Globaal bekeken
Via een lezer werd ons het volgende gedicht aangereikt van iemand die ongeneeslijk ziek is, onder de titel 'God blijft getrouw' (schrijver bij ons bekend).
't Zijn soms van die kleine dingen,
die een bres in 't leven slaan.
Dan vergaat de lust tot zingen
en de satan klaagt ons aan:
'God is nóóit met jou begonnen,
alles is maar zelfbedrog,
je bekering is verzonnen
wie gelooft een leugen nog?!'
Bange twijfels kunnen rijzen,
geslingerd tussen hoop en vrees.
Zal ik ooit die God nog prijzen?
Die mij zoveel trouw bewees!
Dan weêrklinkt een stem in 't harte:
'Wees gerust, Ik ben er toch
altijd, in uw pijn en smarte!
Wat bezwaart uw ziel dan nog?'
Ja, de strijd die is gestreden
op Calvariës heuveltop!
daarom mag ik nu weer danken,
'k hef mijn hart weer tot U op.
't Zijn soms van die kleine dingen,
die een deur doen opengaan.
Dan verkrijgt men lust tot zingen
'k word met Gods gunst weer overlaân!
Op 7 november 739 – 1250 jaar geleden dus – overleed Willibrord, 'de apostel der Friezen'. Kardinaal Simonis heeft dit jaar daarom als Willibrord-jaar uitgeroepen. We hebben echter wel te bedenken dat Willibrord in deze landen het christendom bracht, zij al wel enigszins 'rooms' gekleurd. Zonder Willibrord geen christendom in deze lage landen, en derhalve ook geen (noodzakelijke!) Reformatie in de 16e eeuw. Van Willibrord zijn geen brieven nagelaten, wel een aantekening in zijn kalender in 728 bij de maand november. De rector van de Katholieke Theologische Universiteit van Amsterdam gaf recent in een rede 'een nieuwe kijk op Willibrord', gebaseerd op voortgaand wetenschappelijk onderzoek. Hier volgt een verslag, dat ik ergens las (Willibrord 89 jaar 90, r.k. informatiebulletin) en dat we ter informatie doorgeven, gezien het weinige dat over Willibrord eigenlijk bekend is. Het zou intussen onjuist zijn als Rome de man op het peerd', wiens standbeeld op het Janskerkhof te Utrecht voor een protestantse kerk staat, zou claimen.
Afkomst
De feiten. Op 42-jarige leeftijd steekt Willibrord samen met elf metgezellen vanuit Ierland over naar Friesland. Waar Willibrord 42 jaar eerder was geboren is niet bekend, wel weten we dat hij van Engelse afkomst is en als kleine jongen werd toevertrouwd aan de zorgen van een monnikengemeenschap. Hij kwam terecht in de abdij Ripon in de buurt van het Noordengelse York. Op twintigjarige leeftijd verliet hij deze gemeenschap en zocht hij zijn heil in een Iers klooster, waarvan wel de naam Rathmelsigi bekend is, maar niet de precieze ligging. In 690 maakte hij van hieruit de overtocht naar Frisia.
Het jaartal 690 is niet helemaal willekeurig. Honderd jaar eerder waren missionarissen vanuit enerzijds Ierland en anderzijds Italië en Gallië begonnen met de kerstening van Engeland. Zo tegen het einde van de zevende eeuw was Engeland in grote lijnen voor het christendom gewonnen. Honée: 'Het pas bekeerde volk der Angelsaksen werd nu zelf missionair actief. Dat de zendingsdrang zich richtte op Friezen en Saksen aan de overzijde van de zee, hing samen met een sterk besef van stamverwantschap.'
Willibrord landde in het mondingsgebied van Maas en Rijn. Kort daarvoor was dit zuidelijke deel van Frisia veroverd door de Franken. De Franken waren niet alleen buren, maar ook de grote tegenspelers van de Friezen. Willibrord koos de zijde van de Franken, waardoor zijn succes bepaald werd door de Frankische veroveringen. In hetzelfde jaar ging Willibrord naar Rome om van paus Sergius I de bekrachtiging en zegen te verkrijgen voor zijn missiewerk. Vijf jaar later, in 695, herhaalde hij zijn reis en werd hij tot aartsbisschop gewijd. Tevens ontving hij het pallium, wat erop duidde dat hij bestemd was het middelpunt van de kerkprovincie te worden.
Kalender van Willibrord
Tot zover de feiten. Waarom kwam Willibrord naar het vasteland? Een klip en klaar antwoord op deze vraag is moeilijk te geven, aangezien er geen brieven van Willibrord zijn overgeleverd. Het enige wat er is, is de zogeheten Kalender van Willibrord. Een paar snippers papier die in Parijs worden bewaard en waar Willibrord zonder commentaar twee feiten vermeldt: zijn landing op het continent en zijn bisschopswijding vijf jaar later. In welke geest begon Willibrord aan de kerstening van de lage landen? Deze vraag heeft alles te maken met de spiritualiteit die heerste in de twee kloosters waar hij heeft gewoond. De abt van de Engelse kloostergemeenschap Ripon heeft er in 664 (de synode van Whitby) voor gezorgd dat de Ierse invloed inzake allerlei liturgische gebruiken werd teruggedrongen en de kerken van heel Engeland kozen voor de Romeinse observantie. Later is de abt zich gaan inzetten voor de invoering van de regel van Benedictus.
De Ierse gebruiken werden weliswaar een halt toegeroepen, maar dit gold niet voor het religieus-monastiek enthousiasme dat de leren naar Engeland hadden overgeplant In de laatste decennia van de zevende eeuw hebben dan ook tal van Engelse christenen opnieuw aansluiting gezocht bij de Ierse kerkelijke cultuur. Honée: 'Samen met anderen is Willibrord uit behoefte aan een strenger ascetisch leven naar Ierland getogen.'
Het ging er niet alleen om om de leefgewoonten van de Ierse kloosterlingen af te kijken. In feite had men de belangrijkste beslissing al daarvoor genomen. Men koos vrijwillig voor een verblijf buiten het eigen vaderland. Een vorm van vrijwillige boetedoening om zo als 'pelgrim voor de Heer' (peregrinatio pro Christo) het hemelse vaderland te verdienen. De ascese wordt beloond met het eeuwige heil, constateert Honée. Vervulling van dit levensideaal verwijst naar de specifieke Ierse spiritualiteit. Zoals de leren een eeuw eerder naar onder meer de Britse eilanden uitzwermden, zo legden de Engelsen honderd jaar later de weg af naar Ierland om hun ideaal te verwezenlijken. Verblijf in den vreemde was niet het enige doel, men wilde bovendien anderen van dienst zijn. Prediking en pastoraat was een belangrijke term. Zo tegen het einde van de zevende eeuw maakte de drang tot missionering zich meester van de Engelsen in het Ierse klooster Rathmelsigi.
Bonifatius
Volgens de oudere historici zou Willibrord in de Romeinse en Benedictijnse geest naar het continent zijn gekomen. Voortdurend werd zijn naam dan ook in verband gebracht met Bonifatius die zich heeft ingezet voor de invoering van Romeinse liturgische gebruiken en de kerkorde. Hedendaagse onderzoekers menen daarentegen dat zijn leven in het Ierse klooster van veel grotere invloed is geweest dan wordt verondersteld. Ondanks het feit dat hij grote eerbied had voor de Heilige Stoel, stelt Honée dat het niet vanzelfsprekend is te veronderstellen dat hij daarom ook vervuld zou zijn geweest van een Romeins-canonieke geest en geworteld was in het 'Romeinse' kloosterleven. Honée concludeert dat de missie van Willibrord in Friesland geen Engelse, maar een Anglo-lerse achtergrond heeft.
De Amsterdamse hoogleraar constateert verschillende verschuivingen in de geschiedschrijving. Ten eerste, Willibrord en zijn metgezellen waren geen Benedictijnen, zoals men tot voor kort heeft gedacht. De Benedictijnse leefregel was weliswaar zijn zegetocht in Engeland al begonnen, maar zeker nog niet in Ierland. Ten onrechte ook worden de bewoners van de kloosters Echternach en Susteren, die Willibrord heeft gesticht, afgeschilderd als Benedictijnen.
Beroepsmissionarissen?
Ten onrechte zijn Willibrord en zijn volgelingen in de oude literatuur afgeschilderd als beroepsmissionarissen, die slechts één doel hadden: het Evangelie verkondigen. Hiermee wordt onvoldoende recht gedaan aan de waarde die Willibrord aan het kloosterleven heeft toegekend. 'Ook tijdens zijn verblijf hier is hij het leven in kloosterverband blijven najagen als een zelfstandige doelstelling', aldus Honée. Het is daarom ook onjuist Echternach en Susteren af te schilderen als uitvalsbasis en als strategische steunpunten van de missie die in Utrecht hart en centrum had. 'Echternach had een eigenstandige functie los van de missie en het bisdom in het Noorden.' Dit moge blijken uit het feit dat Willibrord na zijn dood zijn bezittingen vermaakte aan Echternach; bezittingen die niet alleen in Brabant maar ook in Frisia waren gelegen. Niets kwam ten goede aan de Utrechtse kerk, die een economische versterking toch goed had kunnen gebruiken.
Willibrord, zo vervolgt Honée, heeft zich in zijn zendingsdrang niet beperkt tot zijn eigen diocees. Tegen de achtergrond van zijn Ierse vorming worden bronnen, waarin wordt vermeld dat hij ook in Brabant en tot Thuringen toe missionair actief is geweest, alleszins geloofwaardig. 'In werkelijkheid was Willibrord een rondtrekkende bisschop, voor wie Utrecht een van de vele centra vormde van waaruit hij zijn zendingswerk kon verrichten.'
Over de aartsbischoppelijke titel die Willibrord van paus Sergius I ontving tenslotte, is in de moderne geschiedschrijving veel te doen. Willibrord heeft deze titel nooit zelf gebruikt. Evenmin heeft hij er een kerkrechtelijke betekenis aan gegeven. Zo heeft hij nergens in zijn kerkprovincie bisschopszetels gesticht Honée stett dat het Willibrord niet gelukt is een hecht doortimmerde kerkelijke organisatie in Nederland op te zetten. Hij spreekt van een volkomen mislukking op dit punt Willibrord was er volgens de Amsterdamse hoogleraar de man niet naar om het in Rome ontworpen plan ten uitvoer te brengen.
'De belangrijkste kern van kerkelijk leven moet voor Willibrord altijd het klooster zijn gebleven.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's