Het democratische begrensd door het christelijke (3)
Theocratie en democratie (6)
Van der Graaf (in 'De Kerk in het midden') blijft er op hameren dat hij mèt Aalders de politieke kerk afwijst, maar tegelijk ook een verinnerlijkte profetie afwijst als alternatief, zijns inziens een groot gevaar in de redenering van Aalders.
'Wat hebben de profeten gedaan, toen Israël zich zo verslingerd had aan de afgoden? Zij hebben voluit laten gelden, hoe God wilde dat het persoonlijke leven èn het openbare leven zou worden ingericht. Dat hebben de apostelen gedaan toen ze (handje-vol vissers) de wereld introkken. Groen van Prinsterer heeft gezegd: 'voor de waarheid uitkomen is altijd plicht, zelfs als men haar miskent. De uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is. Dat geldt zeker voor de kerk.'
Aldus ir. J. van der Graaf, die vervolgens op de consequentie wijst als de kerk de theocratie niet meer proclameert: dat zal niets anders zijn dan de moderne democratie.
Verdwijnende zedewet
Waarom die toevoeging 'moderne'? Wel, wat vanaf het begin der democratie in Europa en Nederland niet gelukt is, lijkt nu te gebeuren. Het 'volksgeweten' is dankzij de westerse beschaving met haar christelijke wortels blijkbaar altijd nog zo geweest dat via ongeschreven regels of via de zedewet geschreven in het hart (Rom. 2) geaccepteerd werd, dat er bepaalde grenzen waren tussen goed en kwaad.
Dit verzwakt of verdwijnt, zelfs in zaken ten aanzien van leven en dood, zoals abortus en euthanasie. Men schaamt zich er overigens niet voor om dat in officiële stukken zwart op wit neer te schrijven. In het meerderheidsrapport van de Staatscommissie Euthanasie lezen we ondermeer het volgende: 'Het veelvuldig naar voren gebrachte argument van het zelfbeschikkingsrecht van de mens verstaat de staatscommissie in het licht van de in de rechtsontwikkeling waarneembare tendens om de mens waar mogelijk vrij te laten om naar eigen verantwoordelijkheid te beslissen. Deze tendens is merkbaar en verklaarbaar in gevallen, waarin de morele consensus (het volksgeweten dus! JHtH), die aan een strafbepaling ten grondslag ligt, verzwakt en soms verdwijnt. Dat is in de kwestie van de euthansie het geval.'
Dus het verdwijnen van de 'zedewet' binnen ons volk wordt eerlijk toegegeven en op het daarvoor in de plaats komende egoïsme (volgens Rom. 1 : 'overgegeven in de begeerlijkheden hunner harten' of 'overgegeven in de verkeerde zin') moet dan de nieuwe strafbepaling gegrond worden. En wij zien vandaag de gevolgen. Het eerste proces onder de nieuwe abortuswet (1984) moet nog gevoerd worden (zouden al die 36.000 abortussen in 1986 aan de eisen dier wet hebben voldaan???).
De euthanasieprocessen namen meestal al een flink voorschot op de legalisatie, in die zin dat de praktijk al twee stappen verder bleek te zijn (ònvrijwillige euthanasie). De suggestie dat verruiming in de wetgeving op het gebied van abortus en euthanasie beter hanteerbare wetten zou opleveren is bij voorbaat ontzenuwd. Noch de oude noch de nieuwe wet hebben enige kracht, als de uitvoerders er geen zin in hebben.
'Dewelken, daar zij het Recht Gods weten, (namelijk dat degenen, die zulke dingen doen, des doods waardig zijn) niet alleen dezelve doen, maar ook mede een welgevallen hebben in degenen, die ze doen' (Rom. 1 : 32).
De mens boven God
Als christenen leven we, hoewel we nog veel vrijheid mogen genieten, politiek en juridisch in een tijd van dieptepunten.
Al was ons land al lang niet meer een christelijke natie, de zedewet was nog aanwezig. Dat dat geen garantie is, komt in onze dagen openbaar.
Als in Staatscommissies en in Kroonbesluiten alles stoelt op 'het algemeen belang' en 'de morele consensus' dan weten we bijbels gezien hoe laat het is, als men dat ook nog nader gaat invullen. Het euthanasie-meerderheidsrapport hebben we al genoemd, die de 'stem des volks' als doorslaggevend argument naar voren brengt.
Eerder noemden we het Kroonbesluit inzake Bunschoten ('niet in strijd met Gods Woord' als subsidienorm), waar met een (subjectiverende) omhaal van woorden in feite (niet letterlijk) gezegd wordt, dat Gods Woord discrimineert en in strijd is met het algemeen belang.
Kortom: als de mens op de troon gezet wordt, dan moet God eraf.
'Omdat zij, God kennende, Hem als God niet hebben verheerlijkt of gedankt; maar zijn verijdeld geworden in hun overleggingen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden, zich uitgevend voor wijzen, zijn zij dwaas geworden' (Rom. 1 : 21-22).
Niet alleen de artikelen 1 en 6 van de Grondwet worden daarbij aangehaald, maar ook het Europees verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden, en het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Staatsrechtelijk schijnt dat solide in elkaar te zitten, doch als dat betekent dat God en Zijn Woord op een zijspoor gerangeerd worden, dan laat dat zien hoe diep het spoor is dat de ontkerstening in onze westerse maatschappij trekt. Zelfs de Grondwet en het (door Groen van Prinsterer al zozeer verfoeide) 'Maatschappelijk Verdrag' worden beide instrumenten in dat ontkersteningsproces.
Grenzen voor de democratie
De gevolgen worden grootschalig en kleinschalig zichtbaar, internationaal, nationaal, provinciaal en gemeentelijk. Modewoorden met een omstreden inhoud zijn: tolerantie en discriminatie.
Wat wel of niet discriminatie en tolerantie is, wordt niet meer getoetst aan Gods Woord, maar aan de Grondwet en de diverse maatschappelijk verdragen.
Mensen, volkeren en naties spreken met elkaar af wat goed en kwaad is. De schepselen luisteren niet langer meer naar de Schepper, maar maken het zelf uit. Aan hun 'normen' wordt alles getoetst, ook Gods Woord.
En dat Woord blijkt inmiddels afgeschreven als 'discriminerend' en 'in strijd met het algemeen belang'.
Op zo'n moment, en dat moment beleven we nu, schudt de westerse beschaving op haar grondslagen, die van oorsprong christelijk zijn.
Kortom, meer dan ooit is duidelijk, dat de risico's van de democratie (die Plato een te groot waagstuk achtte) en van de volkssouvereiniteit (die Groen van Prinsterer een historische vergissing noemde) in onze dagen werkelijkheid gaan worden.
Vrijheid, gelijkheid en broederschap worden zonder begrenzing ingevoerd. De Grondwet en de Maatschappelijke Verdragen bieden blijkbaar die ruimte. Het is dan ook niet voor niets dat de drie kleine christelijke partijen RPF, SGP en GPV in hun program hebben staan, dat de Grondwet een preambule (aanhef) dient te krijgen waarin tot uiting komt dat de overheid in dienst staat van God en aan Hem gezag ontleent.
Deze bepleite preambule is geen eigen belang voor RPF, SGP en GPV, maar het bovenstaande maakt duidelijk dat die begrenzing van de Grondwet het belang dient van héél het land en héél het volk, zelfs van de democratie.
Ware vrijheid vraagt om wetten, gezonde democratie vraagt om grenzen.
Christenen in de politiek zullen er op moeten blijven hameren: het democratische zal door het christelijke begrensd moeten worden.
Democratie in gevaar
Zonder ethische grenzen is de democratie in gevaar. Wie van ethische grenzen niet wil weten, wijst vaak op de scheiding tussen kerk en staat. Maar als dat dan tegelijk betekent scheiding tussen ethiek en staat, waar haalt de staat dan zijn normen vandaan?
De praktijk heeft de gevolgen reeds duidelijk gemaakt, zoals wij hebben aangegeven.
Desondanks is de democratie blijven bestaan, alle onheilsprofeten ten spijt. Bleek het volk de verantwoordelijkheid dus aan te kunnen? Tot dusver leek het erop, doch dat is geen garantie voor de toekomst! Zoals gezegd, wankelt of verdwijnt de laatste jaren het normbesef en daarmee het verantwoordelijkheidsbesef in het Westen en met name in Nederland. Tegelijkertijd is er het (vooral in socialistische kring geprogageerde) streven naar de direkte of basis-democratie die we in het westen kennen op de tocht te staan. De gelijkheidsideologie slaat via democratiseringsprocessen haar slag en – o, ironie – daardoor komt juist de democratie in gevaar.
De gelijke laat zich immers niet door zijns gelijke regeren! Gezag en parlementaire democratie kunnen alleen functioneren bij ongelijkheid van gekozene, en kiezer, van bestuurder en bestuurde. Bij de gratie van mensen, die bovendien nog gelijkheid prediken, heeft niemand gezag. Gezag is er alleen bij de gratie van God. Daarom heeft ook, evenals de Grondwet, de parlementaire democratie een christelijk kader nodig!
Verdwijnt dat, dan krijgen we de direkte democratie. De eerste tekenen zijn er al. Wat vandaag van de publieke tribune komt, krijgt vaak al meer aandacht dan wat het Kamer-, Staten- of raadslid zegt. De bestuurder moet eerst iets bewijzen, de inspreker is het bewijs.
Zo komt de parlementaire democratie in gevaar. Waar een parlementaire democratie bestaat, regeert het volk niet rechtstreeks. Het kiest zijn vertegenwoordigers. Daardoor bestaat er een soort filter tussen volk en regering en het zou best kunnen zijn dat door dat filter de ontaarding van de democratie (zoals bijv. Plato voorspelde) zolang is tegengehouden. Dat mag waar zijn, maar ook parlementaire democratie is geen garantie dat de onheilsprofeten geen gelijk zullen krijgen.
Want als ook de parlementsleden geen weerstand meer kunnen bieden aan de waan van de dag, als ze meer gaan letten op de vorm dan op de norm, meer op subjectieve ideeën dan op objectieve waarden, dan komt de democratie in gevaar.
En waar de chaos komt, ontstaat meestal de roep om de sterke man. Dat is het einde van elke vorm van democratie. We moeten nooit vergeten dat ook Hitler door een democratie in het zadel geholpen is. Is de Centrumpartij in ons land niet een signaal geweest?
Christelijke beginselen
Daarom: laten we zuinig zijn op onze christelijke beginselen, dat moet onder elke staatsvorm en daarom ook in een democratie. Net als de andere staatsvormen moet ook de democratie begrensd worden door 'het christelijke'. Wat dat inhoudt, dient de Kerk te belijden (naar binnen) en te proclameren (naar buiten). En 'belijders' in de politiek dienen daarvan te getuigen en als het kan dat te verwezenlijken.
De christelijke beginselen, het zijn de pilaren van onze samenleving, van ons land, van ons volk, van onze westerse beschaving, ja ook van onze democratie!
Laten we er zo zuinig op zijn als op het licht in onze ogen!
J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 november 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's