De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Noodzakelijke voorbede

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Noodzakelijke voorbede

Synode en gemeente

9 minuten leestijd

Deze week wordt weer de vergadering gehouden van de hervormde synode. Met een zekere spanning wordt deze synodezitting tegemoet gezien en dat niet alléén, omdat de omstreden uitspraak van de synode in de junizitting over tuchtoefening inzake homoseksualiteit opnieuw besproken wordt. Met een kleine meerderheid van stemmen sprak de synode uit, dat kerkeraden geen tucht mogen oefenen inzake homoseksuele praktijk. Daardoor worden kerkeraden zelf onder curatele gesteld, wanneer ze tot tuchtoefening zouden overgaan. De mening, dat de motie juist het gesprek in de kerk wil bevorderen is wel in volstrekte tegenspraak met de inhoud van de motie als zodanig. De pastorale terughoudendheid rondom homoseksualiteit is intussen wreed doorbroken.


Toch gaat het dunkt me om dieper liggende zaken dan het simpel aannemen van deze motie, hoe ernstig ook. Het gaat om de verhouding van synode en gemeente. Hoe serieus neemt de synode – vertegenwoordigend lichaam van de Kerk! – de gemeente? Er spelen vandaag méér kwesties dan de omstreden homomotie. Wat te denken van de kwestie Van Gennep! Deze heeft met zijn uitspraken over de Opstanding velen in de kerk geschokt, ik moet liever zeggen: hij heeft de Kerk geschokt. Maar nee, zegt nu de Provinciale Kerkvergadering van Zuid-Holland, op advies van vijf visitatoren-provinciaal, die een gesprek hebben gevoerd met Van Gennep, het loopt allemaal zo'n vaart niet. De fundamenten der kerk zijn niet ondergraven door de uitlatingen van de Leidse hoogleraar. Er was sprake van uit hun verband gerukte uitspraken, niet meer dan een misverstand.
Wat moet de gemeente dan – zo vraag ik – aan met uitspraken als: 'ik kan niet meer in wonderen geloven' en 'in Auschwitz is ook niemand uit de dood teruggekomen'. Daarbij is zelfs de uitdrukking niet meer te kunnen geloven in 'een wandelend lijk' gebezigd. Heeft de gemeente, zo zou ik willen vragen, niet recht op een antwoord inzake de vraag wat de Leidse hoogleraar dan in feite wèl, gezegd en bedoeld heeft? Of kan de gemeente vandaag zelf de Bijbel niet meer lezen?
In reactie op een brief van de classis Delft (opgenomen in Globaal Bekeken) aan prof. Van Gennep, zei deze dat de opsteller, drs. A. de Reuver, wel de klok heeft horen luiden, maar niet weet waar de klepel hangt. Afgezien van de hooghartigheid van deze reactie rijst hier de vraag: Als theologen elkáár al niet meer begrijpen, hoe zal de gemeente de theologen dan nog begrijpen? Maar laten we eerlijk zijn, elk gezond denkend mens kan concluderen dat Van Genneps uitspraken in strijd zijn met het hooglied van de Opstanding, 1 Korinthe 15.
Toen nu het eerste rumoer ontstond rondom deze zaak, werd vanuit de leiding van de kerk gezegd, dat de zaak in studie genomen zou worden. Nu is echter gezegd: de zaak is (af)gesloten. Welnu, dàt kan en mag zo niet. Zo gaat de kerk zelf hooghartig voorbij aan de grote zorg in de gemeente omtrent het hart van het belijden. In zo'n ingrijpende zaak kan de kerk niet volstaan met de toelichting van 'een woordvoerder'.
Het wordt de hoogste tijd, dat er een nieuwe bezinning komt omtrent de betekenis in de zinssnede van art. X van de hervormde kerkorde, 'de kerk weert al wat haar belijden weerspreekt'. Dan kan er ook duidelijkheid komen waarom de visie van prof. Van Gennep al of niet binnen de grenzen van dit belijden valt. De gemeente heeft recht op een èchte verantwoording.

Zorg
Er zijn de laatste tijd dus ingrijpende dingen gebeurd. In synodaal verband, maar ook in kerkelijke organen heerst een meerderheid over de minderheid en legt zo die minderheid een juk op, dat te zwaar is om te dragen. Kunnen zo besluiten genomen worden naar de zin en mening van de Heilige Geest?
Het hart van de kerk klopt in de christelijke gemeente. Eigenlijk komt de benaming kerk, als verbànd van gemeenten, in de Schrift niet voor. Maar de gedachte, dat de gemeenten sámen het lichaam van Christus vormen, komt wel terdege in de Schrift voor, zodat de Reformatie op bijbelse gronden heeft gekozen voor een presbyteriaal-synodale kerkinrichting, een kerkinrichting met ambtelijke vergaderingen, maar met de ouderling (presbyter), die zit op de leer, voorop.
Maar als door de vroeg-christelijke kerk een apostelconvent bijeen geroepen wordt (Hand. 15), worden enkele besluiten genomen, die voor het gehéél van de gemeenten gelden, terwijl tevens wordt uitgesproken dat men de gemeenten geen te zware lasten wilde opleggen. Inzake de besluiten die wèl genomen werden, wordt intussen gezegd dat 'het de Heilige Geest èn ons' heeft goedgedacht de betreffende besluiten te nemen. Maar dan valt ook het woord ééndrachtig. Samen, met algemene stemmen wordt besloten. Uit het feit echter dat geen te zware lasten werden opgelegd, mag worden afgeleid, dat er best ook zaken waren, waarover in de gemeente (misschien wel ingrijpend) verschil van mening bestond. Knopen doorhakken met (kleine) meerderheid van stemmen was er echter kennelijk niet bij.
Het apostelconvent wilde toch kennelijk niet over de gemeente heersen. Dat is een goed voorbeeld voor synoden nu.


Ik denk nog aan een andere Schriftplaats. In 1 Kor. 10 : 29 staat het bekende woord, dat onze christelijke vrijheid niet zal worden geoordeeld door het geweten van de ander. Ten onrechte wordt hieruit wel geconcludeerd, dat ik mij in mijn vrijheid niet behoeft te laten inperken door anderen, die minder ruimhartig zijn. Nee, het gaat erom dat we niet geoordeeld, veroordeeld willen en zullen worden, doordat we òver het geweten van de ander zijn heengegaan. Daarom moet men in de vergaderingen van kerk en gemeente streven naar besluiten, waarin een zó groot mogelijke meerderheid zich kan vinden, zo mogelijk allen (al is dat in een verscheurde kerkelijke situatie niet altijd mogelijk).

Hervormde Kerk
Terug naar onze eigen kerkelijke situatie. In tegenstelling tot kerken naast de Nederlandse Hervormde kerk, draagt de Nederlandse Hervormde Kerk het woord kerk en niet kerken in haar naam. De zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente wordt in de andere kerken sterker onderstreept doordat men kerken of gemeenten in de naam heeft en men zo in ieder geval kerk in meervoud wil zijn: Gereformeerde Kerken (al of niet vrijgemaakt), Christelijke Gereformeerde Kerken, (Oud) Gereformeerd Gemeenten, van verschillende aard. Desondanks hebben ook deze gemeenten of kerken een synodaal verband, naar gereformeerde kerkenorde.
De Hervormde Kerk spelt haar naam in enkelvoud. De samenhang van gemeenten in de gehele kerk wordt daarin onderstreept. Dat schept intussen verplichtingen, ook naar de ambtelijke vergaderingen toe. We willen samen één kerk zijn. Overigens zijn we in de praktijk zeer verdeeld, met name ook in de praktijk van het gemeenteleven. Hoe dan met elkaar om te gaan? In ieder geval niet op de wijze, zoals geschiedde in de junivergadering van de synode.


Als Paulus in 2 Kor. 11 opsomt wat hij allemaal ter wille van het Evangelie heeft moeten verduren, zegt hij dat hem bovendien dagelijks de zorg om al de gemeenten overvalt (vs. 28). Dat zijn bepaald niet gemeenten, waarin overal gelijk wordt gedacht. Hij moet de gemeente van de Galaten en de Korinthiërs soms scherp aanspreken en berispen op grond van opvattingen, die afwijken van de gezonde leer.
Me dunkt dat een ambtelijke vergadering als een synode eveneens zorg zal moeten hebben voor al de gemeenten. Zo niet, dan ontstaat vervreemding tussen de kerk als geheel en de gemeenten afzonderlijk. Dan kan het gebeuren dat vanuit de gemeente wordt gezegd: 'moeder, ik klaag u aan'.


In onze kerk is de laatste tijd de uitdrukking 'breedte van de kerk' in zwang. Als we die uitdrukking willen gebruiken om confessioneel zeer ingrijpende verschillen toe te dekken, of als deze uitdrukking gaat fungeren als een pleister op de wonde van innerlijke verdeeldheid of als alibi om de noodzaak van het samen spreken uit en naar de Schriften te ontlopen, heeft deze uitdrukking geen waarde. Als deze typering echter, inzake bepaalde aandachtsvelden betekent: verder kwamen we samen niet, maar we bidden om leiding van de Heilige Geest om ons samen verder te leiden, dàn kunnen we ook samen verder worstelen.
Ondanks ons spreken over 'breedte van de kerk' zijn er echter de laatste tijd dingen gebeurd, die vervreemding hebben veroorzaakt: dingen, die de motivatie om aan de 'breedte van de kerk' deel te nemen, hebben aangevochten en geremd. We moeten daarbij echter wel opmerken, dat we de laatste jaren als hervormd-gereformeerden meer en meer bij de 'breedte van de kerk' betrokken werden, terwijl toch wel eens de vraag geuit is of het wel echt functioneerde. 'Breedte van de kerk' kan niet zonder de belijdenis: 'het heeft de Heilige Geest en òns goedgedacht'. Halen we die Hoogte nog? Of overspelen we elkaar?

Bediening van de Geest
Wat we nodig hebben, ook op de aanstaande vergadering van de synode, is de bediening des Geestes. Daartoe mag in de gemeenten wel de voorbede zijn. Ook in de gemeenten mag er wel de zorg zijn om al de gemeenten. We leven in een tijd van ingrijpende kerkelijke afkalving. Dat zal ons een zòrg zijn. Het gaat er dan niet alléén om dat onze 'eigen' gemeente of bepaalde modaliteiten (nog) goed functioneren. We zullen juist vurig bidden of de Geest vaardig mag worden over de kerk als geheel, ook over haar ambtelijke vergaderingen. Lang niet altijd wordt voor de vergaderingen van de synode in de gemeenten gebeden. Prof. dr. J. Severijn, ooit voorzitter van de Gereformeerde Bond, heeft eens in vertrouwelijkheid gezegd, dat er geen dag in zijn leven voorbij ging, waarop hij niet bad voor de generale synode en voor de opleiding van de aanstaande dienaren des Woords. Is dat 'zorg voor al de gemeenten' of niet? Misschien zijn we wel eens teveel kwijt geraakt, dat datgene, wat op een synode gebeurt ons allen aangaat, ook in de, wat de confessie betreft, gederailleerde gestalte. We staan niet buiten de nood en de schuld van de kerk.
Is er ook voldoende voorbede voor de opleiding van de predikanten, daarbij inbegrepen de voorbede voor de kerkelijke hoogleraren en hun bekering inzake aan het Evangelie vreemde opvattingen? Ons behoren tot de Nederlandse Hervormde Kerk (enkelvoud) verplicht ons tot de voorbede om bediening des Geestes voor de hele kerk. De letter doodt maar de Geest maakt levend.

Gevouwen handen
Na alle rumoer van de laatste maanden past het ons allen met gevouwen handen de synodevergadering tegemoet te gaan. 'Ook of Gij de hemelen scheurdet en nederkwaamt!' Er zouden grote dingen kunnen gebeuren, die we naar menselijke maat niet meer zouden verwachten. 'Voor Gods aangezicht versmelten de bergen! In de gestalte van het ootmoedige gebed naar de mening van de Geest kan van een beslissing over het geweten van de ander héén geen sprake meer zijn.
Synode, ga met God!

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Noodzakelijke voorbede

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's