Johannes de doper
In die dagen kwam Johannes de doper, predikende in de woestijn van Juda en zeggende: Bekeert u want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Mattheüs 3 : 1, 2
De doper, zo wordt hij genoemd. Dat is het opvallende bij Johannes, dat hij doopt. Ja, hij roept zijn volk Israël op tot bekering en beweegt ze tot de doop, alsof het heidenen waren. Heidenen immers worden gedoopt als ze zich tot het jodendom bekeren. Daarmee beleden ze dat ze helemaal wilden breken met hun afgodische godsdienst en met hun vorige leven en dat ze hun leven wilden inrichten naar het Woord des Heeren. Ze beleden het dan dat ze zondaars waren en schuldig stonden tegenover de Heere God. En ze zochten vergeving bij de Heere om zo in een nieuw leven voor Hem te leven.
En nu roept Johannes zijn volksgenoten, de Israëlieten op om zich te bekeren en zich te laten dopen. En het woord dat hier in het Nieuwe Testament staat in het Grieks betekent zoveel als helemaal van inzicht en gezindheid veranderen. De dingen totaal anders gaan zien. Bekennen dat ze het verkeerd deden tot nu toe en verkeerd zagen. Het betekent dat men dan de begeerte kreeg om voor de Heere te leven, het zondige leven vaarwel te zeggen. Dus heel hun levenswandel werd dan ook anders, gericht naar het Woord des Heeren. We zouden dus kunnen zeggen dat ze van binnen en van buiten veranderden. Een nieuw hart, een vlesen hart, zo spreekt de Bijbel er ook over. Een hart dat de Heere lief heeft en begeert om zo te leven dat we Hem dienen en onze liefde bewijzen. Dat we de zonde, alles wat de Heere kan bedroeven zullen laten.
Van binnen en van buiten veranderen. Niet alleen van buiten. Neen, dan zou het net zijn als met een slecht lopend uurwerk, dat steeds maar weer achterloopt. We zetten iedere keer de wijzers een eindje vooruit, maar aan het binnenwerk doen we niets. Neen, het binnenwerk moet veranderen en dan gaan de wijzers vanzelf goed lopen. Het hart moet vernieuwd worden en dan zal het naar buiten ook zichtbaar worden in onze handel en wandel. Johannes weet wel hoe het er voorstaat met het grootste gedeelte van zijn volk. Hoe de leiders hen daarin voorgaan. Zodat ze menen dat het voldoende is als ze naar de buitenkant de wet houden en als het kan al die voorschriften die de leraars in de loop der tijden er bij hebben gemaakt als uitleg van de wet. Er wordt heel geen onderscheid gemaakt tussen weten en beleven. En dat we eigenlijk niet in staat zijn om die wet des Heeren geheel te houden, dat het er om gaat dat we met heel ons hart die Heere liefhebben en zo naar Zijn woord zoeken te leven, daar hebben ze geen erg in en dat willen ze ook niet weten. Welnu, als je niet anders hoort dan geloof je dat het zo is. Zo leeft het gros van het volk Israël in de tijd van Johannes rustig verder, uiterlijk de Heere dienen, maar het hart is niet vernieuwd en over genade wordt niet gesproken of gedacht en die hebben ze niet nodig. Ze kunnen immers zich zelf redden met hun godsdienstigheid.
En nu komt Johannes de doper en zegt het hun dat het niet goed staat met hen, dat ze zich moeten bekeren en zich moeten laten dopen tot afwassing der zonden. En dat slaat in. Velen komen naar hem toe in de woestijn en laten zich dopen, belijdende hun zonden en vergeving zoekend bij de Heere, uitziende naar Hem, Die heel spoedig zal komen, de beloofde Messias. Want zo zegt Johannes het, het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen, de Heerschappij van de Heere openbaart zich heel bijzonder weldra in de komst van Zijn Verlosser. Wil je er bij horen dan moet je je bekeren. Wil je een plaats krijgen in dat Koninkrijk dan moet je je zonde belijden en je laten dopen, om zo vergeving te ontvangen van alle zonden en Hem te kunnen ontvangen.
Diepe indruk maakt die prediking. Nu gaan de ogen open voor hun zondig leven, voor het uitwendige van hun godsdienst. Nu gaan ze beseffen dat het zo niet kan, dat ze zich zelf niet kunnen redden met hun werk en godsdienst, dat ze vergeving nodig hebben, genade nodig hebben.
Johannes werkt in de woestijn, bij de overzetplaats van de Jordaan, waar velen langs komen. En het gerucht van hem dringt door in Jeruzalem en in geheel Judea. Zo stroomt het volk naar de woestijn. En dat is de bedoeling ook van Johannes, dat ze de stad met zijn tempel zullen verlaten en niet langer hun heil zullen vinden in een uitwendige tempeldienst. Dat ze naar de verlatenheid van de woestijn zullen komen, inlevend dat ze enkel zon de zijn. Zoals op Grote verzoendag de weggaande bok, beladen met de zonden van het volk, de woestijn werd ingestuurd, om daar als het ware alle zonden te laten. Zo moesten ze van al hun zekerheden afgebracht, met hun zonden tot hem komen om daar die zonden belijdend, vergeving te ontvangen.
Dan houden we niets anders over dan schuld en verlorenheid. Wat een wonder als het mag gebeuren in ons leven. Dat de Heere zo met Zijn Woord en Geest ons bearbeidt dat we getrokken worden naar de woestijn, om enkel van Gods genade te leren leven. We moeten uit onze sleur en gewoonte godsdienst uitgehaald worden om tot echte beleving te komen. Dat we niet enkel zeggen dat wij zondige mensen zijn, maar dat we dit inleven voor de Heere. Dan wordt het nood voor de Heere. Dan worden we opgeschrikt uit ons vermeende bezit en merken we dat we eigenlijk niets bezitten, de Heere niet echt kennen en toebehoren, buiten staan. Heilzame schrik.
Zo roept Johannes op tot bekering en tot doop. En zie, niet alleen dat velen van het volk komen, ook tollenaars en mensen die er eigenlijk niet meer aan deden, maar ook van de leiders van het volk komen er tot Johannes om door hem te worden gedoopt. Johannes doorziet hen echter en weet dat het niet echt is bij hen. Ze willen alleen hun invloed bij het volk niet verliezen en daarom besluiten ze om zich ook te laten dopen door Johannes. Zuiver berekening. Zo lezen we het ook in Mattheüs 21 : 26 als hen gevraagd wordt over de doop van Johannes. Ze willen geen ja zeggen en durven geen nee zeggen om de gunst van het volk niet te verliezen.
Vandaar de scherpe waarschuwing door Johannes die hen adderengebroed noemt, slangenkinderen. Hoe komen ze er bij dat ze op deze manier de toorn Gods zullen kunnen ontvluchten? Wie heeft hen dat wijs gemaakt? Adderengebroed, prachtige witte eieren, maar als ze opengaan komen er de giftige addertjes uit. Het lijkt allemaal prachtig aan de buitenkant, maar van binnen grijpende wolven.
Als het echt is bij hen dan zal dat aan de vruchten moeten zichtbaar worden. Brengt dan vruchten voort der bekering waardig, dus die aanduiden dat er een echte bekering is. Want denk er om, de bijl ligt al aan de wortel der bomen. Elke boom die geen goede vrucht voortbrengt zal worden uitgehouwen en verbrand.
Denk er om, ik doop u wel met water, maar na mij komt Die doopt met de Heilige Geest en met vuur. Dat is Jezus, de beloofde Messias. Die geeft het eigenlijke, waar de doop symbolisch wijst. Die bedient het heil in het hart door Zijn Heilige Geest. Maar dat betekent ook dat Hij louterend komt als met vuur en dan zal al het onwaarachtige weggedaan worden. Hij komt met Zijn wan in de hand en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren. Dat doet Hij al door Zijn prediking straks, en dat zal straks bij Zijn wederkomst zijn beslag krijgen. Johannes ziet dat nog in één lijn liggen.
Achter die scherpte van de prediking van Johannes ligt zijn liefde tot behoud van hen. En opdat zij het volk niet langer zullen misleiden. Want ze kunnen nu wel denken dat ze kinderen van Abraham zijn omdat ze van hem afstammen naar het vlees, maar dat zegt eigenlijk nog niets met het oog op het zalig worden. Want die zijn kinderen van Abraham die het geloof van Abraham bezitten, zegt Jezus straks. En Johannes zegt het weer anders. Hij zegt dat God van die stenen die daar romdom hem liggen Abraham kinderen kan verwekken.
En daar komt het op aan. Dat we verwekt worden als kinderen van Abraham. Dat geldt voor de jood en dat geldt voor de heiden. God verwekt kinderen, dat is elke keer weer het wonder van Gods genade. En dat doet Hij door de bediening van Zijn Woord. Wat is het dan geweldig dat dat Woord van God ook nog steeds naar ons toekomt. Dat de Heere ons bij dat Woord heeft willen opvoeden. Maar ook als we voor het eerst dit zouden lezen, dan komt de Heere met Zijn Woord naar ons toe en roept het ons toe dat we ons zouden bekeren. Want het Koninkrijk is van Hem en de Heere Jezus is gekomen in ons mensbestaan en heeft daarin geleden en is gestorven om zo alle vloek en schuld te kunnen wegdragen voor mensen, die niet anders hebben verdiend dan de eeuwige dood en vloek. Welnu, dat Woord komt nog naar ons toe en de Heere meent het.
En de Heere zet kracht achter Zijn Woord ook door de boetprediking gestalte te geven in allerlei oordelen en rampen en gebeurtenissen. Dan zou ons ziekbed een gezegend ziekbed kunnen zijn, dan zou het een gezegende vervolging kunnen worden, dan zou de rampspoed in Roemenië en ook die wondere bevrijding gezegend kunnen worden tot eeuwig heil. En het is te hopen dat die bevrijding mag doorwerken in veler harten tot waarachtige bekering. De Heere mocht daardoor Zijn Koninkrijk doen heersen daar en bij ons. Want de dreiging bij ons is eigenlijk nog gevaarlijker. Die komt zo sluipend onder ons. Ineens merken we het dat er al heel veel aan de gang is in het verborgen waarvan we niets afwisten. Wat durft men openlijk Gods Woord aan de kant te zetten in de medische wereld, in het regeerbeleid, in veel levensopenbaringen. En het gevaar is zo groot dat we gewennen aan het aan de kant zetten van Gods Woord en mee gaan doen. Het gif trekt door gelijk gifgas. Daar helpt ons gereformeerde jasje niet tegen, daar helpt uitwendige godsdienst ook niet tegen al kan het nog een poosje tegenhouden. We hebben nodig doorleving van Gods Woord, waarachtige bekering tot de Heere, een nieuw hart, vernieuwing des Geestes. Het moet echt zijn. En dat wil de Heere zelf nog geven. Hij wil er om gevraagd zijn en Hij is machtig om het hardste hart te vernieuwen. Ontwaak dan en bekeer u, zegt de Heere. Heere bekeert U me, mocht dan het antwoord zijn uit de diepten van schuld en verlorenheid. Zo zal Zijn Naam eeuwig eer ontvangen. Uit onze mond en door onze levenswandel in alle eenvoud en eerlijkheid en afhankelijkheid van zijn genadebediening. Dat geeft een teer leven en een sierlijk leven en een eerlijk leven en een leven dat anderen kan lokken tot die dienst des Heeren. God geve het!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 januari 1990
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's