De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof als uitstraling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof als uitstraling

6 minuten leestijd

Wij zaten op de preekstoel van de kleine plattelandskerk. De gemeente bekeek ons aandachtig. Wat zou dat voor een dominee zijn? Tal van gezichten tuurden ons aan. Hier en daar hoorde je tijdens het voorspel van het orgel een stille knak van een pepermunt. Er zweefde een geur van weide en vee door de kerkruimte en je kon goed zien, dat de gemeente van schoon en rein hield. Sommige jongensgezichten blonken van zeep, de grote blonde kuiven waren naar ons toegewend. Zo keken wij elkaar aan.
Ineens viel ons oog op het gezicht van een wat oudere man. Diepe groeven doorsneden zijn wangen, maar zijn ogen straalden een wonderlijke glans uit, terwijl zijn gehele persoonlijkheid een weerspiegeling was van diepe levensrust en levenswijsheid. Hij had een soort evenwicht, dat ons magisch boeide. En zoals hij zong – je zag eenvoudig dat het psalmlied een levensbelijdenis voor hem was. Tegenover hem zat een wat jongere vrouw met een ouderwetse hoed op. Vrolijke koontjes en een stille glimlach op haar gezicht. Ze straalde vrede en levensaanvaarding uit. Wij konden het niet laten in de consistorie te vragen, wie toch deze gemeenteleden waren en het bleek dat wij ons niet hadden vergist. Een geschiedenis van Gods genade in beider diepe levenswegen kwam tevoorschijn. Ja, zei de oudste broeder van de kerkeraad: als je daar op huisbezoek gaat, ontvang je teerkost op de weg.
Terugrijdend naar huis zaten wij daar nog over te peinzen. Het is eigenlijk geen wonder. Wanneer de Heere ons door Zijn Geest en Woord ontdekt aan onszelf en terugbrengt tot Hem, is dat zulk een levensommekeer dat dat niet zonder sporen aan ons voorbijgaat. Al naar onze natuur is, open of gesloten, werkt dat door. Voor de een meer, voor de ander minder. Maar wij menen stellig dat het doorstraalt. Voor een ervaren oog en een ontspannen beschouwing maken vele christenen een merkwaardige verdorde indruk. Reeds zuiver uitwendig ontbreekt hun een zekere frisheid en een zekere vitaliteit, zoals deze de kinderen dezer wereld, die er zorgeloos op los leven, dikwijls in zeer grote mate eigen is. Wij weten dat de wereld aan de vromen vaak allerlei scheldwoorden toevoegt als femelaar, zwartkous en scheefhoofd. Het woordenboek is van zulke woorden waar het de kerkmens aangaat overrijk voorzien. Een zekere duisternis verwijt de wereld hen, om maar helemaal niet te spreken van een nachtschuitchristendom. Doorgaans zijn die namen geheel ten onrechte, maar toch schuilt soms in deze woorden een kern van waarheid. De kritiek ziet scherp en vindt feilloos de plek waar de wond schuilt. Een wijsgeer heeft al eens gezegd: de christenen zien er zo onverlost uit.
Er zijn weleens van die christenen, die stipt staan op de handhaving van de rechtzinnige leer, terwijl daarentegen hun innerlijke leven een star formalisme vertoont. Geheel het verstijfde en gebonden levenspatroon springt naar voren en dàt is het kenmerk van hun bestaan. Bij meer levende en overtuigde christenen heeft het zieleleven een stralende dynamiek. Er is niets statisch in hun verschijning. Ze treden u open en gul tegemoet. Het trekt aan, het werft, het doet er zin in hebben.
En toch – hoezeer zulke open christenen als vanzelf aantrekken, soms hangt over hun uiterlijke verschijning ook iets dofs, iets gedekt, iets ondoorzichtigs. Hun presentatie is vaak iets als van een marmerblok, dat massaal en gesloten voor ons staat en ons raadsels opgeeft. Het merkteken van een zekere beschaduwing ligt dikwijls over zulk een leven. Het totaal van hun verschijning lokt niet aan, hoe sterk ook hun innerlijk vuur gloeit. Het aanlokkelijke, blijde ontbreekt.
Meer dan eens is op de gezichten de weerkaatsing van de innerlijke gesteldheid te zien. Vooral bij vooraanstaande vertegenwoordigers, ambtsdragers van bepaalde kerken en lichamen en andere leidinggevende personen, is vaak een zeker star masker te zien. De rolluiken zijn voor hun gezicht neergelaten. Hun zieleleven is in dodelijke ernst ondergegaan. Hun gelaatstrekken tekenen iets stars en verkrampts. Ze spreken u van langgerekte strijd zonder dat er een einde aan gekomen is en een oplossing is gevonden. Je ziet er een zweem van ontevredenheid op getekend en niet zelden iets gewelddadigs. Je proeft er aanvalslust in en bitterheid.

Achter deze uiterlijke verschijning steekt een grote nood. Deze mensen hebben het geleerd in alles het alleen met zichzelf klaar te spelen en zich naar buiten gesloten op te stellen. In hun persoonlijke levensvragen isoleerden ze zich uit valse trots en ontbeerden iedere levendige uitwisseling van werkelijke gemeenschap. Ze kennen niet de weldaad van zielzorg en blijven in een star schema hangen.
Op een enkel punt toegespitst – die beschaduwde verschijning, dat doffe uiterljk heeft vaak als achtergrond het gebrek aan openheid, aan gedachtenwisseling. Openheid is nodig voor een goede economie van het innerlijk leven. Maar waar openheid ontbreekt, gaat alles scheef groeien. Wie nooit over zichzelf spreekt, wordt een sfinx. Een raadselachtig bouwwerk. Zulk een mens wordt altijd ondoorzichtig: ja, wat erger is, hij wordt ook hoogmoedig; want dat voortgezette, hardnekkige zwijgen komt veelal uit trots voort. Hoogmoed evenwel isoleert. Zelfmededeling, openheid doorbreekt de sterke muren, de hoogmoed daartegenover richt wanden om ons heen op. Achter die hoogmoedsmuur verkilt het geestelijk leven en dat is de eigenlijke situatie van vele christenen ondanks het feit, dat ze het anders zouden willen. Weet u, wat daar ontbreekt? De gemeenschap, de zielsopenheid naar de ander. Broodnodig is het gesprek, het opbiechten, het belijden van de misdaden aan elkaar. Vele zonden hebben wij nooit aan elkaar beleden in eerlijke oprechtheid. En zo hingen al die spinnewebben en draden daar nog van binnen in onze ziel als in een oude rommelschuur. Ook in de uiterlijke verhoudingen onder elkaar is veel nog niet in orde gebracht en gezuiverd. Het is niet weer goed gemaakt. En daarom gebeurt het, ondanks een opgewekt geloofsleven, dat die rommel de energie van het geloof belemmert. De levendigheid verlamt het geheel. Je krijgt christenen, om zo te zeggen, met één vleugel. Je krijgt iets gebrokens, geheimzinnigs, ja, zelfs iets stiekems. Die ondoorzichtigheid komt grotendeels van die oude onbeleden zonden, die aankoeken aan onze ziel. Wij zijn onwillig die af te sterven. Goed, wij belijden met de mond wel, dat wij zulke zondaren zijn, maar in ons hart betuigen wij zo heimelijk grote eer. En omdat die grote onoprechtheid nu voortgaat, daarom straalt het levend geloof niet in ons dóór. Buitenstaanders bemerken dat veel beter dan wij zelf. Maar, wanneer wij helemaal en volkomen der zonden afgestorven zijn en ze nalaten dan treedt die louterheid op, die echtheid, die overspringt.
Die twee christenen in die kleine kerk hebben ons rijkelijk aan het denken gezet. Wij zijn er nog lang niet mee klaar. Zon-doorschenen christenen moeten wij zijn. Onder het licht door. Daar blijft geen vlek meer achter. 'Lieve Heere', zei onze oude buurman, 'schijn maar dwars door mij heen. Dan ben ik waar en klaar!'

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geloof als uitstraling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's