Globaal bekeken
Een lezer zond ons enkele kostelijke stukjes uit de schoolkrant van de 'Van Damschool' in Putten, waarin leerlingen van groep 5/6 bepaalde beroepen omschrijven.
De gids:
'Die lijdt met mensen.'
'Zegt dat er iets op de tv komt.'
'Die helpt mensen door een land heen.'
'Die brengt boeken rond.'
'Die wijst de mensen de weg.'
De dirigent:
'Die slaat een orkest.'
'Lijdt een orkest.'
'Die staat met een stokje te zwaaien.'
'Vangt honden als ze geen baas hebben.'
'Kijkt in het verkeer, of ze wel stoppen voor het rooie licht.'
'Bendeleider.'
'Die speelt toneel.'
'Die zit bij een koor de noten aan te wijzen met een stokje.'
'Hij doet de wijs van de muziek.'
'Iemand die de maat met zingen doet met zijn vingers.'
De advocaat:
'Die helpt mensen in de rechtzaal te komen.'
'Iemand die advocaat maakt.'
'Die helpt de mensen als ze iets verkeerds hebben gedaan; dan komt hij voor ze op.'
'Als ouders ruzie hebben, dan bepaalt de advocaat of het naar een tehuis moet.'
'Hij helpt gevangenen.'
'Advocaat is heel erg lekker.'
De bankier:
'Brengt bier rond.'
'Staat achter de bank.'
'Als Iemand geld vraagt, dan geeft hij het van hun loon.'
'Die zit achter zo'n bank en daar kun je geld inleveren.'
'Iemand die banken brengt.'
'Die pakt het geld aan bij de bank uit de kluis.'
'Iemand die achter het loket zit.'
'Die maakt en repareert banken.'
Uit de Hardenwijker Kerkbode (kerkblad voor de Veluwe) de volgende ontboezeming van ds. P. L. de Jong te Nunspeet.
'Na afloop van de belijdeniscatechisatie vorige week, trof ik, na de consistorie in de Sionskerk eerst nog een beetje opgeruimd te hebben, buiten twee mensen aan, die bij hun auto stonden te praten en mij vriendelijk groetten. Het was donker en laat, even dacht ik dat het twee van de belijdenisgroep waren, die nog wat stonden na te praten bij de auto. Maar toen Ik dichterbij kwam, bleken het voor mij twee onbekenden te zijn. Ook kende ik ze niet als overburen. En zo word je nieuwsgierig. Wat doet u hier? Wacht u op iemand? Ik hoefde niet veel te vragen. De een kwam uit Zuidwolde – dat ligt in Drenthe voor wie dat nog niet wist – de ander hier ergens uit de buurt. En wat zij hier deden? Zij hadden heel de avond evangelisatiewerk hier gedaan. Huis aan huis. Ja, wij werken Nunspeet systematisch af, zeiden ze. En namens wie doen jullie dat dan? Van wie gaat dat uit? Vrijmoedig zeiden ze: dat gaat uit van Jezus. Hij zit hier achter. Ja, ja, zei ik, maar namens welke club of vereniging lopen jullie nu eigenlijk? Want dat het evangelie met Jezus te maken heeft, dat hoefden zij mij niet meer te vertellen. Nu, zij liepen namens "De Hoeksteen", in Doornspijk, de vol-evangelie gemeente. Toen wist ik natuurlijk genoeg. En tegelijk deed het mij ook behoorlijk zeer. Terwijl je zelf de hele dag gesjouwd hebt en net de catechisatieruimte gesloten, menig ouderling zijn huisbezoek zit af te ronden en evangelisatiewerkers in onze wijk het resultaat van hun inzet die avond bezien, lopen daar een paar mensen vrolijk rond, alsof de Heer zelf hen besteld heeft om nu ook in Nunspeet het evangelie te gaan verkondigen. Systematisch zelfs. En alles heel schriftgetrouw natuurlijk. Maar of men in die kring wel ooit werkelijk naar de wil van de Heer vraagt? Vergeet het maar. Die wil kennen zij allang en ze vragen alleen nog om hun eigen ideeën verwerkelijkt te krijgen: een eigen kerkje en groepje in Doornspijk en als het even kan ook in Nunspeet. En wij natuurlijk van de kerk goed oppassen dat wij niets verkeerds in hun richting zeggen. Moeilijk! Mij lukt dat niet. Ik heb niets tegen evangelisatie en tentcampagnes en noem maar op, maar ik kan er heel slecht tegen, dat deze vrome vrolijke lieden zo simpelweg aan de kerken van Jezus Christus voorbij lopen. Aan Hem zelfs voorbij lopen. Systematisch! Vervolgens ons hun lektuur aanbieden. Altijd vergezeld van een oproep tot gebed om meer eenheid onder de christenen…
Volgens mij heb jij je goed boos gemaakt, zei mijn vrouw bij mijn thuiskomst. Dat was helemaal waar.'
Bij uitgeverij Den Hertog verscheen een boekje 'Honing uit de rots' (51 puntige stukjes) van de Engelse puritein Thomas Willcox. Hier volgt één van de stukjes, met daarna één van de stukjes 'tot lering en vertroosting' van Wulfert Floor in diens naschrift bij de 'zesendertig nagelaten oefeningen', eveneens uitgegeven door Den Hertog.
•Willcox:
'De zon kan eerder verhinderd worden om op te gaan dan Christus de Zon der gerechtigheid (Mal. 4 : 2). Wend uw oog geen moment van Christus af. Zie niet eerst op uw zonde, maar zie eerst op Christus. Wanneer u over uw zonden treurt en als ge dan op Christus moogt zien, laat dan die treurigheid weg wijken (Zach. 12 : 10). Zie in al uw plichten op Christus: vóór de plichten om vergeving, onder uw plichten om bijstand, na uw plichten om aanneming. Zonder dit zijn uw plichten maar vleselijk, sleur.
Maak van het Evangelie geen wet, alsof er iets voor u overbleef om te doen en te lijden en Christus maar een halve Middelaar zou zijn, en alsof gij een deel van uw zonden zelf moest dragen en ook een gedeelte moest voldoen. Laat de zonde uw hart verbreken maar niet uw hoop op het Evangelie.'
•Floor:
'Waar de Geest des Heeren de ziel leert bidden, daar is men met eenige gewone bidtijden niet tevreden. Vele wereldsche menschen bidden in 't geheel niet. Anderen bidden, als ze ziek zijn, of als zij op een andere wijze in de engte zitten. Anderen bidden op hunne gewone tijden – als ze van hun bed afkomen, als ze naar hun bed toegaan, als ze eten en mogelijk nog bij enkele andere gelegenheden, en voorts houden zij zich tevreden en rusten in het gedane werk. O, die ongelukkigen! Gansch anders gaat het met degenen, die des Heeren Geest deelachtig zijn. Zij kunnen het beste bidden, naardat de Geest het meeste werkt. Als de Geest zich in hen stil houdt, dan kunnen ze niet bidden, ja ze kunnen dan zelfs het begin somtijds geheel niet krijgen, als ze al eenige woorden bidden, dan is het toch een zwaar en benauwd werk. Maar als des Heeren Geest weer krachtig in hen werkt, dan is het hun zulk een zoet werk, dat ze wel biddende zouden willen sterven, zonder ooit weer op te houden: en waarlijk, dan zijn ze ook aan geen driemaal of viermaal 's daags gebonden, maar dan gaan ze bij de minste gelegenheid wel eens naar hunne binnenkamer, om hunne nooden voor den Heere te brengen, en ook met vader Jakob te zeggen: ik ben geringer dan al Uwe weldadigheden en trouwe, die Gij aan mij bewezen hebt. Ja zelfs, als ze op zulke tijden geen gelegenheid kunnen vinden om in het verborgen te gaan, dan bidden zij zelfs onder hun werk, of loopende langs den weg. Ziet dit in den godzaligen Nehemia. Hij was bezig om voor den koning wijn in te schenken, en ook sprak hij met den koning, en tusschen dit alles zegt hij: Ik bad tot God van den hemel (Nehem. 2 : 4). Des Geestes werking is geheel onafhankelijk en vrij.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 december 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's