Het democratische begrensd door het christelijke (2)
Theocratie en democratie (5)
Luther wilde met het begrip rechtsstaat tot uitdrukking brengen (op grond van Rom. 13), dat niet macht en geweld de meest kenmerkende eigenschappen van de staat zijn, maar het Recht. De staat is in orde, die op het Recht gegrond is. En dat Recht is uitvloeisel van de goddelijke roeping, waar de overheid als Gods dienaresse aan gebonden is. Haar macht staat in dienst van het Recht en is aan dat Recht onderworpen.
Aldus dr. Aalders over Luther in de RD-special.
Niet remmend, maar stimulerend
Mag ik dan vragen, wanneer schudde in de laatste decennia onze rechtsstaat meer op zijn grondvesten dan op 1 mei 1981 toen de nieuwe abortuswet werd aangenomen?
Als het ongeborene niet meer veilig is, wat dan nog wel?
Als men op het gebied van leven en dood geen duidelijke grenzen meer wil trekken, welke gebieden zijn dan nog wel veilig?
Dr. W. Aalders geeft in zijn rede aan dat de praktijk en de wetgeving niet meer bij elkaar aansloten, en dat een kreupele wet, die het ongeboren ontkiemende leven in de moederschoot nog enigszins beschermt beter is dan een wet, die tot een dode letter is geworden.
Mag ik dan dr. Aalders uit de droom helpen. Als huisarts zit ik dicht bij het vuur, en moet tot mijn verdriet vaststellen dat – geheel in de lijn der verwachting – de abortuspraktijken op geen enkele wijze zijn ingedamd en dat de nieuwe wet op geen enkele wijze beter uitgevoerd wordt dan de oude. De 'slapersdijk-theorie' is misschien een overtuigend argument voor theoretici, voor practici slaat het gewoon nergens op. Het aantal abortussen neemt juist weer toe (6% in 198,6) en de neveneffecten blijven niet uit (experimenten met embryo's, genetische manipulatie etc).
De nieuwe abortuswet heeft geen remmende funktie gehad, dat is heel duidelijk, maar juist een stimulerende funktie. Niet alleen de eer is weg, ook het recht, in dit geval van het ongeboren leven. Over euthanasiepraktijken en -wetgeving zullen we het dan nog maar niet hebben.
Zedewet
Daarom blijft het voor elke christen zaak om de taak van overheid te toetsen aan de enige goede toetssteen, dat is niet de soms overweldigende en massale wetsovertreding, dat is niet de gegroeide praktijk, dat is niet de turbulentie van onze tijd (zie reaktie drs. G. v. Leyenhorst), dat is niet de draagkracht van het volksgeweten, dat is het Woord van God. En daarin staat ook nog een keer dat alleen die het Woord van God niet kennen of willen kennen niet verontschuldigd zijn, want zij hebben altijd nog de zedewet, volgens Romeinen 2 vers 14 en 15 ingeschapen in ieder mens. Deze zedewet komt overeen met de tweede tafel der wet, die de onderlinge verhouding tussen mensen regelt. Het daarvan afwijken zoals in de nieuwe abortuswet gebeurt, kan nooit iets zijn waar een christen aan mee mag werken. Loslaten van Gods Wet, geopenbaard of ingeschapen, komt voor, maar uit Romeinen 1 vers 18-32 weten we dat dat nooit een stap ten goede kan zijn, ook geen 'slapersdijk' maar dat dat alles te maken heeft met een oordeel Gods, een losgelaten wórden. De weg die de Nederlandse wetgeving is ingeslagen met de abortuswet, waar zonder correctie nog veel op zal volgen, kan niet anders dan een heilloze zijn.
Trendsetter
Waarom zo'n uitgebreide aandacht voor de reeds lang voorbije abortuswetwijziging en de reaktie van dr. W. Aalders?
Welnu, we hebben hier in een notedop de hele discussie die er onder christenen bestaat over hun politieke visie en bijbehorende partijkeuze. In de loop van deze artikelen-series heb ik ook diverse reakties gehad van lezers, die vonden dat ik direkt of indirekt het CDA te kort deed.
De – overigens in een broederlijke sfeer verlopende – reacties hadden dezelfde gedachtengang als die van dr. Aalders. Hij bleek voor velen een trendsetter en schutsheer.
Dat op zijn stellingname veel is af te dingen, en naar mijn gevoel veel is af te keuren met een beroep op de Schrift is reeds gezegd. Ook ir. J. van de Graaf geeft dat in zijn genoemde bundel 'De Kerk in het midden' (blz. 105): 'Er is ongetwijfeld bij alles wat dr. Aalders zegt iets dat aanspreekt, dat misschien zelfs bijna (ik zeg bijna) overtuigt.
De wijze waarop hij met de dingen bezig is, is voor ons, als reformatorische christenen, veel méér herkenbaar dan wat we tegen komen bij Kuitert en bij de moderne theologie. En toch waag ik het erop met dr. Aalders op dit punt in kritische dialoog te gaan'.
Verkeerde opdeling
Ir. Van der Graaf gaat vervolgens in op conclusies die Dr. Aalders trekt uit het in onze tijd uit elkaar groeien van de twee regimenten kerk en staat met ieder een eigen verantwoordelijkheid. Vroeger een gedoopte natie met een staat die in haar wetgeving min of meer in het verlengde van de kerk lag. Dat is verleden tijd, zegt Aalders. De nieuwe abortuswet is daarvan heus niet het begin, want er is al veel meer gepasseerd in de burgerlijke wetgeving wat indruist tegen Gods recht en gerechtigheid: kansspelen, huwelijk en echtscheiding, zondagswetgeving, godslastering, pornografie etc. etc.
Dit ontkersteningsproces bewijst dat het geweten van ons volk allang niet meer geworteld is in en gebonden aan de Wet Gods en daarom geen normbesef heeft.
Volgens Aalders mag je daar de regering niet de schuld van geven, integendeel die kan in zo'n situatie eigenlijk niet anders dan tot verruiming van de abortuswetgeving overgaan.
Als christenen komen we dan terecht in het isolement van de gemeente, die duidelijker dan ooit in antithese staat met de wereld.
Dat christenen die politieke verantwoordelijkheid dragen zich zo in tweeën zullen moeten delen, althans aan weerszijde van de antithese in beide kampen positief bezig zijn, is naar het oordeel van dr. Aalders mogelijk. In datgene wat ik over de persoonlijke verantwoordelijkheid van ieder christen-politicus geschreven heb, voor God en voor de mensen, lijkt aangetoond dat dat niet kan.
Omdat in het regiment der Kerk én in het regiment der Staat mensen werkzaam zijn, en vaak nog dezélfde mensen, zijn wiskundige opdelingen der verantwoordelijkheden onmogelijk. God ziet geen regimenten aan, geen spitsvondige constructies God ziet mensen aan, sterker nog: God ziet harten aan.
Eén Heere
Ir. Van der Graaf bekritiseert danook het uit elkaar halen van kerk en staat zoals dr. Aalders dat doet. Hij citeert daarbij uitvoerig Calvijn, wat die onder theocratie verstond: bijbels zicht op staat en maatschappij en niet verinnerlijkt binnen de kerk.
Erkenning van Gods Soevereiniteit zal ook voor de overheid nodig zijn, wil ze 'ons ten goede' kunnen zijn.
Niet alleen de tweede tafel der wet maar ook de eerste tafel heeft daarin een betekenis. Die is niet alleen voor de kerk, ook voor de staat. En Calvijn schreef dat niet, zegt Van der Graaf, omdat er in zijn tijd nu eenmaal van een christelijk Europa kon worden gesproken, maar omdat hij zó de roeping voor kerk en staat vanuit het Woord had ontdekt.
Mij dunkt, zegt Van der Graaf, dat dr. Aalders kerk en staat verder uiteen heeft gehaald dan Calvijn in zijn onderscheiding van de geestelijke en de burgerlijke regering heeft gedaan, te meer omdat Calvijn wel gesteld heeft: twee regimenten, maar er aan toevoegde: één Heere.
J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's