De grenzen van de tolerantie
Hoeveel ruimte moet en mag er gelaten worden voor de opvattingen van 'anders-denkenden'? Dat is de kern van het vraagstuk van de tolerantie, de verdraagzaamheid. Het probleem is niet van vandaag, zelfs niet van gister maar heeft de eeuwen door gespeeld. Vandaar de vele godsdienstoorlogen. Al vanaf het optreden van Mohammed verdroeg grosso modo de islam het christendom en het jodendom niet. Vandaar de heilige oorlog. In Ierland verdragen vandaag rooms-katholieken en protestanten elkaar niet. Vandaar de niet aflatende burgeroorlog aldaar.
Men kan het probleem naar twee kanten oplossen. Men verabsoluteert zó volstrekt de eigen opvattingen, dat er voor enige verdraagzaamheid jegens anderen geen ruimte meer is. Of men stelt alle overtuigingen en opvattingen zó betrekkelijk ('Wat is Waarheid?') dat een oeverloze verdraagzaamheid rest. Hoewel, wat dit laatste betreft, stuit men toch nogal eens op de onverdraagzaamheid der verdraagzamen, namelijk als ze geconfronteerd worden met diegenen, die niet zo gemakkelijk met principes marchanderen. Verdraagzamen verdragen de minder verdraagzamen toch ook vaak weer niet.
Staatkundig
Het zal duidelijk zijn dat, wanneer er in politiek en maatschappelijk opzicht geen sprake zou zijn van verdraagzaamheid, we in de kortste keren uitkomen bij de dictatuur. In de tijd van Constantijn werd het christendom als staatsgodsdienst van hogerhand opgelegd. Met die gedachte hebben de Reformatoren korte metten gemaakt. Als in Lucas 14 : 23 gezegd wordt 'Dwing ze om in te gaan', dan kan daaruit onmogelijk worden afgelezen, dat de overheid de onderdanen, tot en met gebruik making van het zwaard toe, dwingt tot het christelijk 'geloof'. Het dwingen is een kwestie van geestelijke overreding en overtuiging. Luther heeft wat dit betreft gezegd: 'Ieder moet voor eigen verantwoordelijkheid weten hoe hij gelooft of niet gelooft, en aangezien daardoor aan de wereldlijke overheid geen afbreuk wordt gedaan moet deze ook tevreden zijn en ieder laten geloven hoe hij wil'. Calvijn ging in dat opzicht verder door te spreken van bescherming door de overheid van de ware (christelijke) religie. In dat voetspoor bevindt zich ook artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis. Maar het opleggen van het christendom als enige godsdienst met het zwaard is nooit geleerd, laat staan gepraktiseerd. Nederland heeft de eeuwen door zelfs bekend gestaan als een tolerante natie, met daarin voorop Willem de Zwijger. Hoe vaak heeft Nederland zo niet asiel verleend aan diegenen, die in eigen land om des gewetenswil werden vervolgd, niet alleen aan Hugenoten maar ook aan joden?
Intussen kan geen enkele overheid ongebreideld tolerant zijn. Ongebonden verdraagzaamheid en ongebreidelde vrijheid scheppen ook ruimte voor diegenen die de rechtsorde met voeten (willen) treden, voor fanatieke ideologieën. Men denke aan de moeite die we in ons bestel hebben met het accepteren van de Centrum Partij, hoewel die langs democratische weg het parlement binnenkomt. Waarbij ik maar wil zeggen, dat ook een democratie, een rechtsorde genormeerd moet zijn. Wat dit betreft mag de gereformeerde christenheid vanuit de Schriften de hoge pretentie hebben, dat de beste normgeving die van het gebod Gods is. Daarbij zijn leven en eigendom van ieder in de samenleving het best gewaarborgd, omdat die norm van Boven komt en daarom betrouwbaar is.
De kerk
Verdraagzaamheid tussen mensen en groeperingen met uiteenlopende overtuigingen is al moeilijk genoeg in de wéreld. In de kérk is het zo mogelijk nog moeilijker. Maar dat komt dan omdat het in de kerk om de waarheid gaat, om niets méér en niets minder. De kerk is geen maatschappij tot nut van het algemeen, geen vereniging voor elk wat wils, maar pilaar en vastheid der waarheid.
Een religie, die uitgaat van de waarheid, kan daarnaast in feite geen andere opvatting verdragen. Jezus Christus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Absoluter kan het niet. Er is slechts één Weg tot behoud, er is maar één Waarheid en hèt leven wordt alleen in Hem gevonden. Daarom heeft Paulus ook onomwonden gezegd dat hij Niemand anders wenst te weten dan Jezus Christus en Diengekruisigd. Hier is sprake van een absoluutheid, die zich niet verdraagt met enige toegeeflijkheid. 'Hier sta ik, ik kan niet anders', zei Luther. Maar intussen is er ook dat andere Schriftwoord, namelijk dat de waarheid betracht zal worden in liefde. En het lied der liefde, 1 Corinthe 13 zegt, dat, al sprak ik de talen van mensen en van engelen en ik had de liefde niet, ik een klinkend metaal en luidende schel gelijk ben.
In feite is de onverdraagzaamheid van het christendom en van de afzonderlijke christen gericht op heil. Die onverdraagzaamheid is de hoogste vorm van de liefde, omdat we doordrongen zijn van het feit dat mensen alleen op de goede Weg en bij de Waarheid en bij het Leven zijn als ze bij Jezus zijn. De waarheid in handen van hen, die slechts de wet hanteren en Jezus erbuiten of op afstand laten, leidt tot liefdeloosheid. Hoe christocentrischer het leven in de gemeente is, hoe meer de liefde zal opbloeien en de waarheid ermee zal zijn gediend. Maar als al onze waarheden waarheden buiten Christus zijn, wordt de waarheid in liefdeloosheid ten onder gehouden.
Het probleem is intussen dat de verdeelde christenheid de waarheid heeft versnipperd, gesegmentiseerd, in stukjes heeft opgedeeld. Wij komen allen op voor eigen waarheid en beseffen allang niet meer dat het slechts een deel is van die Waarheid, die veel omvattender is dan wat wij ervan bevatten. De kerkgeschiedenis is geschiedenis van kerkverval. Telkens weer werd op grond van een deelwaarheid (àls het nog om waarheid ging) de kerk van Christus en derhalve de gemeente gescheurd. Zodat we een beschamende veelheid van kerken hebben, die elkaar met hun kerkelijke waarheden trachten te overtroeven.
Recent hield het dispuut Ichthus van de CSFR een forumavond over de kerkelijke verdeeldheid. Op die avond heeft dr. C. P. van Andel gezegd dat de 'mondonreinheid' van prof. dr. F. O. van Gennep (inzake de lichamelijke opstanding van Christus), minder ernstig is dan de verdeeldheid van de kerken, die tot de Gereformeerde Gezindte gerekend worden. In zo'n uitspraak zit een oneigenlijke overdrijving. Het is een pikante opmerking waar de pers Verder wel raad mee weet. Maar daarmee mogen we niets afdoen aan de ernst van een situatie, die hier door een 'buitenstaander' feilloos wordt aangewezen. Want eenheid is ook een onderdeel van de Waarheid. Als we belijden dat Christus dè Waarheid is, dan is scheuring van het Lichaam van Christus scheuring van die waarheid. Van Andel is een warm voorstander van Samen op Weg, in gereformeerde kring alom gekritiseerd. Maar waar is het teken ten goede binnen de hopeloos verdeelde Gereformeerde Gezindte? Als de verslaggeving in diverse bladen de sfeer van de genoemde discussieavond juist heeft weergegeven is het voor de zoveelste maal gebeurd, dat de één de ander zelfs de rechtmatigheid van diens ambtelijke dienst, daar waar deze zich geroepen weet, betwistte. Zou hier de liefde de superieur van de waarheid zijn geweest?, denk ik dan. Zou hier de waarheid gediend zijn geweest?
Tucht
Intussen hoort tucht wezenlijk bij een (de) kerk, die Jezus Christus belijdt als De Waarheid. Als het, óók in de kerk, om de grenzen van de tolerantie gaat, dan is in ieder geval alle aantasting van de Persoon en het werk van Christus die grenzen voorbij. Als dr. Van Andel spreekt over de mondonreinheid van prof. Van Gennep en deze in ernst ten achter stelt bij de verdeeldheid van de Gereformeerde Gezindte, dan is m.i. zelfs deze kwalificátie de grenzen voorbij. Waarom – zo vragen we – heeft prof. Van Gennep zo overluid, geruchtmakend en zelfs provocerend zijn visie naar buiten gebracht? Als hij een boodschap van de kerk der eeuwen had door te geven, dan had hij dat minder luidruchtig kunnen doen. Maar juist het feit, dat hij met zijn uitspraken gechoqueerd heeft, laat blijken dat hij hierbuiten de Waarheid, die de kerk altijd heeft beleden, ging, en bewust wilde gaan. Hier kan niet zomaar van mondonreinheid worden gesproken. Zelfs het feit, dat prof. Van Gennep nú zegt dat het om de áárd van de lichamelijkheid van de Opstanding gaat, terwijl hij eerst over de Opstanding als zodánig sprak, maakt datgene wat hij zei niet méér acceptabel.
Als het om de heilsdaden van Christus gaat zal de kerk onwrikbaar pal staan voor de waarheid. Hier is het woord tucht van tóépassing en mag om tóépassing van tucht worden gevráágd. Want hoezeer tucht ook in liefde zal geschieden, met het oog op het terugbrengen van de zondaar, óók de van de rechte leer vervallen zondaar, tucht heeft ook in zich het met beslistheid afwijzen van wat als ketterij naar voren en naar buiten wordt gebracht. Om het geloof der gemeente te beschermen! De kerk weert wat haar belijden weerspreekt, zegt art. X van de hervormde kerkorde terecht.
Vandaag is nadruk op leertucht echter weinig populair en dat warempel niet alleen omdat er kerken zijn, die gevoelige builen hebben opgelopen aan concrete tuchtoefening in het (recente) verleden. Vooral het feit dat over de waarheid steeds meer in relativerende zin wordt gesproken, is een barrière geworden ten aanzien van tuchtoefening. Wanneer er vandaag ketterijen aan de orde zijn en daarvan wordt 'een zaak' gemaakt, vindt degene, om wiens opvattingen het gaat, altijd wel (een meerderheid) van) personen achter zich in de organen, die zich kerkelijk met de zaak moeten bezig houden; personen, die het zelf allemaal zó erg niet vinden of in feite van hetzelfde gevoelen zijn. Dat is niet van vandaag of gister. Al in de achttiende eeuw gaven N. Holtius en A. Comrie een serie geschriften uit onder de titel Examen van het ontwerp van tolerantie tegen diegenen, die voor meer tolerantie inzake leerstellige kwesties pleitten.
Voor de waarheid uitkomen is altijd plicht. Wanneer het om de leer van Christus gaat mag van enig toegeven, van enige tolerantie geen sprake zijn. Daar is tuchtoefening na gesprek, geboden. Daarom hebben we onze belijdenissen als accoord van kerkelijke gemeenschap inzake de leer van Christus.
Gezien de grote kerkelijke verdeeldheid zal enige tolerantie in het contact en het verkeer tussen de kerken echter onontbeerlijk zijn, wanneer het over zaken gaat, die niet direct de leer van Christus raken. Nu heeft prof. dr. W. van 't Spijker recent in De Wekker geschreven dat het beoefenen van de oecumene, met een zekere relativering van wederzijdse inzichten, op grote afstand van hier – 'op een vlieghoogte van tien kilometer en een vliegafstand van ettelijke duizenden bij ons vandaan' – gemakkelijker is dan oecumene dichtbij. Maar feit is toch dat ook dichtbij niet al onze verschillen terug te brengen zijn tot 'de leer van Christus'!
Moeten we niet in alle eerlijkheid zeggen, dat in gereformeerde kring soms tucht geoefend is in zaken, waar de bijbels geoorloofde grenzen van de tolerantie nog niet waren gepasseerd? Als ik hier voorbeelden uit onderscheiden kerken noem zou ik slechts een deur intrappen, die al lang open staat.
Er is een oude, Latijnse spreuk die ons ook vandaag veel te zeggen heeft: in noodzakelijke dingen eenheid, in niet-noodzakelijke dingen vrijheid, in alle dingen liefde. Als we dat ook in de Gereformeerde Gezindte eens (meer) zouden gaan beoefenen zou er nog getuigenis van kunnen uitgaan. In plaats daarvan zien we, dat in de niet-noodzakelijke dingen, de riemen steeds nauwer worden aangehaald, terwijl het betrachten van de waarheid in liefde spaarzamelijker wordt. We hebben zelfs een reformatorische beweging gekregen, waarin de punten nog eens duidelijk(er) op de i worden gezet. Maar meer dan emancipatie van een volksdeel is het niet geworden, een wezenlijke vernieuwing van kerk en samenleving heeft deze beweging tot heden niet opgeleverd. Moeten we misschien zeggen, dat we, wat de eenheid in waarheid en in liefde betreft, eerder verder achterop zijn geraakt?
Wat zou de waarheid ermee zijn gediend als we met eenparige schouder voor de leer van Christus zouden opkomen en we de grenzen van de tolerantie wat zouden kunnen verleggen als het gaat om de niet-noodzakelijke dingen.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's