De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Naar het profetisch woord

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Naar het profetisch woord

10 minuten leestijd

Opdat vervuld zou worden hetgeen van de Heere gesproken is door de profeet zeggende: Uit Egypte heb Ik Mijn zoon geroepen.Mattheüs 2:15

Mattheüs wijst er met nadruk op dat het leven van de Heere Jezus verloopt naar het profetisch woord. En dat is niet iets van Mattheüs zelf, maar de Heilige Geest leidt hem daarin. De Heere heeft tevoren laten verkondigen hoe het zou gaan met Zijn Zoon. En dat hebben de profeten mogen zien, de één dit en de ander wat anders en ze hebben het mogen doorgeven, opdat het geslacht dat Hem zou meemaken zou kunnen zien: Hij is het. En zo verloopt het leven van de Heere Jezus naar dat profetisch woord. Het gebeurt dus niet allemaal zo omdat het voorzegd is, maar het is voorzegd omdat het zo zou gebeuren naar Gods raad.
Het is een wonder goede tijd geweest voor Maria en Jozef. Zelf de boodschap van de Engel ontvangen, eerst Maria en dan ook Jozef, zijn ze heerlijk bemoedigd door hetgeen de herders hen konden vertellen van de ontmoeting in het veld. En als ze naar de wet naar de tempel komen om het voorgeschreven reinigingsoffer voor Maria te brengen en hun eerstgeboren zoon te lossen, dan is daar die oude Simeon met zijn profetisch woord. Het zal ten dele voor hen duister zijn geweest, maar toch bemoedigend. En Anna heeft het hun bevestigd. En dan die komst van de wijzen uit het oosten met hun verhaal van de ster. Hoe bemoedigend is dit alles geweest. We lezen van Maria dat ze al die woorden in haar hart bewaarde en ze koesterde als kostbare schatten of edelstenen, ze telkens om en om kerende en zo steeds weer nieuwe glansen er in ziende. En die schatten mag ze meedragen in haar hart ook als die vrede wreed wordt verstoord omdat koning Herodes moordplannen heeft ten aanzien van hun kind.
De wijzen zijn niet meer terug gegaan naar koning Herodes. De Heere heeft hen gewaarschuwd om dat niet te doen. En in die nacht wordt Jozef gewaarschuwd en krijgt hij de opdracht om het Kind en zijn moeder te nemen en in Egypte te vluchten. Want Herodes dreigt het te doden.
Jozef gehoorzaamt zonder meer. Hij denkt niet hoe kan dat nu, het is toch Gods Zoon. Hij mag eenvoudig de Heere gehoorzamen op Zijn woord, zonder het te hoeven begrijpen. Dat is heerlijk, als Gods kind zo in alle eenvoud de Heere mag geloven op Zijn Woord en niet met allerlei bedenkingen komt.
Het Kind Jezus moet dus door de vlucht worden onttrokken aan de moordaanslag van Herodes. Dat heeft Johannes later mogen zien in dat visioen van de grote rode draak, dat is de oude slang, dat is de satan, die de vrouw, dat is de kerk, bedreigt en het kind dat zij zal baren wil verslinden. Openbaring 12. Het Kind wordt geboren, maar de Heere rukt het weg tot Zich. Het lukt Herodes niet en het lukt de satan niet als hij probeert de Heere Jezus straks te verleiden tot ontrouw en het lukt hem niet als hij door middel van het Joodse volk en Pilatus de Heere Jezus aan het kruis laat brengen. Want in die weg komt juist God tot Zijn doel en neemt Hij Zijn Kind op in Zijn heerlijkheid.
Maar de Heere laat wel toe dat Herodes een bloedbad aanricht onder de jongetjes in Bethlehem tot de leeftijd van twee jaar. Wat een leed komt er over dat toen nog kleine dorp. Leed omdat de haat tegen Jezus woedt.
En de Heere Jezus heeft het gezegd tijdens Zijn optreden op aarde, dat Hij niet is gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Want aan Hem zal het duidelijk worden of we voor Hem of tegen Hem zijn, bij Hem gaan de wegen uiteen. En die scheidslijn loopt soms dwars door de gezinnen en families heen. Wat een strijd en wat een leed vaak. Hoe ervaart het de kerk op aarde dat de wereld haar wel moet haten omdat ze van de wereld niet is. En nu mag het de ene keer openlijker zijn dan de andere keer, maar ze kan de kerk nooit liefhebben.

Zo moet de Heere Jezus hier vluchten naar Egypte. Daar werd ook eenmaal het volk Israël bewaard en op Gods tijd werden ze uitgeleid uit dat slavenhuis. Israël was bestemd om de Messias voort te brengen en zo heeft de Heere dat volk bewaard, dwars door alle ontrouw en afval heen en nu is Gods belofte vervuld en is de Heere Jezus geboren. Hij is de ware Israëliet en ook Hij wordt bewaard in Egyp­te om op Gods tijd terug te keren en als de Zoon geroepen te worden uit Egypte. Wat Hosea mocht zeggen van het volk Israël dat krijgt zijn volle beslag in de Heere Jezus. Hosea 11:1: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen. Dat houdt dus ook in dat Hij in het diensthuis is ingegaan en Zich buigt onder onze verslaving aan de zonde. En zo wordt Hij er uitgeroepen om een volk dat zich zelf niet uit dat slavenhuis kan verlossen te redden en tot vrijheid te brengen.
Want zo wordt Hij bewaard van het zwaard van Herodes om te sterven aan het vloekhout des kruises om zo de vloek weg te dragen voor vloekwaardigen. Wonder rijk Evangelie.
Nog een ander woord van een profeet krijgt hier de volle vervulling. Een woord van de profeet Jeremia, dat hij heeft gesproken toen het volk in ballingschap werd gevoerd. Hij hoorde toen als het ware de stammoeder Rachel uit haar graf komen en wenen over haar kinderen die in ballingschap gingen. Troosteloos omdat het nu nooit meer goed kon komen. En dan mag Jeremia het haar zeggen dat ze haar tranen kan drogen omdat er toch verwachting is dat er van haar kinderen weer terugkomen.
En nu is het Kind gevlucht voor de moordenaar Herodes. Het Kind, waarvoor de Heere het volk Israël apart had gezet en door de ballingschap heen had bewaard. Het is geboren en wordt bedreigd. Zal dan toch alles vergeefs zijn, zal het dan toch niet baten dat de Heere Jezus geboren is? Mattheüs hoort hier als het ware opnieuw Rachel wenen om het Kind, als troosteloos. Maar ook nu geldt dat er verwachting is, al staat het er niet in het bijzonder bij. Maar dat is de troost voor die moeders in Bethlehem die treuren om hun vermoorde kinderen. Want Herodes heeft alle jongetjes tot twee jaar oud vermoord. Martelaartjes om Christus' wil. Zo sprak de oude kerk van deze kinderen. En men geloofde dat ze daarom zalig waren. Hoe het ook zij, groot als die ouders dat hebben mogen geloven doordat de Heere het hen openbaarde, maar ook voor die moeders en vaders, die treurden over hun vermoorde kinderen was er maar één troost, en dat was dat het Kind, Jezus was behouden om Zich te kunnen geven als een rantsoen voor de zonden van zondaren. Dat te mogen geloven is de enige troost voor die ouders geweest. En dat is de enige troost voor ons mensen. Als daar iets van heeft mogen klinken in ons hart met het laatste kerstfeest, dat dit Kind geboren is ook voor mij, dan is het echt feest geweest. Geboren ook voor mij en geleden ook voor mij en zo opgestaan en levend voor mij. Om straks terug te keren in heerlijkheid om Zijn Koninkrijk te voltooien en Zijn kerk thuis te halen in de eeuwige heerlijkheid bij Hem.
Dat is ook nu de enige troost in een wereld van leed. De vijand kan ver gaan, zo ver als de Heere toelaat in Zijn wijsheid. Maar temidden van al het leed en van alle vijandschap en vervolging mag ook nu Gods kerk het ervaren dat Hij leeft, het Kind van Bethlehem. En dat kan ook alleen het volk van Roemenië tot troost zijn. Dat hebben Gods kinderen daar nodig, dat heeft heel het volk nodig. Hoe onvoorstelbaar groot het ook is dat er een einde is gekomen aan die tyrannie, als we niet meer hebben dan zijn we nog niet vrij. En dat geldt voor ons allemaal. We zijn vaak zo in de weer met allerlei vrijheden te verwerven en menen dan dat we het gewonnen hebben. En op zichzelf is het goed om te strijden tegen onrecht in de wereld en in de maatschappij, als we het maar niet verwarren met die echte vrijheid. En we krijgen vaak de indruk dat dit gebeurt. Dat we toch geen rust zouden kunnen vinden als we niet die vrijheid mogen kennen, die er enkel is door het geloof in Christus Jezus. Hij is bewaard voor het zwaard van Herodes, is gevlucht naar Egypte en straks komt Hij terug uit dat diensthuis om in Nazareth te gaan wonen. Ook daarin mag Mattheüs een stuk vervulling zien van het profetisch woord van Jesaja 11:1: Dat Hij Spruite zal worden genoemd, in het Hebreeuws Nezer. Gering, eigenlijk zonder verwachting, en toch spruit Hij uit en openbaart Zich als de Zaligmaker voor zondaren. En het volk heeft in die afkomst uit Nazareth iets onmogelijks en iets verachtelijks geproefd. Kan dat dan, zegt Nathanaël. Kan uit dat Nazareth zo iets goeds komen? En met verwondering en verheuging heeft de kerk dit mogen overnemen en mogen spreken van Jezus, de Nazarener. Hij, Die in onze verachting is ingedaald en zo satanskinderen tot Koningskinderen heeft gemaakt. Zo laat de Heere Zijn heil uitspruiten in harten van mensen, die het niet kunnen verwachten dat het ooit zou kunnen gebeuren. Want als we iets van onszelf leren kennen, van ons bestaan voor de Heere, wel, dan kan het eigenlijk niet meer. Dan zijn we het niet waard dat het gebeurt en dan weten we ook niet hoe het zou moeten gebeuren. Niet alleen dat we het zelf niet kunnen, hoe we het ook proberen, maar dan kan voor ons gevoel de Heere het ook niet meer. En zie, daar juist het wonder, dat Hij Zijn heil laat uitspruiten uit een dorre aarde, waar geen verwachting van was. Een afgehouwen, dorre stomp, en die gaat leven.
En zo mag Gods kind de Heere de eer geven en de dank brengen met hart en mond en met handel en wandel. Groeiend en bloeiend tot uitlokking tot de dienst des Heeren. Hoewel zelf steeds weer voor de Heere belijdend dat er zo weinig van uitkomt en smekend om steeds nieuwe genade. En zo juist in afhankelijkheid in een teer leven met de Heere levend en Zijn beeld vertonend in deze samenleving, in deze wereld.
De Heere gaat door en werkt nog. Dus het is nog te krijgen als we het nog missen. O, dat het zo'n gemis mag worden dan, dat we het niet meer kunnen uithouden zonder die Heere. Opdat ons noodgeroep tot de Heere komt en Hij op ons geroep weet te helpen. Hij wil ook nu op ons noodgeschrei grote wonderen doen. Zo doe Hij in Roemenië, zo doe Hij ons, zo doe Hij mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Naar het profetisch woord

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1990

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's