Democratie een tijdelijk voorrecht, theocratie een blijvende zaak
Theocratie en democratie (7, slot)
Te somber
De laatste artikelen zouden tot de conclusie kunnen leiden dat ik wat somber ben over de democratie. Ook de opmerking mijnerzijds in de vorige serie 'Kerk en politiek', dat er voor een christen te leven valt onder iedere staatsvorm, lokte bij drs. G. van Leyenhorst (Waarheidsvriend, 27 okt. 1988) de reactie uit dat dat wat te passief gesteld was. Vanuit de politiek geef ik hem groot gelijk, maar vanuit de kerk (en vandaaruit schreef ik op dat moment) is het niet strikt nodig om democratische rechten en vrijheden te hebben om te kunnen participeren.
Een voorrecht is het overigens wel.
Democratie een gunst van God
Al is de democratie dan geen bijbelse doelstelling, we kunnen toch wel vaststellen dat het een voorrecht is te leven in een democratie. Als we denken aan de niets en niemand ontziende dictaturen met de daarbij behorende militaire coupes in Zuid- en Midden-Amerika of Afrika, dan is het niet moeilijk de democratie positief te waarderen. Toch geeft ook drs. G. van Leyenhorst toe dat er dictaturen en één-partijsystemen bestaan (Kenia, Zambia, Zimbabwe) waar de kerk en haar leden het kunnen uithouden, ja zelf floreren. Hij heeft het zelfs meegemaakt in een Tweede Kamer-delegatie dat President Kaunda van Zambia persoonlijk voor de maaltijd een gebed uitsprak. Waar zal zoiets in de westerse wereld (met zijn democratieën, tH) nog gebeuren, vroeg hij zich af.
Bij Abraham Kuyper (Stonelezing 'Het Calvinisme en de Staatkunde') kunnen we lezen dat Calvijn in feite ook een pleidooi hield voor de democratie. Hij beriep zich op Spreuken 11 : 14: 'de behoudenis is in de veelheid der raadslieden'. Juist vanwege de zonde achtte hij verdeling van gezag over meerdere personen beter. Eén vorst gaat vlugger de verkeerde kant op. Bij meerdere beslissers is er minder snel sprake van machtsmisbruik en verval.
Overigens betekende dit standpunt voor Calvijn ook dat hij een duidelijke voorkeur had voor een republiek boven een monarchie. Toch was dit voor hem meer een praktisch dan een principieel onderscheid, als het ging over het wezen van de Overheid. Het wezen van het overheidsgezag verandert niet door de manier waarop ze is ingesteld en door de vorm waarin ze optreedt. Daarom zijn ook voor Calvijn monarchie, aristocratie en democratie alle drie denkbaar, echter onder één voorwaarde; niemand op aarde komt het gezag over (mede) mensen toe, als het niet op hem is gelegd bij de gratie Gods. De wijze waarop dat gebeurt, verschilt volgens Calvijn per volk en per tijdvak, maar 'de meest begeerlijke toestand' is toch, als het volk zijn eigen overheden kiest. Hij zegt erbij, dat een volk dat dat mag meemaken 'hierin dankbaar een gunst van God heeft te erkennen'.
Democratie tegen God
Wij, Nederlanders anno 1989, hoeven de discussie welke staatsvorm het meest verkieslijk is niet te voeren, want wij kennen nu eenmaal de parlementaire democratie en tegelijk de monarchie, zij het in een andere gedaante dan in de dagen van Calvijn. Wat onze democratie betreft moesten we helaas vaststellen, dat die zich niet laat begrenzen door de universele normen, die God ons heeft aangereikt.
Het is ook geen democratie, die door 'het volk' als een gunst van God wordt gezien. Misschien wel als een gunst, maar niet als een gunst van God.
Integendeel, van de democratie wordt helaas gebruik gemaakt om bij meerderheid van stemmen door Gods grenzen heen te breken.
Een christen-politicus zal ondanks een sterk, redelijk en genormeerd betoog tegen een muur aanlopen vanwege het simpele feit dat de meerderheid er anders over denkt. Zo'n politicus voelt dat de democratie zich tegen hem keert, beter gezegd: tegen de christelijke normen, die hij verdedigt. Men luistert niet meer naar argumenten, men telt slechts koppen. De democratische meerderheid wint het, en het lijkt erop dat God het verliest.
Hij wordt democratisch monddood gemaakt. De democratie keert zich tegen de christenen met hun, niet zelf bedachte, normen. En zij krijgen de naam tegen te zijn.
Democratie blijven gebruiken
Heeft in zo'n situatie de democratie nog voordelen boven wat anders? Is alle inspanning van christen-politici zo geen weggegooide tijd en energie? Kun je dan niet net zo goed een éénmans-regering hebben, een koning, keizer, admiraal, die het misschien beter weet dan wij allemaal? Nogmaals, die vraag hoeven we niet te stellen. De democratie is er en we zullen die zo goed mogelijk moeten gebruiken.
In ieder geval kunnen we als christenen ons politiek geluid laten horen.
Al leidt dat niet direct tot politieke omwentelingen, we moeten juist als christenen niet alleen naar resultaten kijken, maar blijven geloven in de kracht van het Woord, met een grote en een kleine w.
Zaaien, al zullen we misschien nooit maaien. Brood uitwerpen op het water ook al zullen we het wellicht vinden na heel veel dagen!
Geef de keizer, geef Gode…
Aan de hand van Romeinen 13 hebben we al eerder aangetoond dat de overheid in welke vorm dan ook Gods dienaresse blijft. In goede zin als het overheidsbeleid in dienst van God wordt gesteld, in kwade zin als dat niet gebeurt, maar de overheid blijft desondanks een werktuig in Gods hand.
De Godsregering, de theocratie, is er en blijft er!
In beide gevallen vraagt God van ons onderdanig te zijn aan de overheid, met één restrictie: de overheid mag geen zaken eisen die tegen Gods gebod ingaan.
Geef de keizer wat des keizers is, geef Gode wat Gods is, met andere woorden: alles heeft een eigen plaats en wij zijn als christenen persoonlijk verantwoordelijk wat wij ten aanzien van de overheid doen.
Wanneer gaat het dan fout? Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als wij een overheid (keizer of anderszins, zoals o.a. 'democratische spelregels') de eer gaan geven die God (of Gods regels) toekomst.
Het kan ook fout gaan, als een overheid niet duldt dat aan een Ander een hogere eer wordt gegeven dan aan hemzelf. Bij Nero (de keizer ten tijde van Romeinen 13) was dat duidelijk het geval. Hij kon niet verkroppen, dat die christenen 'Hem' niet als 'de Eeuwige' wilde vereren. Dat er hogere normen waren dan de zijne, duldde hij niet.
Een christen moet onderdanig zijn, maar op dit punt nooit afwijken. Daniël is daar het meest duidelijke voorbeeld van. Hij gaf koning Darius wat des konings was, maar bovenal Gode wat Gods was. Dat laatste had voor hen de hoogste prioriteit.
Ook in zijn comfortabele fegeringszetel gaf hij aan dat principe de voorkeur boven allerlei voor de hand liggende politieke rekensommetjes, die hem in het zadel zouden hebben gehouden.
Dwars door de leeuwenkuil gaf juist die houding een reveil in Darius' koninkrijk. In de politiek van vandaag gelooft men daar niet meer in.
Ik herinner me een verkiezingsdebat tussen CDA, RPF en GPV waarin premier Lubbers bovengenoemde christelijke principes 'luchtfietserij' noemde. Het haalbaarheidsprincipe en de politieke rekensommetjes ('hoe blijf ik in het zadel') winnen het vandaag duidelijk.
Teken des tijds
Hoe zit het nu met de christelijke prioriteiten in onze democratie? Laten we positief vaststellen dat onze, democratie nog veel voordelen heeft boven Nero's keizerscultus en boven de wetten van Meden en Perzen. Geen leeuwen in arena's of in kuilen, maar nog een heel redelijke vrijheid. We hoeven de overheid nog niet de eer te geven die alleen God toekomt. De democratie als tijdelijk voorrecht.
Maar zal het zo blijven? Met de Wet Gelijke Behandeling zal het toch gaan spannen. Als die wet doorgaat, zal het niet meer vanzelfsprekend zijn dat wij als christenen hardop kunnen zeggen dat we Gode willen geven wat Gods is en dat er voor ons hogere normen gelden dan een Anti-discriminatie-wet en de jurisprudentie daaromheen. We zullen een proces aan onze broek krijgen en gebrandmerkt worden als intolerante en Khomeini-achtige figuren (al zal dit laatste ná Salman Rushdie minder snel genoemd worden dan ervóór).
Als dit allemaal onverhoopt zou doorgaan en wie zich dan de vraag stelt of onze overheid dichter bij Romeinen 13 (Gods dienaresse) of Openbaring 13 (het losgebroken Beest) zit, kan dan tot geen andere conclusie komen dan dat de strijd tussen de ongebondenheid (Openb. 13) en de beteugeling daarvan (Rom. 13) anno 1989 gewonnen lijkt te worden door de eerste. Dichter bij Openbaring 13 dus. Laten we dit teken des tijds goed verstaan!
Niet zien, toch geloven
Al zijn we als christenen in een kleine minderheid, al worden we ingedeeld in de categorie 'luchtfietsers', daarom is onze taak in de politiek nog niet moedbenemend. Onze opdracht is niet een zo groot mogelijke macht te veroveren, maar een beleid voor te staan, waarvoor we persoonlijk voor God verantwoording kunnen afleggen, als kiezer en als gekozene.
Voor God gelden andere maten dan de huidige politieke maten. Zelden is dat grootheid, macht en eer; meestal betreft; het het kleine, het verachte, het nietige, het versmade.
Toch verliezen christenen wel eens de moed. Dat is te begrijpen. Ze vervallen dan nogal eens in een rekensommetje van politieke macht. En toch…
Laten ze maar denken aan de discipelen op Goede Vrijdag. Heel hun leven hadden ze aan de Heere Jezus gewijd, alles hadden ze er voor opgegeven. Wat had dat hen op die dag opgeleverd? Macht, eer, de grootste partij, een nieuw rijk met Jezus als Koning? Integendeel, lijden en grote twijfel was hun deel. De Man op Wie ze gebouwd hadden, was dood. Weg hoop, weg levensloop. De Romeinen leken het toch voor het zeggen te hebben net als in onze dagen onze wetgevers, die alles wat God in Zijn Tien Geboden verboden heeft inmiddels hebben gelegaliseerd. En toch…
Toch is het Paasmorgen geworden! Romeinen op de vlucht, maar wat meer is: de dood overwonnen! Wij kijken om ons heen in de politiek en wij geloven het niet. De discipelen ook niet, Thomas voorop. Maar het was waar en het blijft waar: Hij is opgestaan! Zijn Rijk is gevestigd en blijft gevestigd. De Theocratie, die blijft.
Daarom: laten we niet als Petrus naar de (politieke) golven om ons heen kijken, dan gaan we zakken; laten we kijken naar Hem, die zegt: Mij, ja alleen Mij, is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Vanuit die theocratie gedachte zullen we ook in onze democratie boven water kunnen blijven!
J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's