De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Waardige synodezitting over omstreden motie inzake homosexualiteit

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Waardige synodezitting over omstreden motie inzake homosexualiteit

De angel uit het junibesluit

19 minuten leestijd

De hervormde synode doet een appèl op kerkeraden om geen tuchtmaatregelen toe te passen op leden der gemeente met homofiele geaardheid of leefwijze. Kerkeraden zijn niet gebonden aan dit appèl maar moeten zich wel verantwoorden als ze het naast zich neerleggen. Dat is de uitleg, die de hervormde synode vorige week heeft gegeven aan de omstreden 'motie Te Velde', die op de junivergadering werd aangenomen. Tegelijk werd in deze nadere interpretatie al aangegeven aan welke voorwaarden kerkeraden moeten voldoen (een vijftal richtlijnen), die in geweten niet aan dit appèl gehoor kunnen geven. En verder wees de synode met de kleinst mogelijke meerderheid (27 tegen 26 stemmen) een amendement van mevr. Te Velde af, waarin werd uitgesproken, dat dit appèl een houvast zou moeten zijn voor de commissies voor het Opzicht. Met verwerping van dit laatste voorstel was de angel uit het junibesluit en kon later eenparig, met algemene stemmen een hier en daar gewijzigd besluitsvoorstel van het moderamen worden aangenomen (hiernaast in kader opgenomen).

Opening
Ds. B. Wallet, synodepraeses gaf een uiteenzetting van wat na de junivergadering gebeurd is, nadat hij had aangegeven dat de nu te houden zitting van de synode zich moest beperken tot de interpretatie van het junibesluit. Het ging niet meer om een inhoudelijke bespreking inzake homosexualiteit. Gegeven de commotie, die het synodebesluit teweeg bracht, kwam het moderamen, in een schrijven aan de kerkeraden, al snel tot de interpretatie, dat de aangenomen motie moest worden gezien als een oproep tot uiterste terughoudendheid m.b.t. tuchtmaatregelen inzake homosexualiteit. De motie van juni, aldus ds. Wallet, heeft onbedoelde gevolgen gehad. De veiligheid van homosexuelen binnen de gemeente is er niet door toegenomen. Spoedig rees verontrusting omdat over geestelijke zaken zo bij meerderheid van stemmen over de gewetens van kerkeraden wordt geheerst. Een breed samengestelde commissie had een rapport ontworpen, dat het gesprek in de kerk wilde dienen. Maar intussen werd door de gang van zaken het vertrouwen niet vergroot. 'Met geëmancipeerde groepen aan twee kanten kunnen we verder uiteen groeien.' Gaan we dan elkaar niet overvragen? Er bleken grenzen te zijn aan de pluriformiteit (voor de één) en aan de loyaliteit (voor de ander).
We willen en mogen de tucht niet kwijt, aldus ds. Wallet. In de tucht gaat het om zorg voor elkaar in de kerk. Maar machtsmisbruik behoort niet bij de tucht. De vraag was echter of de gemeente de mogelijkheid tot tucht wel behield. Deed het 'tuchtverbod' van de junimotie niet tekort aan het consistorie (de kerkeraad)? Dat zou in strijd met de kerkorde zijn. Want meerdere vergaderingen kunnen niet in de plaats treden van de rechten van andere ambtelijke vergaderingen, zoals de kerkeraad. Dan is ook de inhoud van de prediking in het geding. De motie raakt als zodanig het belijden van de kerk. 'Mogen wij er met onze Schriftopvatting dan niet zijn?', werd dan ook na de junivergadering gevraagd.
Intussen werd ook het besluit niet innerlijk consistent gevonden: geen tucht en toch gesprek (in de kerk). Kregen verder homosexuelen geen voorkeursbehandeling? Kortom, door alle commotie kwam de eenheid van de kerk in gevaar.
De vraag is of de motie wel kerkrechtelijke betekenis kan hebben. Per motie wordt immers geen aanvulling op kerkordelijke bepalingen inzake opzicht gegeven! Zou de motie wel rechtskracht hebben dan zou intussen de vrijheid van de gemeente zijn aangetast.
Anderzijds wordt tegengeworpen, dat plaatselijke gemeenten helemaal niet gebonden zijn aan uitspraken van de synode en die dan ook vaak naast zich neerleggen. Inzake uitspraken van de kerk over kernbewapening en Zuid-Afrika is dat gebleken, terwijl de kerk nooit ex-communicatief optrad.
Welnu, aldus ds. Wallet, zo kan de junimotie worden verstaan als een oproep tot uiterste terughoudendheid inzake tuchtmaatregelen.
Dr. K. Blei, secr. generaal lichtte vervolgens het besluitvoorstel van het moderamen van de synode toe, waarover het verder die dag moest gaan. Door de motie te verstaan als een oproep tot uiterste terughoudendheid wordt recht gedaan aan de indieners van de motie en ook aan het consistorie, terwijl ook de verontrusting in de kerk serieus wordt genomen. Dr. Blei zei 130 brieven van classes, kerkeraden, individuele personen en werkgroepen te hebben ontvangen. In 62 brieven werd dankbaarheid over de aangenomen motie uitgesproken. In 59 brieven werd grosso modo gesteld, dat de motie moest worden herroepen of werd gezegd: 'Wij zullen deze naast ons neerleggen'. In enkele brieven werd gevraagd door te studeren op dit onderwerp. In het besluitvoorstel wordt dan de motie zo geïnterpreteerd, dat deze niet mag worden verstaan als een verbod tot opzicht.

Synodeleden
Mevr. G. D. te Velde-Kloosterboer, Paterswolde kreeg vanwege de commotie, die haar motie had losgemaakt meer spreektijd dan de overige synodeleden. Ze begon met op te merken dat de Waarheidsvriend had opgeroepen met gevouwen handen naar deze synodezitting te gaan. Ze herinnerde eraan, dat op de vooravond van de synode in de Oud Katholieke Kerk zevenmaal gebeden was (door en voor homosexuelen, v.d.G.). Ze zei vervolgens een bewogen zomer achter de rug te hebben maar achtte de synode, die voor haar motie stemde, verantwoordelijk voor alles wat er is gebeurd. Ze benadrukte nog eens, dat het haar ging om mensen en dat in Rotterdam twee homosexuele mannen al 2½ jaar van het avondmaal zijn uitgesloten. Het is onaanvaardbaar als christenen elkaar uitsluiten. Ze stelde de moeilijkheid van het probleem te onderkennen maar de motie niet te willen terugtrekken. Het junibesluit heeft het gesprek intussen al bevorderd. 'Ik begrijp de gewetensnood.' Lange tijd is homosexualiteit als zonde beschouwd. Nu de kerk er anders tegen aan gaat kijken is dat voor mensen, die in onthouding hebben geleefd een schokeffect. Zij vond het verder onjuist, dat in het Pastoraal Appèl van de Gereformeerde Bond scheiding gemaakt werd tussen aard en leefwijze. Dat is 'onmenselijk'. Ze achtte verder verplicht celibaat (voor homo's) onbijbels en onreformatorisch.
Mevr. Te Velde gaf nog eens haar eigen uitleg van de motie. Homo's en hetero's blijven onder opzicht. Maar maatregelen (vanwege homosexuele geaardheid of leefwijze als zodanig) moeten worden afgewezen. Er moeten wel ethische richtlijnen komen ('in liefde trouw zijn'). De motie bedoelde niet gemeenten te dwingen maar wel een houvast te bieden aan de commissies voor het opzicht.
Ze achtte verder de interpretatie van het moderamen ('uiterste terughoudendheid') een stap terug. Verder besloot ze met te zeggen dat de discussie, die nu gevoerd wordt, misschien tijdelijk polariserend is maar uiteindelijk verrijkend zal blijken te zijn. Want in Christus is noch man noch vrouw, noch homo noch hetero.
Mevr. Te Velde diende vervolgens een amendement op het besluitvoorstel in waarin 'uiterste terughoudendheid' vervangen werd door 'geen maatregelen' en waarin ze het appèl dat zou uitgaan als houvast kenmerkte voor commissies, die zich met tuchtprocedures zouden moeten bezig houden.

Ds. M. Ravenhorst, Muiden stelde, dat in de junivergadering iets unieks gebeurde. Een segment van het menselijk handelen werd buiten de wet gesteld. Kan dat en willen we dat? Kan een homofiel niet zondigen? Moet hij geen verantwoording afleggen tegenover God? 'Ik zou als heterosexueel zo'n uitzonderingsbehandeling niet willen'. In feite worden mensen zo verminderd toerekeningsvatbaar verklaard. Welnu, als een synode dingen uitspreekt, die ze niet bedoelt moet ze zeggen: we hebben het verkeerd gedaan. Ds. Ravenhorst diende een motie in om de hele juni-motie terug te nemen. Die kreeg later 17 stemmen méé en werd dus verworpen.

Ds. F. S. J. van der Sar, Maasbracht zei dat positie van de synode er een was van struc­turele broosheid. Ze heeft niet het hoogste gezag. Het levenskenmerk van een reformatorische kerk is de openheid voor de leiding van de Heilige Geest. Eén kan gelijk hebben als de menigte dwaalt. Hij stelde dat we alleen in belijdende zaken eendracht van de Geest mogen vragen. Anders moeten we bij meerderheid van stemmen beslissen. De uitspraak inzake de motie Te Velde was gekenmerkt door genoemde broosheid en was toch nodig. Van der Sar vond dat de kerk over sexualiteit op zich (nog) zo weinig heeft te zeggen. Ook in het appèl van de Gereformeerde Bond worden bepaalde noties gemist. Met ds. R. van Kooten diende hij een motie in om het brede veld van de sexualiteit in studie te nemen. Deze motie werd later met algemene stemmen aangenomen.

Ds. A. Tromp, Maarssen herinnerde aan de besloten zitting in juni, voorafgaand aan de openbare besluitvorming. Dat was een gesprek van 'hoop en moed.' Bij de besluitvorming heeft echter niet ieder begrepen wat in feite uitgesproken werd. Er was daarna vreugde bij hen, die zeggen dat de Schrift niets in de weg legt ten aanzien van homosexuele leefwijze. Er was droefheid, woede, verbolgenheid bij de tegenstemmers toen. Er blijkt sprake te zijn van een verschillend verstaan van de Schrift. Kun je nog wel echt met elkaar spreken als je als synode eerst zegt: er mag geen tucht worden geoefend? Zo'n motie, bij meerderheid van stemmen aangenomen, bevordert niet het gesprek maar blokkeert dit. De Pyrrhusoverwinning heeft intussen geen winst opgeleverd.
Een amendement van ds. Tromp om bij de verdere bestudering van de inhoudelijke problematiek ook de Raad voor de Verhouding van Kerk en Israël te betrekken (vanwege het joodse verstaan van het Oude Testament) kreeg slechts enkele stemmen mee.

Ds. Joh. Brezet, Spijkenisse bracht een 'instruktie' mee van zijn (verdeelde) classis Brielle, waarin werd meegedeeld dat de classis het stemgedrag van de afgevaardigde in juni betreurde en afstand nam van het genomen besluit op grond van Schrift en belijdenis. Ds. Brezet sloot aan bij de motie v. d. Sar/van Kooten om sexualiteit in studie te nemen en deed de suggestie daarbij ook het pastoraal appèl van de Gereformeerde Bond te betrekken. Een door hem ingediende motie ter aanscherping van het besluitvoorstel ('achterwege laten van tuchtmaatregelen') trok hij later in.

Oud.-kerkvoogd E. Nagel-Soepenberg, Castricum zei dat 'in de engte duidelijkheid was gekomen'. Het is feitelijk onjuist te stellen dat alleen in de kring van de Gereformeerde Bond het denken over homosexualiteit wordt geblokkeerd. Hij meende dat het rapport, dat in juni op tafel lag, boven tafel moest blijven. Hij sloot zich aan bij het besluitvoorstel. Er zijn grenzen aan het synodale spreken. Wel ligt er grote verantwoordelijkheid bij de synode met betrekking tot het omgaan met ethische zaken als de onderhavige.

Ds. B. K. W. Dijkstra. Ter Heide stelde dat de arbeid van de commissie, die het rapport voor de junivergadering had voorbereid, gefrustreerd was. De commissie heeft 'wijs­ de heid van het met elkaar omgaan' ingedragen. Nu dreigt louter twist het gevolg te zijn. Hij achtte het besluitvoorstel van het moderamen – inderdaad: een stap terug! – juist. Het junibesluit is een brug te ver geweest. 'Twee van mijn homofiele vrienden, samenlevend in de pastorie, zijn verdrietig geweest om dit besluit'.

Ds. mw. H. M. Parriger, Purmerend vond het spijtig dat in juni de 'anti-discriminatie' niet was aangenomen. Nu moeten we ons in bochten wringen. Zij wilde twee jaar de tijd nemen om te zien hoe het junibesluit werkte. Een ingediende motie werd door haar (teleurgesteld) teruggenomen toen later het amendement van mevr. Te Velde slechts ten dele was overgenomen ('Ik heb geen behoefte aan nieuw beraad op dit niveau over twee jaar'). Ze gispte verder het onderscheid tussen homofiele geaardheid en leefwijze, door dr. Hoek verwoord in het pastoraal appèl.

Ds. R. van Kooten, Soest stelde de poging tot interpretatie van het moderamen juist te achten. Het is onbestaanbaar een juridisch-ogende, absolute uitspraak te doen terwijl de verantwoordelijkheid voor tuchtoefening ligt bij het consistorie. De junimotie geeft echter 'houvast' voor de commissies van opzicht. Daarom moet er duidelijkheid komen. Je kunt niet zoveel (500?) gemeenten buiten spel zetten. De motie Te Velde zet ons op suggestieve wijze op het verkeerde been. De vrijheid van de plaatselijke gemeente zal moeten worden geëerbiedigd. Ook een kerkeraadsbesluit moet echter worden getoetst aan Schrift en belijdenis.
Voor het geval het besluitvoorstel van het moderamen niet zou worden aangenomen diende hij een motie in, waarin de synode zou uitspreken dat dan de status van de junimotie nader zou moeten worden geformuleerd. Deze motie bleek later niet meer nodig te zijn.

Oud. M. A. Geleijnse, Rotterdam meende dat er in het moderamenvoorstel te weinig aandacht was voor het rapport van de brede commissie. Een door hem ingediend amendement om het rapport, dat in juni ter tafel lag, samen met het synodeverslag van die zitting aan de kerkeraden toe te sturen, werd later met algemene stemmen aangenomen. Geleijnse vroeg verder: 'Is het waar dat ik alleen homofiele leden van de gemeente in het oog en in het hart heb als ik tucht afwijs en dan het geheel van de kerk uit het oog verlies?' Met het genomen besluit op dit punt laten we ruimte voor slechts één interpretatie van de Bijbel. Er is pijn gedaan aan niet-praktiserenden. Hij achtte het pastoraal onverantwoord en aanmatigend als mevr. Te Velde zegt dat zij, die in onthouding leven, de pijn maar moeten aanvaarden. Het kan nodig zijn dat we pijn moeten doen maar dan moeten we eerst naar de Schrift geluisterd hebben. Dan is ook spreken met elkaar nodig inzake 'de zonde en verwardheid van mijn hart'.

Diaken E. van Hijum, Woudsend stelde, dat onze kerk, als het om existentiële zaken gaat, zeer verdeeld is. We kunnen daarom niet op hoge toon ferme uitspraken doen. Het gaat erom elkaar te accepteren ten aanzien van het verschillend verstaan van de Schrift. Daarom: 'uiterste terughoudendheid'. Hopelijk geeft dit synodeberaad na afloop geen winnaars en verliezers.

Ds. Wilzing, 's-Gravenhage vroeg of kerkrecht meer is dan mensen. Jezus bedoelde mensen. Zou de Heilige Geest ook buiten de kerk kunnen werken? Er zijn er die (vanwege de onderhavige discussies) allang de kerk hebben opgegeven. Het gaat om de eigen leden van de kerk. Kijkt de kerk ook pastoraal om naar mannen of vrouwen, die gehuwd zijn en tot de ontdekking kwamen dat de huwelijkspartner homosexueel was? 'Laat het synodebesluit als 't u belieft staan.'

Ds. P. v. d. Kraan, Bleskensgraaf achtte zich door de vorige spreker in de hoek gezet. Jezus heeft rechtgezet wat krom was. We moeten het Woord bewaren en daarom aan de basis beginnen. Hij was intussen dankbaar voor het besluitvoorstel van het moderamen.

Oud. mw. L. C. C. v. Bergen-Meijers, Wieringerwerf vroeg zich af of de conflicten mogen worden uitgevochten aan de tafel des Heeren. Welke ruimte laten we voor Hem of vragen we eerst een bewijs van goed gedrag? Juist aan de avondmaalstafel mogen we ons geheel geaccepteerd weten.

Diaken W. Stappenbelt, Ommen stelde dat machtsmisbruik moet worden afgewezen. Maar doen we recht aan het wezen van de tucht als we dit woord gebruiken?

Ds. K. Lammertsma, Bolsward stelde zich achter diaken Te Velde en haar interpretatie. Over exegese van bijbelteksten kunnen we verschillen want de bijbelschrijvers zijn overleden; over exegese van deze motie níét want 'wij leven nog'.

Oud.-kerkvoogd R. Giethoorn, Arnhem diende slechts een motie in om helemaal geen interpretatie te geven aan het junibesluit. Punt uit. Die motie kreeg later vier stemmen en werd afgewezen.

Oud. mw. C. W. J. v. d. Brom-Borgers, Geldrop zei dat ze vóór de junimotie had gestemd omdat ze daarin niet méér las dan dat misbruik van macht moest worden uitgesloten. Naar haar mening was de aangenomen motie niet in tegenstelling tot het rapport, dat toen ter tafel lag. Ze sloot zich nu aan bij het besluitvoorstel van het moderamen.

Ds. A. van Buuren, Deventer vond dat de synodeleden hadden moeten worden 'voorgeschoold' met betrekking tot de problematiek waarom het gaat. Waarom is 'het rapport Dupuis' niet aan alle synodeleden gegeven? Hij stelde verder dat homosexuelen 'tot in de psychiatrie terecht komen', omdat ze zich gekwetst en verworpen achten door de kerkelijke gemeenschap. Hij stelde dat we toch ook niemand uitsluiten van de Woordbediening, terwijl die ook sacramenteel karakter heeft.

Ds. J. Westland, Kampen zei, dat als de motie Te Velde alleen had bedoeld machtsmisbruik uit te sluiten hij ook nog wel vóór de motie had kunnen stemmen. Intussen pleitte hij voor woorden als 'vreugde en verdriet' in plaats van 'voldoening en ergernis', die het junibesluit hebben opgeroepen (woorden in het amendement Te Velde en later inderdaad gewijzigd).

Oud.-kerkvoogd H. Reurink, 't Harde vroeg zich af hoe we moeten opvatten dat God mensen 'zó' geschapen heeft als mensen tijdens hun leven van geaardheid veranderen. Verder citeerde hij, terwille van het kerkelijk gesprek uitvoerig art. 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

Ds. R. A. Grisnigt, Bennekom stelde, dat geen klein deel van de commotie is ontstaan door ondoordachte besluitvorming in juni, met als achtergrond 'deernis met mensen'. Met moties, gevoed door emoties is de kerk echter niet gediend. Na vier maanden moeten we vaststellen: zo kon het niet. Alle heerschappij dient uit het midden van de kerk te worden geweerd. Alleen wat in het licht van het Woord kan bestaan heeft recht. Opzicht omvat verder meer dan tucht(maatregelen). Het is intussen synodale hoogmoed te denken dat het hart der kerk 'hier' klopt.
Ds. Grisnigt diende later een motie in om de 'betuttelende' vijf punten in het besluitvoorstel te schrappen, waarin kerkeraden gezegd wordt hoe ze zich moeten verantwoorden als ze het appèl verwerpen. De synode nam die motie niet over.

Oud. mevr. T. Boesveld-Agaart, Doetinchem zei, dat er in onze kerk elkaar uitsluitende opvattingen zijn. Jezus Christus is Heere. Wie zijn wij nu, dat wij durven uitmaken wie wel en niet aan het avondmaal mogen deelnemen?

Ds. J. van Hartingsveld, Zutphen wilde de motie van juni handhaven. Met Van Ruler keurde hij 'al te lichtzinnige tuchtoefening' af omdat de kerk daarop breken kan.

Prof. dr. H. H. Miskotte, de kersvers benoemde Amsterdamse kerkelijk-hoogleraar volstond in zijn 'advies' aan de synode met een Petrus-hemel-grapje, dat 'ins Blaue hinein' verdween.

Prof. dr. G. H. ter Schegget, kerkelijk hoogleraar te Leiden, zei dat de kerkorde het goede getuigenis heeft te dienen. De wet dient de medemenselijkheid en de saamhorigheid. Hij hoopte dat de synode geen stapje terug zou doen. In juni kwamen we een stapje verder dan we dachten omdat we kennelijk de wind van de Heilige Geest in de rug hadden (waarover zich in de wandelgangen een fundamentele discussie met hem ontspon, v.d.G). Als wij zo doorgaan – aldus Ter Schegget – met uitsluiting, staat onze beschaving, onze cultuur op het spel. En 'hoe schoon is het weer eens een kerkelijk conflict te hebben'.

Ds. L. Korevaar, visitator-generaal meende dat we uit de verwarring, die is ontstaan, het beste moeten vasthouden. Ambtsdragers spreken enerzijds niet met homosexuele gemeenteleden en anderzijds begrijpen homosexuelen niet, dat de Schrift ook een rol speelt. Het besluitvoorstel van het moderamen zag hij als een poging elkaar te ontmoeten. Het moderamen moet wel leiding geven aan het kerkelijk gesprek, dat op gang is gekomen. 'Houd de kerkeraden maar de spiegel voor'. Nu komen we niet verder dan het besluitvoorstel.

Wat is er gebeurd?
Zoals gezegd nam de synode met algemene stemmen het hier en daar bij amendement gewijzigde voorstel van het moderamen aan. Tot het einde toe bleef echter de angel van het junibesluit erin zitten, omdat mevr. Te Velde in een amendement het appèl ook uitgelegd wilde zien als een houvast voor commissies voor opzicht en tucht, wanneer er bezwaar wordt aangetekend tegen kerkeraden die toch tucht menen te moeten oefenen. Zo'n houvast wordt spoedig een richtlijn. Met 27 tegen 26 stemmen verwierp de synode dit voorstel. Daarmee was de spanning toen gebroken. Zou dit voorstel het hebben gehaald dan zou de afloop van dit beraad net zoveel deining hebben opgeroepen als het junibesluit, temeer omdat nu sprake was van doordachte besluitvorming.
Het tweede deel van het voorstel Te Velde om 'uiterste terughoudendheid' te vervangen door 'geen tuchtmaatregelen' werd aangenomen met ongeveer dezelfde verhouding als in juni (31 tegen 22). Mij dunkt echter dat, nu het gehalveerde amendement is aangenomen, er eerder sprake is van een verbetering dan van een verslechtering van het besluitvoorstel van het moderamen. Een oproep tot uiterste terughoudendheid zou op zich niet behoeven te worden gedaan inzake tuchtoefening. Ze is aan het karakter van de tucht eigen. Niemand echter kan precies invullen wat dit nu concreet betekent. De ene kerkeraad (commissie) zal terughoudendheid anders inschatten dan de andere. Nu er een appèl uitgaat om géén tucht te oefenen, terwijl tegelijk al wordt verwoord hoe kerkeraden hebben te handelen wanneer ze aan dit appèl geen gehoor kunnen geven, is er sprake van veel meer duidelijkheid. Het gaat nu om tuchtoefening já of néé. Kerkeraden, die tucht oefenen inzake homosexualiteit, hebben daartoe de mogelijkheid en weten ­dus precies welk appèl ze naast zich neerleggen. Het recht van de kerkeraad is nu in feite veel duidelijker omschreven. Tuchtoefening, hoe terughoudend ook uitgeoefend, kan echter altijd worden uitgelegd als 'niet terughoudend genóég'.


Toen de angel uit het besluitvoorstel was, besloot de synode met algemene stemmen dit voorstel te aanvaarden. Daarna stilte en een gans andere sfeer dan in juni. 'Wat gebeurt hier?', vroeg mijn buurman.
Hier waren geen verliezers en geen winnaars meer. Hier heeft de kerk, boven meerderheid en minderheid uit gewonnen. Zover konden en mochten we samen komen. Ik kon het niet anders ervaren dan dat de kerk tot deze beslissing geleid werd. Zou de stemmenverhouding inzake het 'houvast' 26-27 in plaats van 27-26 zijn geweest, dan zou de eindstemming over het gehele voorstel bepaaldelijk niet tot een éénstemming besluit hebben geleid. Integendeel!


We hebben vóór de synodevergadering geschreven, dat we met gevouwen handen de synode tegemoet zouden moeten gaan. Welnu, er was alle reden om voor de afloop van deze synode te danken. Nee, de problematiek rondom de onderhavige materie is niet opgelost. Welke kerk heeft deze wel opgelost? Ik bedoel door het aan de orde stellen ervan en dan te besluiten hoe te handelen? Maar in ieder geval zijn we in de Hervormde Kerk weer terug bij de situatie die er was, namelijk dat kerkeraden naar eer en geweten zich kunnen kwijten van hun pastorale taak. De duidelijkheid waarom gevraagd was is er gekomen.
Genézing van de kerk voltrekt zich intussen niet per motie of synodebesluit.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Waardige synodezitting over omstreden motie inzake homosexualiteit

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's