Om de vrede van de schepping
Harmonie
'En God zag al wat Hij gemaakt had en ziet, het was zeer goed'.
Op deze wijze sluit het scheppingsverhaal af. Er is vrede, volmaaktheid, harmonie en storeloosheid in de schepping.
En toch is er geen sprake van doodse rust. De mens werd in de hof gesteld om die te bebouwen en te bewaren.
De zonde heeft haar verstorende en ontwrichtende intrede nog niet gedaan in de schepping. Maar het gonst wel van leven. De mens zal vruchtbaar zijn en zich vermenigvuldigen. Hij heerst over de vissen, de vogels en de dieren. En hij eet van de gewassen, die de aarde voortbrengt.
In het bebouwen en bewaren van de aarde ligt opgesloten de opdracht tot arbeid, bezig zijn, activiteit. Maar alles in harmonie met de schepping.
Bij Genesis 2 : 15 tekent Calvijn het volgende aan:
'Mozes voegt erbij, dat de mensen zijn geschapen om iets te doen, opdat zij niet traag en lui zouden neerliggen. Mozes voegt erbij, dat Adam is aangesteld geweest tot bewaking van de hof, om aan te tonen, dat wij hetgeen de Heere ons ter hand stelt, met dat doel bezitten, dat wij, tevreden met een vruchtbaar en matig gebruik, het overige zouden bewaren. Die een akker bezit moet dus de jaarlijkse vrucht trekken, en toezien dat hij de grond door zorgeloosheid niet laat uitputten, maar hij moet er zich op toeleggen om hem aan de nakomelingen over te leveren, zoals hij hem heeft ontvangen, of nog beter bebouwd. Laat hij zo de vruchten eten, zonder toe te laten dat iets door weelderigheid afvalt, of door verwaarlozing bederft. Zal echter onder ons die spaarzaamheid en vlijt ten opzichte van de goederen, die God ons te genieten gaf, heersen dan moet elk denken, dat hij over alles wat hij bezit, de rentmeester Gods is. Zo zal het gebeuren, dat hij zich niet lichtzinnig gedraagt, noch door misbruik bederft, hetgeen God wil, dat bewaard wordt.'
Enerzijds is uit dit citaat duidelijk, dat Calvijn ook vóór de zondeval met bederf van grond en gewas rekening houdt om het loutere feit, dat de mens in de hof gesteld is om die te bebouwen.
Anderzijds trekt hij de lijnen door naar ons mensen vandaag met betrekking tot onze opdracht, als waren we nog in de toestand vóór de val.
De opdracht om te bouwen en te bewaren is met de schepping meegegéven.
De mens is in de schepping niet als een lijdelijk individu onder de gewassen en de dieren gesteld. Hij staat er middenin en er boven om er als rentmeester mee om te gaan.
Intussen had de mens de het vermogen om zó, al bezig zijnde, met de schepping toch in harmonie te leven.
Verschrikking
Na de zondeval en na de zondvloed kwam er in de òpdracht tot rentmeesterschap geen wijziging.
Ook Noach krijgt te horen: weest vruchtbaar en vermenigvuldigt en vervult de aarde.
Ook Noach krijgt te horen dat hij van de gewassen, maar nu van 'al wat zich roert, dat levend is', gebruik mag maken, ervan mag eten. Maar nu valt dan ook het woord verschrikking. De zonde heeft verschrikkelijke uitwerking gehad. 'Uw vrees en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels…' (Gen. 9).
Deze verschrikking is de eeuwen door te zien geweest. De mens heeft behalve de gewassen ook de dieren uitgeprobeerd, ze beproefd en geproefd, om te zien of ze te eten waren. Wat dit betreft is er de eeuwen door veel 'vindingrijkheid' geweest, juist onder de armsten der armen.
In een boek van Colin Thubron over China wordt een opsomming gegeven van wat de miljardenbevolking van China, soms arm als de ratten, in de loop der eeuwen heeft gegeten, tot de ratten toe. Maar hoe 'vindingrijk' waren ook wij in oorlogstijd om wat enigszins eetbaar was ons ten nutte te maken.
Intussen zullen we niet vergeten dat hier de verschrikking van de mens over het dier voluit manifest wordt.
In de winter trekken de vogels bij tienduizenden naar zonnige landen. Een groot percentage van die schepselen Gods, die het beter 'denken' te krijgen, belanden in het net van de vogelvanger en liggen letterlijk bij hopen op de markten om voor een luttel bedrag aan de armen tot spijs te worden verkocht.
De mens heeft – zo blijkt uit alles – niet-aflatend geweld geoefend op de schepping.
Is niet juist rondom Kerst, in de donkere decembermaand, in landen met een hoge levensstandaard dit geweld het grootst?
We plukken de bomen en slachten de dieren.
Wat de bomen betreft, dat is nog het meest onschuldige. De kerstboom – of men hem nu wil hebben of niet – wordt tenslotte gekweekt. Maar ook het wild van de schepping wordt in enorme massa's gevangen en opgegeten.
O ja, ook met betrekking tot het dier is er sprake van kweek. Maar moeten we juist niet zeggen, dat daar, waar het dier voor de consumptie wordt gekweekt, juist ook sprake is van groot geweld, omdat juist daar het dier het meest vervreemd is van de schepping, slechts opgefokt wordt voor de consumptie, en louter daarvoor de veredeling almaar is opgevoerd?
De harmonie van de schepping heeft alom plaats gemaakt voor verschrikking. Waarbij het ook zo is dat niet alleen de mens een verschrikking is voor het dier maar ook het 'wild gedierte, dat niets in 't woên ontziet' een verschrikking is geworden voor de mens.
Onnodig te zeggen dat we allen deel uitmaken van het probleem in de relatie tussen de mens en de schepping. Omdat we allen leven op een aarde, die vanwege de zonde doornen en distels voortbrengt.
De mens mocht ook na de zondeval de aarde bebouwen en bewaren. Maar wat is er van het bewaren, van het bebouwen met be-héérsing vaak nog terecht gekomen?
We krijgen vandaag de rekening gepresenteerd van het geweld en de verschrikking van de mens over de schepping.
Er is een groot sterven onder ons gaande. De beheersing van de mens is juist in hoogconjucturele landen, in het gebruik van de schepping, ver weggeraakt.
We hebben zelfs de landen ver weg ten behoeve van onze luxe uitgebuit.
Het heeft alles te maken met verstoring van de harmonie in de schepping door de zonde.
Hier past schuldbesef en schuldbelijdenis. Ook al was gebruik toegestaan.
Vrede
En toch is de vrede in principe weer terug. Christus is onze Vrede. Hij wordt Vredevorst genoemd en Zijn vrede zal zijn over de ganse schepping.
Dat de schepping na de zondeval aan de mens toch nog in uitbundige pracht en praal gelaten is, staat niet los van Zijn komen in deze wereld.
Zijn éérste Komst is ook garantie voor de twééde Komst.
Het zal allemaal weer een keer helemaal nieuw worden. Daarover kan de Schrift in uitbundige bewoordingen spreken.
'Ziet Ik zal wat nieuws maken, nu zal het uitspruiten…'. Rivieren in de wildernis, wegen in de woestijn! Voor doornstruiken gaan dennebomen op! Psalmisten en profeten hebben de Vredevorst van verre geschouwd en hebben door Hem de vòlle vrede voor de ganse schepping weer gezien.
'Er zal geen geweld meer gehoord worden in uw land, verstoring noch verbreking in uw gebied', zingt Jesaja in het hoofdstuk, waarin hij ons opwekt tot echte Kerstviering: 'maak u op, word verlicht, want uw Licht komt' (Jes. 60).
Als de verlossing van het volk Gods in de Schrift bezongen wordt, wordt de vrede voor de ganse schepping heel vaak tegelijk en voluit mee uitgezegd en bejubeld.
Jawel, het zal door de dag van het gericht heen gaan, eenmaal en tweemaal.
Die dag komt brandende als een oven (Mal. 4 : 1).
Die Dag is gekomen, toen Christus in de schroeihitte van de toorn Gods hing aan het kruis van Golgotha.
Die dag zàl komen als het eindgericht over mens en wereld zich voltrekt. Maar zo gaat de Zon der Gerechtigheid op.
'En er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen'.
Het komt goed. Vast en zeker.
De wolf en het lam zullen samen weiden. De leeuw eet stro.
Een kind speelt bij het hol van een adder. Geen verschrikking meer.
Geen leed meer op de ganse berg van Gods heiligheid.
Opnieuw harmonie
Wanneer een mens weer in een verzoende betrekking met God komt vanwege het bloed des Kruises, door de levendmakende Geest, gaan die machtige Schriftwoorden, met het uitzicht op van het land van vrede en gerechtigheid, meetrillen in het hart.
Een mens, die de Verlossing smaakt door het bloed der verzoening, ervaart heel diep de waarheid van het woord, dat het dan is 'alsof ik geen zonde had gekend of gedaan'. De verschrikking is dood.
Soms wordt dan ook eenheid met de ganse creatuur ervaren en daarin de vrede die toch volkómen komen zal.
De ganse schepping zingt dan mee. Vrede in het hart betekent ook vrede met de schepping. Die kan worden ervaren op een plek midden in de bergen. 'Alles wat adem heeft love den Heere'. Dat staat te lezen op bordjes, die de Marienschwestern op plekken hebben gehangen, waar de panorama's majestueus zijn. Maar er behoeft geen bordje te hangen om het daar te ervaren.
Ooit zei een dominee, datje God kon ervaren onder een boom, wanneer de wind door de takken speelt. Oppassen dat we zo niet bij een natuur(lijke) theologie uitkomen. God is niet in de wind als zodanig. Maar wel is de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, van dien aard, dat de vrede vàn en vóór de ganse schepping wordt meebeleefd. Dat beleeft een mens dan wel vanwege de Vredevorst, Christus.
Daarom is ten diepste voor de gelovige de onvolkomenheid van de schepping, het geweld en de verschrikking, die allerwegen zichtbaar zijn, een oorzaak voor het zuchten met de ganse creatuur. De Geest zucht in ons, geeft heimwee naar de volkomenheid, als niemand meer zal zeggen: ik ben ziek.
Dit heimwee geeft een nieuwe beleving van en omgang mèt de geschapen werkelijkheid. Bij alles, waarover de mens rentmeester is, zal hij zich – om nog eens dit woord van Calvijn te citeren – 'niet lichtzinnig gedragen'.
We behoeven overigens niet krampàchtig te bewaren, niet nieuw te houden wat uiteindelijk toch moet verdwijnen. Want ook geldt het woord van de psalmist: 'Als een kleed zal 't al verouden,
niets zal hier zijn stand behouden.
Maar het wordt nieuw. En op de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde komt niets binnen wat verontreinigd is en gruwelijkheid doet.
Het is daar alles gereinigd, schoon gemaakt, door de louterende werking van de Geest, die het uit de Vredevorst neemt en ons verkondigt.
Kerst… een feest, naar de toekomst gericht!
v. d. G
[Tekst foto: In het zweet des aanschijns...
'Raam in de Cathedral van Canterbury.']
[Tekst foto: Een huis in Chester met opschrift: 'De Vreze des Heeren is een fontein van leven'.]
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1989
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 december 1989
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's