Kyrie Eleison
Kerst: feest van alle tijden
In mijn boekenkast staat een bundeltje met kerstpreken onder de titel: Een Kind is ons geboren. Het bevat fragmenten van de kerstpreken, die gehouden zijn in verschillende tijden: van de vierde tot de twintigste eeuw. Augustinus en Bernard van Clairvaux, Luther en Von Zinzendorf, oude en nieuwe theologen komen erin aan het woord. Het is treffend om te zien hoe het tijdsgebeuren en de inzichten in een bepaalde tijd hun invloed uitoefenden op de inhoud van deze preken.
Hoe werd en wordt er gepreekt? Meer dan we zelf vaak beseffen, wordt dat bepaald door het levensgevoel van de eigen tijd. In kerstpreken uit de vroege kerkgeschiedenis wordt er grote nadruk gelegd op de heerlijkheid van Jezus als de Zoon van God. In een kerstpreek van Luther vinden we een zwaar accent op (hoe zou het ook anders kunnen) de rechtvaardiging van de goddeloze. Preken uit de zeventiende eeuw dragen het stempel van een oppervlakkig-optimistisch mensbeeld. De Duitse dominee Junghans presteert het om in 1644 een uitvoerige preek te houden over de kerstgans. In kerstpreken uit onze eeuw is terug te vinden hoezeer het grillige wereldgebeuren met alle moderne vragen van onrecht en lijden de inhoud van preken bepaalt. Preken is geen tijdloze bezigheid en de geloofsbeleving wordt, hoe dan ook, mede bepaald door de tijd waarin wij leven. Dat gaat aan niemand voorbij.
Kerst: tijdloos of in de tijd?
We maken ons op om ook dit jaar het kerstfeest te vieren. In het middelpunt staat het gedenken van de komst van de Zoon van God in het vlees. Van valse kerst-romantiek moeten we niet veel hebben. Onze kunstlichtjes verduisteren het Kind, vinden we. En om dat Kind gaat het, zo is onze overtuiging. Christus moet centraal staan; daar is geen twijfel over. Zijn we ons ervan bewust dat daarmee niet het laatste woord gezegd is? We gedenken de geboorte van Christus, maar hoe doen we dat? Ook onze manier van bezig-zijn met het Kerstgebeuren draagt het stempel van de tijd. We kunnen onze ogen daar natuurlijk voor sluiten. We kunnen voorgeven op een boven-tijdse manier het Kerst-evangelie door te geven. Het Woord van God is immers niet tijdgebonden. Inderdaad; maar het is wel tijdbetrokken. En het valt te vrezen dat we juist met een tijdloze manier van prediking en geloofsbeleving op de meest gevaarlijke manier beïnvloed zijn door de geest van de tijd. Al te gemakkelijk zouden we de heilige kunst verleren om vanuit de Schrift kritisch te kijken naar onze tijd, naar onze beleving, naar onszelf.
Het kan niet de bedoeling zijn dat we onszelf kritiekloos uitleveren aan de geest van de tijd. Het kan evenmin waar zijn dat de tijd en het tijdsgebeuren de agenda voor de prediking dicteren. Het is echter wel de roeping van de gemeente om te luisteren naar het Evangelie van de vleeswording van het Woord in de situatie van vandaag. Het Evangelie is immers niet geadresseerd aan anonieme en abstracte wezens, maar aan mensen van vlees en bloed, levend in die en die tijd.
Kerst in onze tijd
Het Kerst-evangelie wordt deze weken beluisterd en gebracht door mensen, die leven in 1989. Dat is wezenlijk, maar nog niet zo gemakkelijk nader te omschrijven. Waardoor wordt die tijd gekenmerkt? Je kunt dat vanuit verschillende gezichtshoeken benaderen. Wat onze westerse wereld betreft: kenmerkend is de radicale ontkerstening van het leven en samenleven. God is uitgebannen uit het leven en de invloed van de Schrift op het openbare leven wordt geminimaliseerd. Mensen zeggen heel nuchter: het lukt allemaal ook best zonder geloof. Wie protest aantekent tegen een al te optimistische visie op het wereldgebeuren, bederft het spel: de zwartkijker. Leven bij het Evangelie is wel toegestaan (uiteraard in de privésfeer), maar je hoort bij de zielige mensen die het zelf niet redden kunnen. De geboden van God kunnen slechts gezien worden als beknotting van de menselijke vrijheid. Wie tegen de stroom oproeit en wil opkomen voor bijbelse normen en waarden, wordt òf bekeken als een ayatollah òf als een strijder voor een achterhaalde zaak. Fundamenteel christelijke waarden als barmhartigheid, dienstbaarheid en zorgzaamheid zijn immers al lang overgenomen door de breedte van de samenleving? Waar heeft die christelijke gemeente het eigenlijk over?
Eleison
En toch… Ergens zit er iets verbijsterends in het hele maatschappijbeeld. Om ons heen klinkt het noodgeschrei, de roep om ontferming. Dichtbij, heel dichtbij soms, en verder weg. Van mensen, die het slachtoffer werden van onze welvaarts-maatschappij. Ook van mensen, die welbewust hun leven vergooiden. Verzwakt door de honger of verziekt door de oververzadiging. Lichamelijk en geestelijk. Uit de diepten roep ik…, maar tot wie? En soms – vaak – wordt er niet meer geroepen. Verbijsterend. Eleison! Ontferm u! wordt er geroepen. Is dat echt zo? Of is het alleen maar een boze droom? Priester en leviet zouden graag een legitimatie hebben om aan de overzijde voorbij te gaan. Is het slachtoffer aan de kant van de weg er nog wel? Is hij niet weg-gezorgd, door professionele hulpverleners?
Eleison! Ontferm u! horen we roepen. Wie zich daar gemakkelijk van afmaakt en zegt: het gaat goed met de wereld, kan op ons weerwoord rekenen. Maar is er ook werkelijke betrokkenheid bij de nood van onze naaste? Het blijkt niet zo moeilijk te zijn om een gezellig kerstfeest te vieren zonder hart voor de noden in onze omgeving, in deze wereld. Het blijkt ook niet zo moeilijk te zijn om een stichtelijk kerstfeest te beleven zonder oog voor de klemmende roeping van de christelijke gemeente. Maar wie slechts één keer gekeken heeft in de holle ogen van een hongerend kind, wie slechts één keer gepraat heeft met een verslaafde, wie een mens in de goot heeft zien liggen, die krijgt vragen; die hoort een stem roepen: ontferm u!
We vieren kerstfeest. Midden in deze tijd. En we weten allemaal: we mogen onszelf niet kritiekloos uitleveren aan de tijd. Er is het gevaar – levensgroot – van horizontalisme en activisme, van krampachtige goeddoenerij. Nodig is persoonlijke vroomheid, geworteld in God. Wat is onze roeping vanuit een doorleefde omgang met God? Ik denk: aan de roepers om ontferming laten weten dat er een Adres is, een Toevlucht.
Kyrie eleison
In deze wereld wordt geroepen om ontferming. Maar: zonder adres. Het lijkt op de wanhopige schreeuw in een leeggeworden heelal. Toch is er in die wereld een christelijke gemeente. Een gemeente, waar geweten mag worden, – als het goed is… – wie Christus is. Het Woord is vlees geworden. Rondom dat Evangelie komt de gemeente samen. Aangrijpend geheimenis. Want wat is 'vlees'? Vijandschap tegen God en de mensen. Beseffen we een heel klein beetje wat dat is, vlees? Het kan moeilijk meer zijn dan een aarzelend begin van verstaan van wat deze afgrond in zich bergt: vlees. Niettemin: zulk vlees is het Woord geworden. Wie iets van dat wonder van ontferming peilde, komt de verwondering nooit meer te boven. Er zit iets ruigs in het Kerst-evangelie en tegelijk iets nameloos teders. Het heeft de kracht van dynamiet en tegelijk iets oneindig lieflijks. Het is schokkend en vertroostend beide. Ontmaskerend en erbarmend. En het wordt verkondigd. Nu, in 1989. Midden in een wereld, die roept: ontferm u!
Kerst en onze roeping in de tijd
Als iets de roeping van de christelijke gemeente vandaag is, dan wel om te laten zien dat er ontferming is. Vooral: dat er een Ontfermer is. Kyrie eleison. Heere, ontferm U! Christus is de oneindige Ontfermer. Van Hem moeten we het hebben; van Hem mógen we leven. Christus' ontferming is ons alles. Buiten Hem hebben we niets. Zonder Zijn ontferming verkommeren we. Hij redt zielen, levens, mensen. Dat Evangelie bereikt ons heden. Bereikt het via ons ook anderen?
Er is vandaag behoefte aan een gemeente, die van Zijn ontferming leeft. Niet via een rekensommetje, niet via wat conclusies, niet in een hoogmoedige gearriveerdheid. Maar een gemeente, die werkelijk van Christus' ontferming lééft. Met hart en ziel. Met hoofd en handen. Er is vandaag geen behoefte aan een christelijke gemeente, die overal met het vingertje klaar staat, die alles en iedereen betuttelt en die op een verkapte manier de pretentie van een machtsinstituut overeind houdt. Maar het gaat om een gemeente, die in stille eenvoud de voetstappen van haar Ontfermer drukt. Een gemeente, die dient zonder te vragen. Een gemeente als een plaats waar het warm is in de vrieskou van deze tijd. Een plaats, waar licht schijnt in het nacht-bestaan van de wereld. Een plaats, waar ontferming is voor mensen in nood. Een plaats kortom, waar niet alleen christenen zijn, maar waar Christus Zelf is. Met de volheid van Zijn helende en helpende liefde.
Kyrie eleison. Heere, ontferm U! Over mij en over ons. Over de gemeente en over de wereld. Nu en tot in eeuwigheid. Nu zijt wellekome!
L. Wüllschleger, 's-Gravenhage
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1989
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1989
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's