Oefenaars in Peru
Van Overzee
Helaas zijn de oefenaars in Nederland aan het uitsterven en tot mijn grote vreugde mag ik het meemaken dat hier sommigen trachten een oefenaar te worden. Onder oefenaar versta ik iemand die geen dominee is, maar het toch aandurft een goed woord van de Heere Jezus te spreken vanaf de kansel of achter een lezenaar.
Wulfert Floor, de schaapherder, was zo'n herder zonder academische titel. Een andere vorm van actieve deelname in de kerkdienst naast de predikant was de voorlezer en de voorzanger. Ik maakte het nog mee in de Ned. Herv. Evangelisatie op Gereformeerde Grondslag in Vriezenveen. Ik betreur het dat deze oefenaars, voorlezers en voorzangers uit onze kerkdiensten verdwenen zijn, of dat waar ze nog zijn het een gestolde gewoonte is geworden.
In Peru komt de dominee pas aan het woord bij de afkondiging, de preek en één van de gebeden. Een ander gemeentelid leidt de dienst. Vandaar dat ik al 'n paar keer een cursus moest geven over: Hoe leid ik een kerkdienst? Dit jaar, nadat een groep jongeren openbare belijdenis van het geloof had afgelegd, vroegen ze mij een cursus te geven over: Hoe moet ik preken? Dankbaar greep ik die vraag aan en nu ben ik bezig met deze cursus van 14 zondagmiddagen van 4 tot 6 uur met behulp van een eenvoudige handleiding. We beginnen meestal met een bespreking van een eerder beluisterde preek. Een eerste vrucht van de cursus is dat de leerlingen beter naar de preken van anderen luisteren. Toch worden ze niet snel negatief kritisch, want ze weten dat ze zèlf ook aan de beurt komen om te oefenen en beoordeeld te worden. Ja, want na de cursus om 6 uur begint de evangelisatorisch gerichte avonddienst, waarin de leerlingen één voor één oefenen met daarna een nabespreking onder leiding van mijzelf. Want vaak moet er gecorrigeerd worden. Ik ben me bewust van zekere risico's. Een jongen gaf in plaats van een preek, een persoonlijke bezorgdheid weg. Een ander wil veel te veel behandelen. Weer een ander legt de tekst niet goed uit of is lui geweest. Kortom: alle gevaren die je ook als predikant bedreigen, komen vanuit praktijkvoorbeelden aan de orde.
En dat alles met het doel om de gemeente in de goede zin mondiger te maken: geen enkel pausje heeft in de reformatorische kerken de hele waarheid in z'n broekzak. We zijn op basis van het priesterschap aller gelovigen in het N.T. allen geroepen om het Evangelie te verkondigen en de Schrift uit te leggen.
Het mooie is dat men hier met een minimum aan hulp kan werken: twee bijbelvertalingen, een concordantie, een bijbels woordenboek en als het voorhanden is een eenvoudig commentaar.
Mijn herhaalde mening is dan ook: je komt al 'n heel eind als je het tekstgedeelte en de context erg goed leest en op je in laat werken. De Heilige Geest is immers uitgestort! Hij verlicht onze ogen en maakt ons van blind ziende.
Bevooroordeeld op de een of andere manier zijn we allemaal. U begrijpt dat het voor mij ook extra boeiend is om te merken hoe een bepaalde Peruaan de Schrift leest. De hermeneutiek (= leer van de vertolking van de Schnft) is voor mij hier een heel praktisch vak.
Een ander aspect van de cursus: ik merk hoe het eenvoudige mensen goed doet dat ze leren in 't openbaar iets te zeggen. Indirect is het dus ook een cursus retorica.
Ik moet wel toegeven dat een Peruaan over 't algemeen minder schroom heeft en meer spreektalent heeft dan een Nederlander. Wat ik vooral tracht over te dragen tijdens deze cursus is dat we spelen met vuur, dat we een diep respect moeten hebben voor 't Woord Gods, dat we ons daarom nooit genoeg voorbereiden, dat we sterk afhankelijk zijn van Gods Geest en dat onze woorden moeten kloppen met onze handel en wandel.
Wat onderscheidt ons van die politieke mooipraters in de buurt? Ook hoop ik dat de prediking zelf door deze cursus wat meer gewaardeerd zal worden. Een Peruaan gaat veel minder dan een Nederlander voor de preek naar de kerk.
Tenslotte: al met al is dit een pleidooi om in Nederland bij het kleiner worden van onze gemeenten ook weer eens in de richting van de oefenaars te gaan denken. Het aantal kleine gemeenten dat geen predikant meer kan betalen, neemt toe. Ze zullen hopelijk gedwongen worden om mensen op te leiden die een goed Woord van de Heere Jezus mogen leren spreken vanaf de kansel. Onze Koning heeft in deze tijd meer dan ooit evangelisten, catecheten en mondig gemaakte gemeenteleden als herauten nodig.
ds. L. W. Smelt, Lima, Peru
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 oktober 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's