De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Willibrord-herdenking
De kerken in Nederland herdenken dezer dagen en in het komende jaar dat het 1250 jaar geleden is dat de bekende zendeling Willibrord stierf (739) en dat hij 1300 jaar geleden voet aan wal in de Nederlanden zette (690). Prof. Van Ruler kon met een zekere vervoering spreken over Willibrord, 'de man op het paard', daarmee verwijzend naar het standbeeld van Willibrord op het Janskerkhof in Utrecht, als hij sprak over de kerstenende arbeid van de Geest middels de apostolische verkondiging en de gangen van Gods verkiezende werkzaamheid daarin.
Het is begrijpelijk dat de genoemde data aanleiding geven tot herdenking en bezinning, juist in een tijd waarin onder de druk van de secularisatie een modern heidendom zich baan breekt. We gedenken immers het feit dat er 1300 jaar sprake is van christendom in Nederland, al moeten we dat getal wel wat relativeren in historisch opzicht. Ook vóór Willibrord zijn er sporen van christelijk geloof in de lage landen te vinden.
Wat zijn de kenmerken geweest van Willibrords optreden? Prof. dr. A. J. Jelsma wijst op het feit dat we voor een antwoord aangewezen zijn op spaarzamelijke gegevens. We weten weinig van Willibrord af. Toch kan er wel iets gezegd worden. We citeren uit Woord en Dienst van 21 oktober:

'Als wij uit de spaarzame gegevens proberen op te maken, wat nu de belangrijkste elementen van zijn optreden zijn geweest, dan springen enkele onmiddellijk in het oog. Willibrord was op heel jeugdige leeftijd al aan het klooster toevertrouwd. Vanuit zijn kloosteropvoeding bekeek hij de gang van zaken op aarde. Hij was er niet erg positief over. De goden die de heidenen aanbaden, waren alleen maar demonen, die er op uit waren hun vereerders voor eeuwig in de hel te laten branden. Alleen die christenen die in de drieënige God geloofden, op de wijze zoals dit door de kerk van Rome geleerd werd, en hun leven hiernaar inrichten wilden, zouden behouden kunnen worden. Het was deze God eigenlijk ook niet om dit aardse leven begonnen. Dit was enkel een voorstadium, een voorbereiding op het eigenlijke, eeuwige leven. Hij was ervan overtuigd de laatste dagen van de menselijke geschiedenis op aarde te beleven. Er was dus haast geboden, wilden de Friezen nog voor de ingang van de hel weggerukt kunnen worden. Dus trad hij weinig zachtzinnig op. Zonder enige gewetenswroeging maakte hij van de gastvrijheid van de mensen gebruik om hun heiligdommen te vertrappen en te bezoedelen. Zo kon hij hun duidelijk maken, hoe weinig hun goden voorstelden, als zij met Christus geconfronteerd werden. Met het oog op de dreigende eeuwigheid deinsde hij er niet voor terug, van de politieke omstandigheden gebruik te maken. In het kielzog van de overwinnende Frankische troepen deed hij zijn werk. Germaanse volken blijken zich nu eenmaal alleen te willen bekeren, als er enige druk op hen uitgeoefend wordt. Zij buigen voor macht. De wonderen, die hij volgens Alcuin gedaan heeft, getuigden ook van deze macht. Als mensen zich tegen hem keerden, werden zij op zijn woord door God afgestraft. Soms bleek God gelukkig ook bereid mensen in hun nood bij te staan. De wonderen hebben doorgaans betrekking op water en wijn; vandaar dat Willibrord behalve met een kerk doorgaans ook met een kruik afgebeeld wordt.
De aandacht van Willibrord en de zijnen was dus vooral op het leven na de dood gericht. Toch kwam dit in veel opzichten hun levensinstelling ten goede. Wie zich door Christus tot het eeuwige leven verlokken liet, bekommerde zich niet langer om aardse grootheid, raakte niet langer van slag door zijn begeerten, beschouwde andere volken niet langer als vijanden, kende niet langer de behoefte macht over anderen uit te oefenen. Er worden dan ook prachtige verhalen door Beda verteld over de veranderingen die zich na de algemene bekering tot het christendom in Engeland voltrokken hadden. Een jonge vrouw kon sindsdien, ook als zij in haar bewegingen belemmerd werd doordat zij een pasgeboren baby met zich droeg, heel Engeland doortrekken van zee tot zee, zonder door iemand lastiggevallen te worden. Jonge mannen hadden opeens geen zin meer in het oorlogsbedrijf. En dat wil wat zeggen voor Germanen, die zich voorheen de hemel voorgesteld hadden als de plaats waar zij eeuwig zouden mogen knokken. Het was zelfs eens voorgekomen, toen één van de Engelse vorsten door een collega en diens mannen aangevallen werd, hij zich niet langer op de gebruikelijke wijze verdedigen wilde, maar alleen met een tak gewapend de strijd aanging; hij werd dan ook met zijn mannen afgeslacht. Zo erg was dat niet. Want alles draaide om de eeuwigheid.'

Men heeft Willibrord wel genoemd een organisator van een jonge zendingskerk en een werker aan kerkherstel. Dat mogen woorden zijn die wellicht wat te modem aandoen. De vormen van deze arbeid komen ons in sommige opzichten vreemd voor. Maar in deze vormen verraadt zich toch de vurige liefde tot het Evangelie, een sterk geloofsvertrouwen en het verlangen zijn tijdgenoten te winnen voor het Evangelie. Of om het te zeggen met de woorden van F. v. d. Pol in De Reformatie van 4 november:

'Wat dreef deze predikers van overzee? Gewezen kan worden op het in hun ogen belangrijke ascetische motief. Benadrukt kan worden de stevige band die ze voelden met Rome. Of de vinger kan worden gelegd bij hun sterk leunen op de overheid. Centraal staat echter dit: Zij kwamen naar het continent om er de Christus te prediken. Tijdgenoot Beda gaf dat duidelijk aan. Dat zij naar Friesland waren gekomen om de Christus te prediken. Zij maakten de mensen met het Woord van de Waarheid vertrouwd. Zij doopten hen. Zij verkondigden hen de afwassing van hun zonden. Zij wezen op de bron waarin dat kon: de bron van de Verlosser. In dankbare herinnering houden we dat als het wezenlijke vast. Vanuit de Angelsaksische wereld schonk God ons 1250 jaren geleden in Willibrords komst het Evangelie van de Verlosser.'

Ds. Lászlo Tökés
In het Centraal Weekblad van 3 november trof ik een artikel aan van de hand van ds. J. Cziria, gereformeerd predikant in Rijnsburg, over het lot van de 37-jarige gereformeerde predikant in Roemenië, ds. L. Tökés, die onlangs door een rechter is gevonnist, in die zin dat zijn verblijfsvergunning niet wordt verlengd en hij uit de pastorie kan worden gezet. Wat zijn de achtergronden van deze zaak, een conflict tussen predikant/gemeente enerzijds en anderzijds bisschop Papp van Oradea/Nagyvarad?

'De achtergrond van dit conflict tussen predikant/gemeente enerzijds en de bisschop anderzijds is het plan van de Roemeense overheid om het platteland te systematiseren, waardoor ongeveer achtduizend dorpen die minder dan drieduizend inwoners tellen, met de grond gelijk gemaakt zullen worden. Een behoorlijk deel van het Hongaarse etnicum woont in deze dorpen.
Bisschop Papp is het als lid van het Roemeense Parlement volledig eens met deze plannen. Al jaren is hij bijvoorbeeld de Roemeense overheid zeer behulpzaam om bij de toelating van studenten in de theologie hun aantal systematisch zo laag mogelijk te houden. In plaats van de nodige 30 à 35 eerstejaars studenten worden er 6 à 8 per jaar toegelaten. Dit is alleen te verklaren uit de wetenschap dat hij al lange tijd op de hoogte is van de plannen van de Roemeense regering om door de systematisering van het platteland het Hongaarse etnicum van 2,5 miljoen mensen, de grootste nationale minderheid van Europa (!) te liquideren.
Sinds dit voornemen door de regering bekend is gemaakt, heeft bisschop Papp deze plannen in het openbaar toegejuicht en gesteund. Het is duidelijk dat hij geen traan laat vallen om eeuwenoude dorpen en kerken, dragers van de cultuur van zijn volk, die opgeofferd worden aan het fascistoïde denkbeeld van de rode Caesar, die als een leeuw briest tegen alles wat niet Roemeen(s) is in het land. Hij heeft ook in het verleden verschillende keren door woord en daad bewezen liever Nebukadnezar dan de Koning der Kerk Jezus Christus te dienen. Dat is ook het zeer tragische in dit conflict! Christus wordt opnieuw gekruisigd; nu door een bisschop van de Gereformeerde Kerk in Roemenië die zijn ziel en zaligheid in handen van de dictator heeft gelegd. Hij verdedigt en steunt onmenselijke plannen waarvan elk weldenkend mens alleen maar kippevel kan krijgen, daar deze plannen in feite genocide en cultuurmoord beogen! Daarbij hanteert hij in zijn kerkdistrict de methode van intimidatie en bangmakerij. In strijd met alle statuten van de kerk gaat hij nogal dictatoriaal om met predikanten en kerkeraden.'

Triest is dat men van alle kanten zwijgt over deze plannen. Ook de Wereldraad hult zich in stilzwijgen. Ds. Tökés heeft nu deze muur van zwijgen doorbroken.

'Ds. Tökés heeft, door dit interview toe te staan, met gevaar voor eigen leven de muur van het zwijgen in het land zelf, in het hol van de leeuw doorbroken. Een zeer moedige daad van een jonge predikant, die hiermee respect, steun en solidariteit verdient, zowel in Roemenië als in het buitenland. Moed gevat door deze daad van deze predikant, hebben zeventien bekende intellectuelen van het Hongaarse etnicum in Roemenië hem van hun steun en solidariteit verzekerd. Dit alles echter zeer tegen de zin zowel van de Roemeense overheid als van bisschop Papp, die de overheid op haar wenken bedient.
Op de vraag waarom ds. Tökés de muur van het zwijgen heeft doorbroken, antwoordt hij door te zeggen: "Ik kom uit een predikantengezin voort en ik heb geleerd het Woord van God serieus te nemen. God spreekt tot mensen in Zijn Woord. Wij kunnen het niet maken Christus te verkondigen en intussen te liegen; te spreken van Zijn kruis en intussen niet bereid zijn tot het brengen van het kleinste offer." Hij constateert in het algemeen een discrepantie in zijn land tussen de roeping en de daaruit voortvloeiende plicht tot heilige ontevredenheid over het onrecht en de ongerechtigheid. Vandaag de dag kan een predikant in Roemenië niet langer zwijgen. Wie zwijgt loopt de kans een verrader van het Evangelie te worden. Het Evangelie is immers in het geding. De Kerk van Christus in haar gereformeerde gedaante en de bijbelse oecumene zijn in het geding. De tolerantie tussen de verschillende volkeren, die in Erdély eeuwenoude papieren heeft, is in het geding.
Ds. Tökés wordt in zijn moedige strijd gesteund en gedragen door zijn gemeente. Zij heeft zich dit jaar al verschillende keren verzet tegen de onrechtmatige overplaatsing van haar predikant door de bisschop naar een afgelegen dorp. Tot nu toe met succes.'

Maar op 14 oktober heeft de bisschop deze moedige predikant losgemaakt van zijn gemeente. Op 15 oktober preekte ds. Tökés afscheid met een preek over 2 Tim. 4 : 7, 8. De veiligheidspolitie probeerde hem te arresteren op beschuldiging zonder vergunning een dienst geleid te hebben. Ds. Tökés heeft zijn toevlucht gezocht in de pastorie en in de kerk, maar is inmiddels door de overheid gevonnist. Ds. Cziria wijst erop dat wij hier niet mogen zwijgen.

'De voorzitter van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerk in Hongarije, bisschop dr. Elemér Kocsis, heeft tegen deze gang van zaken bij de kerkleiding in Roemenië geprotesteerd. Tegelijkertijd heeft hij de Wereldbond van Gereformeerde Kerken, met name zijn voorzitter ds. Allen Boesak, dringend verzocht krachtig te protesteren tegen deze hemeltergende schending van het kerkrecht en de mensenrechten door de kerkleiding in Roemenië.
Ook vanuit Nederland, zowel van gereformeerde als van hervormde zijde, zou een vlammend protest bisschop Papp te Oradea moeten bereiken. Bisschop Papp moet beseffen dat wij, gereformeerden in Nederland, die oude banden met onze zusterkerk in Erdély hebben, het niet begrijpen dat een bisschop een broeder van hem en van ons in Christus op onchristelijke wijze bejegent.
Het kan toch niet gebeuren dat een gereformeerd predikant die God meer gehoorzaam is dan de mensen, en die in naam van Christus opkomt voor het recht van ontrechten en verdrukten, ook door zusterkerken uit het Westen vergegen wordt en zonder slag of stoot ten prooi valt aan de willekeur!
Ds. Tökés, zijn gezin en zijn gemeente in Timisoara/Temesvár behoeven dringend onze voorbede en solidariteit. De Gereformeerde Kerk in Roemenië, haar predikanten en kerkeraden, zowel zij die zwijgen als die achternagezeten worden door Securitate of kerkleiding, maar ook haar twee bisschoppen, Papp in Oradea en Nagy in Cluj/Kolozsvár, behoeven onze voorbede.
Laten wij niet zwijgen! Wij kunnen niet zwijgen. Wie zwijgt is medeplichtig! Wie bidt en schrijft en werkt en zoekt naar Gods Koninkrijk en gerechtigheid, werpt een dam op tegen de antimacht die God en Zijn Koninkrijk wil liquideren in Zijn trouwe dienaren, waarvan deze moedige ds. Tökés er één is. Dat God hem behoede, samen met zijn gezin, zijn gemeente en zijn volk!'

In vele landen van het Oostblok zijn tekenen van ontspanning aanwezig. Op het moment dat ik dit schrijf bevinden we ons middenin de snelle ontwikkelingen in de DDR. Maar Roemenië wordt nog altijd beheerst door een regime met stalinistische trekken, met alle kwade gevolgen voor de vrijheid van de kerk. Het is triest dat kerkleiders hier één lijn blijken te trekken met een atheïstische overheid. Terecht roept ds. Cziria op tot voorbede en solidariteit. Het is te hopen dat ook vanuit de Wereldkerk er krachtig op aangedrongen zal worden dat de gang van zaken rondom deze predikant rechtgezet wordt. Het meest verdrietige is dat een overheid haar politionele maatregelen kan dekken met uitspraken van een bisschop. Natuurlijk zullen we op een afstand moeten oppassen voor voortijdige oordeelvellingen. Wie kan helemaal de moeilijke situatie van de kerk in een dergelijke situatie peilen? Maar het voorbeeld van ds. Tökés laat zien dat juist ook binnen die kerk stemmen opgaan om het zwijgen te doorbreken, getrouw aan het apostolische woord dat men Gode meer gehoorzaam moet zijn dan de mensen.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's