Aandacht voor de Waldenzen (II)
Glorieuse Rentrée, 1689-1989
Zo is de Waldenzenkerk, wat de 'valleien' betreft, een nogal uitgeholde volkskerk geworden. De meelevende kern is in de regel klein, als is ze er wel. Er zijn gelukkig tekenen die erop wijzen, dat de jeugd weer wat meer bij het kerkelijk leven betrokken raakt.
De gemeenten buiten de 'valleien', dus in de rest van Italië, alle in de laatste 150 jaar gesticht, zijn veel meelevender.
Torre Pellice heeft een kerkgang van 13% per zondag, voor Villar Pellice 7%, voor Rorà 9%. Deze gemeenten liggen in de valleien. Vergelijk daarmee nu: Ivrea 25%, Chivasso 66%, Forano Sabina (bij Rome) 50%, Corato (Apulië) 60%. Hoge tot zeer hoge percentages, voor een deel wel veroorzaakt doordat een aantal R.K. sympathisanten de diensten bijwoont. Wel zijn de gemeenten buiten de valleien bijna overal klein, en zit er ook geen grote groei meer in. Dat komt o.m. – aldus een zegsman – omdat de kerkdiensten op de gemiddelde Italiaan nogal intellectualistisch overkomen, de Pinkstergemeenten lijken beter bij het Italiaanse volkskarakter te passen en groeien ook veel harder.
Prediking en theologie
Zo komen we tot de vraag of de prediking wellicht remmend werkt op het kerkelijk leven. Als we proberen hierop een antwoord te geven, stel ik voorop dat ons antwoord niet te simpel mag zijn.
In 'Intermediair' van 6 oktober 1989 staat een interessant en goed geschreven artikel van de hand van drs. A. Heering, historicus te Rome. Hierin schrijf hij – in een tussenzinnetje – dat de Waldenzenkerk in de afgelopen decennia van steil Calvinistisch naar vrijzinnig en oecumenisch is geëvolueerd. Onze vraag is: Kun je het zo eenvoudig stellen? Allereerst kan, wat het verleden aangaat, althans wat de laatste 150 jaar aangaat, moeilijk van een steil Calvinisme worden gesproken. Zeker, de Waldenzenkerk is Calvinistisch georiënteerd, heeft haar voedingsbronnen ontvangen in de Zwitserse en Franse Reformatie. Dat ziet men in haar belijdenis, de 'belijdenis van 1655', een verkorte verwerking van de Franse belijdenis van 1559. Men ziet het ook in haar eredienst, en in de sobere inrichting van haar kerkgebouwen, waarin meestal ook oude wapenschilden en predikantenborden contrabande zijn.
De Waldenzen hebben echter door de eeuwen heen veel contacten met buitenlandse kerken gehad. Die contacten waren ook theologisch van aard. Tot ± 1850 had men geen eigen predikantenopleiding, en ook sinds die er was bleef studie in het buitenland voor een bepaalde periode verplicht. In de praktijk betekende dit een sterke beïnvloeding vanuit Zwitserland. Dit land was in de vorige eeuw één van de brandpunten van het Réveil, de opwekkingsbeweging die ook in Nederland veel invloed gehad heeft. Ze had in Genève haar eigen theologische school, het 'Oratoire'. Veel theologische studenten van de Waldenzen zijn daar gevormd, en hebben later in Réveilgeest in hun gemeenten gewerkt. Het réveil was echter allerminst een eenheid, en zo was het ook met de Waldenzenpredikanten uit die tijd: een deel was streng gereformeerd, een ander deel stond een 'opwekkingsvroomheid' voor.
Zwitserland was ook het land van de liberale theologie. Ook die beïnvloedde de Waldenzenpredikanten in de vorige, en in het begin van deze eeuw. Dit betekende niet, dat ze radicaal-vrijzinnig werden, wel dat ze voorzichtig-positief stonden t.o.v. de volgens hen meest vaststaande resultaten van de historische schriftcritiek. Ze deden dat echter op een uiterst behoedzame wijze, het Evangelisch gehalte van de verkondiging mocht niet in gevaar komen. Het resultaat was een nogal moralistisch ingestelde, tevens gevoelsmatige prediking. Het verschil met de réveilpredikanten was in de praktijk niet altijd zo groot, en werd vaak door de gemeente niet eens opgemerkt.
Het heden
Tot zover het verleden. Nu, ten tweede, het heden. Drs. Heering heeft zeker gelijk, als hij beweert, dat de Waldenzenkerk oecumenisch is ingesteld. De sterke gerichtheid op het buitenland maakt, dat men spoedig is toegetreden tot de Wereldraad van Kerken. De theologische ontwikkelingen binnen de Wereldraad weerspiegelen zich ook in het kerkelijk leven der Waldenzen. Dat kon men b.v. duidelijk bespeuren in de preek die ds. Aldo Comba, als praeses van de synode, hield op de opening daarvan. Deze handelde over Gal. 5 : 22 'Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid'. Een korte samenvatting van de preek laat ik hier volgen.
'Een tekst over de vrede en de Geest, die ons verbindt met de thema's van de oecumenische beweging. Het gaat hier over vruchten, die de Geest werkt. Hij kan die alleen in ons werken, als we een levende verbinding met Christus hebben. Dan werkt de Geest echter:
'Liefde': Onze samenleving beschouwt dit als een vrouwelijke eigenschap. Ze stelt agressieve eigenschappen meer op prijs. Daardoor hebben wij de wereld onleefbaar gemaakt. Alleen door de liefde is er echter weer hoop voor de wereld, is er weer echte menselijkheid mogelijk.
'Vrede': Ons huidige economische systeem maakt de arme landen armer, de rijke landen rijker. Wat hieraan te doen? We weten het niet. Wel is voor ons, als geste, belangrijk: terugkeren tot het totale pacifisme van de middeleeuwse Waldenzen, en oecumenische betrekkingen aanknopen met pacifistische groepen als Mennonieten en Quakers.
'Geloof': De vrucht van de Geest is ook geloof. Dit verenigt ons met God en de medemens, ook met de kleine en de zwakke. Het verdedigt hun vrijheid, en roept op tot gelijkheid en broederschap.
'Vreugde': In de Bijbel is vreugde steeds de spirituele kant van de vruchten van de Geest. Ons geestelijk leven, onze dienst aan God, moet vol van vreugde zijn, en kan dat ook zijn, vanwege de zekerheid der opstanding.
'Goedheid': Dit mogen we in het bijzonder toepassen op de candidaten, die straks ingezegend zullen worden. Uw dienst moet Gods goedheid doorgeven en uitstralen. Goedheid kan in deze agressieve wereld de candidaten helpen, de zwakke enkelingen te ondersteunen.'
Horizontaal
Het zou onbillijk zijn om te zeggen, dat deze preek uitsluitend horizontalistisch is, het horizontale krijgt echter wel sterk de nadruk. Het komt – zacht gezegd – ook vreemd over dat de praeses van een kerk van het geref. type oproept tot contacten juist met doopsgezinden en Quakers. Natuurlijk hangt dit samen met hun pacifisme. En wat de oproep tot terugkeer naar de pacifistisch gezinde Waldenzen in de middeleeuwen betreft, deze staat niet op zichzelf, maar wordt onder de Waldenzen meermalen gehoord. De middeleeuwse Waldenzen horen thuis bij de 'voorlopers der Hervorming', zoals b.v. Johannes Hus. Vanaf de twaalfde eeuw bestaan zij als een verborgen groep, en zijn als zodanig een bijbels protest tegen de verwereldlijking der kerk, de navolging van Christus staat bij hen centraal, en dat brengt hen tot de keuze van een sober leven en verwerping van alle geweld. Rond 1530 krijgen zij contact met de Hervorming en ze sluiten zich op de Synode van Chlanforan (1532) bij de Reformatie aan, niet zonder protest overigens van een behoorlijke minderheid. Nu staat de rechtvaardiging door het geloof centraal, en het armoede-ideaal en het pacifisme wijken wat naar de achtergrond, hoewel ze latent blijven bestaan.
Het valt nu op, dat sinds ± 20 jaar de middeleeuwse periode erg veel aandacht krijgt, verhoudingsgewijs meer dan de periode vanaf de Reformatie. Dit is veelzeggend: men vindt juist bij de middeleeuwse Waldenzen aanknopingspunten voor eigen theologische voorkeur.
Dit alles wil nu echter niet zeggen, dat binnen de Waldenzenkerk alleen maar een honzontale en vrijzinnige prediking gevonden wordt. Integendeel, door velen wordt een meer bijbelse prediking gebracht. Ook op de samenkomsten, die we bijgewoond hebben, ontbrak dit geluid niet.
Voorbeeld
Als voorbeeld nu een korte samenvatting van de preek, op 15 augustus te Balsiglia gehouden door prof. Daniele Garrqne, hoogleraar Oude Testament aan de Theol. Faculteit te Rome. De tekst was Jozua 24 en het thema 'Bevrijd om te dienen'. Hier volgen de hoofdlijnen:
'We weten niet wat Arnaud en Montoux in hun prediking, aan het eind van de Glorieuse Rentrée, gezegd hebben. Wel weten we de inhoud van Jozua's preek, die deze aan het einde van de 'Rentrée', de terugkeer van Israël gehouden heeft.
De ceremonie te Sichem heeft twee brandpunten: een historische terugblik en een oproep voor de toekomst. Als teruggeblikt wordt, is God het onderwerp van alles, en Israël was passief: God heeft hen uitgeleid, hen op niet voorziene wegen gebracht, hun het land gegeven waarvoor ze niet gewerkt hadden. Tevens wordt een oproep voor de toekomst gegeven; Jozua hamert er gedurig op: dient de Heere, en verlaat de afgoden. Tussen de terugblik en het vooruitzien staat het sleutelwoord 'en nu' (vs. 14). Dat wil zeggen: ze zijn bevrijd, opdat ze dienen. Deze zin drukt het centrale thema van het Oude Testament uit, en hetzelfde vinden we ook in het Nieuwe Testament. De verlossing in Christus is geschied, opdat we God zouden dienen. 'Bevrijd om te dienen' – deze tweeslag geldt ook voor ons.
In de geschiedenis van Israël vinden we nu twee verdraaiingen van deze tweeslag. De eerste zouden we triomfalisme kunnen noemen. Israël beroemde zich erop, het door God uitverkoren volk te zijn, zonder dat men met en voor die God wilde leven. Dit risico lopen ook wij: als wij alleen maar terugvallen op ons verleden en op onze activiteiten in het heden, onze preken en onze principes, zonder onze roeping tot dienen te beseffen, bedrijven we in wezen beeldendienst.
De tweede verdraaiing van het 'bevrijd om te dienen' is: dienen beperken tot één dimensie van het leven. Zo deed Israël: God dienen, zeker, maar ook de afgoden kunnen we niet missen. Is dit ook voor ons niet een zeer actuele verzoeking? Hoe vaak zijn de zondag en de werkweek voor ons twee aparte gebieden. Zondag willen we getroost worden, maar in de week ons eigen leven leiden, dat is leven naar de waarden die de wereld regeren. Maar het blijft staan: wat God heeft samengevoegd, scheide de mens niet; bevrijd-zijn en dienen zijn niet te scheiden.
Te Sichem zien we ook een tegenstelling: Jozua zegt (vs. 17) 'Maar aangaande mij en mijn huis, wij zullen de Heere dienen', en onderscheidt zich daar van het volk, dat volk van God wil zijn zonder beslissing en bekering. Daarom voegt hij ze toe: 'Gij zult de Heere niet kunnen dienen'. Deze tegenstelling is bijbels. Wel moeten we oppassen voor een verkeerde toepassing ervan: een splitsing tussen radicalen en niet-radicalen, tussen ware- en schijngelovigen, waarbij de eersten zich de gemeenschap der heiligen voelen, en neerzien op de massa. Sichem toont ons een betere oplossing: Jozua (en zijn huis) is geen avant-garde, die verschroeide aarde achter zich laat, maar initiatiefnemer van een prediking van reformatie, met als gevolg dat het hele volk tenslotte kiest (vs. 24).
Ook wij zijn niet geroepen tot separatisme, maar juist om de ander erbij te halen. Zelf komen we ook nooit boven de tegenstelling uit van de mens die we zijn, en de mens die we krachtens onze roeping moesten zijn, en daaraan dienen we ons steeds te bekeren.
De dienst te Sichem sluit met een plechtige ceremonie. Jozua (vs. 25) maakt een verbond met het volk, namens God, en stelt 'rechten en inzettingen' voor hen vast. Dat is nodig, het is niet genoeg te zeggen dat men God wil dienen, we moeten ook weten hoe. Elke generatie moet aan de hand van de 'inzettingen' zich een weg zoeken. Dat is een moeilijke weg, toch moet hij begaan worden, als is het dan met vergissingen. Wij hebben vaak allerlei vragen b.v. hoe moet ik staan t.o.v. de staat en de oecumene? Deze vragen zijn echter secundair, vergeleken met de vraag: Hoe moeten we vandaag onze bevrijder dienen?
Jozua richt een monument op (vs. 26) en roept het volk op tot trouw aan het verbond. Elders in het boek Jozua, hoofdst. 3 en 4, lezen we van 12 stenen, die bij de wonderlijke doortocht uit de Jordaan genomen zijn, en die te Gilgal opgericht worden. Zij herinneren aan Gods trouw. Eén monument voor de herinnering aan het verleden, één met het oog op hun roeping in de toekomst. Het probleem van onze generatie is, dat we wel de 12 stenen te Gilgal hebben opgericht (onze musea, ons hangen aan onze historie), maar de grote steen onder de eik van Sichem nog niet hebben opgericht. Dit is ook veel moeilijker. God geve het ons te doen, spoedig!
ds. T. Lekkerkerker, Nieuw Loosdrecht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's