Willibrord (1)
In een pasverschenen boekje Over Willibrord gesproken (1989) verhaalt de schrijver, dr. P. P. V. van Moorsel, dat hij enige tijd geleden op een zekere dag werd opgebeld door kardinaal Simonis. De kardinaal verzocht Van Moorsel een boekje samen te stellen over Willibrord, in verband met het feit dat het op 7 november 1989 precies 1250 jaar geleden zou zijn dat deze 'apostel der Friezen' is geboren. Van Moorsel heeft aan dat verzoek voldaan. En hij is intussen lang niet meer de enige die of in Nederland of daarbuiten zijn licht heeft laten schijnen over de eerste missionaris in onze Lage Landen.
Het is gebleken, niet alleen uit het telefoontje van kardinaal Simonis, maar ook uit andere feiten dat de rooms-katholieke kerk hevig geïnteresseerd is in de herdenking van de man die als eerste hier in ons land het christendom verkondigde. En daar zit natuurlijk wat achter. Het gaat om de oudste papieren. De roomse kerk zou de oudste, de oorspronkelijke, de authentieke kerk in ons land zijn. De reformatorische kerken zijn maar van later tijd, afgescheiden kerken; zij zijn bijkomstig. Over de rug van Willibrord heen wordt een oude vete uitgevochten. Wie was er het eerst? De oude controverse tussen Rome en de Reformatie heeft nieuw voedsel gekregen. In het vechten om de beenderen van Willibrord wordt ons door de kerk van Rome nog wel een enkel bot en been van de 'heilige' toegeworpen, maar het eigenlijke skelet blijft van haar.
Willibrord twistappel
Er is dan ook, zoals de kranten berichtten, al een formele twist uitgebroken tussen de leden van de delegatie, bestaande uit rooms-katholieke en hervormde en enkele oud-katholieke deelnemers, die gezamenlijk een reis naar Ierland hebben gemaakt, en vandaar teruggekeerd zijn met een Ierse bijbel, als symbool van hetgeen Willibrord 1300 jaar geleden zou hebben gedaan. Ds. Wallet, de praeses van de Hervormde Synode, heeft na de reis laten weten, dat hij zich Willibrord niet laat afnemen. Blijkbaar voelde hij zijn kostbaar bezit bedreigd.
Wallet heeft erop gewezen dat Willibrords standbeeld, te Utrecht, dan toch maar staat voor een Hervormde kerk, te weten de St. Janskerk. En niemand heeft dat kunnen tegenspreken, al is het wel de vraag of het een sterk argument is.
In feite — maar dat zal vele lezers wel ontgaan zijn — heeft zich met dit alles herhaald wat ook al in de 16e eeuw, nadat de Reformatie zich breed maakte, heeft afgespeeld. Ook toen was er de strijd om het verleden en om de mannen van het verleden. Het heeft Luther en de andere hervormers ertoe geprest om zich intensief met dat verleden, dus met de geschiedenis van de kerk, bezig te houden. Begon de kerk pas met Luther of was zij er al eerder? Betekende de Reformatie een revolutie en een totaal nieuw begin of was zij een voortzetting van hetgeen er allang was? Welke kerk was een afgescheiden kerk, die van de Reformatie of die van Rome? Wie mag aanspraak maken op het levenswerk van grote mannen uit het verleden, met name van de Middeleeuwen?
Aan die vragen zit heel veel vast, veel meer dan wij hier verhalen kunnen. Wij willen ons trouwens beperken tot Willibrord.
Bijbel of kapel
Wie was eigenlijk Willibrord, en wat is het dat hij gedaan en hier in de Lage Landen gebracht heeft? De zojuist genoemde delegatie bracht uit Ierland een Ierse bijbel mee. Dat was een leuk gebaar, maar klopt het wel met de werkelijkheid? Heeft Willibrord ons de Bijbel gebracht? Als men op het St. Janskerkhof zijn standbeeld bekijkt, ziet men niet een bijbel in zijn hand, maar een kapelletje. Te oordelen naar hetgeen ik in de bronnen ben tegengekomen, moet ik zeggen, dat de Voorburgse kunstenaar, Albert Termote, die dit standbeeld heeft vervaardigd toch wel eens beter begrepen kan hebben wat Willibrords levenswerk is geweest dan onze huidige rooms-protestantse delegatie. In de levensbeschrijving van Willibrord kom ik heel wat meer tegen dat hij kerken bouwde, dan dat hij onder het volk de bijbel liet spreken. Wij hebben van de kersteningsarbeid van mannen als Willibrord wel een totaal verkeerd beeld als wij daarbij voor ogen hebben onze huidige evarigelisten die met hun bijbeltje erop uit trekken.
Overigens zal er ook rekening mee moeten worden gehouden dat er van Willibrord niet zo heel veel bekend is. Wel schreef de Nijmeegse hoogleraar A. G. Weiier onlangs een lijvig boek onder titel Willibrords missie (Hilversum 1989), maar ook hij heeft, bij alle geleerdheid in dit boek, toch over Willibrords leven maar weinig kunnen vertellen. Met Bonifatius, de 'apostel van Duitsland', ligt de zaak heel anders. Hij liet ons een heel corpus brieven na. Willibrord niet. Van Bonifatius kunnen wij ons een goed beeld vormen, van Willibrord niet. Dat alleen al maakt een strijd om het bezit van de figuur Willibrord zeer dubieus. Ik heb de indruk dat men vecht om iemand die men ternauwernood kent.
Ik weet natuurlijk zeer wel, dat er ooit een hele 'levensbeschrijving' van Willibrord is verschenen. En nog wel geschreven door de zeer geleerde Alcuinus, de latere hoftheoloog van Karel de Grote. En ik weet ook dat de Brittaniër Beda in zijn Kerkgeschiedenis ons ook het een en ander omtrent Willibrord meedeelt. Maar dat zijn dan ook vrijwel de enige literaire bronnen waarover wij beschikken om iets over onze Willibrord te weten te komen.
Heiligenlevens
Men zal zich bovendien goed bewust moeten zijn dat een levensbeschrijving toen heel wat anders was dan wat wij er nu onder verstaan. Wij stuiten hier op het verschijnsel heiligenlegenden. Steeds moet men zich afvragen, wat is waarheid en wat is legende? Zelfs de in onze ogen meest gewone feiten blijken soms niet aan de werkelijkheid te hebben beantwoord, maar louter verzonnen te zijn, tot meerdere glorie van de 'heilige' wiens leven men beschrijft.
Er is in de historische wetenschap een periode geweest, dat men al deze 'heiligenlevens' dan ook maar terzijde schoof. Van geen waarde, zei men dan. De tijd dat men zo dacht en handelde ligt nog niet eens zo heel ver achter ons. Tegenwoordig wordt er anders tegen aan gekeken. Ook heiligenlevens hebben voor onze kennis van de geschiedenis een eigen, intrinsieke betekenis. Men moet het doel waartoe zij geschreven werden voor ogen houden. Dat doel was het stichten van de lezers. De lezers van de heiligenlegenden zal men vooral in de kloosters moeten zoeken. Welnu, door middel van een heiligenlegende werden de kloosterlingen vermaand, opgewekt en vertroost. De 'heilige' wiens leven beschreven was, gold als een voorbeeld voor anderen. Hij riep op tot navolging. Zo gezien geven heiligenlegenden langs een indirecte weg informatie omtrent het geestelijke leven in een bepaalde tijd, vooral binnen de kloostermuren of in het kluizenaarsbestaan. Zó, zoals men hier beschreven vond, stelde men zich het ideale christenleven voor. Het moest beantwoorden aan de idealen en verwachtingen waaraan de 'heilige', naar men voorstelde, had voldaan.
Directe en exacte informatie vinden wij in heiligenlevens dus maar weinig. Slechts met grote moeite is uit het stichtelijke verhaal enige zakelijke informatie te distilleren. Vaak blijft het bij gissingen.
Brieven bieden heel wat meer houvast. Maar die missen wij nu juist in het Willibrord-onderzoek. Wij moeten het met één enkel heiligenleven doen.
Aartsbisschop
Zelfs de titel 'aartsbisschop van Utrecht' is Willibrord slechts met moeite toe te kennen. Hij heeft van paus Sergius I inderdaad de aartsbisschopstitel gekregen, maar niet met de speciale vermelding, dat hij dat ambt als een Utrechtse aangelegenheid zou mogen beschouwen. Hij kreeg de titel voor heel Friesland, en Friesland was een groot deel van het huidige Nederland. Wel is Willibrord in Utrecht geweest, en heeft hij daar lang vertoefd. Zijn eigenlijke 'thuis' had hij echter meer in Echternach, in Luxemburg, waar hij ook begraven ligt. Daar is zijn klooster gebouwd, tegenwoordig een museum.
In het zuiden van Nederland, in Brabant en Limburg hebben andere missionarissen gewerkt. Willibrord is de apostel van de noordelijke Nederlanden geweest. Aan wat hij hier gebracht en gedaan heeft hebben wij veel te danken. Hij heeft, zoals wij al opmerkten veel kerken en kerkjes gebouwd. Onder andere een kerk in Utrecht, waar reeds een kapel had gestaan, die echter door de heidense Friezen was verwoest.
Omtrent de inhoud van Willibrords prediking weten wij zo goed als niets. Geen preek van hem bleef bewaard. Allen die er iets zinnigs over willen zeggen, moeten leentjebuur spelen bij anderen, tijdgenoten en opvolgers, zoals onder anderen Bonifatius.
Een zuivere Evangelieverkondiging treedt nergens aan het licht. De heiligenlegenden doen ons trouwens voor die tijd een heel andere vroomheid kennen dan wij als reformatorische christenen op grond van de Schrift de juiste vinden.
Ergens hebben de rooms-katholieke land genoten niet helemaal ongelijk als zij annexerend de hand leggen op 'hun' Willibrord. Wij, reformatorische christenen, hebben geen aartsbisschop, en wij willen hem ook niet; wij hebben geen 'heiligen' in die zin waarin Willibrord daartoe gerekend wordt; wij hebben ook een heel andere liturgie en wij hebben geen kloosters of kluizenaars.
Maar, er is ook een andere kant aan de zaak. Dat christendom, dat, naar onze overtuiging, gebrekkig en verminkt tot ons is gekomen in de eeuw van Willibrord, heeft een 'reformatie' ondergaan. Die 'reformatie' zou niet mogelijk zijn geweest als er geen 'christendom' was geweest, als er geen Willibrord aan voorafgegaan zou zijn. In die zin is Willibrord ook van ons!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's