De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

In de tijd van 'heren en knechten', toen 'koeien met koeien' trouwden schreef Willem de Merode het volgende fraaie gedicht:

In een register had hij opgeschreven
Den stamboom van zichzelf, paarden en vee
Al wat 't bedrijf groot maakte, telde mee.
En voorin stond: kasboek van dood en leven.

Des Zondagsmiddags na de tweede preek,
Zat, rookend, hij te peinzen en te blaadren,
En zag de lange rij der achtbre vaadren,
De scheppers en beschermers van de streek.

De mannen waren karig van gedachten,
En zuinig met hun woorden en hun geld.
De hof, het vee, de paarden, en 't geweld
Van lichaamskracht was alles wat zij achtten.

De rijke vrouwen lieten om zich dingen,
Hitsten de mannen op, en kozen koel.
Heerschen en kindren hebben was hun doel
Als zij bereeknend 't huwelijk begingen.

Zij gaven elk het zijne, maar niet meer.
Hun winsten groeiden, dies de gift aan armen.
Zij toonden overleg in hun erbarmen.
En op den rustdag dienden zij den Heer.

Zoo waren zij geweest, vol sombre plicht,
Hun beeltenissen hingen langs de wanden:
Hoekige koppen in rechte haarranden;
Vrouwen met bloedkoraal en hard gezicht.

Zoo was ook hij; zoo werden zijne zonen,
Die hij dit zonderlinge boek zou laten.
Toen voelde hij zich moe en zoo verlaten
Als God, die in zijn pronkbijbel mocht wonen.


In aansluiting op het bovenstaande een stelling uit het proefschrift van dr. ir. M. Burggraaf, cand. theologie in de Gereformeerde Gemeenten, die promoveerde aan de faculteit der letteren te Leiden op een thema betreffende het klassieke Hebreeuws. We nemen en passant ook nog twee andere stellingen mee.

• In een kerkgenootschap dat geregeerd wordt volgens het presbyteriale stelsel, zullen de presbyters moeten voortkomen uit alle geledingen van dat genootschap. Indien immers de meeste en/of de invloedrijkste posten door leden worden bezet die uit één onderling nauwe gelieerde groep voortkomen, zal dat zeker tot innerlijk verval van dat genootschap leiden.

• De exegese als een van de beide elementen uit de prediking dient gebaseerd te zijn op een goed voorbereide en juiste grammaticale analyse van de tekst, opdat het bevindelijke deel als het tweede element van de prediking ook werkelijk tot zijn recht zal komen en het niet zal degraderen tot mystiek of emotionaliteit.

• Vakken die deel van theologische opleidingen dienen uit te maken zijn logische redeneer- en vergadertechnieken.


Uit Feiten en meningen over de openbare bibliotheek' knipten we de volgende gegevens over kijk- en leesgedrag van jongeren in Nederland.

• 'De groei in het tv kijken is in 1987 tot staan gekomen. Het aantal dagen dat men tv kijkt is weliswaar stabiel gebleven, maar de tijd die men aan tv kijken besteedt is afgenomen. Voor een deel kan dit te wijten zijn aan de toename van het aantal alternatieven. Het bezit van een videorecorder in een gezin steeg binnen twee jaar tijd van 42% tot 58%, maar ook de aanwezigheid van de walkman, personal computer en niet te vergeten de stormachtige opmars van de CD-speler zullen mede debet zijn aan de stagnatie. De vrij besteedbare tijd is schaars en er moeten keuzen worden gemaakt. Het aantal uren per dag dat jongeren besteden aan het tv kijken is ten opzichtte van 1987 gedaald. In 1987 keek 57% van alle jongeren tussen 6 en 19 jaar twee uur of langer naar de tv. In 1989 is dat percentage nog maar 53%. Een tendens die door ander onderzoek wordt bevestigd. Jongens kijken evenwel nog steeds iets meer dan meisjes.

• Kranten lezen
Het aantal jongeren van 13 jaar en ouder dat dagbladen leest is ten opzichte van 1987 hetzelfde gebleven en meisjes lezen nog steeds minder kranten dan jongens. 87% leest weleens een krant. Van de jongens leest 10% nooit een dagblad, van de meisjes 17%. De helft van de jongeren (62%) heeft voorafgaand aan de dag van ondervraging een krant gelezen. Voor deze laatste categorie is wel een lichte daling waarneembaar ten opzichte van 1987 (was 56%). Ook hier blijven de meisjes met 44% duidelijk achter bij de jongens waarvan 59% aangaf "gisteren" nog een krant gelezen te hebben.'


De Raad voor de Zending schreef de volgende behartigenswaardige brief (ondertekend door mevr. M. B. Jongeneel-Touw en drs. H. Bootsma) aan de 'Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie van de Wereldraad van Kerken', i.v.m. de eenzijdige aandacht voor de Palestijnse kwestie op de wereldzendingsconferentie van San Antonio.

'De uitspraak (Act in Faithfulness) getiteld: Palestina, betreffende de Intifadah roept de volgende overwegingen op:
De westerse wereld en de kerken in het westen zijn naar twee kanten verantwoordelijk. Die verantwoordelijkheden staan met elkaar op gespannen voet: enerzijds is er de verantwoordelijkheid tegenover het joodse volk dat in de loop der geschiedenis van de westerse wereld oneindig leed is berokkend dat nog dagelijks wordt gevoeld en ervaren. De kerken zullen daaraan nimmer voorbij mogen gaan.
Anderzijds zijn wij ons bewust van onze verantwoordelijkheid ten aanzien van andere aspecten van het historisch proces. Eén aspect noemen wij met name: het lijden van vele volken buiten Europa onder omstandigheden die in de westerse wereld hun oorsprong hebben. Het lijden dat het joodse volk in Europa is aangedaan, blijkt nu repercussies te hebben in het gehele Midden-Oosten. Ook hieraan kan niet worden voorbijgegaan. Op de historische complexiteit van het Midden Oosten kunnen wij in het kader van deze brief niet nader ingaan.
In de genoemde uitspraak (Act in Faithfulness) kan de raad deze dubbelzijdige verantwoordelijkheid niet herkennen. De uitspraak van San Antonio beperkt zich tot steun aan een van de partijen en werkt zodoende polariserend. De raad heeft behoefte aan een uitspraak, waarin de naar verzoening strevende krachten zowel aan Israëlische als aan Palestijnse kant worden versterkt. Vergelijk de verklaring van het Centraal comité van de Wereldraad van Kerken te Moskou, juli 1989.
Bij de Commissie voor Wereldzending en Evangelisatie van de Wereldraad bepleit de raad met klem het nemen van initiatief voor een theologisch gesprek waarin kerken uit het Midden Oosten, uit andere niet-westerse landen en uit de westerse wereld zich beraden over a) de theologische betekenis van Israël en b) de vragen van gerechtigheid en vrede in het Midden-Oosten, waarbij rekening wordt gehouden met het complexe historische proces. De raad hoopt dat een dergelijk voorstel bijdraagt tot een gesprek in een sfeer van wederzijds vertrouwen en verzoening over de toekomst in het Midden-Oosten. De raad stelt u voor bij de voorbereiding van een dergelijk gesprek de afdelingen CCJF (Committee on the Church and the Jewish People) en CCIA (Committee Churches on International Affairs) te betrekken.
Wij hebben de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk, de hervormde Raad voor de verhouding van kerk en Israël, de Raad van Kerken en de Nederlandse Zendingsraad van ons schrijven aan u op de hoogte gebracht'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's