Het democratische begrensd door het christelijke (1)
Theocratie en democratie (4)
Is het een tijd waarin het christelijke door het democratische verslonden wordt, zoals we in het vorige artikel gezien hebben, geen illusie om de gedachte te opperen dat het democratische begrensd zou moeten worden door het christelijke?
Een illusie is het praktisch gesproken wel. Politiek is het een ver ideaal. Toch mag het geloof niet stilstaan bij wat op aarde te bereiken is. Ook al zal er niet direkt geoogst worden, er zal gezaaid moeten worden. Geloven reikt veel verder dan aanschouwen. Dat geloof belijden we niet op grond van aardse maatstaven, maar op grond van eeuwige blijvende zekerheden, die alleen God in Zijn Zoon Christus Jezus verworven heeft. Dat is ook de grond van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, ontstaan in een tijd van groot politiek rumoer, maar toch getuigend van dat wat blijft.
Niet wat zich aan onze ogen presenteert, is van direkt belang voor onze geloofsbelijdenis aangaande de overheid, maar wat wij in onze harten verwachten. Of, om het nog eens met Martijn Lloyd Jones te zeggen: 'uiteindelijk is de geschiedenis van vandaag slechts van belang als zij verband houdt met de geschiedenis van de Christelijke Kerk'. Met andere woorden, God is met Zijn grote werk op aarde bezig en alles wat er in de wereld – ook in de politiek – gebeurt, heeft daar betrekking op.
Ambacht of ambt
Daarmee is nogmaals de plaats en funktie van Kerk en Staat (Overheid) aangegeven. De christelijke Kerk is als plaats van Gods vergaderende werk het eigenlijke centrum van het wereldgebeuren ('de kerk in het midden'), de overheid en de politiek hebben niet meer en niet minder een dienende funktie daarin.
Dat de huidige Nederlandse overheid en ook de politiek dat niet erkennen, wil niet zeggen dat de kerk haar belijdenis daardoor zou moeten aanpassen. Integendeel, de kerk zou de vinger bij de wond moeten leggen en alle christenen die in de politiek verantwoordelijkheid hebben te dragen, binnen de kerkelijke gemeenschap moeten wijzen op de prioriteiten die er voor christenen gelden (God boven alles, de naaste als jezelf).
Wanneer het startpunt wat meer in het kerkelijk belijden zou worden opgenomen en wat minder in de pragmatische praktijk, dan zou de politieke en persoonlijke verantwoordelijkheid van menig christen heel vaak anders ingevuld worden.
Het politiek bezigzijn wordt te vaak als een aardse zaak zonder diepere dimensies (als een ambacht) bekeken en te weinig als een christelijke roeping met theocratische bezieling (als een ambt).
Teleurstellend
Het is een droeve zaak te constateren dat ook in christelijke kringen de grote druk van de dagelijkse praktijk de ethische en politieke stellingname langzaam maar zeker gaat beïnvloeden. Als huisarts kan ik een waslijst van voorbeelden noemen, hoe vele christenen het leven zwaarder laten wegen dan de leer.
Dat dat ook in de politiek gebeurt, is daarom niet opzienbarend, maar wel zeer verontrustend. Dat ook mensen, die in christelijke kring een gezaghebbende plaats hebben verworven, ook op dit punt overstag gaan, is een buitengewoon teleurstellende ervaring.
Zo is het voor mij persoonlijk een heel pijnlijke ervaring geweest, dat dr. W. Aalders, die ik zeer waardeer en bewonder, begrip heeft gevraagd voor chisten-politici die vanuit 'een eerlijke erkenning van onmacht in de huidige maatschappelijke situatie' hun stem hebben gegeven aan de abortuswet.
Hij deed dat onder de titel 'Ikabod' in een rede op de 'dag van verootmoediging en gebed' (24 februari 1979) in de Joriskerk te Amersfoort, later gepubliceerd in het 'Kerkblaadje' (maart 1979), het orgaan van de Kring van Vrienden van Kohlbrugge. Ook ir. J. van de Graaf komt op deze rede en de consequenties daarvan terug in 'De kerk in het midden' (Reformatie Reeks, blz. 104 e.v.).
Uit deze rede het volgende citaat:
'Politiek gesproken leven wij dus in een impasse. Wij staan immers voor het harde en onloochenbare feit, dat in brede lagen van het Nederlandse volk een ingrijpend zedelijk slijtageproces heeft plaats gevonden. Daardoor is op het gebied van de gewelddadige vruchtafdrijving een strikt christelijke wetgeving en wetshandhaving onmogelijk geworden. Dat harde en onloochenbare feit moeten wij goed tot ons laten doordringen en geen blindeman spelen.
Elke streng christelijke abortus-wet is daarom in de huidige situatie een loos gebaar, een dode letter, omdat zij onuitvoerbaar is.
Aan de andere kant mag hier geen wetsvacuüm blijven, gezien de uiterst gevaarlijke gevolgen die dat voor het ongeboren leven zou kunnen hebben. Het hek zou dan van de dam zijn voor de meest afschuwelijke praktijken van gewetenloze aborteurs.
Wat blijft er dan over dan een aanvaarding van een kreupele wet, waarvan de gebrekkigheid en onvolkomenheid eerlijk moet worden toegegeven, maar in de huidige situatie toch aanvaard, om althans de euvele abortus-praktijken zoveel mogelijk in te dammen en het ontkiemende leven in de moederschoot nog enigerlei bescherming te geven? Kan zulk een eerlijke erkenning van onmacht in de huidige situatie een christen-politicus als zonde aangerekend worden?
Naar mijn overtuiging niet!'
Antithese of onontkoombare aanpassing?
Waarom was ik zo geschokt? Het meest omdat het dr. Aalders was die dit zei. De man, wiens geschriften een speciale plaats in mijn boekenkast hebben. Geschriften, die getuigen van een aktualiteit van de Schrift in het verstaan van de tijd, van de historie, van het recht Gods (droit Divin) in de lijn van Augustinus en Groen van Prinsterer. Dr. Aalders, die het dilemma van de huidige christenheid toelicht in zijn 'Theocratie of Ideologie', die de christenen op hun wezenlijke roeping wijst: levende getuigen te zijn van een beter, dat is een hemels vaderland, in zijn 'Burger van twee werelden', diezelfde dr. Aalders die als een profeet 'in verzet tegen de tijd' van zich liet horen, spreekt plotseling over onmacht, over onontkoombare aanpassing van christen-politicus aan het ingrijpend zedelijk slijtageproces in brede lagen van ons Nederlandse volk.
Is dat nu de politieke vertaling van de zo theocratische en christocratische gedachten van dr. Aalders, zoals ik die in zijn boeken met grote waardering heb gelezen, zo dacht ik na het lezen van zijn rede. Is het dan toch zo, ondanks al onze roepingen en opdrachten, dat we als christenen in een minderheidspositie iets zullen moeten toegeven aan de tegenpartij?
Is de grens tussen geloof en ongeloof, tussen evangelie en revolutie toch wat vager dan de antithese, die Aalders zo vaak noemt als het grote gebeuren tussen Christus en de anti-christ, tussen Jeruzalem en Babel.
Intolerantie of recht
Ik zou dr. Aalders groot onrecht doen, als ik zou suggereren dat hij de weg van de minste weerstand zou bewandelen en zich er gemakkelijk van zou afmaken. De titel van zijn rede was een noodkreet; 'Ikabod' (de eer is weg). Neen, Aalders heeft er zelf ook pijn aan, dat is heel duidelijk. Maar toch… hij is een brug te ver gegaan.
Wij weten dat hij, meer in de lijn van Luther dan van Calvijn, steeds een pleidooi houdt voor geestelijke vrijheid en tolerantie in een pluriforme samenleving, in onze vaderlandse geschiedenis in vorige eeuwen vooral bestaande uit rooms-katholicisme en protestantisme.
De overheid heeft vanuit haar eigen aard en taak (die Luther via zijn tweerijkenleer invulde) de vrede en openbare orde tussen verschillende groepen, in dit geval religies, te bewaren.
Het Calvinisme is volgens Aalders op dit punt intoleranter, hoewel hij daarvoor Beza en Farel meer verantwoordelijk acht dan Calvijn zelf. Die theologische school heeft in de Nederlandse geschiedenis een spoor getrokken dat er wel eens toegeleid heeft, dat kerkelijke grenzen rechtstreeks in de staat tot uitvoering werden gebracht. Heeft deze 'ligging' van dr. Aalders, die daarom ook – met mij – een grote bewonderaar is van Willem van Oranje, tot gevolg gehad dat hij in de abortuskwestie begrip voor 'de anderen' heeft gevraagd? Ik kan het nauwelijks geloven. Allereerst laten de tegenover elkaar staande partijen van toen (rooms en protestant) en nu (voor- en tegenstanders van abortus) zich totaal niet met elkaar vergelijken. Abortuswetgeving is ook geen kerkelijke zaak, maar een puur staatkundige, hoewel dr. Aalders met de term 'strenge christelijke abortuswet' wat aan grensvervaging doet. Het was bovendien juist Luther, die met afwijzing van de kerkstaat en de machtsstaat, de 'uitvinder' was van de rechtsstaat. Aalders noemt dat in het Lutherummer van de RD (29 oktober 1983) meer dan een geniale greep, hij noemt het een goddelijke ingeving.
J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's