De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verslaving en de christelijke gemeente (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verslaving en de christelijke gemeente (3)

8 minuten leestijd

Leven met een verslaafde
We hebben in de vorige artikelen al enkele malen gewezen op de opdracht van de christelijke gemeente ten aanzien van levensstijl (drinkgedrag) en ten aanzien van verslaafden en familieleden van verslaafden. We willen nu nadenken waarom en hoe wij, als gemeente van onze Heere Jezus Christus, moeten dienen.

Waarom dient de gemeente?
Meerdere antwoorden zouden we op deze vraag kunnen geven, en één daarvan is: omdat ze gemeente van Jezus Christus is, de Dienaar bij uitstek. 'Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een rantsoen voor velen'. (Mk. 10 : 45). Door Zijn dienst, en dan vooral Zijn lijden en sterven, is ons vergeving en verlossing geschonken. En wij mogen uit die vergeving leven en zo de ander dienen. We zijn immers niet meer dan die ander! Dit fundamentele, dat Christus gekomen is om te dienen, dat mag òns motiveren voor onze dienst aan de ander. Dat onze dienst heel konkreet bedoeld is, kunnen we uit andere lijnen uit de Schrift naar voren halen. We zien bijvoorbeeld dat onze Heere in Zijn leven hier op aarde de mensen konkreet hielp. In de genezingen, in het geven van brood, maar ook in het geven van aandacht aan mensen, die aan de kant stonden: aan vrouwen en kinderen, hoeren en tollenaars. Dat Jezus een 'vriend van de tollenaars en zondaars' werd genoemd, is beslist niet als vleiende omschrijving bedoeld geweest, integendeel. Toch wordt Hij zo genoemd, omdat Hij immers gekomen is als Heiland, om heel te maken, om het verlorene te zoeken en te redden. En die verlorene is de konkrete, verachte mens. Jezus is Iemand met een ergerlijke voorkeur voor degene, die niet past in de (m.n. religieuze) samenleving van die tijd. Ergerlijk. Dat vinden we al in de Schrift. Als de Heere Zacheüs uitkiest om Zijn intrek bij in te nemen, dan mopperen de mensen: waarom heeft Hij nou net dat gluiperige kereltje, die uitzuiger uitgekozen om bij hem te eten en te overnachten? In het verhaal ervoor over de blinde van Jericho beletten de mensen de blinde om Jezus te storen met zijn verzoek. Maar de Heere Jezus stoort zich daar niet aan. Hij gaat naar deze mens toe en heeft hem op het oog.
Als we verder kijken in de Bijbel ontdekken we nog veel meer. Bijvoorbeeld als we letten op de werkwoorden, die voor God gebruikt worden om aan te duiden wie Hij is.
We belijden, dat Hij de God is die schept, uitkiest, roept, leidt, voert, onderhoudt, hoort, tot hulp zich haast, redt, bevrijdt, heelt, beschermt, de verdrukte recht verschaft, de hongerige brood geeft, vrede en heil brengt. Zó is God, en Hij roept Zijn volk op om ditzelfde ook te zijn en te doen. In de wetgeving aan Israël vinden we dat terug en in de vermaningen van de profeten. God openbaart duidelijk Zijn wil hierin. En het volk Israël wordt gewaarschuwd als ze de wil van God niet doet.
Ditzelfde vinden we echter ook in het Nieuwe Testament terug. Zo lezen we bijv. in Matth. 25 over het laatste oordeel, waarbij het gaat om het al of niet gegeven hebben van brood en water en het bezoeken van zieken en gevangenen. En Joh. 13 beschrijft de geschiedenis van de voetwassing ('… want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat, gelijkerwijs Ik u gedaan heb, gijlieden ook doet.'). En de apostel Johannes schrijft in zijn brief, dat de liefde Gods niet in ons kan blijven, als we ons hart toesluiten voor de broeder die gebrek lijdt (1 Joh. 3 : 17). En Jakobus houdt ons voor, dat geloof zonder de werken een dood geloof is.
Misschien hebben we wel eens te weinig aandacht gehad voor de ernst van deze oproep uit de Schrift. Ons er te gemakkelijk van afgewend om onze aandacht te richten op andere facetten. Om het misschien wat cru te zeggen: 'We kunnen ons heil er toch niet mee verwerven'. Maar ook al is het waar, dan moeten we toch tegelijk zeggen, dat de Schrift wel aanwijzing ervoor geeft om te denken: als we de wil van God hierin niet doen, kunnen we het heil er wèl door verliezen.
Nog een andere gedachte uit het Nieuwe Testament is, dat de gemeente gaven van de Heilige Geest heeft ontvangen om elkaar en de wereld te dienen. God zelf werkt zo in de gemeente en zet ons in beweging en rust ons toe. 'Dient elkander, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods' (1 Petr. 4 : 10).
Als we dit alles overzien, komen we tot de ontdekking, dat diakonaat, het dienen van de gemeente van Christus, een wezenlijk bestanddeel uitmaakt van de wil van God met Zijn gemeente.

Het schrikt af
Hoe bedrijf je nu diakonaat? Moeten we verslaafden gaan opzoeken, of mensen die dakloos zijn in ons huis opnemen, of terminale patiënten gaan verplegen? Of politieke vluchtelingen in de kerk laten schuilen en meeprotesteren tegen prostitutie?
Niet alleen komt er een veelheid van vragen en problemen op ons af, maar een aantal ervan ervaren we ook als bedreigend. Om een voorbeeld dichtbij huis te geven: wat doen we met een weggelopen minderjarige uit een keurig kerkelijk gezin? Met een echtscheiding of met alcoholisme binnen de gemeente? Als een dergelijk probleem echt op ons af komt, kunnen we niet meer aan de kant blijven staan. Dan zullen we wat moeten dóen. We zullen dan ook soms onze mening bij moeten stellen over wat wel en wat niet kan, of ons voor nieuwe vragen gesteld zien.
Diakonaat heeft met onszelf te maken, ons mede-mens zijn. Wie is mijn naaste? Het heeft ook met ons gemeente-zijn te maken. De vraag wordt ons gesteld: staan wij als gemeente ècht open voor mensen, die anders zijn dan wij, dus ook andere dingen doen en denken? Voor mensen, die meer aandacht nodig hebben? Is er een Woord voor hen, maar is er ook een plek voor hen?
Diakonaat werkt zo op onszelf en op onze gemeente terug. Dat is niet eenvoudig, maar wel vruchtbaar. We gaan daarin iets zien van de grote liefde van God, die veel verder reikt dan wij denken. Ze reikt gelukkig veel verder dan onze benauwdheid en beperktheid. Als we ons door die liefde laten meenemen, óver onze grenzen heen, mogen we gebruikt worden in de dienst aan en tot heil van de ander.

De praktijk
In de praktijk van onze Hervormde kerk zijn het de diakenen, die de gemeente moeten helpen om haar diakonale roeping gestalte te geven. Afhankelijk van de taken, waarvoor de diakonie zich gesteld ziet en afhankelijk van de visie die men heeft voor diakonaat, varieert de vormgeving in de praktijk.
Vanuit de IZB wordt een aantal plaatselijke diakonale werkgroepen ondersteund, die zich speciaal richten op de verslavingsproblematiek of op het bredere terrein van maatschappelijke hulpverlening door vrijwilligers. Mensen worden toegerust om oog te hebben voor mensen met problemen in hun omgeving, om te luisteren en indien mogelijk hulp te bieden. Soms gebeurt dat middels een telefonische hulpdienst, soms via een spreekuur of een 'open-huis-projekt'. In andere plaatsen heeft men een netwerk van gastgezinnen binnen de gemeente opgezet, zodat er hulp geboden kan worden aan mensen die op dat moment onderdak nodig hebben. Weer elders is er een zelfhulpgroep opgericht voor medicijnverslaafden en één voor gescheiden mensen, om elkaar door te praten over de praktische- en de geloofsvragen, die gescheiden-zijn met zich meebrengt. Al dit werk wordt gedaan onder verantwoordelijkheid van de plaatselijke diakonie of wordt door haar gesteund.
Er is veel mogelijk op het gebied van diakonaat. Maar we moeten er oog voor krijgen en durf en doorzettingsvermogen ontwikkelen om onze ideeën gestalte te geven. De afdeling 'Hulp en preventie bij verslaving' van de IZB wil u advies geven en van dienst zijn bij het doordenken van de vragen en het praktisch opzetten van werk. U kunt op haar werkers gerust een beroep doen. Zo zijn er meer instanties waar u bij aan kunt kloppen.
Laten we ons steeds bedenken voor welke grote taken wij als christelijke gemeente in deze wereld staan. We hebben met mènsen te doen, mensen in de knel, ook binnen de gemeente. Bovenal hebben we met God te doen. Hij geeft ons onze taak in deze wereld, maar tegelijk geeft Hij de toerusting daarvoor in de gave van de Heilige Geest en belooft Hij ons Zijn zegen daarbij. 'Wat gij aan een van Mijn minste broeders gedaan hebt, dat hebt gij aan Mij gedaan'.

mevr. H. B. Graafland, Gouda

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verslaving en de christelijke gemeente (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 november 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's