging doorslaggevend, bij het ontstaan van de G.B. was dat veel meer de waarheidsvraag. Dat is een groot verschil: Gnadau was en is vaak nog theologisch niet sterk; de G.B. is weer niet sterk als gebedsgemeenschap. Maar wij kennen ook een G.Z.B, en een I.Z.B., waarin zending en evangelisatie wel degelijk ook aan de orde zijn gekomen. Bij ons zijn dat – binnen dezelfde stroming – aparte organisaties, evenals de H.G.J.B.; bij hèn zijn dat onderdelen van een organisatie: innere Mission, jeugdwerk enz.
Een verschil is ook, dat het 'bij ons' vaak om predikantsplaatsen gaat: predikanten spelen een grote rol; bij hen komt men veel minder predikanten tegen: die generen zich vaak voor 'piëtisme'; Gnadau kent het lekepredikerschap, en überhaupt veel 'leken'inzet.
En is dat weer niet een overeenkomst: beide organisaties komen op voor het algemeen-priesterschap-der-gelovigen
(daarin zijn zij meer Calvijns dan Luthers!): denk aan de leden-vergaderingen van de Bonden, aan evangelisatie- en zendingscommissies, aan Bijbelkringen. Wat – tenslotte – een hartelijke herkenning geeft is vaak de gelijke stellingname inzake aktuele thema's: homosexualiteit, conciliair proces, oecumene, crematie, huwelijk en gezin, opvoeding; ook een gelijke 'sfeer': overtuigde christenen, ernstige christenen, maar in een weldadige warmte, afkerig van theologische speculatie èn van Amerikaanse opwarmingsmethoden, bezonnen en bezonken, beproefd door de druk, lieve kinderen van God. Uw volk mijn volk, uw God mijn God.
De Gnadauer Gemeinschaft. Dat woord Gemeinschaft is – bedenk ik – toch eigenlijk veel bijbelser dan het woord 'Bond': in elk hoofdstuk van de Philippenzenbrief staat het: gemeenschap aan het Evangelie, gemeenschap des Geestes, gemeenschap aan Zijn lijden, gemeenschap in de verdrukking. Koinoonia. Dat is het.
C. Blenk, Amsterdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's