2 Januari
Ingezonden
Deze datum is erg belangrijk voor hen die voorgangers moeten vragen om in de diensten voor te gaan. En nu is 2 januari al weer dichtbij. De lijsten van de zondagen/feestdagen/bid- en dankdagen worden gemaakt, en 2 januari vroeg wordt de telefoon genomen en nummers gedraaid van diverse pastorieën.
Nu wil ik graag een paar vraagtekens zetten bij deze al jaren in zwangzijnde gang van zaken.
1. Waarom is er deze urgentie? Ik zou dat kunnen begrijpen als het ging om voorziening voor de diensten van 1990, maar het gaat al om de diensten in 1991(!). Op 2 januari 1990 spreekt men af voor b.v. Kerst 1991!
Is dat goed? Staat niet ergens in de Schrift: 'Zij die geloven, haasten niet' (Jesaja 28 : 16)? Ik wil zeker voor Nederland niet naar de situatie in Peru waar je soms zó maar werd uitgenodigd naar voren te komen en te preken. Het is zeker goed geruime tijd van tevoren een preekrooster te hebben. Maar in plaats van 2 januari zou beter 2 mei of 2 juni gekozen kunnen worden als datum van invulling van sprekers; dan is vóór de vakantietijd het rooster voor het volgend jaar nog rond.
Waarom heeft de G.B.-sector van de kerk meer haast in dezen dan de andere sectoren? De G.B. verwacht het toch volstrekt van de Heilige Geest en niet van een gerenommeerde prediker die veel mensen trekt? (ook al weet ik dat de Geest door mènsen werkt, maar dan door zwàkke mensen, door hen van wie wij het vaak niet verwachten, omdat de Geest volstrekt vrij is!).
2. Nu ons allen de milieuvervuiling zozeer ter harte gaat, is het wellicht goed sprekers te vragen die binnen een straal van 20 à 25 km wonen! Ook garandeert dat meer de zondagsrust (en de gezinsrust). En het geld dat u anders aan vergoeding van afgelegde kilometers moet betalen, kunt u dan aan de zending of andere instanties geven!
Het zijn maar enige overwegingen. Ik verwacht eerlijk gezegd niet dat velen aan bovenstaande direkt gehoor geven. De 'traditie' is nogal onbuigzaam. Maar je weet nooit. Wellicht dat er op den duur beter naar Jakobus wordt geluisterd: 'U die daar zegt: Wij zullen heden of morgen naar die en die stad op reis gaan, wij zullen er een jaar doorbrengen… U die niet weet wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven…? In plaats van dat u zoudt zeggen: Indien de Heere wil en wij leven, zo zullen wij dit of dat doen' (4 : 13-15).
Dat is een oproep om bij de dàg te leven. Laten we onze agenda die ons toch al zo beheerst, niet verder dan één jaar vooruit plannen! Dat de voorgangers èn die hen bellen voor preekbeurten daarin het (goede) voorbeeld geven!
J. E. de Groot, Gorinchem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's