De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Van de tachtiger naar de negentiger jaren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Van de tachtiger naar de negentiger jaren

12 minuten leestijd

We sluiten niet alleen het jaar 1989 af, we zijn ook in de laatste week van de tachtiger jaren gekomen. Met het binnengaan van de negentiger jaren treden we ook het laatste decennium van een duizend-jaar-kring binnen. Wie nog tien jaar in het leven gespaard zal blijven zal de wisseling rondom het jaar 2000 meemaken, als Christus nog niet is teruggekeerd op de wolken des hemels. Ongetwijfeld zullen in de jaren, die voor ons liggen, vele en velerlei prognoses met betrekking tot dit magische jaar worden gemaakt. Toch heeft voor de christen geen enkel jaartal iets magisch. Er zijn weliswaar steeds weer secten, die aan bepaalde jaartallen zwaar gewicht hechten en daaromtrent allerlei verwachtingen uitspreken. Het jaartal tweeduizend zal daartoe zeker ook behoren. Maar voor de christen is slechts één jaartal doorslaggevend, het jaar van Kruis en Opstanding van onze Heere Jezus Christus. Vanaf die jaarkring tellen we de jaren naar de laatste Dag toe, de Dag van Zijn wederkomst. Het Kruis vormt het centrum van de geschiedenis. Vanaf het Kruis en dankzij het Kruis wordt de geschiedenis geschreven naar de toekomst, die alleen in Gods Handen vast ligt en die alleen aan Hem bekend is.

Verlies en winst
We hebben er weinig behoefte aan een soort verlies- en winstrekening op te maken over de tachtiger jaren. Voor ieder persoonlijk zal die rekening verschillend uitvallen. Wie verliezen in het persóónlijke vlak afzet tegen winst in het materiële sluit tòch met een verliesrekening. Wie geestelijke winst afzet tegen verliezen van welke aard dan ook eindigt positief, hoe dan ook.
Wat de kerk betreft kunnen we ook van winst en verlies spreken. Er is in de tachtiger jaren veel geschreven en gesproken over kerkverlating. De ontkerstening zette door en de ontkerkelijking hield er gelijke tred mee of was er een stap op voor. Er zijn situaties getekend en prognoses gemaakt. Ook de nog meelevende kern raakte in de greep van de ontkerkelijking. Echte winst is maar zelden geboekt, of het moest zijn dat er winst bij de één was (bij de ene kerk of de ene gemeente) ten koste van verlies bij de ander. Maar echte winst van de kerk, als resultaat van werfkracht naar buiten, naar de wereld is er niet geweest, ook al mogen we geloven, dat het God heeft behaagd ook in de tachtiger jaren de Zijnen te trekken uit de wereld tot het wonderbare licht van Zijn genade.
In bepaalde kringen pleegt men herhaaldelijk te spreken van grote opwekkingen, die dan hier dan daar plaatsvonden. Maar we passeerden intussen wel de grens van vijftig procent van boven naar beneden. In het jaar 1989 werd voor het eerst een cijfer van kerkelijke betrokkenheid van het Nederlandse volk gemeten, dat ònder vijftig procent ligt. Verlies dus naar álle kanten, met verder hoogstens verschuivingen


Maar in de kerk tèllen we niet maar wégen we. Wat in mensenogen soms winst is, kan verlies betekenen in Gods oog en omgekeerd. Toen Elia dacht dat er in zijn dagen niemand meer was (dan hijzelf!), die de knie voor Baäl niet gebogen had, kreeg hij te horen van Hem, die de Zijnen bij name kent, dat er ook in die tijd nog zevenduizend godvruchtigen waren overgebleven. Elia wist niet waar ze zaten. Maar ze waren er. Nochtans! Zo zal het ook zijn in onze tijd. Wie vandaag mocht menen nog de enige te zijn die over is, of nog tot de enige kring te behoren die getrouw geacht mag worden, komt vandaag of morgen het ontdekkende Woord van de Heere Zelf tegen.

De dag der kleine dingen
Ook in de tachtiger jaren ging het kerkvergaderende werk des Heeren door. Op zich is het een wonder van de Heüige Geest, dat ook vandaag tienduizenden bij de kerk behoren (hoe gemotiveerd dan ook), die honderd jaar geleden nog niet leefden. De kerk zelf is door de tijden heen altijd weer de gróte Opwekking geweest. In de lijn der geslachten, in de lichtkring van het Verbond ging de Heilige Geest, dwars door menselijke ontrouw heen, door met het toebrengende of het bewarende werk in de gemeenten. Het is bij God bekend hoeveel zegen er her en der is geweest. De verliesen winstrekening ligt ook alleen bij Hem ter inzage. Er is een Boek voor Zijn aangezicht, een Boek der gedachtenis.


We mogen daarbij overigens de dag der kleine dingen niet verachten. Her en der werd geschreven óver en verlangd náár een geestelijke vernieuwing in de kerken. Ze was er intussen misschien meer dan we ontwaren. De Geest werkt(e) in het verborgene. Maar we sloegen misschien wel eens te weinig acht op de kleine dingen. Er mag verheugenis zijn over het feit, dat ook vandaag nog duizenden jongeren de fakkel van de ouderen mogen overnemen. De tachtiger jaren waren wat dit betreft ook gekenmerkt door een opleving van jongerensamenkomsten. Zouden we niet hopen en vurig bidden, dat daaruit een nieuw élan binnen de kerken geboren mag worden? Is er enerzijds ook de klacht geweest – en er was alle reden voor – van geesteloosheid, verstarring, verdorring of verschraling, anderzijds was er ook nieuw enthousiasme. In dit laatste woord zit het woord geest. Wanneer er werkelijk sprake is van geestelijke vernieuwing, ook onder jongeren dan is er en-Thousiasme.
In de tachtiger jaren signaleerde de één verrechtsing en de ander verlinksing. In beide gevallen kan het intussen geesteloos toegaan. En buiten de kaders van die vruchteloze discussies kan nieuw leven opbloeien ver van de baan waar de kibbelende karavaan verder trekt. Terwijl ouderen disputeren zijn kinderen soms bloemen aan het plukken in de wei.
Het zal tot de verantwoordelijkheid van ouderen en jongeren samen behoren om dáár, waar zich nieuw leven, nieuwe betrokkenheid ontplooit, ook al is het in kaders, die soms anders zijn dan de vertrouwde, er zorg voor te dragen dat er sprake is van overdracht van de fakkel van ouderen naar jongeren. De hand niet kan zeggen tegen de voet: ik heb u niet nodig. Laten we acht geven op de dag van de kleine dingen. Het kan wel eens zijn, dat er sprake is van spade regen, die we niet opmerken en waarvan we de derhalve de zegen missen, terwijl kanalen in andere richting worden afgebogen. Met het laatste bedoel ik, dat anders jongeren (ook ouderen) kunnen afvloeien naar groeperingen, die tijdelijk een schone schijn hebben maar op den duur niet dat fundament hebben, dat voor de kerken nu al zoveel eeuwen heeft gediend om de stormen van de tijd te trotseren.

1989
Het jaar 1989 is kerkelijk gezien, met name wat ons hervormd kerkelijk leven betreft, een stormachtig jaar geweest. Er werd geschud aan de fundamenten der kerk door opvattingen aangaande de Opstanding, die wat de Schrift betreft luchtwaardig dienen te zijn maar die, wat de instanties betreft, die hier uitspraak moesten doen, gedoogd konden worden. De grondslagen van de kerk zouden niet zijn aangetast. Van allerlei kanten werd aangedrongen op onderzoek van deze zaak. Toen uitgesproken was dat Van Gennep de fundamenten van de kerk niet heeft aangetast, heeft het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond er bij het moderamen van de synode op aangedrongen duidelijkheid te scheppen naar de gemeente toe. Voordat die brief bij het moderamen kwam, was er echter al een opdracht uitgegaan om te komen tot een pastoraal geschrift naar de gemeente toe. Als we goed zijn geïnformeerd wordt gepoogd met voortvarendheid een boodschap tot stand te brengen, waarin de kerk naar de gemeente toe duidelijk maakt wat we geloven als we zeggen te belijden de Opgestane Heere. We hopen en bidden om een krachtig Getuigenis.


Hoewel de kwestie van de belijdenis van de Opstanding qua belangrijkheid nummer één was en dit ook helemaal moet zijn in de bezorgdheid binnen de gemeente, de kwestie van de homosexualiteit bracht méér rumoer teweeg. Het is lang geleden dat de kerk zo in haar sponningen beefde als dit jaar. Zou het kunnen zijn dat er zoveel commotie rondom de homomotie kwam, omdat zich vrijwel tegelijkertijd die hoogst ernstige aanval voordeed op de belijdenis aangaande de lichamelijke Opstanding van Christus? In de kerk kunnen draden onderhuids samenkomen, terwijl bovenhuids maar één ontlading merkbaar wordt.

De homomotie van juni bracht grote deining. In de novembervergadering werden de zaken weer tot hun juiste proporties teruggebracht. Daarover was grote dankbaarheid. We werden ervoor bewaard als kerk uiteengereten te worden. Nimmer heb ik de afgelopen (zeg) tien jaren zoveel brieven ontvangen (voornamelijk van buiten de Hervormde Kerk), waarin breken met de Hervormde Kerk als gehoorzaamheid aan Christus werd aangeprezen. 'Jezus Christus kan het Hoofd van de Hervormde Kerk niet zijn', schreef mij iemand. 'Hij is het Hoofd van de Vrijgemaakte Kerk en dergelijke', zo werd eraan toegevoegd. In dat 'en dergelijke' ligt intussen de nood ter andere zijde. Kan Christus dan wel het Hoofd zijn van een gesnipperde kerk? Er is sprake van een ver-deelde (historische) Hervormde Kerk en een ge-deelde Hervormde Kerk. Hoe Christus daarin nochtans het Hoofd van Zijn gemeente is en kan zijn onttrekt zich aan onze logische gevolgtrekkingen. Er is evenwel desondanks sprake van de unio mystica, van de verborgen eenheid van het Lichaam van Christus, met het éne Hoofd Christus zelve.


Anderzijds ging de Hervormde Kerk langs de rand. Want wat geschied is, is niet niets, Het liet ongetwijfeld ook een diepe wond na. We hebben kerkelijk gezien ook een geduchte waarschuwing gehad. De tegenstellingen, die er altijd al waren, liepen huizenhoog op. Dat desalniettemin de eenheid bewaard bleef mag als een wonder van de Heilige Geest gelden. Laat ik dat hier bewust een keer zó neerschrijven, Toen op de novembersynode met één stem meerderheid de angel uit het junibesluit werd gehaald, werd vervolgens de kerk geleid tot een eenparig besluit. Als het aan de synode zelve gelegen had, had het ook anders kunnen uitpakken, toen men namelijk met stemmenverhouding 27-26 eerst over het scherp van de snede ging. Moeten we niet in verootmoediging zeggen, dat we als Hervormde Kerk nog weer een kans van Godswege hebben ontvangen?

Godsbeeld
Eerder schreven we dat met moties en synodebeshssmgen de kerk met gezond wordt gemaakt. Het is zonneklaar, dat ook de laatste synodevergaderingen geen wezenlijke verandering van inzichten, geen hartgrondige bekering te zien heeft gegeven. We werden juist geconfronteerd met diepgaand verschil als het gaat om het Iezen van de Schrift en het trekken van de consequenties daaruit in ethische zaken. Als zodanig blijft het jaar 1989 diep m het geheugen gegrift: een mijlpaal in negatieve zin. Als wij eerder onze dankbaarheid neerschreven over de afloop van de novembersynode dan was die dank bedoeld aan Hem, die òns ondànks, een verrassende wending gaf aan een kwalijke koers, die we als kerk leken te zullen gaan.
Het is overigens een bittere ervaring geweest te moeten constateren, dat hier en daar de suggestie werd gewekt alsof we de zaak zélf, die als kwestie gebleven is, niet ernstig genoeg namen. We hebben letterlijk gezegd dat de zaak zelf recht overeind is gebleven. We zijn – het zij nogmaals gezegd – opnieuw geconfronteerd met een zaak, waarin kerk tegenover kerk staat, Schriftgeloof tegenover geloof staat, dat ook in het eigenlijke levensgevoel wortelt.


Tijdens de bewuste synodezitting in november stond prof. dr. G. H. ter Schegget in de wandelgangen oog in oog met hervormd gereformeerde synodeleden. Hij voegde ons als hervormd-gereformeerden toe: u hebt een verkeerd Godsbeeld. Dan moeten we – zo voegden we hem toe – om elkaars bekering bidden. Inderdaad is er ook binnen de kerken vaak sprake van een elkaar niet (meer) verstaan omdat de God, die we belijden, niet meer Dezelfde is voor ieder. Geloven we in God die Zich in Zijn Woord heeft geopenbaard of in een God, die zó dynamisch is, dat Hij Zich in elke tijd anders vertoont en het zelfs op een accoord gooit met de goden van de tijd?

Zorg en hoop
We gaan niet zonder zorgen de jaren tachtig uit. We nemen grote problemen mee de jaren negentig in: de secularisatie, het Samen op Weg proces, waarvan het élan in de tachtiger jaren sterk is verminderd, het conciliair proces, dat weer nieuwe scheidslijnen lijkt aan te kondigen.
De sociologen voorspellen verdere afbrokkeling van de 'grotere' kerken en stabilisering of groei van gereformeerde of evangelische kernen. De tijd zal het leren.
Intussen staat telkens weer een nieuwe garde jonge predikanten aangetreden. De tachtiger jaren waren voor hen (mede) gekenmerkt door de – op zich niet te rijmen – vraag of er een plaats in de wijngaard zou zijn. Tot heden is dat allemaal 'meegevallen', al was de 'keuze' van gemeenten gering. De doorstroming in het beroepingswerk stagneerde en jonge predikanten kwamen soms in gemeenten, waar ze niet helemaal de aansluiting vonden. Bovendien bleek nogal eens dat de ethiek van het beroepingswerk schade lijdt door de krappe 'markt' in het beroepingswerk. Ook die zorgen nemen we de jaren negentig mee in.

God geeft echter ook vandaag aan Zijn kerk jonge dienaren. Wie Hij roept zal Hij ook zenden. Mogen ze bedeeld worden met creativiteit van de Heilige Geest om in een tijd, waarin we als christenheid meer en meer merkbaar een rninderheid gaan vormen, de bazuin te steken, de klaroenstoot van hoop te doen horen in een wereld wankelend ten dode.
We gaan nochtans op weg met gegronde verwachting. God zal altijd Zijn eigen Woord zegenen. Ons gebed zal zijn voor een gebaande weg van dit Woord in kerk en gemeente en om vernieuwing door de Heilige Geest. De Geest schrijft wegen in de tijd, ook in de negentiger jaren.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Van de tachtiger naar de negentiger jaren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's