De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

14 minuten leestijd

Als er muren vallen
Er gaat wel geen dag voorbij of krant of journaal houden ons op de hoogte van ontwikkelingen in Oost-Europa. Hongarije, de DDR, Polen, Tsjecho-Slowakije, Bulgarije… het zijn namen van landen waarin zich in meerdere of mindere mate hoopvolle ontwikkelingen voltrekken. En op de achtergrond van dat alles is er de vraag: Wat zal de politiek van Gorbatsjov in Rusland gaan opleveren? Hoe zal het gaan nu in de verschillende delen van dit gigantische land de roep om hervormingen klinkt? Zullen Roemenië en Albanië kunnen volharden in hun starre machtspolitiek, op Stalinistische leest geschoeid? Welke rol gaat China spelen? Het is geen wonder dat dit stof tot bezinning oplevert voor historici, politici en economen. De afbraak van de Berlijnse muur, de openstelling van de grenzen heeft velen met nieuwe hoop vervuld. Staan we aan de vooravond van een nieuw beleid ten aanzien van vrede en veiligheid? Een van hen, drs. E. J. Korthals Altes omschrijft zijn hoop in een artikel in EC van 8 december als volgt:

'Als de muren vallen in Oost en West… komt er een einde aan een van de meest bizarre periodes uit de geschiedenis:
– dan komt er uitzicht op een Europa met een menselijk gezicht waarin mensenrechten, democratie alsmede een vrij verkeer van personen, ideeën en goederen, mogelijk worden;
– dan smelt overnacht het kunstmatige vijandsdenken en ontluikt een gevoel van wezenlijke verbondenheid met de mensen in Centraal en Oost-Europa;
– dan komt er een abrupt einde aan een wapenwedloop die groteske proporties heeft aangenomen en dit jaar de 1000 miljard dollar overschrijdt;
– dan stopt de pervertering van het menselijk brein die zich voordoet bij het ontwikkelen van steeds weer nieuwe nog geraffineerder wapensystemen;
– dan wordt het streven naar superioriteit door middel van nieuwe wapentechnologieën verlaten;
– dan wordt ingezien dat wezenlijke veiligheid niet kan berusten op dreiging met wederzijdse verzekerde vernietiging maar op de verbintenis tot samenwerking;
– dan kan eindelijk recht gedaan worden aan de wezenlijke prioriteiten: de Derde-Wereldproblematiek en het keren van de grootschalige vernietiging van ons leefmilieu.
Eenvoudig zal de omschakeling van het negatieve denken en handelen naar een positieve benadering, niet zijn. Het is nu eenmaal gemakkelijker ergens tegen te zijn dan voor iets. Zeker na meer dan veertig jaar vijandige confrontatie waarbij de tegenstanders hun veiligheid zochten achter de dreiging met wederzijdse verzekerde vernietiging. De "geloofwaardigheid" daarvan werd niet alleen onderstreept door de middelen en strategieën, maar ook door te wijzen op de vastberadenheid zonodig tot de totale vernietiging over te gaan. Of daarmee dan ook de te verdedigen bevolking verdween was niet relevant. De publieke opinie werd in slaap gesust want "het ging immers alleen maar om politieke wapens". Intussen deden wel steeds meer "vechtwapens" hun intree en werden de strategieën voor "effectief" gebruik evenals de identificatie van talloze doelen verfijnd.
Het proces van normalisering van de Oost-West-betrekkingen zal decennia duren. De tienduizenden kernwapens kunnen niet zomaar naar de vuilnishoop, en tanks zijn geen luciferdoosjes! Het onschadelijk maken van chemische wapens kost meer dan de aanmaak! Ook de omschakeling van de zeer grote wapenindustrie zal jaren vergen.
Grote zorg is er ook over de zeer slechte, ja soms wanhopige economische situatie in Oost-Europa. In Polen is al sprake van een noodtoestand. Indien er een strenge winter komt is een volksverhuizing van miljoenen Oosteuropeanen naar onze westelijke landen geenszins uit te sluiten.
De problemen van het op gang brengen van de door het communistische systeem vastgelopen economieën zijn gigantisch.
Er kan geen twijfel bestaan over de noodzaak om vanuit het Westen op zeer korte termijn over te gaan tot het verlenen van omvangrijke noodhulp. Het gaat daarbij om humanitaire hulp terwille van het overleven van velen. Een hulp die niet afhankelijk mag zijn van allerlei politieke eisen waaraan eerst zal moeten worden voldaan.
Daarnaast is er de noodzaak voor een breed opgezet economisch samenwerkingsprogramma. Dit kan niet tot stand komen zonder een overzichtelijk programma van Oosteuropese zijde. Waar liggen de prioriteiten? Dat hierover in het kader van de EG onderhandeld wordt en dat hiervoor, binnen zekere grenzen, politieke voorwaarden gesteld worden, ligt voor de hand. Het criterium zal daarbij echter niet moeten zijn of die landen bereid zijn ons systeem over te nemen. Wèl zal gelet moeten worden of de economische steun zinvol verleend wordt en past in het kader van een door de meerderheid van de bevolking voorgestaan beleid.'

Hoop, maar tegelijk nuchterheid en een open oog voor de problemen die de nieuwe verhoudingen met zich meebrengen. De vraag die Korthals Altes stelt is of West-Europa echt bereid is tot solidariteit, ook als dat voor onszelf offers met zich meebrengt. Hij kritiseert de 'zuinigheid' die op dat punt aan de dag gelegd wordt. Ten aanzien van Polen wijst hij erop dat we niet mogen vergeten hoe vele Polen in de Tweede Wereldoorlog ook voor onze vrijheid het leven gelaten hebben.

Vijftig jaar
Dat brengt je terug bij het verleden. Hedendaagse ontwikkelingen staan niet los van het verleden. Bovendien is er, hoe clichématig het mag klinken ook de les van de geschiedenis. Daarover schrijft in hetzelfde blad prof. dr. J. T. Bakker:

'Eén van m'n allereerste volwassen-mensen boeken was Onrust in het land van Masaryk; ik was 14 en het was 1938, het boek van Van Heuven-Goedhart verscheen vlak voor het moment, dat Tsjecho-Slowakije in de steek gelaten, opgedeeld en bezet werd. Dat is nu eenenvijftig jaar geleden. En ik heb alle foto's weer bekeken en herkend; van Masaryk en Benesj en van Henlein, die de deur voor Hitler openzette. Een land is er niet gelukkiger om, als het veel jaartallen in z'n geschiedenis heeft. Tsjecho-Slowakije heeft die wel. Teveel. 1938: München; 1939: Duits Protectoraat tot 1945. 1948: Communistische Putsch; 1968: begin en einde van de "Praagse Lente". Daarna een "zuivering" van de communistische partij, die elk spoor van zelfstandig denken en creativiteit vertrapte.
In 1938 en '39 deed het democratische Westen niets. In 1948 en 1968 weer niets; kon het vermoedelijk ook niets doen. Hoe dat ook zij: op de rekening over en weer, die wij in het Westen hebben met dat vreemde staatje, in 1918 geformeerd, liggen we aardig achterop.
Vijftig jaar; vanaf dat eerste jaartal tot vandaag. Geen enkel jaar zonder dreiging of onderdrukking; zonder vernedering; zonder indoctrinatie; zonder doen-alsof; zonder schizofrenie tussen het publieke en het privéleven. Van de handen van de ene in die van de andere dictatuur. Hoe zouden wij er uitzien na vijftig van dat soort jaren? Wat zou er van onze ruggegraat nog over geweest zijn?
In Washington zei Lech Walesa: op de oever staat een hele menigte ons toe te juichen in plaats van ons een reddingsgordel toe te gooien. De vrijheid, die Centraal-Europa bezig is te veroveren, heeft hún waarachtig al genoeg gekost. Zouden wij niet aan de beurt zijn voor een paar nota's?'

Ook hier de vraag naar de houding van West-Europa. Er is dunkt me ook nog een ander aspect. We zijn dankbaar dat het communistisch systeem in verschillende Oostbloklanden afgebroken wordt. Het is wel de vraag waaruit die dankbaarheid voortkomt. Er zit een valse toon in, als we alleen maar zouden spreken over 'het beest van het communisme' zoals ik ergens las en zouden zwijgen over de gevaren van het geseculariseerde West-Europa waar velen bezeten zijn door een welvaartsideologie en maar al te makkelijk knielen voor de afgoden kapitaal en economische groei. Ik wil niets afdoen van de onmenselijkheid van het communistisch systeem – Roemenië is daarvan nog altijd een schrikwekkend voorbeeld. Maar laten we de antigoddelijke machten niet alleen zoeken in Oost-Europa. Als de grenzen opengaan en er in de toekomst verkeer tot stand komt tussen Oost en West, wat heeft West-Europa de volken van Oost te bieden? Wat zijn in geestelijk opzicht de levensbronnen van ons werelddeel?

De taak van de kerk
Verschillende scribenten houden zich ook bezig met de taak van de kerk bij de ontwikkeling van de nieuwe verhoudingen in de landen van Oost-Europa. Nu allerwege de roep om hervormingen en gezonde democratische verhoudingen klinkt is er de vraag: Kunnen de kerken leiding geven? De geluiden zijn niet eenduidig. Zo las ik in een artikel van Rex Brico in Elsevier van 18 november dat de in Hongarije woonachtige Roemeense dominee Janos Molnar zich zorgen maakt.

'Nu de staat zijn handen meer en meer van de burgers aftrekt en de kerk nauwelijks in staat lijkt hen een soort alternatieve leiding te bieden, ziet Molnar een moreel vacuüm ontstaan, waarin alles mogelijk is. Molnar is overigens niet de enige Oosteuropeaan die dit fenomeen ontwaart en er zich zorgen, over maakt. Ook de Poolse theologe en pastoraal werkster, Halina Bortnowska, bleek zich tijdens het Pax Christi-congres grote zorgen te maken over de geestelijke wonden, die veertig jaar communistische overheersing in haar land hebben geslagen. Sprekend over die wonden onderscheidde ze allereerst de apathie die was ontstaan, de neiging om alles maar op zijn beloop te laten omdat verzet toch op niets uitliep. Dan noemde ze het alom aanwezige gevoel niemand meer te kunnen vertrouwen en overal een samenzwering in te vermoeden. Heel duidelijk kampen Oosteuropeanen volgens Bortnowska ook met de gewoonte om in alles de schuld van anderen te zien en zichzelf vrij te pleiten. Niet alleen is het besef van zonde gereduceerd, maar ook de bereidheid tot dankbaarheid. Vervolgens noemde de Poolse de egocentriciteit die alle lijdenden kenmerkt, alsof de hele wereld om hun lijden draait. En ten slotte vermeldde ze de verminking van identiteit, die aan elk lijden eigen is. Door de zelfverachting, die eruit voortvloeit, zouden velen hun identiteit opblazen en zichzelf als uitverkorenen presenteren. Tegenover dit alles had de kerk ook successen geboekt, aldus Bortnowska. Zo was het vooral aan haar te danken dat slachtoffers niet geïsoleerd geraakt waren zoals de communisten wilden, of dat het Poolse volk nu wars is van wraakgevoelens. Anderzijds legde ze er de nadruk op dat allen die onder het communisme geleden hebben, met de genoemde erfenissen belast zijn: gelovigen en ongelovigen, priesters en bisschoppen. Ze vroeg zich dan ook af of een zieke wel een zieke kan genezen. Ze had daar geen antwoord op, behalve dat mensen samen vaak tot meer in staat zijn dan op hun eentje. "Maar een ding weet ik zeker," aldus Bortnowska, "dat is dat ik niet bereid ben te lijden in de naam van een heilige markteconomie. Dat is niet genoeg. Als ik moet lijden, dan in de naam van een solidariteit, die de zwakken en de gewonden niet onverzorgd achterlaat. Want het Koninkrijk dat we verwachten, is geen rijk van de markt."'

Gemeentecontacten dringend nodig
Welke steun kunnen de kerken in West-Europa hier bieden? Er bestaan vele contacten tussen Nederlandse kerkelijke gemeenten en de DDR. Er studeren theologische studenten in Polen, Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Oecumenische organisaties proberen bruggen te slaan. Dat alles is uitermate belangrijk. Ten aanzien van de DDR las ik in Centraal Weekblad van 1 december een bijdrage van dr. J. Rinzema over een conferentie, gehouden in Driebergen tussen afgevaardigden uit de DDR en de Europacommissie in Nederland. Ter sprake kwam o.a. het gegeven dat zovelen gevlucht zijn naar de Bondsrepubliek, maar ook dat velen, met name christenen, niet willen vluchten.

'Er zijn zeer veel burgers, die niet naar het Westen willen, waaronder ook veel christenen. Zij voelen een roeping tegenover het land, waarin zij door God zijn geplaatst.
De gedachte van een "hereniging" tussen de beide Duitslanden vindt in de DDR weinig aanhang. Er is veel angst voor "kapitalistische toestanden". Toen ik vroeg, wat ze daarmee bedoelden, kwamen we eigenlijk terecht bij Amerikaanse toestanden. Zij willen een land met goede sociale maatregelen, met bescherming voor de zwakken, eigenlijk dus een soort sociale democratie.
Maar nu komen de problemen: Behalve de leden van de communistische partij, de SED, zijn er in de DDR nauwelijks mensen met politieke bestuurservaring. Men praat over democratie, maar men weet niet eens hoe het werkt. Het Duitse Keizerrijk, de naziperiode noch wat daarna kwam, was geschikt om aan burgers van de DDR duidelijk te maken wat een democratische gezindheid is. Juist om deze reden – zo zeiden de woordvoerders van de DDR – hebben wij ook in de toekomst het contact met Nederlanders dringend nodig. Onze vragen zijn: Hoe werkt een pluralistische maatschappij? Welke rechten hebben minderheden? Hoe moet onze houding ten opzichte van buitenlanders zijn? Wat zijn democratische spelregels? Wat is in een samenleving, die de kerk niet meer discrimineert, de navolging van Christus?
Met al deze vragen hebben zij weinig ervaring. Daarom verwachten zij in de toekomst heel veel van het contact met christenen uit Nederland.
Mient Jan Faber zei in een radio-interview in de NOS-rubriek "Met het oog op morgen" (11 november) dat hij het de kerken in de DDR kwalijk neemt, dat ze in vroegere tijden niet woordvoerders van de oppositie zijn geweest… Mient Jan Faber is in 1982 voor het laatst in de DDR geweest. Hij weet dus, hoe het daar toegaat. Maar deze opmerking heb ik hem kwalijk genomen. Wanneer de kerk in vervlogen tijden zelf woordvoerder van de oppositie zou zijn geworden, dan was dit uitgelopen op kerkvervolging; dat zou dan het einde van de bovengrondse kerk betekend hebben.
Wel heeft de kerk veel betekend, doordat zij altijd een "Freiraum" is geweest voor oppositionele groepen. We kunnen b.v. denken aan de gebeurtenissen rond de Sionskirche in Berlin/Prenzlauerberg. Ook door het verschaffen van onderdak aan oppositionele groepen heeft de kerk veel moeite gehad en vaak een strijd moeten voeren met de overheid.
Egon Krenz heeft in de laatste weken de kerk te hulp geroepen als gesprekspartner. De kerk is het enige instituut, dat ervaringen heeft met organisatiekwesties.
Maar ook heel veel Neues Forum-afdelingen vergaderen in kerkgebouwen. En de kerken zitten op zondag weer vol, want in tijden van druk en nood zijn mensen vaak weer op zoek naar het houvast van het evangelie. Of zij willen of niet: Momenteel (en denkelijk ook in de toekomst) hebben (waar zoveel instituties van hun betrouwbaarheid zijn beroofd) de kerken een belangrijke sleutelpositie.
Dat betekent, dat we ze niet in de steek moeten laten, dat we veel voor hen moeten bidden, maar dat we ook door woord en daad moeten duidelijk maken, dat we met hen meeleven, en dat we – waar dit gevraagd wordt – ook heel graag bereid zijn om in deze heel belangrijke periode van de wereldgeschiedenis met hen te praten en samen met hen te denken over de juiste weg.'

Hier worden belangrijke dingen aan de orde gesteld. Stellig heeft de kerk in dit alles – en dat geldt ook de landen van het Oostblok – een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de samenlevingsvragen. Zij kan niet op de stoel van de politiek gaan zitten. Maar het is niet niets dat zovelen een leidinggevend en bemoedigend woord verwachten van de kerk, aan wie immers het Evangelie is toevertrouwd. Vurig is het te hopen dat de mogelijkheden tot contact zullen toenemen, opdat er over landsgrenzen heen iets mag ontstaan van die gemeenschap, waarin men over en weer eikaars helper is. De kerk… dat is immers het lichaam van Christus! En niet alleen landelijk, maar ook internationaal geldt: dat we elkaar hebben te dienen met de gaven ons geschonken.
Ik schrijf dit persoverzicht voor het laatste nummer van 1989. Wat de toekomst brengt, ook voor de volken van Oost-Europa, waar zoveel in beweging is, weten we niet. Wij mogen hopen en bidden, dat er wegen gevonden worden tot herstel van goede verhoudingen, politiek, kerkelijk en maatschappelijk. Niets zou erger zijn dan een vacuüm waarin destructieve krachten hun gang zouden kunnen gaan! Wij behoeven evenwel niet bij het vraagteken te blijven staan. Want wij weten dat de toekomst is aan Hem die in de stal van Bethlehem geboren is en die nu zit aan Gods rechterhand, Jezus Christus, de Koning der Koningen en de Heere der Heeren.
Met dit woord sluit ik af. U ontvangt hierbij de laatste persschouw van mijn hand. Na meer dan 20 jaar dit werk gedaan te hebben acht ik het nu nodig en goed dat een ander het eens overneemt. Ik dank de lezers hartelijk voor hun belangstelling die zij in de loop der jaren aan de dag legden zoals me uit tal van reakties, mondeling en schriftelijk telkens weer bleek. Met ingang van 1990 gaat ds. Maasland deze rubriek verzorgen. Uit ervaring sprekend mag ik zeggen: Het is boeiend en dankbaar werk om aan de hand van wat de pers biedt regelmatig te kunnen informeren over ontwikkelingen in kerk en zending, theologie en samenleving. Ik wens mijn opvolger toe, dat hij met evenveel vreugde als ik bezig zal mogen zijn in dit stukje werk, om ook op deze wijze gemeenteleden toe te rusten.

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 december 1989

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's